Casa Malaparte

 'Toen ik een huis voor mezelf begon te bouwen dacht ik niet dat ik een portret van mezelf zou maken,' zei Curzio Malaparte over zijn Casa Malaparte, gebouwd op een rotspunt op Capri (wat geiteneiland betekent): 'Una casa come me', een huis zoals ik.

 En ik dacht aan de bunker die Gerard Reve in Dieulefit/Le Poët Laval optrok, het Geheime Landgoed, het 'huis op de berg', dat zoveel glazen bouwblokken bevat omdat dat de makkelijkste raamoplossing is. Ik ben er nooit geweest, Rudy Kousbroek heeft het beschreven als - precies - een zelfportret. Maar Malaparte had hulp. Nadat hij een architectenontwerp had afgekeurd bouwde hij van 1938-1942 samen met de lokale metselaar Amitrano. Het huis staat 32 meter boven zee. Na zijn dood in 1957 werd het verwaarloosd en sinds de jaren '80 gerestaureerd. Godard nam er zijn film Le Mépris (1963, met Brigitte Bardot) op. Veel van het interieur is er nog, waaronder het verzonken marmeren bad voor zijn vriendin. Architecte en beeldend kunstenaar Sarah van Sonsbeeck bezocht het en vindt het 'het mooiste huis op aarde'.

 Ze schrijft: 'Ik stond er ooit - illegaal - op het dak, waarvan nu alleen mijn - illegale - dia's getuigen... We waren met een architectentour op Capri, maar hadden geen toestemming gekregen van de Amerikaanse dame die het huis toen beheerde. Maar je begrijpt, drie hekken en wat prikkeldraad zijn niets als ze tussen jou en je droom staan. Het huis heeft ramen naar de zijkant, zodat je bij helder weer het eiland Lipari ziet, waar Malaparte naar verbannen was. Alleen de kamers op de kop - een voor Malaparte en een voor zijn maîtresse misschien - hebben een klein raampje dat op zee uitkijkt... En in de grote ruimte zijn alle meubels en ramen te groot, zodat de bezoeker een dwerg wordt, en Malaparte zijn cipier. Er is zelfs een open haard met glas, waardoor je de zee in brand ziet staan. Niet voor niets loopt het huwelijk van Brigitte Bardot in 'Le mepris' in dat huis stuk. It's all in the eye of the beholder, dat weet ik ook wel. Dit huis is een machine van verlangen. Iedereen ziet er wat hij zelf het meeste mist.'

Malaparte (1898-1957) met z'n hond Zita
het huis van Malaparte op Capri

Malaparte

Malaparte dient zich weer aan. Ditmaal met de lucide passage in 'De huid' (p. 70 ev.) waarin de Amerikanen beschreven worden, de overwinnaars van fascistisch Italië. Tijdens de laatste oorlogsdagen in Napels (1943) is Malaparte verbindingsofficier is tussen de Italianen en de geallieerden. En gek genoeg lijken de Amerikaanse militairen die hij beschrijft sprekend op de Amerikanen van nu, in Irak of Afghanistan.

Luitenant Jimmy Wren uit Cleveland, de overwinnaar, loopt naast Curzio Malaparte, de Europeaan, de verliezer. Waarom maken Europeanen toch altijd oorlog. De Amerikanen hebben heel wat met ze te stellen. Door het uitgehongerde kapotte Napels lopen ze, waar de doden de baas zijn. Wat moet je met al die doden? Geen kisten. Ze zullen naar het kerkhof moeten lopen, want vervoer is er ook al niet.En dan die Amerikaan. 'Op deze aarde heb je enkel Amerikanen die zich met zoveel vrije en glimlachende sierlijkheid kunnen bewegen te midden van smerige, uitgehongerde, ongelukkige mensen. De Amerikanen zijn geen cynici, het zijn optimisten. En optimisme is op zichzelf al een teken van onschuld.'(...)'Amerikanen deugen. Tegenover armoede, honger, pijn is het hun eerste opwelling om de mensen te helpen die honger, armoede, pijn lijden. Er is geen volk ter wereld dat zo sterk, zo zuiver, zo oprecht het gevoel van medemenselijkheid kent. Christus verlangt van de mensen echter medelijden, geen medemenselijkheid. Medemenselijkheid is geen christelijk sentiment.' Vorige zomer sprak ik Jan van der Haar de vertaler en verzorger van Malapartes prachtig heruitgegeven 'Kaputt' en 'De huid'. Hij is wel de Céline van de Tweede wereldoorlog genoemd. Zo is het, precies.

idem
Frank van Hemert - studie in krijt voor ''Und die Frauen warten'' (2003)

Kunst en tekst (1)

Wat te doen aan foute of onzinnige tekst bij beeldende kunst? 't Wordt almaar erger. Welzijnstaal kom je tegen, maar ook Franse filosofen.

Babette Wagenvoort schreef: 'Ik zou graag aan een expositie meedoen waarin al het werk dat tekstuele uitleg nodig heeft niet toegestaan is.' En ze voegt toe: 'Het ergste is misschien nog wel dat zo ontzettend veel kunstenaars denken dat ze dat soort teksten zelf moeten schrijven. Of dat die tekst belangrijker is dan het werk zelf.'Wat te doen? Ik ga tekst verzamelen. Kijken wat er dan gebeurt. Zo kwam ik - puur bij toeval - in Teylers Museum terecht, waar Frank van Hemert (1956) werk op papier exposeert onder de titel 'Birth copulation death'.In zijn Curriculum Vitae vind ik oa.: 'Elk schilderij afzonderlijk is een beeldverslag van artistieke bevindingen en persoonlijke ervaringen die tot een ondeelbaar en tegelijk veelvormig geheel samengebald zijn. Opvallend zijn de heel eigen heftige kleurstellingen. De kleuren roepen emoties op, zijn zelfs fysiek aanwezig.Ook zijn er zichtbare sporen van de wijze waarop de verf op het doek is neergezet, uitgevloeid of erop is gesmeten en uitgewreven. De sporen verwijzen ook naar het penseel, de kwast maar ook vingers en handen in gradaties van onstuimigheid. De verf is bovendien op talloze plaatsen opgeladen met een erotische gloed die bijdraagt aan de indringende aanwezigheid van de schilderijen van Van Hemert.'Het houdt niet op. Teylers maakt nog melding van drie tentoonstellingen die tegelijkertijd in Duitsland worden gehouden.'In wisselende samenstelling tonen vier geselecteerde musea zijn fascinerende oeuvre waarin hij de onvermijdelijkheid van het menselijk gedrag en het menselijk bestaan beschrijft. Frank van Hemert heeft een grote liefde voor de tekenkunst. Het Prentenkabinet toont werken uit series, zoals Secret survivors en La petite mort. Dit zijn rauwe en soms pijnlijke voorstellingen, vaak met prachtige kleuren, die direct uit het onderbewuste lijken voort te komen.'

idem - 2
mode van rond 1875 door Jacques Joseph Tissot  - 1
Mallarmé (foto van zijn vriend Nadar)

Stéphane Mallarmé

Walter Benjamin maakt wat los. In de Groene Amsterdammer van deze week schetst René Boomkens een mooi portret van hem. En Henk Hoeks, afgelopen maandag te horen in onze Benjamin-uitzending, stuurde me fragmenten uit 'De macht van de mode' (uitg. Terra, 2006), een boek waaraan hij - samen met Jack Post - meewerkte, over dichters en filosofen die zich met mode hebben beziggehouden.

De meest praktische van hen was de Parijse dichter Stéphane Mallarmé (1842-1898), die nota bene in 1974 vrijwel in z'n eentje acht nummers van het modetijdschrift 'La dernière mode' volschreef - onder pseudoniemen als 'Miss Satin' - en redigeerde. Over hoeden schreef hij, over stoffen of interieurs en ook over de Parijse 'Beau Monde'. 'De mode,' zei hij, 'is de godin van de verschijning.' En dan heeft hij het niet over tijdloze eeuwige schoonheid maar over een vrouw in de straten van de grote stad. 'Een vrouw die slechts 'en passant' op een van de boulevards verschijnt, en wier kleding is ontworpen als een kunstwerk dat vaak maar één keer gedragen werd.'Die kortstondige schoonheid wil Mallarmé in z'n blad vastleggen. Niet in beelden maar in woorden. Hij gebruikt daarbij modetermen, maar roept ook de zintuiglijke effecten van de kleren op. Zonder zijn tussenkomst zou deze schoonheid zomaar verdwijnen, redeneert hij. En zo pakt hij uit over de kleureffecten in een changeant, het ruisen van een kostbare stof of het strijken van weefsel over de huid.'En hij gaat in discussie met z'n lezeressen. Geeft ze tips als een stylist. Sterker nog. Hij beschrijft soms zelfs kleren die hij verzonnen heeft en die helemaal niet bestaan. En vraagt welke jurk ze mooier vinden, de echte of de door hem bedachte. Dit avontuur kon niet heel lang duren. Maar inmiddels zijn alle acht nummers herdrukt en ook in het Engels te krijgen. Ik ga ze bestellen.

Bazar de la volupté
portret van Guys door Edouard Manet
Twee vrouwen, twee soldaten

Constantin Guys (1)

 Constantin Guys werd geboren in Vlissingen in 1802, hij stierf in Parijs in 1892. Hij werkte als tekenend correspondent tijdens de Krimoorlog, en was aquarellist en illustrator voor Engelse en Franse kranten. Baudelaire vereerde hem, noemde hem 'de schilder van het moderne leven' en schreef een essay over hem (1859). Zijn onderwerp was later vooral het Parijse 'uitgaansleven'. Veel courtisanes, cocottes, grisettes..

 Guys leefde teruggetrokken. Het kostte Baudelaire veel moeite hem te vinden, maar in 1859 kon hij toch een paar keer met hem praten. Baudelaire voerde Guys op in de zijn betoog dat elke tijd zijn eigen schoonheid kent: 'Het Parijse leven is rijk aan poëtische en schitterende onderwerpen. Het wonderbaarlijke omgeeft en verzadigt ons, maar we zien het niet.'Constantin Guys zag het en gaf het weer. Is Constantin Guys vergeten?In zijn Parijse roman 'Au pair' laat Willem Frederik Hermans zijn heldin Paulina niet voor niets ook uit Vlissingen komen. Een plaatsgenote van zijn held Constantin Guys!Haar werkgever, een oude generaal geeft de lezer vele détails over de schilder. 'Een orkaan van bescheidenheid' was Guys. En, geloof het of niet in 1954 is er in Vlissingen een Constantin Guys-tentoonstelling geweest.

foto's Babette Wagenvoort
de ballen in het hok

Sonsbeek (3)

De bewegwijzering op Sonsbeek is niet enorm. Overal in het park trof ik afgelopen zaterdag dolende echtparen en gezinnen die liepen te zoeken naar beelden.Grote genummerde bollen op staken moesten de kunstwerken markeren, maar ze ontbraken vaak.

Afgelopen zondag was Babette Wagenvoort er. Tijs Goldschmidt hield toen nl. zijn lezing over het Sonsbeek-thema 'Grandeur', vanuit biologische invalshoek.Babette schrijft: 'Zijn link naar 'grandeur in de kunst' was wat zwak: als ik het goed begreep zouden kunstenaars kunst maken om zich uit te sloven 'voor de vrouwtjes' die hen daardoor aantrekkelijker zouden vinden (kunst als de staart van een pauw). Als vrouwtjeskunstenaar weet ik niet zo goed waarom ik dan nog werk maak.Interessanter vond ik het dat volgens hem de genummerde ballen van Anna Tilroe door mensen die hun territorium willen afbakenen naar beneden worden gehaald. Nadat mevrouw Tilroe eerst haar territorium had afgebakend natuurlijk!De kapotte ballen bleken in het fietsenschuurtje te liggen achter de boerderij waar de lezing was...'.

De Amsterdamse Zadkine.
naamloos in Karlsruhe

Kunst in de Openbare Ruimte

Philip Akkerman zei het heel stellig. Hij was tegen. Tegen Kunst in de openbare ruimte. Je moet niet de mensen ongevraagd iets opdringen, vindt hij.

Nederland is een vol land. En elk beeld een aanslag op het stadsbeeld dat je met je meedraagt. Een openbaar kunstwerk moet wel heel goed zijn wil het zich een plaats verwerven. Zo heb ik in de stad Amsterdam nog steeds geen vrede met het Monument op de Dam van Rädeker. Het Lieverdje op het Spui van Kneulman vind ik een flauwiteit. Het rare ding van Zadkine (‘Dwelling’ uit 1963-1964, een soort gezin in een flatje) dat naast de Nederlandse Bank op het Westeinde staat? Ik zou het niet missen. Nee, dan de Openbare Ruimte in Duitsland. Zo veel! Na de bombardementen in de laatste oorlog gaapte de Openbare Ruimte je aan. En dan moest er echt iets. Zoals dit brutale, naamloze ding in Karlsruhe.

Tags: 

Theater

Routineonderzoek bracht me op de polikliniek van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Ik maakte er in 2000 een operatie mee. Meteen raakte ik weer gefascineerd door het ziekenhuistheater.

Allereerst in de kostumering. Het fluorescerende geel en groen is voor de ambulanciers, het donkerrood zover ik kon zien voor Spoedeisende Hulp-mensen. Schoonmaakers zijn turkoois.Er is veel tijd stuk te slaan. Ik kijk en kijk.Artsen dragen de doktersjas, liefst met flapperende panden. Mijn dokter - je ziet steeds meer vrouwen in het doktersvak - droeg grappige gele schoenen met een hakje en een spijkerbroek onder haar jas. Ze kon in die combinatie heel sierlijk lopen. Van het OLVG kwam ik in de routine van bloedonderzoek bij een van de filialen van de Atal, de organisatie die het bloed van Amsterdam beheert. De Hindoestaanse van dienst prikte feilloos. Ik zei het haar en dacht, wat zouden we zonder al die Surinaamsen in de zorgberoepen moeten? Vergeet niet dat moslima's geen mannen mogen aanraken.

The ornamental hermit - Matthew Monohan

Sonsbeek (2)

Wat ik bedoelde met wat ik gisteren zei over die teksten op Sonsbeek?Lees wat 'The ornamental hermit' van Matthew Monahan meekreeg Een leuke Amerikaan die Matthew, opgeleid oa. aan de Rietveld Academie en de Ateliers maar informatie over kunstenaars ontbreekt op Sonsbeek, zowel bij de beelden als in het boekje, alsook op de website totaal.Het boekje zegt:

'De menselijke figuren van Matthew Monahan lijken snel met foam, schuimrubber, ijzerdraad en papier in elkaar te zijn gezet. Maar niets is minder waar. De intens dramatische uitdrukking die Monahan aan die onooglijke materialen weet te geven, vereist een grote aandacht en een zorgvuldig zoeken naar de juiste balans. Waar slaat het theatrale om in sentimentaliteit? Hoever kun je het kitscherige voor je uitjagen en profiteren van het wilde spoor dat het trekt in het keurig aangelegde pad dat voor je ligt?'Etc..Ergerlijk geklets uit de nek. Monahan verdient beter. Een korte, feitelijke biografie en een titel. Meer is echt niet nodig.

een van de ''9 notabelen'' van Joseph Sumégné uit Kameroen
''Flying greenhouse'' van Tomas Saraceno uit Argentinié - zwevende plantenkas (of boomhut?)

Sonsbeek (1)

'Sonsbeek 2008: grandeur'. Zo heet de editie van dit jaar - de tiende. Grandeur? Samenstelster Anna Tilroe zegt 'Onze cultuur kent geen nobele mensbeelden meer die je na kunt streven en dat veroorzaakt een gevoel van innerlijke leegte'.

De kunst kan daar ook niks aan verhelpen, maar 'heeft wel de mogelijkheid om te verbeelden hoe het ook zou kunnen'. En dan ga je rondkijken om te zien wat 28 kunstenaars maken van 'grandeur'. Grandeur? Gekke mannetjes en reuzen van sloophout en afval zie je. En boomhutten, want die bouw je in zo'n park, in zo'n bos. Dat is ook wat het merendeel van de kunstenaars heeft gedaan.Jammer van de begeleidende teksten. Overal blijkt iets mee bedoeld te worden. Het bos bedoelt toch ook niks?

Pagina's