Akkerman hing zijn tekeningen op tegen ADO-Den Haag behang.
Haags stadsgezicht (begin jaren '80)

Philip Akkerman

Ik sprak hem in Den Haag, waar bij Stroom zijn Haagse stadsgezichten hangen. Gedaan met pen en inkt. Philip Akkerman (Vaassen, 1957), woont er sinds z'n 18de. Hij kwam hier om naar de Academie te gaan.

En werd Hagenaar. Al zal hij dat zelf nooit zeggen. Toch, met Hagenezen omgaan is niet moeilijk, 'als je u zegt heb je overal vrienden.' Dat is een hoffelijkheid die door alle rangen en standen hen gaat. Net als de directheid van uitdrukken. Het ongrijpbare Den Haag waar de rotzooi altijd weer wint. Ik vertel van de plannen om de Amsterdamse wallen te ontdoen van ongerechtigheden. Philip 'komt nooit in Amsterdam', maar vreest het ergste. Het misverstand dat als je de wijk opknapt je de bewoners vanzelf mee opknapt. Al meer dan 25 - sinds januari 1981 - jaar is Philip Akkerman bekend om z'n zelfportretten. Zijn levensproject. Kijken en bekeken worden. Het aanvechtbare ik. Hij zal er niet meer mee ophouden. In allerlei verschillende stijlen. Sinds het einde van de jaren ´90 heeft hij de spiegel niet meer nodig. Hij kent z'n gezicht. 'Ik schilder alle mensen die naar zichzelf kunnen kijken.' Een schilder kan over de inhoud van z'n werk nauwelijks praten, vindt hij. 'Je kunt met techniek bezig zijn, daar kan je het over hebben, die andere kant daar kan ik niet over praten. Daar ben ik te stom voor. Voor je 't weet neem je je toevlucht tot mystiek.'Ik zeg: 'Misschien maak je het stuk, al pratend?' Hij knikt.Toch is Philip Akkerman op woensdag 16 januari as. te horen in het Kunsthalfuur van de Avonden.

Tags: 
Philip Akkerman
Beluister fragment
Fietswiel (1994)
Kogelvrije paraplu (1997), de mevrouw is een bezoekster
vanaf een fiets wordt een eindeloos geel lint afgerold. anders niet.

Roman Signer

 Sommige ideeën maken nieuwsgierig of prikkelen als verzinsel, als tekening of als droom.Maar gek, als je ze uitvoert verliezen ze hun kracht. Dat verschijnsel zag ik bij de grote tentoonstelling van de Zwitser Roman Signer in het Hamburger Bahnhof, het museum voor eigentijdse kunst van Berlijn.

 In een onafzienbare rij zalen en gewelven is werk van Signer (1938) te zien. Wat hij doet is zijn ideeën heel nauwkeurig uitvoeren en in praktijk brengen. Met telkens weer een voor mij teleurstellend resultaat. Signer maakt al jaren installaties en uitvoeringen voor publiek. Vooral sinds zijn deelname aan de Documenta in 1987 is hij beroemd in Europa.Ik zag weleens tekeningen van hem. Er hangen er hier ook. Maar nu ik hem op filmpjes - als een kleine jongen, maar klunziger - in de weer zag met z'n favoriete materiaal vuurwerk, nu ik zijn duffe projecten met fietsen en z'n flauwe grapjes voor m'n neus zag wist ik, jammer. Als realiteit vallen ze dood. Niet geestig, niet veelzeggend. Hooguit, excuus voor het woord, nogal erg 'ludiek'. Ook krijgt deze speelse - het is een geloof - Zwitser ernstige teksten mee. Dat maakt het niet beter.

Tags: 
de medailles
standaard verpakking anabole steroiden in de DDR
ouders en kinderen van 2008  kijken in een nagebouwde DDR-huiskamer naar DDR-tv

DDR-museum

Vanmiddag het DDR-museum bezocht dat sinds november 2006 is gevestigd aan de kade tegenover de Berliner Dom. In dit geval hielp koorts, een lichte trance.Terwijl ik dit schrijf zendt de Brandenburgse regionale zender een programma uit over Stalingrad, waarin - nog net levende - hoogbejaarde Duitsers en Russen (zulke mooie onderscheiding op de revers) bijna twee uur lang het verhaal vertellen van augustus 1942 tot begin 1943, toen de veel slechter bewapende Russen de Duitsers insloten. De 'rattenoorlog', het keerpunt van de oorlog, kostte 700.000 levens.

In het DDR-museum was het druk, ik trof er geen toeristen maar Duitse gezinnen. Vaders en moeders die aan hun kinderen uitlegden hoe het toen, in hun jeugd, toeging.Ik hoorde ze aan en werd meegevoerd. Wonderlijk, onbegrijpelijk. Er heeft een Ander Duitsland bestaan. Waar ze ook Duits spraken. Er was tv en radio. Maar anders. Hier liggen de bewijzen, de diploma's de kleren, de spionageapparatuur, de sigarendoosjes, de ansichtkaarten. Een compleet land, met alles.En parallel universum. In Duitsland is geschiedenis dagelijks voedsel, in Berlijn eens te meer.Ik bekijk de pillen - anabole steroiden - die de prestaties van DDR-atleten mogelijk maakten. Het middel versterkt de spieren en maakt strijdlustig. Ze werden in de jaren '70 massaal verstrekt door trainers, als vitamientjes, ook aan kinderen. Gevolgen: zware schade aan de lever, menigeen stierf eraan.

U-bahn gezichten

Grootstadgezicht (2)

 De geur van de stad is die van elektriciteit, de geur van metro of U-bahn die in de jassen trekt.

 Dat overdacht ik in het Klein Parijs onder de Schlesischer Tor.Voor zover dat lukt met koorts bij waterkou. De vorst is weg. Een groot deel van de dag zat ik in de U-bahn. En probeerde - als voorstadsmens - gezichten te lezen. Zelf lazen de gezichten vrij vaak een boek. Met wat voor blik treedt men hier op? Gereserveerd. Schijnbaar in zichzelf gekeerd. Maar nee, de catwalk is vaak niet ver. Taxerend soms ook: 'wie ben jij dan wel?'

 In de U-bahn heerst veel vermoeidheid. Rode oogleden.Moe van tegenslagen, raad je. Behalve bij kinderen en verliefden, die daardoor extra opvallen. Hoe kijk je naar de ander? Je kijkt tot het punt waarna kijken taboe is. Voor die tijd moet je in je hebben opgenomen wat er toe doet. Nooit komt iemand handenwrijvend de U-bahn binnen, schudt de natte sneeuw van z'n jas en roept 'mensen wat een weertje'.

 ps. Wat vergat Bram de Swaan met zijn 'voorstedelijk Nederland'? Nog rond 1970 kwamen spraakmakende Amerikanen en Engelsen bij bosjes naar Nederland, vooral popmusici, Ik denk dat de roep van Provo dat veroorzaake. Feit is dat je als schrijver over muziek rustig in Amsterdam kon blijven, Dr. John, the Byrds, Randy Newman of Lennon kwamen vanzelf naar je toe.

U-bahn Schlesischer Tor
bord eten onder het station

Grootstadgezicht (1)

 Even uit de lucht. Hotelpersoneel in Berlijn wist geen raad met me.Niets erger dan een man met een apparaat dat niet werkt. Vraag het een vrouw.

 Maar nu dan toch. Bij vriezend weer in een café zitten terwijl aan de overkant van de straat – ter hoogte van de tweede etage elke paar minuten een treintje vol passagiers voorbijgaat. Langzaam, het station is al in zicht. Zodat je de inzittenden op je gemak kunt waarnemen.Ze kijken niet op of om. Dit is een grote stad. De gedragscode in grote steden is ‘in stijl op weg naar de dood, zonder ophef’. Een bepaalde grootsteedse bleekheid hoort daarbij.

 En de geur van een metro. In Nederland is geen grote stad.Intussen tast ik af wat onder bereik komt. Randjes sneeuw op het eindeloos gevarieerde en bijgelapte plaveisel, een bord eten, draadjesvlees, kartoffelklösse en rode kool, gemaakt door de moeder van een jongen die zo nodig een restaurantje moest beginnen, geglazuurde baksteenornamentiek. Bram de Swaan schreef voor ik wegging in NRC-Handesblad over de 'voorstadsmentaliteit' in Nederland. Maar hij vergat iets.

Gerard Bilders

Gerard Bilders (2)

'Zo ben ik nooit eens gelukkig' is het unieke Schildersdagboek van Gerard Bilders gedoopt.Allicht beter dan het tamelijk weerzinwekkende 'Vrolijk versterven' waaronder de eerdere bloemlezing door Wim Zaal uit Bilders' schrijfsels gebukt ging.

Inderdaad Bilders (1838-1865) stierf aan tbc. En hij stak graag de draak met zichzelf, zijn ambities, zijn geldgebrek en ook zijn begunstiger, de Leidse literator Kneppelhout. Maar al zijn z'n grapjes over deze meacenas zijn uit de tekst verdwenen.Immers, de bemoeizuchtige weldoener Kneppelhout heeft wat we nu kunnen lezen persoonlijk uit de nalatenschap gekozen. De manuscripten zijn verdwenen. Tien jaar terug vroeg ik me al af of Gerard Reve deze brieven heeft gelezen. Dom, ik had het hem moeten vragen. En hier is opeens ook een foto van Bilders. De man die schreef: 'Wat is het toch een geluk voor personen in mijn gemoedstoestand dat er papier is! Zoiets geduldigs, geleidelijks, lijdends en zware lasten torsends zonder morren of boos worden! Wat is het wellustig en strelend woorden van nijd en beroerdheid zo langzaampjes te kunnen neerschrijven, letter voor letter, met voorbedachte rade! Zo zuigt een vampier bloed, drop voor drop.Ik schrijf nog veel te mooi voor de dufheid die mij beheerst...'

Spam

En Bart Egers stuurt deze link

Anne Vegter

We zullen middelen moeten vinden om onze eindigheid te vervullen.Keer de attracties niet de rug toe. Botsen. zweven, duiken, rollen, hangenen trilling lengt tijd.

 Dit zijn de laatste regels van 'All inclusive', uit Spamfighter, de nieuwe bundel van Anne Vegter, 2007.Ja, alles inbegrepen, zegt ze. Als er een boodschap in de bundel zit is het deze: bewegen. Wat is Spam en hoe bestrijd je het? Het woord komt uit de vleesverwerkende industrie. Het ingeblikte varkensvlees van onduidelijke herkomst dat bij ons Smac (van Unox) heet werd uitgevonden in Austin, Minnesota, ook wel Spam Town USA. In 2002 werd het 6 miljardste blikje sinds 1937 verkocht.

 Daarna kreeg Internet-overlast die naam. En vandaar overlast in het algemeen. Wat doe je er tegen? Haar strijdwijze, zegt Anne Vegter, is die van Aikido, de sport waarin de vechter let op de bewegingen van de tegenstander. Die maakt immers fouten, vroeg of laat, waarvan je kunt profiteren.Hoe 'onze eindigheid vervullen'? Vraag het een vrouw. In het gedicht 'Draagbaar universum' staat: 'het geluk is niet compleet zonder koningin'. Maandagavond na 21.00 is Anne Vegter te horen in De Avonden

Tags: 

Toon Tellegen

 Toon Tellegen gaf me zijn boekje 'Ik zal je nooit vergeten' (2007), ter herinnering aan onze vele studio-uren met de egel en zijn lotgenoten. Er kwam radio van, en Cd's. Dit gaat over twee vrouwen, en hun overwegingen door de maanden heen.

 In september komt er een man langs die ze uitlegt hoe je de Bijbel moet lezen. Adam betekent eigenlijk Ik, en Eva betekent oorspronkelijk Jullie.

 'Jullie,' vragen de vrouwen. 'Er was toch maar één Eva?'

 'Dat is de vraag zegt de man. En dan vertelt hij hoe Ik en Jullie uit het Paradijs verdreven werden. 'Maar hij voegt er aan toe dat Ik en Jullie niet lang daarna op gruwelijke wijze zijn afgemaakt.

 'De man weet van geen ophouden. Abel en Kaïn heetten eigenlijk Ja en Nee.

Tags: 
werk van Bilders uit het Rijksmuseum

Gerard Bilders

Werk van de jong aan tbc gestorven Gerard Bilders (1838-1865) is af en toe te zien bij uitleningen van het Rijksmuseum. De Kunsthal bracht een overzicht in 1998. Ik vond één van z'n koeien daar zo wonderlijk goed. Belangrijker is: Gerard Bilders schreef.

Bij toeval trof ik antiquarisch een bloemlezing uit z'n brieven en dagboek, in 1974 deels heruitgegeven door Meulenhoff. Daar staat, op pag. 65 deze scene, waarin de aspirant-koper van een 'genrestukje met enige dames in een vertrekje' tal van wijzigingen eist. Zo moet de deur, die open geschilderd was worden gesloten 'om der gezelligheids wil' en verder moeten dedames allemaal een kopje thee voor zich krijgen. Bilders schrijft: 'Het kopje kon onmogelijk groter worden dan een kersenpit', en voegt eraan toe 'met of zonder suiker liet de liefhebber aan de schilder over'. Zo geschiedde.Vincent van Gogh las de dagboeken van Bilders en vond ze in een brief aan Theo 'heel geestig'. Hij prijst z'n doeken, maar vindt Bilders wel 'lui'. Het goede nieuws is nu dat Willem Desmense van uitgeverij Ijzer dezer dagen het ''Schildersdagboek'' van Bilders opnieuw - en nu compleet - uitgeeft. Ik krijg het in de bus. Dan meer.

Pagina's