Hélène Gelèns (1)

Je schrijft altijd - tot je verbazing - iets anders dan wat je schrijft. Anders zou het ook snel vervelen. Het begint met gedachten, en terwijl die tot zinnen op het scherm worden overkomt ze iets. En dat is maar goed ook.Ik lees de nieuwe - tweede - bundel van Hélène Gelèns - 'zet af en zweef''.

En denk aan het rennen van kinderen. Je bent een jaar of acht en je rent van huis naar school. Je rent de hele dag.
Je rent de wereld tevoorschijn. De wereld rent jou tevoorschijn. Je ben één met de wereld, in de beweging.
Er staat:

'niet wij rennen
het park rent'

Zou ze hardlopen? Ik zal het haar vragen.
Eentje heet 'de afzet voor het zweven':

'neem uit ongeremd rennen één stap
uit de stap de afzet voor het zweven
bevries in dat moment...'

Ik zie haar in de lucht blijven hangen, als Popeye, malende benen boven de afgrond... gevangen in de eindeloosheid voor de val.
Ze schrijft er bij: 'wen'.
Eraan wennen. Heus, dat kan.

in bange afwachting van het Laatste Oordeel...
de zelfde scène getekend in 1885..

Laatste Oordeel

 In het Alkmaars Museum zag ik een nieuw fragment van de gewelfschildering van het Laatste Oordeel door Jacob Corneliszoon van Oostsanen (1518) van dichtbij. Vorig jaar stonden daar ook al twee van die enorme panelen uit het koorgewelf van de Grote Sint Laurenskerk. Straks, als het werk gedaan is worden ze teruggetakeld naar boven. Zou er dan nog ooit een kans komen ze van nabij te bekijken?

 In de hal van het museum staat een klein restauratieatelier waar je op dinsdag, donderdag en vrijdag het werk kunt volgen. Sinds 2003 leiden Willem Haakma Wagenaar - met wie ik vorig jaar een reportage maakte in de nok van de kerk - en Edwin van den Brink de restauratie. De schilderingen hebben veel te lijden gehad van lekkage, verplaatsing en herstelwerkzaamheden.
Vooral het aanbrengen van een vernislaag in 1941 zorgde voor problemen. Hij spiegelde zo dat je beneden in de kerk zowat niks meer zag. Nu is ie verwijderd.
Nieuwe restauraties worden zo uitgevoerd dat je ze altijd weer kunt weghalen.
 

Tags: 
het Laatste oordeel
Beluister fragment
Andrei met zelfgetimmerde camera in z'n Amsterdamse atelier
Spoetnik (2009) betekent reisgezel, 'denk aan de slak en zijn huis'

Andrei Roiter (4)

In het Stedelijk Museum in Den Bosch is de tentoonstelling 'One' te zien van de Russische schilder, fotograaf en installatiebouwer Andrei Roiter. De 21 schilderijen in Den Bosch gaan allemaal over huizen en wonen. Maar hoe!

De vervallen behuizingen die hij schildert verheffen zich, ze vliegen. Hij zegt 'Ik vlieg niet, de huizen vliegen in mijn hoofd. Door de herinnering, de verbeelding. Ik heb ze uit hun context gehaald en nu zweven ze door mijn geest.
Hij droomt ervan.
Wat is er zo Russisch aan zijn werk?
Na twintig jaar in het Westen zijn zijn ogen nog steeds Russisch, zegt hij.
Wat dat is? Geen idee. En als hij het zou weten hield hij op.
Een kunstenaar moet zijn identiteit blijven zoeken. Z'n verhaal vertellen. Steeds weer.
Wel houdt hij van het tragi-komische. Over straat  lopen, daar begint het mee. Hoe? Gespannen, met zoekende ogen, een camera en een schetsboek bij de hand.
We eindigen bij 'Space Odyssey'. Daar zie je het: een vervallen houten schuur kan bij Andrei Roiter worden tot science fiction.

Morgen na 21.00 is hij te horen in de Avonden.

Andrei Roiter
Beluister fragment
de voorpagina van de Volkskrant op 23 februari

Mode

Mode is een taal. De kleren die je draagt herbergen mededelingen voor de anderen, zijn een vorm van communicatie. Je spreekt, en je verstaat, omdat er gedeelde ideeën over uiterlijk bestaan. Heel praktisch - en net als met taal, je onderscheidt je er mee. De distinctiedrift van Carry van Bruggen viert hoogtij.

Variatie moet er zijn, de ander verrassen. 
Bij Voici Paris in Den Haag zie je de attributen in bonte parade steeds weerkeren: hoed, waaier, sleep, boa of omslagdoek. Franje, strikken, rozetten. De sleep komt altijd terug. Net als de cape en de opgezette kraag met de terzijdeblik van de draagster er overheen.
Mode heeft ook de Nederlandse politiek veroverd. Kamerleden verschijnen niet alleen op Prinsjesdag maar ook op doordeweekse middagen tijdens het vragenuurtje in een creatie.
Als Agnes Kant in een pied-de-poule jasje naar de koningin tijgt is er iets aan de hand. Aandacht. Ze haalt de voorpagina's. 
Maar wat wil ze ons zeggen?

Charles Frederick Worth (1825-1895), uitvinder van de Haute Couture 
op de tentoonstelling: eenknoopsjasje (links) uit 1949, ontwerp Jean Dessès..

Haute Couture (2)

Bij de modetentoonstelling Voici Paris in het Gemeentemuseum Den Haag hoort een catalogus, geschreven door Madelief Hohé en Georgette Koning. Eén van de trends die ze aanwijzen is recycling, de opvolgers van Chanel en Dior gaan terug naar de ontwerpen van hun voorgangers uit de gouden tijd (1930-1970) van de couture.

En daar is ook het verhaal van de uitvinder van de Haute Couture, de Engelsman Charles Frederick Worth - ik kwam hem eerder tegen - die omstreeks 1860 in Parijs begon met het verkopen van 'pasklare' japonnen. Voor die tijd kocht je stoffen, die na veel discussie werden verwerkt door een eigen kleermaker.
Worth ontving zijn klanten in een fluwelen jasje op een divan, rookte zijn sigaar, zei 'lopen, draaien, kom over 8 dagen maar terug'. Hij duldde geen tegenspraak. Worth was een kunstenaar, die z'n werk - als eerste - signeerde met een labeltje.
Tot 1900 had hij vrijwel het monopolie. Worth bepaalde de mode. Pas daarna kwam concurrentie van de warenhuizen.
Een ontzaglijk slimme ondernemer. Hij kende keizerin Eugenie, echtgenote van Napoleon III, en kleedde het hof, waar bij banketten tweehonderd personen aanzaten. Daarnaast werkte hij voor actrices en courtisanes.
Toen er in 1869 een feest van acht dagen werd gegeven op het kasteel van Compiègne voor honderd genodigden reed daarheen een keizerlijke trein met duizend japonnen, in afzonderlijke kisten.
Worth had toen al een fabriekje met 1200 naaisters, die werkten met Singer naaimachines, de in 1867 verbeterde versie. 
Hij had een boekhouding van de maten van al zijn klanten.
Na de val van Napoleon dreef hij op z'n contacten met Amerikaanse miljonairs - de mailboot was er in 5 dagen - en het Russische hof.
Een uitvinder was ie ook.
Werkte als eerste met 'moulage' het ontwerpen 'aan het model' door het draperen van de stof rond een lijfje. Verder de zg. prinsessenlijn, waarbij het lijfje doorloopt in de rok. Hij kwam met de eerste dameshoeden (ipv. hoofdkappen).
En hij bedacht ook de vakorganisatie Chambre Syndicale de la Haute Couture (1868) die samenwerkte met de Franse overheid en dat nog steeds doet. Er zijn nu elf modehuizen naar het model dat hij introduceerde, die elk twee keer per jaar een show geven.

Sarah Jessica Parker bij de Oscar-uitreiking in een Dior (dwz. een Galliano, de nieuwe ster daar).. ouderwetse avondjurk met misplaatst ceintuurtje .. enfin, het prinsesje-syndroom,,

Haute Couture

Mode bloeit in het Haags Gemeente Museum. Op het nippertje, hoor ik, de vorige directeur Wim van Krimpen wilde van de collectie af. Maar nu: Voici Paris. Historiserend. Terecht, ook de opvolgers van Fath, Dior en Chanel putten uit hun klassieken. De Haute Couture, leer ik, is een gilde.Tegelijk rukt de democratisering op.

Op oude filmpjes zie je als publiek nog echtparen van tegen de veertig, en als mannequins 'rijpere vrouwen' van de raadselachtige soort 'te mooi om te trouwen'.
Dure kleren kopen voor je vrouw, zo ging het ook in Nederland in de tijd dat echtparen nog bij elkaar bleven. 
De rijken van nu hebben jonge vriendinnen en worden steeds jonger rijk. Wat kopen Libanese of Russische miljonairs?
 
Als Nederlandse kamerleden niet alleen op prinsjesdag maar zelfs op doordeweekse middagen tijdens het vragenuurtje verschijnen in een creatie, als Agnes Kant in een pied-de-poule jasje naar de koningin tijgt is er iets aan de hand. 
Wat niet veranderde: vroeger moest een prinses iets dragen, dan volgden de burgerdames in Parijs vanzelf. Nu is de voorgangster een tv-ster als Sarah Jessica Parker. Tot ze zelf een modelijn begint.

de Spelbrekers in 1962

Ze (2)

Ton van der Neut boog zich over Frank Koenegrachts dichtregel 'Deuren dicht etc..' (zie gisteren). Eerst veronderstelde hij een nummer van de Wama's of 'het onvergetelijke Cocktail Trio'. Maar nee.Wel wist hij in z'n achterhoofd zeker dat in plaats van 'gang' in de tekst het woord 'hal' gebruikt moest worden. De volgende regel zou dan zijn: 'Die bububububububububu zijn overal'. In het lied werd niet precies gezegd wie die vreemde indringers waren.

Eerder de Russen dan Wilders, gezien de Koude Oorlog. 'Of, sterker nog,' zegt Ton, 'het is een tekst die op een veel existentiëler niveau werkt:, onze algemene angst voor het  onbekende.'

Tenslotte belandde hij - toch via Google - bij de oplossing van het raadsel: 'Deuren dicht' was een liedje van 'De Spelbrekers'. Nu kan ik nagaan hoe ik de tekst in de loop der jaren bij mezelf heb veranderd. 

ps. en het 'ze' in 'Van alle kanten komen ze', de titel van de dichtbundel van Alex van Warmerdam lijkt verwant.

 

ongewoon materiaal...
uit het filmpje dat in Den Haag te zien is..

Iris van Herpen

Vanmiddag de modetentoonstelling Voici Paris in het Gemeentemuseum in Den Haag. Crocusdrukte met veel vriendinnetjes, moeder-dochters, alle denkbare vrouwencombinaties. Zaterdag een verslagje in de Avonden.

Maar hoe? Dit vergt studie, allereerst van de oer-elementen waaruit mode wordt gemaakt, de lichaamsdelen die ofwel moeten worden ingepakt als een cadeautje (heupen, borsten, benen, rug) ofwel juist als staketsel kunnen dienen om iets over te draperen (nek, armen, hoofd, godweet enkel).
Het regent attributen als hoed, waaier, sleep, boa of omslagdoek... En dan nog franje, strikken, rozetten.
De sleep keert altijd terug. Net als de cape en de opgezette kraag met terzijdeblik er overheen,
Vergeet niet, zei een deskundige, dat zo'n collectie al een jaar eerder begint, op de stoffenbeurs.

Wat een sprekende oude filmpjes! Coco Chanel blijft m'n kampioene. Nederlanders zie je daar tussen ook, vaak 'n beetje al te plomp. Wat eindigt in de taartjeswinkel van Victor en Rolf.
Maar, ik ontdekte Iris van Herpen - afgestudeerd in Arnhem in 2006. Net halverwege beeldende kunst en mode. Mooi, en geestig.
Afgelopen week kwam haar nieuwe collectie uit, gebouwd op zintuiglijke indrukken als: 'geluid voelen', 'beweging proeven' en 'kleur horen'. Zie haar site.
Hij is ook te zien in de Parijse Ilan Engel Galerie van 5 tot en met 8 maart: 77 Rue des Archives Marais, Paris 75003. Open van 10.00 tot 19.00 uur

Koenegracht in het stoommuseum in Medemblik

Ze

In het eerste nummer van de vierde jaargang (2006) van 'Het Liegend Konijn, tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie, staat een gedicht van Frank Koenegracht, dat begint met de regel:

 'Deuren dicht ze komen door de ramen, ramen dicht ze staan al in de gang.'
 
 Het is opgedragen aan Wim de Bie en mij.
Dat komt zo, die regel ('Deuren dicht... etc.') spookt al jaren door mijn hoofd. Ik gaf hem aan Koenegracht.
Maar ook na de publicatie in het Liegend konijn heeft niemand me kunnen vertellen waar hij vandaan komt. Ook Wim de Bie niet, die de tekst toch bekend voorkwam. 
Het is een liedje, lang geleden gehoord op de kermis op een dorp op de Veluwe. Er hoort een melodie bij die ik nog steeds kan neuriën.
De tekst die in mijn kop bleef haken is het refrein. Daarna volgt een stukje parlando en een fanfare-achtige slotje, en dan opnieuw: 'Deuren dicht ze komen door de ramen, ramen dicht ze staan al in de gang.'

 En vandaag dringt opeens tot me door waarin de geheimzinnige aantrekkingskracht van deze regel moet zitten. 'Ze', ach natuurlijk.
Geert Wilders was nog niet geboren maar hij spookte al.  

een paar van de tientallen gezichten van Paula,,
en nog een paar..

Hendrik Kerstens

Grote verrassing van dit weekend: 'Paula's pictures (1995-2009)' in het Haags fotomuseum, de foto's die Hendrik Kerstens maakt van zijn dochter Paula, geholpen door zijn vrouw, de visagiste. Oude vragen rijzen. Hoeveel gezichten kan één vrouw hebben. Ik ken er die ruim toekomen met twee of drie. Bij Paula Kerstens is dat anders.Haar gezicht reist door de tijd.

Haar vader (Den Haag, 1956) stopte in 1995 met een bloeiende onderneming in wijnimport en ging fotograferen.
Hendrik moet al in haar jeugd gezien hebben dat zijn dochter vele gezichten had. Die er als het ware om vroegen in de tijd geplaatst te worden. Wat zijn vrouw met eenvoudige middelen suggestief kon doen. Met enkele handgrepen en wat voorwerpen uit de huiselijke omgeving kon Paula naar de zestiende eeuw verplaatst worden of naar de zeventiende. En net zo makkelijk naar de jaren '50.
Met eenvoudige analoge apparatuur werden de foto's gemaakt.
Paula, nu tweeëntwintig, ging er zich ook steeds meer mee bemoeien. En zo werden complete reizen door de tijd gemaakt in een huis in de Amsterdamse Pijp.
'k Zou ze graag gedrieën spreken over hun unieke project.

Pagina's