de tevreden eigenaar met z'n  - nog levenloze - pop
en daar is ze dan. hoe moet dit aflopen?

Air Doll

Sinds After Life hoort de Japanse regisseur Kare-eda voor mij tot de allergrootsten. After life, de film - over hoe dit leven te verlaten - die ik nota bene en paar jaar terug nog aan Rudy Kousbroek cadeau kon doen, die hem prachtig vond.

Maar nu dan, wat de levensadem kan aanrichten in een mensgrote, meisjesgrote sekspop.
De adem - 'pneuma' in het oude Grieks - kan er ook uit weglopen, zoals blijkt. Maar wie van eerste hulp bij opblaaspoppen weet kan ze redden.
Een spel van metaforen is het geworden. Ergens halverwege de Kleine Zeemeermin en Pinocchio.
Je gaat zitten meeverzinnen.
Een pop wordt nooit een meisje, al heeft haar maker haar een hart meegegeven. Omgekeerd kunnen mannen heel goed verliefd worden op poppen, zoals alle dagen blijkt.
Ontroerend is het moment waarop zo'n verliefde door z'n plastic vriendin - die denkt dat ie net als zij is - wordt lek gesneden. Niet te plakken.
Ontroerend? Nu ja, pijnlijk wel.
 

het museum op het mijnterrein 
Matthias Koch, het storten van slakken bij Thysen in Duisburg - genomen vanaf zijn brandweerladder
de meisjes hangen Tussenruimten van Jörg Sasse voor me op 

Ruhrblicke

Gisteren was ik ook op het uitgestrekte terrein van de voormalige kolenmijn Zollverein in Essen, waar de fototentoonstelling Ruhrblicke te zien is.

Raar. Het spectaculaire museum - het gloednieuwe SANAA gebouw van een Japans architectenduo - en het uitzicht vingen al mijn aandacht. Daarna pas kwamen de foto's.
Die waren vrij voorspelbaar. Het echtpaar Becher natuurlijk, de pioniers van de naoorlogse industriële fotografie, met hun al vaak vertoonde koeltorens en mijnliften.
Dan een scala aan fotocliché's: leegstaande gebouwen en huizen, dramatisch loslatend behang, artistiek gefotografeerde rotzooi als een oud zitkussen in een bos. 

Wel indrukwekkend vond ik de panorama's van Matthias Koch, die rondrijdt met een brandweerauto - hij schuift de ladder uit om van hoge standpunten te kunnen fotograferen.
Ook goed is Jörg Sasse. Die een kast vol afdrukken (Speicher II) heeft neergezet waaruit je mag kiezen, waarna ze voor je worden opgehangen door twee meisjes. 
Thematisch geordend: Zuhause, Durchsichten, Zwischenräume etc. Het Ruhrgebied is vol van 'tussenruimten', zowel binnen als buiten. Wij zouden zeggen 'restruimten', maar dit is betere term, om z'n contrastwerking.
Voorbeeld: een tijdelijke parkeerplaats tussen een bouwval en nieuwbouw.

Morgen in de weekendeditie van de Avonden meer.
 

André Dekker aan de verre oever..
de ploeg tijdens de schaft..
de typische onregelmatige zigzagvorm van de brug.. met de pijp van de stadsverwarming erachter.. de bodem ligt hier vol buizen.. en stuifzand is kolenstof, nog steeds..

Wachten op de rivier (3)

Vanmiddag leidde André Dekker me rond over wat ooit een brug over de Emscher zal zijn. Nu is de Emscher nog een kaarsrecht open riool in het Ruhrgebied, vijftig meter verderop, straks een riviertje. Meer nog, een fantasie.

Want hoe het ooit was weet niemand meer, zo grondig hebben kolen en staal hier sinds 1850 het landschap omgeploegd. Wat zal ontstaan is niet een in de oude toestand herstelde rivier. De Emscher die straks onder brug door vloeit is een bedenksel.
Noem het kunst. 
Nu ja, wat hier gebouwd wordt is ook een soort super boomhut. Jongens op een landje.

Op 29 mei wordt het observatorium geopend in aanwezigheid van de minister-president.
'Een brug om in te wonen' zeg ik, verwijzend naar de brughuizen in de Middeleeuwen. 'Oversteken en verblijven tegelijk.'
Het blijkt dat daar door de Observatoriumploeg grondig over is nagedacht. In de kamers op de brug zul je voor een schappelijk bedrag kunnen overnachten.
Met zicht op berkjes, vlier- en braamstruiken. Op resten beton en mijnschachten in de verte.
Maandagavond na 21.00 is onze rondgang te horen in de Avonden.  

 

schets van het project
brugrestaurant..

Wachten op de rivier (2)

Nog even voor ik morgen naar de Emscher rij. Bezinning op hoe het werkt. Het in het landschap staan, of zitten, of lopen.

Dat laatste lijkt toch het meest ingrijpend.
Als kind merkte ik eens - tijdens een tartend vervelende wandeling, toen ik mezelf probeerde bezig te houden - dat met iedere stap die ik zette de wereld veranderde.

De brug die hier gebouwd wordt is tegelijk een verbinding en een reeks van onderkomens. Zoals ze in de Middeleeuwen overal voorkwamen.
En nu alleen nog in Florence of Erfurt.
Tegelijk zijn er overal 'brugrestaurants' ontstaan over snelwegen. Met winkeltjes erin vaak. Immens populair. Van rivier naar snelweg. Let op het hoogteverschil..
 

Louis met vriendin Anneke Brassinga

Louis Lehmann

 Morgen wordt de negentigste verjaardag van de dichter, scheepsarcheoloog en componist Louis Lehmann gevierd in het Amsterdamse Perdu.

 Remco Campert zal - als jongere - uit eigen werk lezen, Juan Tajes zingt tango's. Dat komt, Louis is de zoon van een stuurman op de grote vaart die op Zuid-Amerika voer en tangoplaten mee naar huis nam. Hij speelt en componeert naast ragtimes ook habanera's en tango's.
Veel vrienden doen iets, waaronder Fik Meijer, Laurens van Krevelen, Anne van Amstel, Matthijs van Boxsel en Bindervoet en Henkes. Diana Ozon presenteert. Ik zal platen draaien uit de jaren dat Louis wekelijks zijn muziek in de Avonden liet horen.
Er gaan veel verhalen over hem. Dit vind ik een van de mooiste:
 

Louis had een tirannieke moeder, die nog steeds in Overschie woonde, waar hij geboren is. Ze werd zeer oud.
Op zekere dag in de jaren zeventig moest hij haar gaan weer eens gaan bezoeken.
Op het stationsplein kwam hij toen Yvonne van Doorn tegen, de vrouw van Johnny, die een flesje cognac bij zich had. Ze gingen op de stoep in de zon zitten en openden de fles.
En Louis begon te vertellen hoe zijn jeugd verlopen was. Hoe zijn moeder hem nooit liet buitenspelen omdat ze bang was dat hij iets zou oplopen en hoe hij daardoor mensenschuw en wereldvreemd geworden was.
Al vertellend liet hij vele treinen voorbij gaan.
Toen het flesje leeg was - Louis is gewoonlijk helemaal geen drinker - en de laatste trein vertrokken, keerde hij naar huis terug. 
 

Tags: 
nu nog..
het gebied..

Wachten op de rivier (1)

Staat op de uitnodiging die ik kreeg van Observatorium, de club van Rotterdamse ja wat? Kunstenaars? Architecten? Ontwerpers? Die ik leerde kennen bij de bouw van hun eerste observatiepost aan de rondweg om Rotterdam. Daarna volgden er meer. In New York, in Duitsland. Wat ze willen? Uitzien.

Nu doen ze mee aan wat 'Emscherkunst' heet in het kader van Ruhr2010. Immers, het Ruhrgebied (5 miljoen inwoners) is dit jaar culturele hoofdstad. En binnen tien jaar moet daar de Emscher - sinds de 19de eeuw een goot voor fabrieksafvalwater - weer een riviertje worden.
Observatorium bouwt alvast een overdekte brug. Hoewel op die plaats de rivier nog niet stroomt.
Iedereen is van harte uitgenodigd. 't Is vlak bij Essen.
Om wat te doen?
Observeren. 
Er zijn geen voorschriften, ook geen lezingen. Alleen jij en die nog onvoltooide brug, in het braakliggende land. Zegt de Duitse gastheer: 'Kann aber gut sein, dass es unvergesslich sein wird.'

Schrijf naar: info@observatorium.org  En lees de bijlage.
 

Gijs Frieling (2)

Gijs Frieling neemt afscheid van het Amsterdamse kunstencentrum W139 door - midden op de Wallen - de duivel in huis te halen.Samen met acht beeldend kunstenaars maakte hij een muurschildering naar Doctor Faustus, de grote roman van Thomas Mann.

Gijs legt uit hoe het begon bij Job. En de weddenschap tussen de duivel en God dat Job hem trouw zal blijven, wat hij ook te verduren krijgt.
Bij Thomas Mann gaat het moderner toe, daar sluipt de duivel halverwege het verhaal binnen en herinnert de hoofdfiguur aan het pact dat ze sloten.
O ja?
Het kwaad bij Mann is bedekt, onbewust, je wordt er - ondanks je nobele motieven - ingeluisd. Raakt betrokken, merkt het pas op als het te laat is.
'De duivel is aantrekkelijk, mooi, geestig en slim. En ook noodzakelijk als wegbereider voor het goede. Met god alleen komen we nergens.'
Aldus Gijs Frieling.

Dinsdagavond 4 mei wandelen we in de Avonden langs de muurschildering in W139...
 

Tags: 
een zwembad.. voor altijd..
de kinderen bij de trouwdagviering..  

Dogtooth

Is ook het Engelse woord voor 'pied-de-poûle', maar toch vooral voor de menselijke hoektand. In de gelijknamige film houdt een welgestelde vader z'n kinderen liever thuis in de ommuurde villa met zwembad.

Hij ommuurt heel hun bestaan, laat alleen toe wat past in zijn idee van het gezin. Ontwerpt een fantastische schijnwereld die ze bang houdt voor wat achter de muur ligt en al wat hem niet zint.
En de kinderen - dit is de steeds weer vergeten kern van het gezinsleven - doen zijn zin, want ze weten niet beter. Hun vader is immers god.
Denk niet dat dit bizar is.
Toen Ischa Meijer het gezin vergeleek met het concentratiekamp leek me dat heel logisch. De meeste criminaliteit vindt plaats binnen familieverband.
Als ouders hun kinderen wezenlijk niet kwijt willen - op z'n minst in de geest niet - dan doen ze alleen maar wat de taal al zegt. Ze 'hebben' kinderen. En wie iets heeft wil het toch graag houden? 
'Dogtooth' doet niets anders dan daaruit de consequenties trekken. En aan wie dacht ik? Aan Alex van Warmerdam.  
 

Tags: 
derde en laatste foto in de reeks. met excuus voor de kwaliteit, dit is een scan uit het boek 'a shimmer of possibillity'. ga naar Foam..

Paul Graham (3)

Een gezin gaat uit eten. Ze zitten buiten bij McDonalds. Een beeldverhaal. Een drieluik. Op zoek naar de pointe.

De eerste foto maakt duidelijk dat het drama zich afspeelt in de blik van het zoontje. Zijn haar is net nog nat gekamd in een scheiding. Door zijn moeder waarschijnlijk, ze zijn tenslotte uit. Zijn witte truitje is smetteloos.
Met ingekeerde blik beziet hij de voor hem uitgestalde hamburgers waarvan hij er straks een zal gaan eten.
Op de tweede foto zie je de achtergrond, een benzinestation, nu scherp.
Uitdrukkingloos deelt de jongen het voedsel rond aan de gezinsleden.
Laatste foto. De anderen hebben al gegeten, de jongen niet. Hij houdt zijn onaangeroerde hamburger in z'n linkerhand en zuigt met een geladen blik aan zijn rietje.
Geen trek, kennelijk. De vader, op de voorgrond in de schaduw, torent dreigend boven hem uit.  
Ook de anderen geven geen enkele blijk van plezier of goede zin.
'Er is iets,' weet je. Met dit gezin is van alles aan de hand.
Maar wat?

Op 16 mei komt Paul Graham weer naar Amsterdam.

de man met de sigaret (één uit de serie)
de vrouw met het plastic bordje eten (één van de serie)

Paul Graham (2)

Ik ruik het gras, ik hoor een jongen en een meisje basketballen bij avondzon. En denk aan de keren dat ik zelf voetbalde tot het zo donker werd dat je de bal niet meer zag. Paul Graham houdt van de zon, van alle zonnen. Die bij 'broad daylight', de op- en ondergaande.

Hij woonde in Japan, nu alweer en tijdje in Amerika. Een continent waar veel los ligt.
Door series te maken breekt hij uit de beperkingen van het medium. Zo bekijkt hij zijn onderwerp altijd vanuit meerdere standpunten. Door te veranderen van tijd en plaats vertelt hij verhalen.
De fotoserie is een literaire vorm.
Daarbij slaat hij zelden spijkers op hun kop. Liever kiest hij momenten voor en na een gebeurtenis. Tussen de regels.
Zijn onderwerpen zijn meest individuen. Neem de rokende man en de etende vrouw.
Hij treft ze alleen met hun voedsel en sigaret.Die ze als dieren afschermen voor de begerige buitenwereld.
Zoals katten en honden hun voerbak omklemmen.
Hoe ziet hij eruit?
Een onopvallende, wat dikke man, met een kleine digitale camera. 
Zaterdag in de Weekendbijllage van de Avonden meer.  


 

Pagina's