Job (2006)
detail

Kamagurka (3)

In het Jan van der Togt-museum in Amstelveen is ook die ene reusachtige voorloper van zijn schilderwerk van nu te zien: Job. Uit de tijd dat Kama nog louter met enkele lijnen wekte. Picasso's Guernica is in de buurt... Job dateert uit 2006, toen de zomermanifestatie Beaufort heel de Belgische kust bestreek.

De verslaggever van Humo beschreef het zo: 'Voor me rijst een monumentaal schilderij op. Het doek is zo groot dat de schilder er een rolsteiger bij nodig heeft. Het is geïnspireerd op een literair hoogtepunt uit de bijbel: het boek Job, het oudtestamentische horrorverhaal van de vrome rijkaard Job, wiens geloof door de Here wreedaardig op de proef wordt gesteld, want de Here hoeft geen beschuldiging van misdaden tegen de menselijkheid te duchten, en ook geen menselijkheid.
Centraal op het schilderij staart de verhakkelde, grandguignoleske Job je met één oog aan: een oog dat meer dan genoeg heeft gezien.

Even later bevindt de verslaggever zich zevenhoog, met uitzicht op zee, in het badplaatsje Mariakerke. Nu ze hier toch zijn, wil Kamagurka hem iets laten zien:
'Hij schuift het raam open en begint buitenshuis met een boterham te wapperen. Het duurt geen dertig seconden of de eerste meeuw meldt zich aan: ze blijft roerloos hangen, nauwelijks een meter van ons verwijderd: een surplace tussen hemel en aarde, een wonderlijk geval van luchttrappelen met vleugels. Pas als Luc Zeebroek de boterham op de vensterbank legt, vliegt ze ermee weg.'
 

Fritzi (2)

 Morgen gaat het in de Weekendeditie over Fritzi ten Harmsen van der Beek, de schrijfster die vorig jaar overleed. Maurits Rubinstein registreerde al heel vroeg haar voordrachten. Ze tekende ook.

 Thomas Rap gaf in 1969 een klein vierkant boekje uit met 'Gewone Piet & Andere Piet' een Paasverhaal dat ze voor haar zoontje Gilles maakte.
De winter gaat voorbij. Twee mannelijke vogels maken een nest en leggen eieren. Een van de twee wordt opgevreten door de kat, maar verrijst toch.
Laatste regels: 'Wel, vogels hebben natuurlijk geen idee van de wederopstanding en ook niet van persoonsverwisseling. Ze zijn, vanuit hun Eigenpiet, iedereens Anderepiet z'n eigen. En omgekeerd.
Daar is een hoop voor te zeggen.
En dit is dan ook het soort Paasvertelling die men NIET moet voorlezen aan vogels.'
Wie legt me dit uit? 

de eerste dag...
...van de Kamalmanak... in het jaar 2008 

Kamagurka

'De gevolgen van de Kamalmanak' heet de Kamagurka-tentoonstelling in Amstelveen. Dat kwam zo, verzamelaar Marc Coucke stelde hem voor om een jaar lang, het jaar 2008, één schilderij per dag te gaan maken. Het resultaat werd de 'Kamalmanak', ook de titel van het boek, waar ze alle 365 in staan en dat in Amstelveen te krijgen is.

Sindsdien schildert Kamagurka verder: 'Wat ik maak is een gevolg van 2008. Het verschil is dat ik nu elke dag schilder en niet meer elke dag één schilderij maak.'
Hier de eerste twee uit de Kamalmanak.
Het begon er ooit mee dat de kleine Luc Zeebroek (1956) in de verfwinkel van zijn ouders in Nieuwpoort, aan de Belgische kust, alle glazen buisjes pigment één voor één op de grond stukgooide. En zo de schilderkunst ontdekte.
Hij beleeft veel plezier aan het bedenken van titels.
'Die titels dwingen mij om mijn schilderijen een zekere noodzakelijkheid te geven. En ze zorgen ervoor dat mijn schilderijen niet al te serieus worden.'

De Kamalmanak laat zien dat er zoiets bestaat als een Belgische schilderkunst en dat Kamagurka de jongste loot is aan de 'surrealistische' stam. Het meest nog - denk ik - verwant met Roger Raveel.
Zaterdag tegen 11.45 in de weekendeditie van de Avonden meer.
 

(onleesbaar) (2010)
Bringing the sun back home (2010)

VELUX-ART

TEN EINDE VAN OPTI-MAAL VAN DE HOLLAND-SE LUCHTEN TE GE-NIETEN INSTALLEERDE IK IN ELK SCHILDERIJ EEN VELUXRAAM.

 Dit staat te lezen in het zaaltje in het Jan van der Togt Museum in Amstelveen waar - als onderdeel van de grote schilderijententoonstelling van Kamagurka - de reeks Velux-Art te zien is.
Tomas Hillebrand wist te vertellen dat Kama in z'n atelier werkelijk Velux ramen heeft, zodat het niet verwonderlijk is dat daar iets mee gebeurde.

 Een heel verrassende tentoonstelling. Kamagurka heeft zich in luttele jaren ontpopt tot schilder.
Heel de Belgische schilderkunst zoals ik die maar noem, van Spilliaert tot Magritte en Raveel echoot in z'n werk.
En daarnaast zie je hoe hij begon, met zijn behandeling van de kubisten en Mondriaan.
Maar nu is het hem dan gelukt om wat je van hem kent, zijn zwartwitte comics met tekst en plaatje, over te brengen naar 'het schilderij'.
 

door een mannetje zichtbaar verknipt en verplakt..

Maarten Baas (3)

Een bezoek aan de werkplaats van meubeldesigner Maarten Baas bij Den Bosch. Ik vroeg hem naar zijn door mensenhanden voortbewogen klokken in het Zuiderzee Museum. En hij vertelt - primeur - over zijn juist gelanceerde analoog-digitale 'Real Time Iphone App'.

Wat betekent dat je een digitaal uurwerk op je mobieltje meedraagt waarin een mannetje verborgen zit dat elke minuut, precies op tijd, de digitale cijfers op de display handmatig verknipt en verplakt.
Zodat een zeven en acht wordt etc.

Een echt mannetje in een digitaal klokje op je telefoon, zei Maarten. En demonstreerde zijn vinding. 
Mijn reactie: 'Jee dat wil ik ook'.
Maandag is hij te horen in de Avonden.
 

Tags: 
in 2007 in de tuin..
deze niet

In Memoriam Rudy Kousbroek (2)

Onze grootste essayist sinds Multatuli is gestorven.Iemand die je las en leest om z'n mening. Omdat die mening altijd gebaseerd was op inzicht en feitenkennis.

En dan, de Zingende Honden. Ik kon hem vertellen hoe het wonder - eind jaren '40 - tot stand kwam: je neemt talloze hondenblafjes op, op magnetofoonband. Je rangschikt ze op toonhoogte.
Daarna monteer je de blafjes op de plaats van de muzieknoten. Tenslotte draai je het resultaat af en laat een muzikant of een orkestje meespelen.
En dat geheel leg je dan weer vast.    
Wat ons allebei het meest bleef verbazen was de ontroering die het resultaat - steeds weer - bij ons teweegbracht. 
En wat ik zag was hoe in de Zingende honden heel de Rudy Kousbroek-thematiek samenkwam: Poëzie en techniek reikten elkaar de hand.. Mens en Machine.. En dan: de zo merkwaardige, maar niet te stuiten menselijke ontroering om dieren.

De grote strijd die Rudy Kousbroek onafgebroken heeft geleverd was die met de 'de ongecijferdheid'.
In zijn woorden: 'De zwakte van onze samenleving is het mislukken, in zekere zin, van de wetenschappelijke revolutie - te veel mensen begrijpen eenvoudig niet wat wetenschap is en hebben geen idee van de manier van denken die eraan ten grondslag ligt.'
Die strijd is nog maar net begonnen.
En waar is de nieuwe Rudy Kousbroek die we nu zo nodig hebben?
Iemand die poëzie en natuurwetenschappen beide kent, en die ze met elkaar weet te verzoenen?

Morgen na 20.00 is hij te horen de Avonden.
 

I.M. Rudy Kousbroek
Beluister fragment
Rudy demonstreert een zelf gemaakte katapult  (2007) 

In Memoriam Rudy Kousbroek (1)

Vorige week kwam met post een exemplaar van Restjes, Anathema's 9. Voorin staat geschreven 'op de valreep - van hun toegewijde vriend...'. En de datum, 25 maart 2010.Dat het echt op de valreep geschreven was bleek vandaag.

Rudy Kousbroek is gestorven.
Verdriet. Het begon er lang geleden mee dat we aan de praat raakten over De Zingende Honden (Don Charles and his Singing Dogs).
We deelden een onbegrijpelijke ontroering om de geknipte blafjes waarmee deze onbestaanbare dieren hun liedjes zingen.

Dinsdag in De Avonden meer.
 

Tags: 
ontwerp van Jan van Scorel voor de Zijpe-polder
Wouter Reh, tegen de verrommeling van de polder

Polder (4)

Morgen na 21.00 is landschapsarchitect Wouter Reh te horen in de Avonden, een van de vier Delftse auteurs van de Polderatlas van Nederland. Een polder, een stuk vlak land met een eigen, kunstmatig gereguleerde waterhuishouding, meer is het niet. Een manier om, droge voeten te houden in onze moeraslagune achter de oude strandwallen. Maar Nederland 'verrommelt'. De karakteristieke weidsheid van het polderlandschap, vlak zover oog reikt, die weidsheid dreigt ten prooi te vallen aan de eigentijdse hang naar gezelligheid. Zegt Wouter Reh.

Het eerste concept voor bedijking van een groot kweldergebied in Noord-Holland, inclusief de eilanden Huisduinen en Wieringen, was van de schilder Jan van Scorel (1495-1562).
In 1522 was hij medewerker van de Nederlandse paus Adrianus geweest, in Rome. Later werd hij ingenieur en verbeterde onder meer de haven van Harderwijk.
En nu maakte hij een ontwerp voor de Zijpe-polder, waarop hij schreef 'Ende sal genaemt werden Nova Roma'.
Hij tekende er vast zeven kerken op, vernoemd naar de Romeinse.
Het nieuwe land werd zo een gewijde ruimte. De landwinning kreeg een ziel. Waarmee gezegd wil zijn dat inpolderen een sacrale bezigheid is. En verrommelen een zonde.
Bij de droogmaking in 1597 kwam van Van Scorels hooggestemd ontwerp weinig terecht. Van de zeven kerken verrezen er maar drie.
 

Niels Bokhove voor het huis Oudegracht 341, waar Awater ontstond, eenhoog voor.
Josine en Nijhoff in 1935

Jootje en Pom

De foto is van 1935, ze kenden elkaar toen drie jaar. Zij was Josine Van Dam van Isselt, lerares Oude Talen in Utrecht. Hij, de dichter Martinus Nijhoff was getrouwd, weliswaar met een lesbienne, maar scheiden kon toch niet en de relatie met 'Jootje' moest min of meer geheim blijven.

De relatie duurde veertien jaar. Josine Van Dam van Isselt blijkt de 'muze' te zijn geweest van onder meer het Utrechtse epos Awater.
Dat is de kern van het boek - vol nieuw materiaal - dat Niels Bokhove schreef over Nijhoffs Utrechtse periode - zijn vruchtbaarste, en dat nu verschenen is bij Bas Lubberhuizen als 'Awaters spoor'.
Wat een geschenk! Ook al omdat een echte Nijhoff- biografie nog steeds op zich laat wachten.
Van Jootje hoorde ik voor het eerst toen ik in 2007 met Bokhove door Utrecht wandelde, welke wandeling ritueel eindigde bij het adres Oudegracht 341, waar behalve Nijhoff in de jaren dertig oa. Jan Engelman en Pijke Koch woonden.
We ontmoetten er toen de zoon van Koch, die net aan het verhuizen was. En ik zag de vrijwel onveranderde kamer eenhoog voor waar Nijhoff aan het raam zat bij het schrijven van Awater.
In dat gedicht zingt Awater in een vol restaurant 'zijn lied'. Welk lied staat er niet bij. Maar het gaat om sonnet 250 uit Petrarca's Canzoniere, dat zo begint: 

De dag waarop de zon uit mededogen
met Hem die haar geschapen had ontkleurde.
werd ik, o liefste, ofschoon ik niets bespeurde,
gevangen door de schoonheid van jouw ogen.

Omdat jouw blikken in mijn richting vlogen
(...)
 

de installateur
Insula dei (2004)

Wonen

 Frank Halmans is een meesterloodgieter, electricien en metselaar. Hij weet raad met pvc, electra, koper en lood.Wat bouwt komt dicht op de huid. De vragen die hij stelt zijn zo simpel en direct. Wat is een huis, wat is wonen? Een mens is een huis is een mens. Er is bedekking, bekleding, huid, er zijn openingen

 Het doet denken aan de animaties die Terry Giliam maakte voor Monty Pythons Flying Circus. De buizen, de pijpen. We lopen rond met een lichaam vol buizen en pijpen. Net als een huis leeft een lichaam op het scherp tussen binnen en buiten. Kwetsbaar.
Frank Halmans hoort tot de mensensoort die voorwerpen van straat opraapt. 
Hij respecteert de materie.
Hij heeft een flatje nagebouwd op ware grootte, met dit verschil dat hij alle meubelstukken en het sanitair met ijzeren consequentie heeft versmald tot een derde.
 Zo krijg je een zeer smalle wc, zeer smalle stoelen en bedden en zo meer. Zo smal dat geen mens kan erop zitten of in liggen.
Er zijn dan ook geen bewoners te zien.
Ze zijn verdwenen.  
De titel is dus zeer toepasselijk: 'La disparition' (2007). Dit vrij naar het boek van Georges Perec waarin geen e voorkomt.

 Morgen sta ik in het Centraal Museum in Utrecht en doe verslag van z’n eerste grote solotentoonstelling
 

Tags: 

Pagina's