de New Look van Dior in 1947. 'en dat terwijl de stof nog op de bon was'

Mode (2)

Kostuumexpert Sara van Dijk schreef in reactie op wat ik eerder opperde in Avondlog: 'Dat de damesmode in tijden van economische crisis eleganter wordt, is een bekend gegeven. In de jaren '30 was er een terugkeer naar smalle tailles en uitwaaierende rokken, in 1947 lanceerde Dior de New Look die krankzinnig veel stof vereiste in een tijd dat textiel nog op de bon was.

En dan is er nog de lipstickindex. Een cosmeticafabrikant merkte na de beursval van 1929 dat de verkoop van lippenstift steeg. Schijnt na 11 september 2001 ook te zijn gebeurd.
Misschien willen we er toch mooi uitzien als de rest minder rooskleurig is.'
En: 
'Meer informatie over mode en elegantie na 11 september is het makkelijkst te vinden door te googelen op 'lipstick index', een index bedacht door Estee Lauder waarin neergang van de economie wordt gekoppeld aan stijging van de verkoop van lippenstift.'

Morgenochtend na 10.00 is Sara te horen in de Weekendeditie van de Avonden. Het gaat over de Parijse belle epoque, naar aanleiding van de schilderijen van Alfred Stevens.

Worth, uitvinder van de mode
jurken bij Stevens (van Worth?)

Mode (1)

Zaterdag na tienen in de ochtend hoop ik in de weekendeditie van De Avonden uitvoerig te praten over 'de uitvinding van de mode'. Dit naar aanleiding van de tentoonstelling in het Van Gogh-museum van de Parijse modeschilder Alfred Stevens.

Kunsthistorica Sara van Dijk hield daar een mooie lezing, zij is een van m'n gasten. Ze wees bijvoorbeeld op Charles Frederick Worth (1825-1895), de Engelsman die de grondlegger was van de Franse haute couture.
Na een opleiding in de textiel kwam hij als twintigjarige ontwerper naar Parijs. In 1858 vestigde hij in de Rue de la Paix een modezaak.
Worth was de eerste die geen stoffen verkocht - waar de kleermaker van de klant dan iets van maakte - maar pasklare jurken en jassen. Hij trad op als een artiest, en signeerde z'n ontwerpen ook, als waren het kunstwerken. Vier keer per jaar kwam hij met een nieuwe collectie die hij - voor het eerst - liet showen door mannequins inplaats van paspoppen.
Keizerin Sisi van Oostenrijk was klant bij hem.
In 1870 had hij 1200 naaisters in dienst (de ontwerpen gingen 'pasklaar' de zaak uit, maar er werd veel vermaakt).
Worth vond zelfs het knippatroon uit.
Hij was kortweg de uitvinder van de mode.
Morgen meer.

Brueghels Kinderspelen... zonder kinderen.  
Michel van Dam vanmiddag in galerie De Stoker
het origineel (1560)

Michel van Dam (1)

Wat ik vanmiddag tegen de plint van de Amsterdamse Galerie Stoker zag staan zal me bijblijven. Drie Pieter Brueghels, maar dan zonder mensen. En dat terwijl ik ze ken als overbevolkt.Wat gebeurt er?

Allereerst worden ze opeens betreedbaar, er is ruimte voor de toeschouwer. Je loopt een middeleeuwse modderweg op, langs houten huizen.
Even dacht ik aan de set van een cowboyfilm. De saloon, de barbier.
En dan, nu zag ik voor 't eerst het lijnenspel, de diepte, de huizenbouw. En begreep, in dit virtueel decor rondlopen kan alleen als het leeg is.

Michel van Dam, die vanmiddag bezig was met de opbouw van zijn expositie - zondag is de opening - vertelde dat ie twee jaar bezig was met het ontdoen van deze stadsschappen van menselijke aanwezigheid.
Waarom? Ik zal het vragen. We maken vrijdag opnamen die maandag in de Avonden te horen zullen zijn. Denk je eens in, het figuurtje na figuurtje - op de computer - verwijderen, het dichten van de gaten, het herstellen van de voorstelling. 
Behalve beeldend kunstenaar - hij maakt droge naald-etsen, en miniaturen waarin je zijn bezetenheid van de middeleeuwen terugziet - is Michel ook bouwhistoricus.
Het begon met het weghalen van één poppetje, hoe ging het verder?       
De leegte in de beeldende kunst. Prachtig. En zonder eind.

het graf, de Sint Antoniuskapel in Leuven 
reuzenfoto van de herbegrafenis in 1936, heel Leuven hangt vol met dit soort foto's van Damiaan

Damiaan (2)

De heilige Damiaan, Jef de Veuster, stierf in 1889 en werd in 1936 herbegraven in Leuven, in de crypte van de Sint-Antoniuskapel. Ik was daar, aan zijn graf de dag voor z'n heiligverklaring, een forse platte steen, met een ornamentieke omlijsting van schelpen van Hawaï. Geen functionaris te zien. Een vriendelijke dame gaf uitleg met een groep belangstellenden. Ze zei dat ze het dwaas vond dat zoveel jaren melaatsen verplegen niet voldoende waren voor heiligheid, dat er daarvoor wonderen moesten zijn vastgesteld. De groep was het met haar eens.

Ik kocht een biografie, waaruit ik leerde dat Jef de Veuster in z’n jeugd een fanatiek kereltje was, dat alles op alles zette om Frans te leren en missionaris te worden.  
In Parijs in de Rue Picpus, waar Damiaan verder werd geschoold, woonden de missiepaters Augustijnen. De straat heette zo omdat de paters in tropen pus prikten. Tenslotte reisde hij in de plaats van z'n zieke broer naar Hawaï. 

Toen Damiaan in de leprozenkolonie op Molokaï aankwam ging hij niet - zoals afgesproken - na drie maanden weer terug maar begon orde op zaken te stellen. Een zieke leefde hier nog drie of vier jaar. Een dokter was er niet. Elke week vier of vijf begrafenissen.
Wie stierf werd voortaan begraven en niet meer door de wilde varkens opgevreten. Damiaan bestreed drank, gokken en het misbruik van jonge wezen.
En dan was er nog een concurrent, de Hagenaar Andrë Burgerman, die alle eer van de ziekenzorg voor zich wilde opeisen. Geen heilige, die André. Tenslotte gaven een artikel in een Amerikaans medisch tijdschrift en een boek over Damiaan van de Engelse Lady Brassey de doorslag. Mediabekendheid heeft de latere heilige geholpen het bizarre missie- en gezondheidsbeleid van de kerk te doorstaan. 
   

van pixels naar kruissteekjes
'Into the woods', met links beneden het tasje van Roodkapje gevuld met...  

Hinke Schreuders (2)

Met Hinke Schreuders sprak ik over de nuttige handwerken diemeisjes aanleren in de tijd dat jongens figuurzagen. Zij had er plezier in, kon verdwijnen in haar handen.

Als vanzelf stapten we over naar sprookjes.
En de rol van het meisje daarin. Meestal die van prinses toch.
Al handwerkend geen gek onderwerp om in te verzinken.
Wat voor prinsessen had je?
Als jongen somde ik op, de onaanraakbaarheid van Sneeuwwitje, de onbereikbaarheid van Assepoester, de wispelturigheid van de Prinses op de erwt.
En zo kwamen we terug bij Hinke's heldin Roodkapje. 
De naiveteit van Roodkapje, die zingend 't bos in loopt. Haar ondergang tegemoet. Of?
Gezang dat de wolf maar al te goed hoort.
Of is het juist de bedoeling dat hij het hoort?
Hier komt de twijfel aan de onschuld van Roodkapje. Zou het niet omgekeerd kunnen zijn? Verleidt Roodkapje misschien de wolf?
Je weet hoe het afloopt.
Maar ook daarin, leer ik, bestaan verschillende versies. De reddende jagersman is van later. In het oospronkelijke Roodkapje-verhaal is ze nog reddeloos.

Luister maandag na 21.00.

ps. Door storing in de verbindingen ben ik af en toe zoek.

Hinke Schreuders
Beluister fragment
de gouden handen bij het geboortehuis
het geluk van Damiaan
Damiaan-speculaas, Damiaan-koffie, alles in Tremelo (lokaal Damiaan-bier ontbreekt  hier niet)

Damiaan (2)

’t Was nog zoeken, ver achter Tremelo, op de grens met Keerbergen. Maar tenslotte rezen de gevouwen handen op, metershoog en van goud, in een bloemperk. Er omheen ligt het materiaal voor de stellages en tribunes al klaar.

Zondag wordt Damiaan officieel heilig verklaard.
In het dorp heb ik de kerk bekeken waar Damiaan gedoopt werd – zevende van acht kinderen – en waar hij de missen bezocht.
Een plaquette citeert hem op 16 november 1887, op Molokaï. Hij zegt op die dag dat hij ‘de gelukkigste missionaris van de wereld’ is.  Nu, in Leuven - waar hij begraven ligt in de crypte van de Sint Antoniuskapel - kijk ik om me heen naar de reuzenfoto’s die overal in het centrum zijn opgehangen. Op een ervan zie je Damiaan met een groep Hawaïanen, en, er is geen ontkomen aan, die man is gelukkig.
 Twee jaar later sterft hij.
 Zondag wordt het hier, in Brussel in de Koekelberg-kathedraal waar kardinaal Danneels spreekt en in Tremelo groot feest. In Leuven, hier een straatje verder is bij zijn graf een nachtwake.
 
Raadselachtige feesten zijn dat. Want wat viert men toch?
Laten we het houden op de postume roem van een dorpsgenoot. 
Zijn heiligverklaring maakt ons allen tot een beter mens.
Afgesproken? Okee. Ik heb mijn kaars gebrand, in Tremelo.  

Hinke vanmiddag voor Galerie Wetering, Lijnbaansgracht 288
zelfportret in kruissteekjes, met klassieke Engelse tekst

Hinke Schreuders (1)

Vanmiddag zag ik 'Into the woods', een doek met de in kruissteekjes uitvergrote eerste pagina van een Engels Roodkapje-boek uit 1880. Het is ruim 3 bij 2 meter, en te zien in de Amsterdamse Wetering Galerie te zien vanaf as. zaterdag. Niet eerder maakte Hinke Schreuders zoiets groots.

Roodkapje is haar oer-thema. De Roodkapje-nachtmerries uit haar vroege jeugd werken tot vandaag door, vertelde ze. 
Je ziet een donker bos, met onder de overhangende takken in de verte een huisje, en een meisjesfiguur. Daarbij in tekst de eerste alinea van het sprookje waarin de hoofdrolspeelster
op pad gaat 'into the woods'.
Het doek loopt uit op de vloer, waar een handtasje staat. Het tasje is, als je beter kijkt, gevuld met zwarte fallussen van vilt.
In het bos kan alles kan gebeuren...

In het werk van Hinke wordt het brave, huiselijke medium borduurwerk toegepast op doorgaans als 'sexy' beschouwde taferelen.
Wat er dan met een toeschouwer als ik gebeurt geeft te denken. Een naakt zelfportret van Hinke wordt in kruissteekjes een vriendelijke huisgenote. De kruissteekjes kleden haar als het ware weer aan. Een geborduurd vrouwengezicht met een kwak zaad erover wordt bijna gezellig.
Wat overkomt me?
Is het juist die 'dubbelheid' van netjes en sexy die werkt? Die opwindt? Zoals zwarte nylons op begrafenissen? Later meer.

Maandag na 21.00 is Hinke Schreuders te horen in de Avonden.

uit de handen van de watergeuzen...
Jacob Corneliszoon van Oostsanen, zelfportret

Van Oostsanen

 In september werd in de St. Bartholomeuskerk in Poeldijk (in het Westland) de herontdekte "Marteldood van de H. Bartholomeus" van Jacob Corneliszoon van Oostsanen 'onthuld'. Het heeft zelfs de TV gehaald. Het paneel kwam naar boven bij een inventarisatie van katholieke Zuid-Hollandse kerkschatten.

 Ik raakte aan Van Oostsanen toen ik dit voorjaar bovenin de Alkmaarse Laurentiuskerk de restauratie van Het Laatste Oordeel van Van Oostsanen mocht bekijken.  
Van Oostsanen heeft een actieve club achter zich van liefhebbers en restaurateurs.Geen wonder, hij (ca.1472 - ca.1533), en niet zijn leerling Jan Van Scorel, was de man die de renaissance naar Nederland bracht.
De documentatie over het Poeldijkse paneel is zeer volledig. Het is deel van een drieluik, een altaarstuk, uit de Bartholomeuskerk in Delft. Familie van de latere pastoor Verburch moet het tijdens de Beeldenstorm in 1566, uit de handen van de Watergeuzen hebben gered. Na 1666 is het in het bezit gekomen van Verburch. In dat jaar stierf namelijk zijn oudste broer, Ary, die het familiebezit beheerde. Bij de dood van Verburch vermeldt zijn codicil 'dat zijn bibliotheek inclusief de schilderijencollectie wordt toegewezen aan de Parochie en de armenkassen van de staties Poeldijk en Eyck en Duynen.' Het moet boven zijn schrijftafel hebben gehangen. Hij heeft namelijk verschillende taferelen van het paneel in zijn preken aangehaald.
Het schilderij, met zijn bizarre scènes, toont de laatste fase uit het leven van de patroonheilige en is rond 1491 geschilderd.
Trouwens, het hing - nog onerkend - vorig jaar al op de tentoonstelling van museum Boijmans van Beuningen: "Vroege Hollanders". 

Tags: 
als jonge missionaris
tegen t eind
vandaag in Tremelo

Damiaan (1)

Damiaan van Tremelo - door het volk uitverkoren als de grootste Belg, zoals Fortuyn bij ons - wordt zondag 11 oktober eindelijk officieel heilig verklaard.Niet omdat hij de lepralijders van Molokaï op Hawaï verpleegd heeft tot zijn dood erop volgde. Damiaan - en elke andere heilige - wordt heilig omdat 'in zijn naam' wonderen zijn gebeurd.

De Vlaamse missionaris (1840-1889) was al elf jaar zalig. Maar dat was op grond van een ander wonder. En nu is er eindelijk een tweede vastgesteld. Dit 'onverklaarbare wonder' dat een absolute voorwaarde is, gebeurde in Hawaï.
Bij een 79-jarige vrouw uit Honolulu. Dokters hadden de hoop voor longkankerpatiënte Audrey Toguchial opgegeven toen de kanker zonder enige vorm van therapie verdween. Volgens haarzelf genas ze na gebeden tot Damiaan en bedevaarten. 
'Dit wonder is essentieel voor de heiligverklaring', zegt Hans Geybels, woordvoerder van kardinaal Danneels. 'In het geval van een genezingswonder, zoals hier, moet er een genezing optreden die onverklaarbaar is voor de wetenschap.'
Op 18 oktober 2007 oordeelde de Medische Commissie van de Congregatie van de Heiligverklaringen van het Vaticaan dat de genezing in Hawaï 'onverklaarbaar' is. Daarna kwam de toestemming van de theologische commissie. Damiaan wordt de beschermheilge van de aidspatiënten.

In zijn tijd was nog niet bekend dat maar vijf procent van de wereldbevolking vatbaar is voor lepra. Zo komt het dat van de elfhonderd hulpverleners die hier in de loop van de 130 jaar hebben gewerkt, er maar twee lepra kregen. Damiaan was een van hen. Hij maakte zich wel kwetsbaar door nooit voorzorgsmaatregelen te nemen, en zo hard te werken dat hij altijd op de rand van de uitputting leefde. Kort voor zijn dood, toen hij al zeer verzwakt was, werd het dak van de kerk weer eens door een storm vernield. Damiaan ging aan het werk. Toen vatte hij kou. Kort daarna, op 15 april 1889, overleed hij aan een longontsteking. Hij was 49 jaar oud, maar zag eruit als tachtig. En bij dit al kan ik niet laten me af te vragen wat Damiaan ''er zelf van gevonden had''. Er zijn heel vlekkerige foto's waarom je hem ziet voetballen met de jongens, daarginds. Er is een paar keer geprobeerd hem terug te halen, maar hij bleef liever. Dit weekend ga ik naar Tremelo. Tremelo (niet ver van Leuven) staat op z'n kop, zegt men.

de Jan Roodenpoortstoren van Berkheyde
 en Cranach der Ältere

Georgium

 Het museumpje met alleen de ene kraakzoolsuppoost en ik. In Duitsland bestaan ze nog. In Dessau heet 't het Georgium. Een landgoed, niet ver van de Meisterhaüser van het Bauhaus. Een landhuis in een uitgestrekt park, waar het andere is ondergebracht, uit het verleden van het vorstenhuis van Anhalt. Veel geruststellend romantisch 18de en 19de eeuws Duits. Niets bijzonders. Behalve een paar Lucas Cranach der Ältere.En dan opeens die ene Berkheyde.

 Gerrit Adriaensz Berkheyde (Haarlem, 1638-1698), die dit voorjaar nog op onze voorpagina's kwam met z'n gezicht op nieuwgebouwde Amsterdamse grachten.   
Dit doek werd in 1946 - net als de Cranachs - door de Russische bevrijders meegenomen naar de Sovjet Unie, maar in 1958 plechtig teruggeven aan de DDR.
De toren is de Jan Roodenpoortstoren, die lag aan het Singel in Amsterdam, boven de Torensluis. De fundamenten zijn er nog. In de 19de eeuw werd de toren afgebroken om onderhoudskosten te sparen.
Er waren plannen voor herbouw, maar daar kwam nooit iets van. 

Tags: 

Pagina's