zaterdag 17 september 2011 - 23:30
Hoe zou de kunst na de kunst eruit zien?Andere middelen, andere materialen. Werden tot 1961 al gips en zand in beeldend werk gebruikt, nu kwamen plastic, aluminium, autobanden.
De catalogus vertelt van een gesprek tijdens een autorit in 1959 van Düsseldorf naar Antwerpen tussen Heinz Mack, Otto Piene en Yves Klein (de man van het blauwe monochrome doek).
Over plastieken in openbare ruimten uit lucht, water, ijs en vuur, die continu veranderden.
En het plan om op de Noordpool een tentoonstelling te organiseren. 'In principe niet voor het publiek.'
Het nooit gerealiseerde project Zero op zee (1966) wordt op de Schiedamse tentoonstelling voorstelbaar gemaakt: tien internationale kunstenaars, dertig 'totaalinstallaties' met geluid, rook, water, wind, licht en vooral beweging. En dat drie weken lang in een Zero-Gesamtkunstwerk op de Scheveningse Pier. Happenings waren voorzien, Armando zou de geluiden van de zee 'annexeren' en ze duizendvoudig over de pier laten klinken. Hij wilde ook de zee zwart verven. Er kwam een Zero-vuurwerk met reuk en nog veel meer.
Maar de kwetsbare constructies bleken onverzekerbaar, in april 1966 stormde het en financier Zwolsman ging failliet.
Het werd meteen ook het einde van Nul als beweging, en tegelijk een aanloop naar conceptuele kunst, land- en minimal art.
Maandag na 22.00 in de Avonden meer