nu oa. te zien: The functionaries (2009) bij Aschenbach en Hofland, Bilderdijkstraat 165 A'dam

Michael Kirkham (2)

In de catalogus bij de Haagse Kirkham-tentoonstelling van 2007 staat een zelfinterview van de artiest onder de kop 'Het desintegrerend Utopia'.Hij vertelt zichzelf dat ie niet van voorbeeld of model werkt, maar louter uit het hoofd put.

Zo komt hij tot zijn figuren 'die doen alsof ze mensen zijn'.
Maar wel sensueel en tactiel. Kijken gaat bij Kirkham niet zonder tastzin.
'Kijken zonder aanraken is zinloos..'.
Werkt hij om te choqueren?
'Ik probeer mezelf te choqueren. Ik verwacht het niet van iemand anders. Maar, er is altijd een spanning tussen mij, het schilderij en de toeschouwer. Als het alleen maar pornografisch was gebeurde dat niet. Er ontstaat een intimiteit die je niet hebt bij porno.'
Hij kan zich niet voorstellen dat iemand zou masturberen bij zijn werk. Te pijnlijk. Te melancholiek. 

Morgenochtend tegen 11.45 een verslagje in de Weekendbijlage van fe Avonden
 

Paula
Petrus Christus (1470)

Hendrik Kerstens (3)

Wat was er eerder? Het idee zijn dochter Paula zo af te beelden of de ontdekking dat hij in een eeuwenoude traditie van portretteren werkte?Ik wil deze vraag aan Hendrik Kerstens stellen omdat ik me afvraag hoe de stijl van portretteren van de Nederlanden is ontstaan en al die tijd is blijven leven.

Vasari, de schilder-schrijver onderscheidde in de 16de eeuw al de 'maniera Fiammingha' versus de klassieke.
Jan van Eijk en Rogier van der Weijden maakten ruim voor 1500 al portretten waaruit de identiteit van een individu sprak. Net zoals de Paula-portretten van Kerstens dat nu doen: ernstig, soms zelfs wat bits, niet bekoorlijk of lieflijk.
De afgebeelden komen doorgaans uit het donker naar voren. Alleen, om ze heen is weinig verhalends.
Een favoriet van Kerstens is niet voor niks het meisjesportret van Petrus Christus in Berlijn (1470).

Wat Kerstens onderscheidt van zijn verre voorgangers is zijn waagstuk met de textuur van de hoofddeksels die hij gebruikt. Goedkope materialen als badstof of plastic, waar je gewoonlijk overheen kijkt, zie je nu opeens vlak naast de gezichtshuid.
 

Couple at home (2009) - uit het Scheringa museum (!)

Michael Kirkham

Vanmiddag bij Aschenbach & Hofland het nieuwste werk van de Engelse schilder Michael Kirkham. Ik volg hem al een jaar of vijf, sinds ik zijn 'Woman in the living room' (2004) - het van god en iedereen verlaten meisje op de skai bank - zag in het Haagse Gemeentemuseum. Drie jaar geleden volgde daar een grote expositie.

Wat spreekt me er zo in aan? Als ik dat nu eens wist. Het zou tijd worden want zaterdag moet ik er in de weekendbijlage van de Avonden iets van zeggen.
Of zou het juist een kenmerk van het ware zijn dat je er je vinger niet op kunt leggen. Zodat het raadsel bewaard blijft en je steeds weer terug moet.
Kirkham is bestempeld als pornograaf, of juist als een moralist. Zijn antwoord luidt dat hij moralisme vervelend vindt en dat pornografie al overal te vinden is, die hoeft hij niet te schilderen.
Als je met je neus op z'n doeken staat zie je dat het hem vooral om schilderen gaat. Stofuitdrukking die alles zegt, zelden zoveel smerige plastics gezien, zoveel goedkope kunststoffen, tot de make-up en haren van zijn figuren toe. Hij is een meester in glimmertjes op skai. Of huid, want zijn figuren maken deel uit van z'n interieurs.
Maar dan? Later meer.     
 

Tags: 

Hendrik Kerstens (2)

Als het er op aan komt verlang ik van fotografie mensen. Gezichten, gestalten die een foto meeneemt door de tijd. Gebouwen zijn een goede tweede, maar toch, net als in de schilderkunst zoek ik altijd de raadselachtige ander. Donderdag kan ik met Hendrik Kerstens praten, de fotograaf wiens werk vooral bestaat uit foto's van zijn nu tweeëntwintigjarige dochter Paula. Nog steeds te zien in het Haags fotomuseum (naast het GEM) bij de expositie van het fotobezit van de Leidse Universiteit.

Die foto's zijn naar het schijnt geleidelijk mede het werk geworden van zijn vrouw Anneke, die visagiste is en van Paula zelf. Hoe dat in zijn werk gaat kan ik nu vragen. Kerstens spreekt in het fotoboek ter gelegenheid van deze tentoonstelling van 'het elimineren van steeds meer verbeeldings- of stijlelementen om tot een kern te komen'.
En dat lukt. Zo zelfs dat je op je kop krabt en denkt: 'zie ik werkelijk alleen maar een meisje in een zwarte coltrui met een plastic boodschappenzakje op haar hoofd?' 
Daarbij stilletjes aanvullend 'en niet een dame aan het hof van Karel de Stoute?' 
Hoe Kerstens de tijd bedwingt met een afgewikkeld stuk wcrol of een blauw-wit keukenhanddoekje... En dat temidden van de gesmade hoofddoekjes... 

 

 

Greonterp

Willem van Albada werd in het jaar 1964 de vriend van Van het Reve, een wat verlegen student in de medicijnen. Niet lang daarna verhuisden ze naar Friesland. Over die periode gaat het fotoboek 'Huize het Gras, met Gerard Kornelis van het Reve in Greonterp'. Het staat op naam van 'Teigetje & Woelrat', maar de tekst is denk ik vooral van Willem van Albada. Een gave tekst.

Gerard vond rust in Friesland na zijn vertrek uit de 'orgelstad'. Een briefcitaat: 'Ik heb nog nergens zoon landschap gezien, ik bedoel zo ontroerend. Ik denk dat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde er zo uit zullen zien, bij wederkomst van hem die alle dingen nieuw zal maken, althans dat heeft hij gezegd.'
Een vleug alcoholische hysterie, maar oprecht is het. Op de foto staat Reve een muur te cementeren op wat restte van de keukenstoel van zijn moeder (zegt het bijschrift), de stoel waarvan hij eens droomde. Hij draagt een militaire officierspet, wat me doet denken aan de versleten groene broek die hij steeds droeg in de tijd dat we De Avonden opnamen. Voor zijn gevoel was dat een soldatenbroek, daar hechtte hij aan. Ik had het hart niet te zeggen 'Gerard dat is toch geen militaire broek, schei toch uit.'
Zoals zo vaak bij hem, het was het idee. Het boek geeft een schat aan ontroerende details, oa. over Gerards pogingen te vermageren.
'Ik heb bij de slager long gekocht. Het kost haast niets en je kunt het tot kalorieloos gehakt malen. (Het smaakt goed, maar bevat geen voedsel, terwijl het heerlijk vult, want het verteert vrijwel niet.)' Met Hanny Michaelis, die vaak komt logeren, verschilt hij vaak heftig van mening over zulke zaken.  

Hélène Gelèns (2)

 Nu 'zet af en zweef', haar tweede bundel, er is begrijp ik de titel van de eerste ('niet beginnen bij het hoofd', 2006) pas goed.Vanavond na 21.00 is het gesprek te horen dat ik opnam op haar Amsterdamse zolder. Er staat daar een piano. En ja, ze doet aan 'rennen'.

 Lichaam en geest, daar hadden we het over, klank en ritme, en het dilemma van hollen of stilstaan.
Het openingsgedicht heet 'HALT'. De schijn van comfortabele stilstand wordt aangevat..
We verplaatsen ons naar een bijzondere avond, het heeft kennelijk gesneeuwd. De hoofdpersoon fietst - na bier op een nuchtere maag - naar huis en treft:

 mijn stad ineens fluisterzacht wit en leeg
het wit te kniehoog te tover om te fietsen
in de verte de lamplichte ramen van mijn huis 

In het zicht van dat huis komt de overweging: 'Je kunt wel stoppen en je thuis wanen maar waartoe''. En wat verderop volgt de slotsom: 'De hel is een stilgezet hier'. 

Wim Brands en Nop Maas gisteravond in Pulchri

Huwelijk

Binnenkort verschijnt het tweede deel van de biografie van Gerard Reve door Nop Maas. Hij werd daarover in het Haagse Pulchri Studio ondervraagd door Wim Brands, tijdens het zg. Voorwoord-festival van Crossing Border.

Nop vertelde oa. het verhaal achter het zg. 'huwelijk' van  Gerard en Teigetje (Willem van Albada) zoals op televisie te zien in de Amsterdamse H.Hartkerk in 1969.
Gerard en Willem komen daar wel hand in hand aangelopen door het middenpad, maar dat had een andere reden: Willem was ijdel en wilde niet met bril op de televisie. Maar toen kon ie niks zien, zodat Gerard hem aan de hand moest geleiden.
 

Amateurs (2)

Amateurs zijn overal in de media. Ze zingen vals of geven hun mening over dingen waar ze geen verstand van hebben. Is dat bezwaarlijk? Niet echt, denk ik na lezing van 'De waarde van de amateur’ van Jorinde Seijdel,

Ze signaleert een reeks onuitgesproken regels van het mediaspel. Zo heb jij bij Idols toch altijd een jury, die met ontzag behandeld wordt, en wanner in de formule van Pauw & Witteman een sporter of musicalster naast een minister zit dan mag die wel wat zeggen - of zelfs uitpakken, zoals Ali B. tegen Balkenende - maar de rolverdeling ligt vast: de minister heeft het laatste woord, een afspraak die de presentatoren bewaken. 
Ook bij Idols krijgt de jury het laatste woord.
Maar de mediacultuur zou slecht buiten amateurs kunnen.
Ze zijn goedkope acteurs, publiekslievelingen en vertolkers van ieders droom.
Als het soms lijkt dat iedereen alles kan, en overal verstand van heeft dan lijkt dat inderdaad maar zo.
Men doet graag alsof. In ieders belang.  

Jorinde Seijdel, schrijfster van het essay
Hans Aarsman, vanmiddag

Amateurs (1)

De tentoonstelling en het bijbehorende essay haken in op de 'found-footage'-discussie die al een tijdje woedt.Verzamelaar Erik Kessels zei 'De naïeve passie die je terugziet in amateuristisch werk maakt het zoveel interessanter dan professioneel werk'.

Hans Aarsman, die deze tentoonstelling organiseerde zei eerder 'De foto's en video's leidden een slapend bestaan tot het moment waarop ze ontdekt werden. Toen bleken ze intuïtief iets te hebben samengevat dat in de wereld leeft. Iets waar geen woorden voor waren en geen beelden. De maker had geen publiek voor ogen.'
Wat gebeurt er, vraagt Jorinde Seijdel zich af, als je ze vertoont in een hyperprofessionele omgeving?

Ja, ontstaat er iets als de ontroering die gevoeld werd bij zulke vroege amateur-schilders als Grandma Moses of Rousseau le Douanier? Bij foto's moet het toch anders zijn, denk ik. Ze leggen iets vast dat anders verdwenen was. Niet alleen het onderwerp ook de manier van ernaar kijken.
De manier waarop Duitse militairen in WOII naar een fotograaf kijken geeft een kijkje in een cultuur vol verdwenen vanzelfsprekendheden. Waarbij inbegrepen het fotograferen zelf.
Daar kan geen geen historicus tegenop.  
Ik denk dat er iets aan het ontstaan is als 'de esthetiek van de geschiedenis'. Een mengvorm van kunst en historie.

Het essay verscheen bij uitg. Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst.

Tags: 
oogst in de jaren '40.. het foto-album als voorloper van de website..
het portret.. professional of amateur?

Hans Aarsman

Vanaf vrijdag is in het gebouw van het Fonds BKVB aan de Amsterdamse Brouwersgracht de tentoonstelling 'Het democratische foto-album' te zien. Ingericht door Hans Aarsman: 'In het foto-album verdwijnt het onderscheid tussen amateur en professioneel, tussen hobbyist en kunstenaar.'En eigenlijk ter illustratie van het essay 'De waarde van de amateur' van Jorinde Seijdel.

Ik keek en las alvast. 
Een democratisch medium, dat was het al, en het neemt toe. Op internet krijg je onverwachte blikken op de wereld. Gemaakt door amateurs. Want die waren erbij. Hans Aarsman juicht het verdwijnen van het onderscheid toe. Hij gaf zijn copyrights op.
De democratisering heeft z'n eind nog niet bereikt. Niet alleen fotografeert iedereen met eenvoudige, betaalbare apparatuur, de foto's komen buiten de familiekring. Men ziet elkaars werk. Internet is een collectief foto-album geworden. 
De wereld van vroeger, die van nu. Het foto-album - met onderschriften - was de voorloper van de website.
Zaterdag in de weekendbijlage van de Avonden meer.
 

Pagina's