café-scène (1924)
de Emmaüsgangers, als vroege Vermeer (1936-1937) 

Han van Meegeren (1)

Morgen hoop ik conservator Friso Lammertse te spreken in Museum Boijmans. Hij blijkt de man te zijn achter de Han van Meegeren-tentoonstelling die ik opgebouwd zag worden, vorige week.

Ze hingen er nog onuitgelicht bij toen. En de indruk was 'vreemd'. En daarna vooral 'hoe kon het toch'. Maar dat zou begoocheling kunnen zijn. Soms ziet een Velasquez er in mijn ogen opeens uit als een verse vervalsing.
'Hindsight'. o zo verraderlijk.
Wel herinner ik me hoe Friso eens uitlegde dat oude kunst in elke tijd weer anders wordt gezien. Dat betoog maakte hij toen niet af, ik zal het hem vragen.
Kent elke tijd z'n eigen Jeroen Bosch, z'n eigen Vermeer?
Hm.. wat blijft er dan over van de 'eeuwige schoonheid' waarin we zijn opgevoed?
Het zou het oordeel van deskundige Bredius en Boijmans-directeur Hannema - die Van Meegerens Emmaüs-gangers voor een half miljoen gulden aankocht in 1938 - wat minder zwaar maken.
Han van Meegeren was misschien heel goed in het vervalsen van vroege Vermeers zoals men ze graag zag in de jaren '30.  

Van Meegeren schilderde ook onder z'n eigen naam. Nogal frivool. Wat zijn oeuvre nog raadselachtiger maakt. 
Had ie Christus maar in het café neergezet.
 

Tupperware standaards voor sigaretten en lucifers.. werd de sigaret brandend in zo'n houder gezet? en, dan later weer opgenomen? filtersigaretten doven toch niet als je ze rechtop zet? 

Tupperware

In een hoekje van 't Haags Gemeentemuseum is de erfenis van Earl Silas Tupper (1907) te zien: 'plastic fantastic'.Hij begon als boomchirurg, maar na een failliet in 1936 werd het plastic. Tijdens de oorlog maakte ie onderdelen voor gasmaskers. Daarna ontwikkelde hij het doorschijnende, afwasbare materiaal waar je voedsel in kon bewaren en... zijn grote uitvinding, het luchtdicht afsluitbare deksel.

Mijn grootste Tupperware-herinnering is die aan de vader van een Haags schoolvriendje. Hij was ambtenaar bij Economische Zaken en moest voor z'n werk vaak hele weken naar Brussel.
Hij kreeg daarvoor een hotel- en restaurantvergoeding van z'n ministerie.
Die laatste vergoeding werd uitgespaard doordat zijn vrouw dan op zondag boterhammen voor hem smeerde, genoeg voor een hele week Brussel. Die kreeg hij mee in een Tupperware emmer. En at ze op, op z'n hotelkamer.
 

stapelingen..
kreten..

David Bade

Langdurig rondgespeurd in het Haagse GEM in een overdaad aan werk van David Bade. Stapelingen van junk, tekeningen, schilderingen.

Wat wil hij me vertellen? Ik kwam er niet achter. Natuurlijk, het barst van de slogans in dat werk, maar moet je die ernstig nemen? Het lijkt meer het geneuzel van iemand die staat te kwasten. Decoratie dan? Nee, toch ernstiger. Zoals graffiti soms ook kunnen zijn.
Ernstige linkse clichés van lang geleden zie je dan opeens.
En wat bedoelt hij toch met die stapelingen troep? Dat de wereld een zooitje is. Gaat het om de troep van de consumptiemaatschappij?
Ik begin het toch te vrezen.
Kwam terug in Amsterdam. Vuilnisstaking.
Stapels die met de dag hoger worden.
Prachtig.
 

oud papier 1
oud papier 2 (achter glas)

Hans Jürgen Simon (2)

 Woont nabij Osnabrück. Z'n vrouw werkt in het oud papier. Materiaal onder handbereik. Als jongetje heeft hij vast bijverdiend met oude kranten ophalen. Bij mensen thuis, maar ook de onverkochte stapels die je op de stoep van sigarenzaken vond. De titel van zijn grote tentoonstelling was 'Remission' (2005) ofwel 'retouren'.

 De oude krant trok me van jongsaf. Allereerst als verpakkingsmateriaal. Net als Gerard Reve die het liefst makreel at, uit een oude krant.
Pas in de jaren '60 werd de oude krant een symbool van overbodige zinloosheid. 'Who wants yesterday's papers, who wants yesterday's girl,' zong Mick Jagger, een hoogmoedige jongeman in een nieuwe tijd.    
Maar nog steeds kijk ik naar de raadselachtige putjes in de rand van de krant, en naar de kleurstippen onderaan.
Papier is als water, het ziet er soms opeens uit als heel iets anders.
 

Tags: 
aardlagen..
Simon met glossies

Hans Jürgen Simon (1)

 Oude kranten, daar gaat het over bij Simon (1940). Vanaf morgen is zijn werk - sinds 1991 uitsluitend bestaand uit de materie bedrukt papier, vooral krant - te zien in Galerie 59 in Amsterdam.

 De oude krant werd de kunst binnengebracht door de kubisten, kort na 1900 maakten Picasso en Braque collages met krantensnippers, later de Dadaisten en Schwitters.
Waarom eigenlijk?
Ik vermoed dat het raadsel van de krant ze aantrok. Het heilige avondblad van je vader. En dan, hoe een krant een dag later al z'n waarde verliest, en een oude krant wordt, niets erger dan dat. In die tijd veegde je je gat ermee af. 
Als kind kun je niet begrijpen hoe zoiets waardevols - beslissend, van levensbelang - na een dag opeens waardeloos kan zijn. 
Hans Jürgen Simon laat zien hoe de oude krant, als puur voorwerp een nieuw leven kan beginnen. Zijn stapels en bundels krantenpapier worden gerimpelde aardlagen, geplooide korsten. Hier en daar is nog het restant van een woord of zin te lezen, meer niet.

 Oud papier is ook de voornaamste grondstof voor nieuw papier.
Oud papier is mooi.
Dat wist Bohumil Hrabal, die jarenlang in een kelder in Praag door de communisten werd tewerkgesteld om onwelgevallige boeken en tijdschriften te vernietigen. Lees zijn 'Al te luide eenzaamheid'.
Hij laat zijn hoofdfiguur eindigen in een samengeperste baal oud papier. 

 Morgen, in de Weekendeditie van de Avonden meer.
 

Mark Traa vanmiddag in de Amsterdamse bibliotheek
President  Robert in vol ornaat

Robert Lombert (3)

Het moet een film worden, dit boek. Al lezend zie je hem voor je. Een Nederlandse Fitzcarraldo. Het mooiste is, het honderd jaar oude stoomjacht waarop zich de slotakte afspeelt bestaat nog. En het is te koop.

Vanmiddag sprak ik Mark Traa, die een jaar werkte aan het verhaal van President Robert. Veel research zit erin. Iedere zin wordt verantwoord.
Het eindigt in de rechtszaal waar de ‘President’ in 1954 tenslotte tweeëneenhalf jaar krijgt, plus TBS (zo heette TBR toen nog).
Hij werd door twee psychiaters onderzocht, waaronder P.Baan, wiens naam voortleeft in het Pieter Baan Centrum.
Diagnose: pseudologica fantastica.
'Er is een grote inflatie (opgeblazenheid) van het Ik, waarmee Lombert zich poogt te handhaven ten opzichte van een werkelijkheid die hij eigenlijk moeilijk weet te hanteren.'
De patiënt is er rotsvast van overtuigd dat hij de waarheid spreekt. Hij is dus 'verminderd toerekeningsvatbaar'.

Ik voor mij houd het er op dat Robert Lombert de schepper was (hij stierf vier jaar geleden) van een kunstwerk.
Immers, wat was zijn motief? Hij deed het niet om het geld, ook niet om ander gewin, nee, het enige dat voor hem telde was de voorstelling, de aankleding, het decorum.
Zoals ook de Rattenvanger van Hameln een groot artiest was. Of de kleermaker die de keizer een onzichtbaar pak aanmat. 
Zoiets lukt je alleen als je erin gelooft.
Die film moet er komen.

Maandag na 21.00 vertelt Mark Traa het hele verhaal.. 
 

Tags: 
het schip..
de Chief President..

Robert Lombert (2)

Het boek van Mark Traa over de 'Chief President' roept vergeelde verhalen in me wakker. Ooit gelezen, bijvoorbeeld, bij de jongenskapper in het blad 'Wereldkroniek' - ook al bijna Elsschots Wereldtijdschrift'. Over 'zwendelaars' als het Amsterdamse 'Goede Heertje' dat gul geld uitdeelde of Greet Hofmans, die koningin Juliana betoverde.

Robert Lombert heeft alle kenmerken van de fanatieke fantast.
Hij duldt geen tegenspraak. Als kind al liet hij volgelingen en eed van trouw zweren en benoemde hij zich tot president voor het leven van een club.
Wat hij wil is niet in taal uit te drukken. In heel het boek is geen weergave te vinden van waar hij het in de vele toespraken tot z'n onderdanen - z'n familie en een kleine verzameling getrouwen - over had. De Russen zouden komen, zoveel was duidelijk. En men diende z'n lot onvoorwaardelijk in zijn handen te leggen.
De vergelijking met de geheime club van Reve's Werther Nieland dringt zich op.
'Aan papieren leden hebben we niets.'
Wat sprak waren de uniformen die z'n vader de kleermaker maakte. Mark Traa trekt de vergelijking met Latijns-Amerikaanse generaals. Ook de carrière van Prins Bernhard schemert door het optreden van Robert Lombert heen.
En je begrijpt, in de jaren kort na de tweede Wereldoorlog was niet zo duidelijk meer wat onder en boven moest zijn.
Als het schip tenslotte - vanuit Zeebrugge - met veel pracht en praal uitvaart wordt men in Nederland wakker.
En begint de realiteit de fictie te achterhalen.
Wat een tijd!

Robert Lombert.. een verzorgd voorkomen.. 

Robert Lombert (1)

Hij heette echt zo. Z'n naam werd uitgesproken als Robèr Lombèr. De titel van het boek dat Mark Traa over hem schreef - 'President Robert. Het wonderlijke leven van Nederlands grootste fantast' - zegt nog te weinig.

Het is het verbluffende verhaal van een jongen die - in de jaren '40 en '50 - een wereld aan elkaar fantaseert waarin niet alleen zijn familie hartstochtelijk gaat geloven, maar ook een hele schare anderen. Een geloof dat leidt tot dolzinnige emigratiepogingen die de deelnemers have en goed kosten.
'Chief President' Robert kan de mensen alles wijsmaken. Hij is een koning van de bluf. Want, de Russen komen. En ja, daar zit wat in. De Russen veroveren geleidelijk Midden-Europa, ze dreigen West-Berlijn in te pakken.
Ziedaar de volksangst van die jaren. Zoals nu de Moslims komen, kwamen toen de Russen.
Maar de Russen kwamen erger. 
Het raadsel dat me al lezend blijft bezighouden is hoe zo iemand iedereen om de tuin leidt en tegelijk heilig in z'n eigen verzinsels - een gouden toekomst voor alle deelnemers - gelooft. Hoe liegen en geloven twee verschijningsvormen van het zelfde kunnen zijn.  
Waar zoiets mee begint?
Een goed voorkomen. Een net pak en een verzorgde spraak.
Donderdag kan ik Mark Traa ondervragen over het fenomeen.

 

Norman Mailer.. duivel in kontzak..

Gijs Frieling (3)

Morgen na 21.00 in de Avonden dan toch, iets vertraagd, de rondgang met Gijs Frieling langs zijn Doctor Faustus expositie in W139 aan de Amsterdamse Warmoesstraat. Vrij naar de roman van Thomas Mann.

We komen te praten over de duivel in de - strikt van het autonome individu uitgaande - hedendaagse kunst. 
Of gaat in elke kunstenaar een duivel schuil, die alles aan zijn veronderstelde genie ondergeschikt wil maken?
De actualiteit van het pact met de duivel..

Nu schiet me een passage uit Norman Mailers 'Advertisement for myself' te binnen. Uit het hoofd:
De schrijver is uit wandelen met zijn nieuwe liefde. In een idyllisch landschap. Ze zijn een en al oog voor elkaar. Maar dat is schijn.
Plotseling sluipen er zinnen in hun verliefde dialoog die de schrijver wel heel goed uitkomen. Ze zouden perfect passen in de roman waar ie me bezig is.
Hij moet ze nu meteen opschrijven, straks zijn ze weg.
Het notitieboekje brandt hem in z'n kontzak.
Ze zal het niet leuk vinden als hij nu opeens iets gaat staan noteren, dat weet hij. Maar ja..
De liefde of de literatuur? 
De duivel wint.
 

Gijs Frieling
Beluister fragment
André Dekker even verderop aan de Emscher en zijgoot..
een van de toekomstige verblijven voor bruggasten.

Wachten op de rivier (4)

De afvoergoot de Emscher zal een riviertje worden. Naar schatting over een jaar of tien. Of dat zal lijken op het riviertje dat er voor 1850 was valt moeilijk te zeggen.

Eerst moeten schoon en vuil water nog gescheiden worden, want een riool is hier niet. Dat komt, door de mijnbouw verzakt de bodem steeds, zodat alles noodgedwongen door bovengrondse pijpen vloeit.
De brug zal zo lang wachten op water.
Ach, Ruhrgebied!
Intussen worden de gastenverblijven op de brug in gereedheid gebracht. Na 1 juni kun je op de brug logeren.
En wie Ruhrgebied-aantekeningen of foto's maakt kan ze ter plaatse kwijt.
Mail nu alvast Regina Sasse info@observatium.org

Morgen na 21.00 verslag uit Gelsenkirchen in de Avonden.

André Dekker
Beluister fragment

Pagina's