op de bank
buik en beker..

Paul Graham (1)

Vanmiddag in het Fotomuseum Amsterdam bij Paul Graham, de Engelsman die Amerika fotografeert. Hij woont er ook. Gewoonlijk doet Amerika zich op film of foto aan me voor als één groot en ondoordringbaar cliché.

Dat zich uitstrekt van de balkons van New Orleans tot het trammetje in San Francisco, van Central Park tot de everglades. Van lanen met houten huizen en telefoonpalen erlangs tot lange wegen door de cactussenwoestijn. Met bijbehorende muziek.
Ondoordringbaar.
Maar nu.
Een dikke man koestert een beker warme drank tegen z'n buik. Hij, z'n buik en z'n beker zijn één.
Er staan houten huizen. Je gaat zo'n huis binnen, er hangt een meisje voor de televisie, op een bank. In een houding die je laat twijfelen of ze nog kijkt of al ingeslapen is.  
Paul Graham weet hoe je kunt doordringen in het cliché.
 

Gijs Frieling (1)

Donderdag bezoek ik de scheidend directeur van het kunstencentrum W139 in Amsterdam. Zelf schilder, kreeg hij vorig jaar de Cobra Kunstprijs. Toen verscheen ook het - om z'n vormgeving bekroonde - boek 'Vernacular painting - muurschilderingen 1997-2009'. Met daarin de volgende tekst van Gijs Frieling zelf (vertaald uit het Engels):

'Eerst schilderde ik op muren omdat je dan op een werkelijk grote schaal kon werken. Ik kon schilderen wat ik maar wilde, zoals afbeeldingen van Jezus Christus, want tenslotte zouden ze altijd weer overgeschilderd worden
De laatste tijd wilde ik dat mijn muurschilderingen iets te maken zouden hebben met de architectuur van de ruimte waarin ik ze maakte, dus volgde ik plinten, deurposten en raamlijsten. Het is het ornamentele schilderen van planten, dieren, knopen en lussen dat aan de ene kant de architectuur bevestigt en aan de andere kant de atmosfeer van een ruimte totaal verandert. (...) Ik zie schilderen in essentie als een kunst van gebaren. De hand van de schilder volgt de trage gebaren van planten, wolken en bergen. Al schilderend voel je dat de wereld slechts bestaat uit gebaren met uiteenlopende snelheden.'   
 

Dinsdagavond na 21.00 is Gijs Frieling te horen in de Avonden.  

Tags: 

Wachtkamers (3)

De 'Waiting Rooms' van de schilder Branislav Mihajlovic, de Serviër die in Portugal woont, zijn al meer dan een maand weg uit de Ververs Galerie in de Amsterdamse Jordaan. Maar in mijn PC leven ze voort.

Schilderijen waarbij je kunt soezen.
Verzinken in halfdromen. Waarin de tijd zich opheft en de geest gaat dwalen.
Net als in echte wachtkamers.
Ik heb dat jong geleerd. In wachtkamers van tandartsen - het bijstellen van de beugel - van stations of overheidsinstellingen - herkeuring voor Militaire Dienst. 

De stoelen of banken die er staan worden onmatig vaak in de was gezet, net als de vloeren. Zodat er altijd glimmertjes in spiegelen.
Buiten is het immers mooi weer. Zo ontstaan ruimten die louter bestaan uit licht en schaduw.
Mooi weer. Of de duvel ermee speelt - wat hij natuurlijk ook doet.

 

Wim Brands, hier met A.L.Snijders
Marcel Duchamp

Marcel Duchamp

Vanmorgen sprak Wim Brands in zijn Boekenprogramma op tv, met K.Schippers over Marcel Duchamp (1887-1968). Wim schrijft: 'Ik heb - omdat ik weer eens veel over Duchamp heb gelezen - een readymade gemaakt van de tekst die uit een filmpje op youtube komt. Een gedicht over Duchamp, van mij, als eerbetoon:'

Marcel Duchamp

Waarom ik gestopt ben?
Ik zou u niet kunnen zeggen waarom.
Want ik heb nooit een waarom.
Schilderen kwam in mijn leven.
Ik had geen ideeën
die ik wilde uitdrukken.
Ik heb mezelf ook nooit
als professioneel kunstschilder gezien.
Dat is iemand die elke ochtend
gaat schilderen.
Hij schildert snel of langzaam,
maar hij schildert altijd.
En ik vond schilderen altijd saai.
Het kostte me altijd moeite
om 'n schilderij af te maken.
Of er 'n punt achter te zetten.
Soms deed ik er maanden over.
Zelfs over 'n naakt deed ik twee maanden.
En in die tijd maakte men al
in vijf of tien minuten 'n schilderij.
Dat vond ik niks. Ook nu ben ik
tegen het idee om snel te schilderen.
Ik geloof niet in de magie van de hand.
'Hoe minder je nadenkt hoe beter.'
Dat vind ik niet.
Waarom ben ik gestopt? Geen idee.
Ik weet niet eens of ik wel gestopt ben.

Tags: 
deel vier..
Guido in z'n werkhok

Guido van Rijn (2)

In Overveen trof ik de man die het tenslotte deed. Hij schreef het allemaal op. In nu al vier boeken, het vijfde is in de maak. Hij bracht tegelijk een reeks CD's uit met de muziek van de zwart Amerika.

Van de club die in de jaren '60 de blues ontdekte en verzamelde was het Guido van Rijn die - samen met Martin van Olderen - concerten ging organiseren. Eerst in in Amstelveen, waar hij woonde. Zo kon ik musici als Lightnin' Slim, Big Joe Williams, Johnny Shines en tal van blueszangers voor de VPRO vastleggen toen ze nog net leefden.

Ach, hoe Big Joe, de man van de zelfgebouwde 9-snarige gitaar - 'die met pleisters in elkaar zat' - kip voor hem toebereidde.
Guido's zeer leesbare bluesboeken - in het Engels - worden door wetenschappers in de Verenigde Staten geprezen en her en der uitgebracht. Hij brengt de 'African Americans' hun eigen geschiedenis, de oral-musical history waar ze altijd overheen keken.
En hij houdt het bij. De bluesvorm heeft - naast soul, R&B en funk - alles overleefd. Het jaar 2008 bracht veel Obama Blues. 
 

Guido van Rijn
Beluister fragment
Big Joe Williams in Amstelveen (1973), 9 snaren, pleisters...
de Dixie Nightingales die in 1963 het nummer Assassination (over de moord op de voor zwarten zo belangrijke president Kennedy opnamen. velen dachten dat Kennedy werd vermoord om z'n Civil Rights bill - gelijke rechten voor blank en zwart

Guido van Rijn (1)

Morgen naar Overveen, om te praten over z'n boek President Johnson's Blues, over blues en gospel uit de tijd van Lyndon Johnson, Martin Luther KIng en Vietnam (1963-1968).

Dit is Guido's vierde boek (weer met bijbehorende CD's) over de neerslag van het wel en wee van de zwarte Amerikaanse bevolking zoals te vinden in de zwarte muziek.
Heel de wijsheid, humor en levenservaring van de 'invisible people' (Ralph Ellison), heel hun manier van denken zit in die muziek. Nergens vind je een completer beeld van de 'black experience'.

Liedjes als organisatievorm.
Daarom zijn zwarte zangers zo belangrijk.
Inplaats van een politieke partij (er bestond nooit een zwarte partij) was er altijd de muziek.
En die sloeg aan. Wereldwijd.

Maandag is Guido van Rijn te horen in de Avonden. 
 

Een van de zes taferelen uit Het gesprek met de duivel van Natasja Kensmil

Doctor Faustus (2)

Het afscheidsproject van Gijs Frieling. De duivel en de kunst? Daar rijst het romantisch kunstenaarsbeeld op waar we nog steeds mee leven. De kunstenaar die zich terzijde plaatst van de maatschappij.

Hij leidt een leven in dienst van zijn kunst. Wie hem ontmoet is geen vriend, vriendin of geliefde, geen mens maar materiaal.
Dat lijkt me de kern van het pact met de duivel. Waarbij liefde wordt ingeruild voor genialiteit.
En als Adrian Leverkühn - de componist in Doctor Faustus - met de duivel in gesprek raakt, is die duivel dan echt? Of spiegelt hij net als tijdens z'n ontmoeting met Dostojevski's Iwan Karamazov alleen wat in de man tegenover hem zit?
Tegenover het onaantastbare kunstenaarschap van de 20ste eeuw zet Gijs Frieling in zijn kleine kathedraal aan Warmoesstraat de stap terug naar Middeleeuwse gemeenschapskunst.
Als toeschouwer word je een pelgrim of deelnemer aan een merkwaardige processie.
Gedenk Adrian Leverkühn. Hij was kunstenaar. Hij stierf krankzinnig.
 

Thomas Mann in 1939

Doctor Faustus (1)

Gijs Frieling neemt een bijzonder afscheid van het Amsterdamse kunstencentrum W139 in de Warmoesstraat (nummer 139). Hij haalt de duivel in huis. Ga kijken en zie ook de bijlage bij de Groene Amsterdammer van deze week.

Waar bleef het kwaad? Voorgoed verzopen in het postmodern ietsisme?
Frieling zocht acht beeldend kunstenaars bij elkaar en gaf ze de grote roman Doctor Faustus van Thomas Mann te lezen.
Daarna liet hij ze schetsen maken voor een gezamenlijke muurschildering. Een fresco lijkt het wel, want het is af, nadat er vanaf 1 februari aan gewerkt was. Zelf schilderde Frieling ook mee.
Onderwerp: het Thomas Mann-thema van de corrumpering van de Duitse cultuur door het kwaad, waarvan mensen - als het erop aankomt - heel goed weten dat het er is, en wat het is. 
Een triomf van verhalende schilderkunst, dat moest het worden. Waarbij de individuele kunstenaars zich onderschikten aan het verhaal. En wat je ziet is bijbels, doet soms denken aan de Scrovegni kapel in Padua, dan weer aan Afrikaanse vrachtwagenbeschilderingen. 
Ze grenzen aan mekaar, in een voorstelling zonder witte kaders. Je wordt erin gezogen, dat was de bedoeling van Frieling, die de regie steeds in handen hield.  
Wat hij wilde? Iets als de 'overspoelende werking' van muziek, en dat gebeurt. Zelfs geschilderde advertenties maken er deel van uit.
Zaterdag in de Weekendeditie van de Avonden meer.
 

zo lijkt  het wat, maar voor 'inlanders'' was er geen radio..  alleen voor kolonialen.
programma dat Rudy Kousbroek op Sumatra hoorde
de Phohi-studio

In Memoriam Rudy Kousbroek (4)

Rudy Kousbroek vertelde me van het Philips Technisch Tijdschrift dat hij als jongetje koesterde in het kamp in Indië. Daarin stond het zg. Philips Miller-systeem beschreven. Optisch geluid. Het werd na de oorlog in Hillversum ook beproefd maar bleek te brandbaar. In april 1990 maakte ik een tweeluik van vier uur over het weinige dat toen restte van de Indische radio. Een stuk of veertien fragmenten, bewaard van de Nederlands Indische Radio Omroep (NIROM)Bitter weinig.

Samen met Peter Schuhmacher, Bert Garthoff en Rudy Kousbroek luisterde ik ernaar.
Er waren ook wat na-oorlogse fragmenten (de NIROM bestond niet meer) van radio in Batavia. Eentje zal me heugen: een verkeerstelling (hoeveel fietsers, hoeveel auto's) uitgevoerd door padvinders.
Dat bleek voor de gasten in de studio het meest aangrijpende fragment! Opeens wandelden de heren weer door de zonnige straten van het Batavia van hun jeugd. Straten, die allemaal puur Nederlandse namen droegen.
Om met Rudy te spreken 'precies de weg weten in een stad die niet meer bestaat.
Radioarchivaris Nienke Feis heeft die twee uur nu beschikbaar gemaakt. Luister!

In de Indische schaarste kwam verandering toen de archieven van Philips opengingen en het materiaal van de zender Philips Holland-Indië beschikbaar kwam. We zonden het in vele afleveringen uit in de Avonden.
Op 19 augustus 2004 was er een -  op de Avonden-site bewaarde - slotuitzending van twee uur waarin Rudy commentaar gaf bij het mooiste van Phohi. 

Traven Torsvan (1907-1969??), één van de mensen die B.Traven hadden kunnen zijn

Clandestien leven

De wekelijkse conversatie met Arnon Grunberg, om 21.00 in de Avonden ging over 'clandestien leven'. Dat zou weleens de beste manier van leven kunnen zijn, vonden hij en een vriend met wie hij uit eten was. Een weerkerend Arnon Grunberg-thema

Voor die vriend zou dat nog min of meer uitvoerbaar zijn, maar voor Arnon? Is het mogelijk als bekend schrijver een verborgen leven te leiden?
De enige die dat bij mij weten ooit lukte was Ben Traven, schrijver van Het Dodenschip. Zelfs z'n naam. Stond er niet 'Der Traum'?
Arnon moest toegeven dat het een mooie droom was 'to have your cake and eat it'.
Daarna ging het over de kunst van het je verstoppen.
Je ziet het in misdaadfilms zo vaak dom aangepakt. Door volwassenen, let wel. Ieder jongetje weet dat je je om te beginnen heel lang muisstil moet kunnen houden.
Doen vluchtende boeven in films dat? Vergeet het. Ze zijn hun jeugd vergeten. Nooit hebben ze voorzorgen genomen, altijd verraden ze zich. En eindigt het na de rituele stapel brandende politiewagens met een bloedige zucht.
Maarja, over goede verstoppers zou je saaie films maken.  

Pagina's