...ongevraagde fotograaf...

J.D.Salinger

Onmogelijk nog iets toe te voegen aan het vele dat na z'n dood geschreven werd. Niet over hem dus, want wie kende hem? Arnon Grunberg vertelde op z'n weblog en vanavond in de Avonden hoe Salinger schrok van de roem. Hoe hij z'n foto van het stofomslag van 'The catcher in the rye' liet weghalen. En hoe hij z'n agent opdroeg 'fanmail te verbranden'. 'Misschien wel een gezonde maatregel,' schreef Arnon.

Waarna we spraken over wat er mis kan zijn aan fanmail. Brieven van mensen die de schrijver niet kent en die in Arnons ervaring meestal iets van hem vragen. Om niet te spreken van hun nieuwsgierigheid. Bewondering van fans kan o zo makkelijk in een even intense afkeer of haat verkeren. Voor iemand die - naar z'n werk te oordelen - zo kwetsbaar in het leven staat als Jerome Salinger lijkt dat moeilijk te verdragen.
We besloten dat de manier waarop hij de wereld de rug  toekeerde volstrekt begrijpelijk en te rechtvaardigen was. 

Kim Bouvy vanmorgen bij station Blaak
bij het station, tegen elven

Kim Bouvy (2)

Over 'leegte' hadden we het, rondstappend over de Binnenrotte, waar Rotterdam eens begon. Tussen de decors. De leegte die de stadsplanners, de bouwers eindeloos, steeds weer proberen te vullen.

Een stad zonder geheugen. Waarin de bewoners worden als hun stad. Zou dat het zijn?
Er is iets mis. 
Hoe bedoel je?
Er is iets niet.
Als de foto's van Kim Bouvy iets vastleggen is het dat.
Achterkanten die door omstandigheden voorkanten werden, straatjes die door omstandigheden doodliepen. Muren die door omstandigheden blinde muren werden. Oppervlakken, lang geleden gemaakt uit nu niet meer verkrijgbare goedkope bouwmaterialen. Want van regie is weinig te merken.
Ze vervallen zoetjesaan.
Merkwaardig, maar ik vind ze mooi, ik vind de foto's van Kim Bouvy mooi.
Zouden steden ontstaan uit verval? Is verval de grondstof waaruit steden worden gemaakt? 

ps.  werk van Kim Bouvy uit 'Phantom City' is te zien in het Nederlands Fotomuseum in 'Quickscan#01' en ook in het Centrum Beeldende Kunst in Rotterdam

 

 

de stad (1)
de stad (2)

Kim Bouvy

Maakte een fotoverhaal, met teksten en 'found footage'. Over Rotterdam, getiteld Phantom city.Een fantoomstad in zwartwit. Waarin Rotterdam hoofdpersoon en decor is. Over heden, verleden en wieweet toekomst.

Bestaat Rotterdam? Of draagt de nederzetting die wij nu zo noemen alleen de zelfde naam als die welke vroeger op dezelfde plaats stond? Ik vraag het me in Duitsland vaak af, in Bremen, in Frankfurt of Hannover.
Heten die steden ze alleen maar zo? Waardoor is zo'n oude naam nog te rechtvaardigen 
Zijn het alleen de straatnaambordjes (en dan lang niet alle) die overeenkomen?
Niet voor niets is Rotterdam geobsedeerd door het vraagstuk de eigen identiteit.

Maandag na 21.00 loop ik met haar door de stad. In de Avonden.

Marcel van Eeden onlangs in Kunsthal KAdE, hier met Frank Halmans

Marcel van Eeden

 Morgen tegen kwart voor twaalf bekijk ik voor de weekendeditie van De Avonden de tentoonstelling ‘Sammlung Boryna’ van Marcel van Eeden, die nog tot 14 februari te zien is in Kunsthal Kade in Amersfoort.

 De ‘Encyclopedie van mijn dood’ die Van Eeden (Den Haag, 1965) maakt ontwikkelt zich. Na het tekenen van beelden van voor zijn geboorte ging hij een jaar of vijf geleden geleidelijk over op een verhalende vorm, nog steeds met de zelfde tekeningen, maar nu rond fictieve karakters als de botanicus Karl McKay Wiegand, de archeoloog Oswald Sollmann en de psychiater Matheus Boryna. Alledrie zijn ze kunstkenner/liefhebber en maken ze zelf ook kunst. 
Vandaar deze ‘Sammlung Boryna’.
 De figuur Matheus Boryna is gebaseerd op de Duitse psychiater Hans Prinzhorn, die in de jaren twintig van de vorige eeuw een verzameling aanlegde met kunstwerken van zijn patiënten. Hij was de eerste die zich bezig hield met 'outsider art'.
Nieuws: na een tussenpoos van een paar jaar heeft Marcel zijn tekenlog weer opgevat. Hij maakt nu ook objecten die in het verhaal passen (een trein, een schip, een museum).

foto uit het boek, Jan Arends rechts.. luister naar hem op de boekensite
Jan Arends

Jan Arends

Bij uitgeverij Reservaat, verscheen 'Smeer of de weldoener des vaderlands', een toneelstuk van Jan Arends (1925-1974 ) waarvan de vierde acte al stond in het verzameld werk Vrijgezel op kamers, de rest vond uitgever Nico Keuning bij dramaturg Carel Alphenaar, in een grote bruine envelop. Jan Arends bezocht de Toneelschool in Amsterdam, waar hij menig docent tot wanhoop dreef. Uiteindelijk werd hij afgewezen: 'Een buitengewoon ongeduldige, nerveuze persoonlijkheid. Zeer ongeduldig en ongeremd. Zeer egocentrisch. Neuroticus. Lastig, opbruisend en onbeheerst. Hij is heerszuchtig, heeft last van stemmingen. Hij heeft wel artistieke kwaliteiten, maar wordt belemmerd door de neurose. Psychotherapie valt sterk aan te bevelen. Hij vergist zich vaak in de werkelijkheid. Ziet de dingen te veel van zijn eigen gezichtshoek uit. Hij is een schizoïde figuur.'

Ruim dertien jaar later, in 1961, als hij als huisknecht in dienst is van graaf Du Chastel in een kasteel in Sint-Genesius-Rode bij Brussel, schrijft hij 'in minder dan een week' een toneelstuk. Het verwijst direct naar de reclamewereld en zijn producten. 'Smeer' is een variant van Planta-margarine, die in wegens het veroorzaken van jeuk uit de handel moest worden genomen. In het karakter Copywriter is zonder veel moeite Arends te herkennen.
Geldmaker wil aan een nieuwe margarine zo veel mogelijk geld wil verdienen maar doet zich voor als weldoener: hij maakt de nieuwe 'smeer' duurder dan noodzakelijk. Immers, een duur product is een bewijs van goede kwaliteit. Geldmaker maakt Copywriter tot medeplichtige: 'Reclame maakt hogere wolken en
wijdere luchten. Zij maakt de wereld lichter en beter bewoonbaar.'
De regieaanwijzing luidt: Geldmaker legt zijn handen op de keel van Krantenman.

Geldmaker:Wat doe ik nu?
Krantenman: Ja erg leuk wat u doet!
Geldmaker: Ik heb mijn handen op jouw keel!
Krantenman: Ja leuk. Heel leuk grapje.
Geldmaker: Je zou kunnen zeggen dat ik je bij de strot
heb.
Krantenman: Ja dat is waar. Heel leuk. Dat is waar. Bij de
strot.
Geldmaker: (laat hem los) En nu heb ik je weer losgelaten.
Krantenman: Ja leuk, héél, héél erg leuk.
Geldmaker: En toch heb ik jou nog bij de strot. Gek is dat
hè! En als jij vannacht naast je vrouw van je rode sportauto
ligt te dromen dan zijn mijn vingers nog altijd op
jouw keel.

Tags: 
Silvio d'Arzo (1920-1952)

Silvio D'Arzo

Pijnlijk als de aanbevelende citaten achterop een boek zo vloeken met wat er in staat als bij de verhalenbundel ‘Avondlucht’ van Silvio d’Arzo. Cliché’s als ‘een boek waarin bijna niets gebeurt (maar etc.)’ of ‘zó mooi opgeschreven’ worden op zo’n plaats extra pijnlijk.Hoe het werk aan te prijzen van iemand die ‘tussen de regels’ kan schrijven. Die de wereld achter de dingen - gewoonlijk ver buiten bereik - weet aan te raken? Je kunt hem zelfs niet citeren, alleen maar lezen.

Silvio d’Arzo werd geboren in 1920, in Reggio Emilia, randje Povlakte, een provinciestadje. Ik was er eens, er is niets te zien dan dat. Zijn vader had al vroeg de benen genomen.
Op z’n vijftiende publiceerde hij al verhalen en gedichten. Op z’n zestiende ging hij in Pavia letteren studeren en later in Bologna.
Als soldaat werd hij gevangen genomen door de Duitsers maar ontvluchtte.
In 1952 stierf hij aan leukemie. De publicatie van zijn novelle - weer herdrukt, ook in de vertaling van Pietha de Voogd en Mieke Geuzebroek - Andermans huis maakte hij niet meer mee. D''Arzo hoort tot de heel zeldzamen.

Wendelien Schönfeld (2)

 Luister morgen, woensdagavond na 21.00 als 't kan even naar Wendelien Schönfeld. Over hoe haar kleurhoutsneden van het Hôtel Turgot tot stand kwamen. Zelf beschouwt ze die als haar meesterproef, na zoveel jaren kleurhoutsneden. En wat ze er van zegt is helder.

 Houtsneden die ruimten weergeven waarin ook nog eens zo veel hout is verwerkt dat 't knarst en kraakt.
Bovendien, tijdens het maken was het warm in Parijs. Je ruikt 't. Zie de spiegelende parketvloeren, het trappenhuis, de panelen. 
Ik staar me blind op het licht in die omgekeerde wereld, waar licht ontstaat door wegsnijden.
 En, hoe krijgt ze zulke complexe ruimten overzichtelijk in beeld? Wendelien gebruikt - zo blijkt - meerdere blikpunten, die ongemerkt in elkaar overgaan. Meer verdwijnpunten, net als David Hockney. Er is niet maar één scherpstelling.
Dat geeft de toeschouwer een idee van rondkijken. Iets wat een foto, die altijd maar één standpunt kent, niet kan.
Ik kijk uit mijn ooghoeken, en met een derde oog, uit m'n kruin.

Isla mujeres (2007)

Andrei Roiter (2)

Een vrouweneiland. Zegt Andrei Roiter. 'k Heb hem gemaild, misschien kunnen we iets afspreken.

Isla mujeres. Spanje, een warme avond.
't Is laat, dat is het op 't land al vlug.
Reken maar dat er een hond aanslaat als je dichter bij komt.
Dat de hond van de volgende bungalow wakker zal worden, dat alle honden in de buurt alarm zullen slaan.
De vrouwen zullen deuren openen en iets tegen ze roepen.   
Dan zullen de deuren weer dichtslaan, de een na de ander.
Muggen, veel muggen. En kleine dansvliegjes rond verspreide lantaarnpalen.

Pete met echtgenote Gerda (haar naam werd consequent  op z'n Amerikaans uitgesproken)
Pete Felleman met de Supremes

Walk of Fame

Jazz-kenner Bert Vuijsje kreeg het volgende bericht van Gerardo Eijbersen, werkzaam bij de VVV-Zandvoort.

'Wij zijn momenteel bezig met een "Walk of Fame" waarbij  beroemde personen die een speciale band met Zandvoort hebben worden vereeuwigd met een mooie steen in het plaveisel. Deze steen wordt voorzien van een foto en een korte beschrijving van deze persoon. Eén van mijn voorstellen om een persoon hiermee te eren betreft Pete Felleman die in Zandvoort geboren is. (...) Om mijn informatie te completeren, heb ik nog één enkel gegeven nodig. Ik weet namelijk niet waar hij is overleden. Dit gegeven wordt zowel op de tegel vermeld alsook in een nog te maken boekwerkje .'

Vuijsje reageerde positief: Waarop hij mij mailde omdat ik bij de vpro jarenlang over de rubriek 'De jazz van Pete Felleman' ging en hem tot het eind van nabij meemaakte.
Pete Felleman was de eerste Nederlandse disc-jockey, en verder bekend als jazzliefhebber (hij kende Coleman Hawkins) en promotor van Motown in Nederland (hij was bevriend met oa. Diana Ross) leefde van 1921 tot 2000 in welk jaar hij vrijwel zeker op 11 februari overleed in het ziekenhuis van zijn woonplaats Amstelveen, waar ik hem heb bezocht. 
Ik zou tal van verhalen over hem kunnen vertellen. Verhalen die niet passen op een Walk of Fame-tegel in Zandvoort.
Luister naar zijn gesprek met Diana Ross in het radioarchief (dat hoogst eigenaardige, zelfgemaakte Amerikaans). Dat geeft een indicatie. Diana begroette hem bij concerten vanaf het podium met naam en toenaam!

Wendelien Schönfeld vanmiddag
de bibliotheek

Wendelien Schönfeld

 Het achttiende-eeuwse Hôtel Turgot in Parijs herbergt de collectie (tekeningen en grafiek van Rembrandt, Goltzius, correspondentie van Mondriaan etc. etc.) van kunstverzamelaar Frits Lugt (1884-1970).

 Ze kregen daar het idee om de statige behuizing te laten vastleggen. Niet door er een fotoserie van te maken, nee, het - heel letterlijk - lumineuze idee rees om Wendelien Schönfeld te vragen om een reeks kleurhoutsneden.
Vanmiddag waren die te zien in de Amsterdamse Galerie Petit. Een boekje is er ook van (inclusief de schetsen die voorafgingen en haar beschrijving van hoe ze te werk ging).

 Kleurhoutsneden! Het procédé dwingt je als het ware met je neus op het afgebeelde te gaan staan, je te buigen over hoe de maakster haar onderwerpen heeft getackeld. Welke delen van een afbeelding werden in welk kleurblok ondergebracht (er zijn meerdere drukgangen)? Wat werd aan het wit overgelaten. Welke standpunten neemt ze? Hoe valt het licht?
Je moet wel kijken, met Wendelien Schönfeld mee.
En het is het licht dat de aandacht wegsleept. Op een parketvloer die net geboend is en je bijna verblindt. Of in de tussentonen van het schemerduister in de bibliotheek. Als in dit paleisje licht binnenvalt is het echt een indringer. Elke prent bevat meerdere soorten licht: direct buitenlicht, lamplicht in soorten (een luchter!), bovenlicht...:
 Wendelien schrijft dat ze daar in Parijs vier en een halve dag de tijd had om schetsen te maken. Daar moest dan echt alles op staan. Ze heeft zich er bijna maniakaal op gestort, krijg ik de indruk. Want, zegt ze streng, als je de gemaakte schetsen uitwerkt 'dreigt het risico dat de ervaring op de achtergrond raakt en er niet meer ervaren maar nagetekend wordt'.
Het vasthouden van een ervaring?    
Ja, zoiets kan.

Pagina's