foto: Bart Egers

Non

Bart Egers schrijft, onder het kopje ‘Wél gebouwd Rotterdam’:

Gisteren las ik het stukje over Nooit gebouwd Rotterdam, en vandaag - met de hond op weg naar Het Park (bij de Euromast) - werd ik aangesproken door een Duitse non (echt waar!) die naar de Ojroo-mast vroeg. Daar waren we niet ver vandaan, zij stond er met haar rug naartoe. Toen ik haar de mast en de weg wees, bleek ze er niet heen te willen, ze wilde hem alleen gezien hebben:
"Ach so... das habe ich mich doch ganz anders vorgestellt!"

Sputnik (2008)
The place to hide above the ground (2007)

Andrei Roiter

Komende zaterdag hoop ik vanuit het Stedelijk Museum in Den Bosch een indruk te geven van de tentoonstelling 'One' van deze Russische schilder, fotograaf, installatiebouwer. Een tamelijke kosmopoliet, hij verbleef in Brussel, Rome, Keulen, en San Francisco en naar het schijnt ook eens een tijdje in een afgedankte supermarkt in Amsterdam.Een nomadisch bestaan.

De reden dat ik op de 21 schilderijen in Den Bosch afga is dat huizen en wonen voor Andrei Roiter zo'n groot onderwerp zijn.
Voor mij net zo. In mijn angstdromen is altijd iets met een huis. 
Andrei Roiter schildert wat je noemt 'woondromen'. Ook wel 'woonnachtmerries'.
Hoe droomt een nomade over huizen?
Bij hem kan een zolder van een vroeg twintigste-eeuws huis worden gerukt. Ook lijkt hij regelmatig in een huisvormige zeepbel te huizen.
Dan weer zie je het soort verlaten, tijdelijke bouwsels waarin zwervers de nacht doorbrengen.
Maar, die losgerukte, verwaaide, zeer tijdelijke behuizingen zijn beweeglijk.
Ze zweven, bijna altijd. Ze verheffen zich. 

 

socioloog Bas van Stokkom

Na de Prachtwijken

Fietste vanmiddag naar de Vrije Universiteit om te praten met Bas van Stokkom, co-auteur van 'De sociale cohesie voorbij - Actieve burgers in achterstandswijken'.De follow-up van 'Prachtwijken?! De mogelijkheden en beperkingen van Nederlandse probleemwijken' (2007). Minister van der Laan zal het in ontvangst nemen.

Onderweg kwam ik langs een samenscholing van politiepaarden, hun berijders en hun aanhangkarretjes en ook een menigte in geel gestoken agenten, bij elkaar tegen de tweehonderd.
Probeerde vergeefs te ontdekken 'waar het voor was'. En merkte pas 's avonds thuis dat het voor Wilders z'n rechtszaak was. 
Over burgerschap gesproken.
Dacht ondertussen aan wat Van Stokkom zei over averechtse gevolgen van 'sociale cohesie', die ook bestaan. In achterstandswijken met veel isolement en wantrouwen kunnen makkelijk diep-wantrouwende wij- en zij-gevoelens postvatten.
De veelgeprezen sociale netwerken ('buurtcohesie') kunnen ook een hindernis worden voor veiligheid en leefbaarheid.
Waarom woon ik zelf in een stad? Om te kunnen kiezen met wie ik omga, en, sorry, om me te kunnen onttrekken aan gezelligheid.
Voor mij geen straatdiners. Ik probeer een 'burgerschap-light' te ontwikkelen. Goed?

bolvormige constructie van Claus en Kaan (2008) boven het Hofplein
die toch weer familie is van ''het huis van de tuinman'' van Ledoux (1804)
..of het grafmonument voor Newton van Boullée (1728-1799). niet bouwen dit, niet. 
 

Nooit gebouwd Rotterdam

Het Historisch Museum Rotterdam laat de nooit gebouwde stad zien... Mooie ironie, een verdwenen stad en een nooit gebouwde. Geesten oproepen...

De reusachtige, kleurige champagneglazen die de Engelsman Alsop ontwierp voor bij het station kwamen er niet.
Ik wil gaan zien wat voor vreselijks ons bespaard bleef en wat er - eeuwig zonde - niet van kwam.   
In Duitsland verbaas je je toch altijd weer over de ruimte die er na '45 opeens was voor een architectuur van brede gebaren. Rotterdam is daarin een Duitse stad. Zijn de kansen benut?
Er zit een andere kant aan het nooit gebouwde.
Pas nog sprak Sandro Setola zijn liefde voor de architectuur van de geest uit.
En mijn eerste bezoek, lang geleden, aan wat er terecht kwam van de koninklijke zoutziederij van Ledoux in Arc-et-Senans zal me heugen...
Sommige ontwerpen blijven beter tekening. Als tekening overtuigen ze, jagen ze je geest op hol. Eenmaal in steen verstard zie je alleen nog hun fouten en kleinheid.
Zoals Sandro zei 'dan zijn ze dood'.   

Ike & Tina, zoals ze begonnen
Jerry Lee met z'n 13-jarige bruid Myra (1957), die ook nog z'n nichtje was

Het Zuiden (2)

Vorige week kon ik nog eens disc-jockey zijn, voor het Studium Generale van de Rietveld Academie, in het kader van hun project over het Zuiden van de VS. Religie, slang, voedsel, Obama, maar vooral muziek.

Hier wat Youtubes die ik draaide. Van Robert Johnson (1937)  wiens smartelijke dood (rattengif) me eens door Honeyboy Edwards werd verteld. Muddy Waters, de man die geleidelijk uitvond wat tot op vandaag een popbandje is (bas, drums, keyboards, gitaren) en Fats Domino, de New Orleans-piano ondersteund door blazers, die overal in het Caraïbisch gebied via de AM-radio werd gehoord, Jerry Lee Lewis, de blanke rocker uit Ferryday, Louisiana, die de zwarte muziek mee de wereld in hielp en Tina Turner zoals ze begon.

De muziek waarvan Robbie Robertson van The Band later, toen hij met rocker Ronnie Hawkins door het Zuiden had getoerd,  zei: 
'''Rock'n roll, rhythm & blues... I found it so heavy in my heart that I couldn't get around it.' 

Op Toutube zie je hoe toevallig beeld van deze muziek in de jaren '50 en '60 nog was. Er is zo weinig. En iedereen weet onderhand 'waar geen beeld van is heeft nooit bestaan'.

 

 

door Rodchenko (die ook schilderde) voor propaganda-drukwerk gemaakte schets: een pauze in de dwangarbeid
Marcel Feil, conservator van het Foam
Hubert Smeets

Rodchenko (3)

Het Amsterdamse fotomuseum FOAM, biedt een overzicht van het werk van de Russische avant-gardefotograaf Alexandr Rodchenko (1891-1956). Samengesteld door het Moskouse Huis van de Fotografie. Nederlandse conservator was Marcel Feil. Maar hij kreeg de tentoonstelling pasklaar aangeleverd, vertelt hij maandagavond na 21.00 in de Avonden.

Aan de telefoon komt uit Rusland Oleg Klimov, ook fotograaf. Hij schreef op 11 december in NRC-Handelsblad over zijn onderzoek naar het verblijf van Rodchenko aan het Belomorkanaal, dat van 1930-1933 onder Stalin gegraven werd van de Witte Zee naar St. Petersburg. Een dwangarbeidproject waarbij minstens 100.000 politieke gevangenen stierven. En waar Rodchenko, zo ontdekte Klimov, aanwezig was in opdracht van de geheime dienst om propagandafoto's te maken. Zijn vriend, NRC-redacteur Hubert Smeets vertaalde het stuk.
De foto's en fotomontages van de kanaalbouw hangen nu in het FOAM. Zonder erg veel toelichting. En de vraag luidt: welke rol speelde Alexander Rodchenko daar nu eigenlijk?
En, hoe kwam deze Amsterdamse tentoonstelling tot stand?
Ik nodigde de betrokkenen uit in de studio. Er ontspon zich een felle maar genuanceerde discussie die uitmondde in de conclusie van Smeets dat men in Rusland nooit is toegekomen aan een 'bewältigung' van het Stalinistisch verleden.
Er bestaat zwart en wit, nog geen grijstonen. Rodchenko was een overtuigde communist, van het eerste begin tot het bittere eind. Hij stierf in 1956, net toen de eerste kritiek op Stalin door Chroestjov werd toegelaten. Wat waren de onmogelijke keuzen waar hij voor kwam te staan? 
De Russische catalogus vermeldt daarover niets. De tentoonstelling in Amsterdam zwijgt zo goed als. Vandaar.

Hubert Smeets, Oleg Klimov en Marcel Feil
Beluister fragment
Frankfurt, Eiserner Steg
Gustave Caillebotte - la Place de l'Europe, temps de pluie (1877)

Regen

De regen van vandaag bracht de paraplu’s terug op straat. Wat was overgebleven van de sneeuw verdween tussen de vroege ochtend en zonsondergang, snel. Mijn laatste regen moet ik gezien hebben in Frankfurt.

Ja, daar was het.. Ik liep over de ijzeren brug tussen de Museumoever en de binnenstad, zag de paraplu’s en dacht 'Caillebotte’. Meteen maakte ik een foto omdat ik  me een schilderij meende te herinneren van die schilder dat er vrijwel zo uitzag als mijn uitzicht op de Frankfurter binnenstad.
Maar nu, terug, zie ik dat er niets van waar is, Gustave Caillebotte (1848-1894) heeft nooit zo’n brug met paraplu’s geschilderd. Wel een ijzeren brug, maar bij zonlicht en ook paraplu’s - vrij veel, hij is de regenschilder bij uitstek.-  maar nooit op een brug.
Het was een eigen compositie. 

jaren '70
cover van de soloplaat uit 1972

Bobby Charles

Bobby Charles is gestorven (1938), de liedjesschrijver en zanger wiens stem al zo lang in mijn hoofd zit. Sinds 1972 eigenlijk, toen zijn solo-album uitkwam waarop hij begeleid wordt door de jongens van The Band.

Die plaat bezat ik als langspeelplaat, ik gaf hem weg. Later kocht ik de CD, maar ook die gaf ik weg. Ik weet heel goed aan wie en waarom. Omdat hij zo onvergetelijk mooi is, en, dacht ik, hij zit toch in m'n hoofd.  
Nog vaak komt de Tennessee Blues een paar dagen logeren.
Een cajun was hij, Robert Charles Guidry kwam uit Abbeville, Louisiana. Hij schreef oa. 'See You Later, Alligator,' 'Walking to New Orleans', voor Fats Domino en '(I Don't Know Why I Love You) But I Do' voor Clarence Frogman Henry, maar voor mij zijn het liedjes als Small town talk en Grow to old die niet wijken.
Hoewel hij nauwelijks voorkomt in de afscheidsfilm van The Band uit 1976 (alleen even kort in de finale 'I Shall Be Released', grotendeels net buiten beeld) zong hij wel mee.

Jeroen Buiteman - Game (2009), niet raadselachtig 
Gerard Schiemer - The Panda Soldier (2009)

Realisme 2

Rusteloos probeer ik een sleutel te vinden tot wat 'realisme' wordt genoemd. Onvermijdelijk gaat daarbij ook Dirk Scheringa door mijn hoofd. En mensen als de lang overleden komiek Cees de Lange, bij wie ik eens thuis kwam in Badhoevedorp.

Het eerste dat daar opviel was het reuzeportet van zijn vrouw, de niet erg beroemde actrice Lucie Stein. Ze hing boven de zitbank in een zwaar vergulde lijst, gekleed als een koningin, in een smaragdgroene Julianajurk met blote schouders. Zelf zat ze eronder op de bank, in een lichtroze twinset.
Realisme? Ik kijk op de site van de beurs Realisme 10 waar ik zaterdag welkom ben. Veel lijkt op bekende kunst maar dan wat gewoner. Je ziet afgeleide Hoppers, Bonnards, en nu ook Dali's, maar er is ook malligheid, een zwartwit beschilderd meisje heet 'Panda soldier'.
Waar het aan ontbreekt is het raadsel. Het raadsel dat er voor zorgt dat je telkens terugkeert naar een schilderij, om opgelucht vast te stellen dat het intact is gebleven.
Vaak weet je niet eens wat. Alleen dat er een raadsel is.

Rock'n roll - Jerry Lee Lewis, Carl Perkins en Johnny Cash, aan de piano Elvis Presley 
Robert Johnson (1911-1938) - vergiftigd door jaloerse echtgenoot
de Muddy Waters band - jaren '40, Muddy links

Het Zuiden

'I ve been all over the world, to the Gulf of Mexico,' zong Sonny Boy Williamson in 1963. En: 'I've been everywhere, where God has some land.'Dit soort citaten hield ik gisteren studenten van de Rietveld academie voor bij mijn aandeel in hun Studium Generale-project over het Zuiden van de Verenigde Staten.Een cultuurgeschiedenis aan de hand van muziek. Dat werd het. Of: hoe de muziek van een arm randgebied de wereld veroverde.

Wat de wereld onder popmuziek verstaat komt daar vandaan.
Het begon bij ongeletterde gitaarspelende plattelandsjongens als Robert Johnson (ik draaide Hellhound on my trail, 1937) die 
zich zomaar ontpopten tot dichters.
Het blijft een mirakel. Poëzie en muziek lieten elkaar niet meer los, blanken als Woody Guthrie en Bob Dylan maakten zich meester van de blues.
Vanuit New Orleans reisde de muziek naar Trinidad en werd Calypso, naar Jamaica en werd Ska. Per radio, AM-radio. Die radio overbrugde ook de blank-zwart grens.  
Muddy Waters vertelde me ooit hoe hij op de radio naar blanke stations luisterde, naar 'a guy called Hank'. Dat was Hank Williams.
De zelfde Muddy Waters trok naar Chicago en vond de bluesband uit. Het model voor de popgroep zoals het nog overal ter wereld bestaat, bas, drums, gitaren en keyboards.
Met rock'n roll werd de blues blank. Ook Elvis Presley en z'n vrienden luisterden naar de radio, de zwarte bluesradio. 
De studenten gaan straks op onderzoek naar Amerika, met V.S. Naipauls 'A turn in the south' op zak. Het reisboek waarin Naipaul de poor whites en de zwarten in het Zuiden beschrijft als waren ze een vreemde volksstam.

Pagina's