Wachtkamers (3)

De 'Waiting Rooms' van de schilder Branislav Mihajlovic, de Serviër die in Portugal woont, zijn al meer dan een maand weg uit de Ververs Galerie in de Amsterdamse Jordaan. Maar in mijn PC leven ze voort.

Schilderijen waarbij je kunt soezen.
Verzinken in halfdromen. Waarin de tijd zich opheft en de geest gaat dwalen.
Net als in echte wachtkamers.
Ik heb dat jong geleerd. In wachtkamers van tandartsen - het bijstellen van de beugel - van stations of overheidsinstellingen - herkeuring voor Militaire Dienst. 

De stoelen of banken die er staan worden onmatig vaak in de was gezet, net als de vloeren. Zodat er altijd glimmertjes in spiegelen.
Buiten is het immers mooi weer. Zo ontstaan ruimten die louter bestaan uit licht en schaduw.
Mooi weer. Of de duvel ermee speelt - wat hij natuurlijk ook doet.

 

Wim Brands, hier met A.L.Snijders
Marcel Duchamp

Marcel Duchamp

Vanmorgen sprak Wim Brands in zijn Boekenprogramma op tv, met K.Schippers over Marcel Duchamp (1887-1968). Wim schrijft: 'Ik heb - omdat ik weer eens veel over Duchamp heb gelezen - een readymade gemaakt van de tekst die uit een filmpje op youtube komt. Een gedicht over Duchamp, van mij, als eerbetoon:'

Marcel Duchamp

Waarom ik gestopt ben?
Ik zou u niet kunnen zeggen waarom.
Want ik heb nooit een waarom.
Schilderen kwam in mijn leven.
Ik had geen ideeën
die ik wilde uitdrukken.
Ik heb mezelf ook nooit
als professioneel kunstschilder gezien.
Dat is iemand die elke ochtend
gaat schilderen.
Hij schildert snel of langzaam,
maar hij schildert altijd.
En ik vond schilderen altijd saai.
Het kostte me altijd moeite
om 'n schilderij af te maken.
Of er 'n punt achter te zetten.
Soms deed ik er maanden over.
Zelfs over 'n naakt deed ik twee maanden.
En in die tijd maakte men al
in vijf of tien minuten 'n schilderij.
Dat vond ik niks. Ook nu ben ik
tegen het idee om snel te schilderen.
Ik geloof niet in de magie van de hand.
'Hoe minder je nadenkt hoe beter.'
Dat vind ik niet.
Waarom ben ik gestopt? Geen idee.
Ik weet niet eens of ik wel gestopt ben.

Tags: 
deel vier..
Guido in z'n werkhok

Guido van Rijn (2)

In Overveen trof ik de man die het tenslotte deed. Hij schreef het allemaal op. In nu al vier boeken, het vijfde is in de maak. Hij bracht tegelijk een reeks CD's uit met de muziek van de zwart Amerika.

Van de club die in de jaren '60 de blues ontdekte en verzamelde was het Guido van Rijn die - samen met Martin van Olderen - concerten ging organiseren. Eerst in in Amstelveen, waar hij woonde. Zo kon ik musici als Lightnin' Slim, Big Joe Williams, Johnny Shines en tal van blueszangers voor de VPRO vastleggen toen ze nog net leefden.

Ach, hoe Big Joe, de man van de zelfgebouwde 9-snarige gitaar - 'die met pleisters in elkaar zat' - kip voor hem toebereidde.
Guido's zeer leesbare bluesboeken - in het Engels - worden door wetenschappers in de Verenigde Staten geprezen en her en der uitgebracht. Hij brengt de 'African Americans' hun eigen geschiedenis, de oral-musical history waar ze altijd overheen keken.
En hij houdt het bij. De bluesvorm heeft - naast soul, R&B en funk - alles overleefd. Het jaar 2008 bracht veel Obama Blues. 
 

Guido van Rijn
Beluister fragment
Big Joe Williams in Amstelveen (1973), 9 snaren, pleisters...
de Dixie Nightingales die in 1963 het nummer Assassination (over de moord op de voor zwarten zo belangrijke president Kennedy opnamen. velen dachten dat Kennedy werd vermoord om z'n Civil Rights bill - gelijke rechten voor blank en zwart

Guido van Rijn (1)

Morgen naar Overveen, om te praten over z'n boek President Johnson's Blues, over blues en gospel uit de tijd van Lyndon Johnson, Martin Luther KIng en Vietnam (1963-1968).

Dit is Guido's vierde boek (weer met bijbehorende CD's) over de neerslag van het wel en wee van de zwarte Amerikaanse bevolking zoals te vinden in de zwarte muziek.
Heel de wijsheid, humor en levenservaring van de 'invisible people' (Ralph Ellison), heel hun manier van denken zit in die muziek. Nergens vind je een completer beeld van de 'black experience'.

Liedjes als organisatievorm.
Daarom zijn zwarte zangers zo belangrijk.
Inplaats van een politieke partij (er bestond nooit een zwarte partij) was er altijd de muziek.
En die sloeg aan. Wereldwijd.

Maandag is Guido van Rijn te horen in de Avonden. 
 

Een van de zes taferelen uit Het gesprek met de duivel van Natasja Kensmil

Doctor Faustus (2)

Het afscheidsproject van Gijs Frieling. De duivel en de kunst? Daar rijst het romantisch kunstenaarsbeeld op waar we nog steeds mee leven. De kunstenaar die zich terzijde plaatst van de maatschappij.

Hij leidt een leven in dienst van zijn kunst. Wie hem ontmoet is geen vriend, vriendin of geliefde, geen mens maar materiaal.
Dat lijkt me de kern van het pact met de duivel. Waarbij liefde wordt ingeruild voor genialiteit.
En als Adrian Leverkühn - de componist in Doctor Faustus - met de duivel in gesprek raakt, is die duivel dan echt? Of spiegelt hij net als tijdens z'n ontmoeting met Dostojevski's Iwan Karamazov alleen wat in de man tegenover hem zit?
Tegenover het onaantastbare kunstenaarschap van de 20ste eeuw zet Gijs Frieling in zijn kleine kathedraal aan Warmoesstraat de stap terug naar Middeleeuwse gemeenschapskunst.
Als toeschouwer word je een pelgrim of deelnemer aan een merkwaardige processie.
Gedenk Adrian Leverkühn. Hij was kunstenaar. Hij stierf krankzinnig.
 

Thomas Mann in 1939

Doctor Faustus (1)

Gijs Frieling neemt een bijzonder afscheid van het Amsterdamse kunstencentrum W139 in de Warmoesstraat (nummer 139). Hij haalt de duivel in huis. Ga kijken en zie ook de bijlage bij de Groene Amsterdammer van deze week.

Waar bleef het kwaad? Voorgoed verzopen in het postmodern ietsisme?
Frieling zocht acht beeldend kunstenaars bij elkaar en gaf ze de grote roman Doctor Faustus van Thomas Mann te lezen.
Daarna liet hij ze schetsen maken voor een gezamenlijke muurschildering. Een fresco lijkt het wel, want het is af, nadat er vanaf 1 februari aan gewerkt was. Zelf schilderde Frieling ook mee.
Onderwerp: het Thomas Mann-thema van de corrumpering van de Duitse cultuur door het kwaad, waarvan mensen - als het erop aankomt - heel goed weten dat het er is, en wat het is. 
Een triomf van verhalende schilderkunst, dat moest het worden. Waarbij de individuele kunstenaars zich onderschikten aan het verhaal. En wat je ziet is bijbels, doet soms denken aan de Scrovegni kapel in Padua, dan weer aan Afrikaanse vrachtwagenbeschilderingen. 
Ze grenzen aan mekaar, in een voorstelling zonder witte kaders. Je wordt erin gezogen, dat was de bedoeling van Frieling, die de regie steeds in handen hield.  
Wat hij wilde? Iets als de 'overspoelende werking' van muziek, en dat gebeurt. Zelfs geschilderde advertenties maken er deel van uit.
Zaterdag in de Weekendeditie van de Avonden meer.
 

zo lijkt  het wat, maar voor 'inlanders'' was er geen radio..  alleen voor kolonialen.
programma dat Rudy Kousbroek op Sumatra hoorde
de Phohi-studio

In Memoriam Rudy Kousbroek (4)

Rudy Kousbroek vertelde me van het Philips Technisch Tijdschrift dat hij als jongetje koesterde in het kamp in Indië. Daarin stond het zg. Philips Miller-systeem beschreven. Optisch geluid. Het werd na de oorlog in Hillversum ook beproefd maar bleek te brandbaar. In april 1990 maakte ik een tweeluik van vier uur over het weinige dat toen restte van de Indische radio. Een stuk of veertien fragmenten, bewaard van de Nederlands Indische Radio Omroep (NIROM)Bitter weinig.

Samen met Peter Schuhmacher, Bert Garthoff en Rudy Kousbroek luisterde ik ernaar.
Er waren ook wat na-oorlogse fragmenten (de NIROM bestond niet meer) van radio in Batavia. Eentje zal me heugen: een verkeerstelling (hoeveel fietsers, hoeveel auto's) uitgevoerd door padvinders.
Dat bleek voor de gasten in de studio het meest aangrijpende fragment! Opeens wandelden de heren weer door de zonnige straten van het Batavia van hun jeugd. Straten, die allemaal puur Nederlandse namen droegen.
Om met Rudy te spreken 'precies de weg weten in een stad die niet meer bestaat.
Radioarchivaris Nienke Feis heeft die twee uur nu beschikbaar gemaakt. Luister!

In de Indische schaarste kwam verandering toen de archieven van Philips opengingen en het materiaal van de zender Philips Holland-Indië beschikbaar kwam. We zonden het in vele afleveringen uit in de Avonden.
Op 19 augustus 2004 was er een -  op de Avonden-site bewaarde - slotuitzending van twee uur waarin Rudy commentaar gaf bij het mooiste van Phohi. 

Traven Torsvan (1907-1969??), één van de mensen die B.Traven hadden kunnen zijn

Clandestien leven

De wekelijkse conversatie met Arnon Grunberg, om 21.00 in de Avonden ging over 'clandestien leven'. Dat zou weleens de beste manier van leven kunnen zijn, vonden hij en een vriend met wie hij uit eten was. Een weerkerend Arnon Grunberg-thema

Voor die vriend zou dat nog min of meer uitvoerbaar zijn, maar voor Arnon? Is het mogelijk als bekend schrijver een verborgen leven te leiden?
De enige die dat bij mij weten ooit lukte was Ben Traven, schrijver van Het Dodenschip. Zelfs z'n naam. Stond er niet 'Der Traum'?
Arnon moest toegeven dat het een mooie droom was 'to have your cake and eat it'.
Daarna ging het over de kunst van het je verstoppen.
Je ziet het in misdaadfilms zo vaak dom aangepakt. Door volwassenen, let wel. Ieder jongetje weet dat je je om te beginnen heel lang muisstil moet kunnen houden.
Doen vluchtende boeven in films dat? Vergeet het. Ze zijn hun jeugd vergeten. Nooit hebben ze voorzorgen genomen, altijd verraden ze zich. En eindigt het na de rituele stapel brandende politiewagens met een bloedige zucht.
Maarja, over goede verstoppers zou je saaie films maken.  

Maarten met tafel

Maarten Baas (4)

Op de boerenzolder waar Maarten Baas zijn bedrijf bestiert hebben we het over zijn door mensenhanden voortbewogen klokken. Nog steeds te zien in het Zuiderzee Museum. En niet te missen. Over zijn meubels en zijn nieuwe Iphone app die voor een euro te koop is: een digitaal klokje in je mobiel dat door een mannetje wordt voortbewogen. Nee, geen duur collectors item.

 Maarten Baas kwam in 2002 van de Eindhovense designacademie. En brak onmiddellijk in de Verenigde Staten door met z'n 'Smoke' project. Tafels en stoelen die hij eerst in brand stak en daarna met lak bewerkte.
Ik sprak hem, zittend aan zo'n tafel.
Rare sensatie, je vingers gaan toch steeds langs de structuur van verbrande planken. Niet onaangenaam. Het lijkt ook of ze nog naar brand ruiken, maar dat is suggestie.
 Op de vraag naar het 'waarom' heeft hij nog steeds geen antwoord. Hij deed het zeker niet uit agressie tegen wat dan ook.
Eerder uit een gevoel voor 'zuiverheid'. Een mooi antwoord voor iemand die opereert aan de grens van vormgeving en kunst. Hij zei niet 'reinigend vuur', wat hij had kunnen doen.
Na enig aandringen wil hij wel toegeven dat hij niet zo houdt van de hang naar perfectie in zijn vak, de design. Want, hoe hoort het daar eigenlijk? Geen krasjes, toch liever. Er is weliswaar een marge voor een zekere - gecontroleerde - slordigheid, maar verbrand, nee.
Zo'n verkoold tafelblad vindt ie mooi. Dat is het. Ik nu ook.

 

Tags: 
Carl Michael Bellman (1740-1795)
Rudy Kousbroek (1929-2010)

In Memoriam Rudy Kousbroek (3)

Gisteren, op Nieuw Eykenduinen in Den Haag, waar Rudy nu begraven ligt, werd een lied gespeeld van de Zweedse zanger en liedjesschrijver Carl Michael Bellman (1740-1795).

Kousbroek heeft in 2001 in onze Music-Hall een voordracht gehouden over Bellmann en toen ook dit lied - uitgevoerd door Cornelis Vreeswijk - laten horen. De tekst staat nu in z’n bundel ‘Restjes’.
Bellman, nog steeds de grote man in de Zweedse liedtraditie.
Zijn belangrijkste werk zijn de 'liederen van Fredman' en de 'Epistels van Fredman', waaronder veel caféliederen. Seks en drank staan bij Bellman altijd in het licht van de eindigheid.

Fredmans Epistel No 81 (1789 of '90).
Fredman en Movitz begraven een herbergierster.

Kijk Movitz, mon frère, kijk hoe onze schaduw
Zich oplost in het donker,
Hoe het goud en paars op de spade, daarginds,
Verandert in gruis en vodden.
Charon wenkt ons van over zijn bruisende stroom,
En dan, driemaal, de doodgraver zelf;
Nooit zul je je druiven meer persen!
Daarom, Movitz, help mij tillen
Deze grafsteen over onze zuster.

Ach, schuur van verlangen, verscholen
Onder de ruisende takken,
Waar de tijd en de dood mooi en lelijk
Tot één stof verenigt!
De afgunst, die weet tot jou nooit de weg,
Het geluk, anders zo snel en gewiekst,
Dwaalt nooit tussen de graven.
Zelfs de vijand met al zijn geweld, denk je in,
Ontdoet zich daar vroom van zijn pijlen.

De kleine klok luidt door het gedreun van de grote,
De Cantor staat bij de groenomkranste poort,
En onder het snerpende bidden van de jongens,
Heiligt deze plek.
Een pad naar de tempelstad, met graven versierd,
Wordt getreden in de vergeelde bladeren van de rozen,
Tussen vermolmde planken en draagbaren;
Totdat de lange rij in het zwart
Diep zich buigt, in tranen.

Zo ging ter ruste, van vechten en feesten,
Ruziemaker Löfberg, je vrouw;
Daar in het gras, met je lange hals en mager,
Sta je nog terug te kijken.
Van de Bomen van Danto nam zij afscheid vandaag,
En met haar, al de vrienden van vroeger.
Wie zal nu over de fles bevelen?
Van dorst verging zij en verga ook ik,
Van dorst vergaan we allemaal.

Tags: 

Pagina's