Het Pauli effect

 Vanaf 22 juli is in de Amsterdamse 'SMART Project Space' de tentoonstelling 'Getting closer to Pauli' te zien. Met foto's en sculpturen van Sarah van Sonsbeeck. Sarah is opgeleid als architect, haar verhalen gaan over ruimte, hoe we die gebruiken en wat ruimte met ons doet. In 2006 begon ze met 'Mentale Ruimte - Hoe mijn buren gebouwen worden'.Deze nieuwe tentoonstelling komt voort uit een citaat van Nobelprijswinnaar natuurkunde Wolfgang Pauli (1900-1958) over de ontdekking van het elektron: 'If I put a hand over my left eye, I see a particle. If I put a hand over my right one, I see a wave. If I open both eyes, I go mad.'

 Sarah: 'Ik raakte onder meer gehecht aan het 'Pauli effect'. Wolfgang Pauli blijkt ook bekend om het feit dat in zijn buurt bizarre dingen gebeurden: apparatuur ging spontaan stuk, maar als je hem er in probeerde te luizen en een emmer water op de deur zette, bleef die gewoon staan. Ik heb geprobeerd momenten met dit Pauli effect (uit zijn en mijn leven) zo wetenschappelijk mogelijk te reconstrueren, bijvoorbeeld de dag waarop een voorbijganger een (leeg) spaflesje achteloos wegwierp - zo tegen mijn voorhoofd. Het duurde 55 pogingen voor het me opnieuw lukte...'.

150 jaar oude sluis. een goede overzichtsfoto zou je alleen uit de lucht kunnen maken.
de helft van het tweelingkanaal

Tweelingkanaal

Dubbele rijen populieren langs een dubbel kanaal. Voor zo'n beeld moet je in België zijn. De populieren mogen er sinds Breughel toch al veel hoger groeien dan bij ons. Dat hallucinerende tweelingkanaal.

Boven Damme kom je eerst het Schipdonkkanaal tegen, officieel het 'afleidingskanaal van de Leie' dat begint in Deinze, onder Gent. De vervuilde Leie werd om de stad heen geleid, en overstromingen konden zo worden voorkomen.Boven Maldegem komt het Leopoldkanaal erbij. En zij aan zij lopen ze naar Heist, waar ze uitmonden in de Noordzee. Het graven heeft geduurd van 1846 tot 1860. In beide Wereldoorlogen is er zwaar gevochten langs beide kanalen. Het Schipdonkkanaal heet wel 'De Stinker', wegens de vervuiling en het Leopoldkanaal 'De Blinker', want dat voert alleen schoon polderwater af. Wie ermee is op gegroeid, zoals ik met het Apeldoorns kanaal, gaat overal kanalen zien en sluizen kijken. Met wat geluk is er een schipperscafé waar commissaris Maigret elk moment kan binnenkomen. Simenon hield ook van kanalen. Graag laat hij Maigret bij de sluis een lijk opdreggen.

A.L.Snijders op zijn erf, nabij Lochem

Tuinhekjes

De lezers van A.L.Snijders kunnen uitzien naar nieuwe Zeer Korte Verhalen in de Volkskrant.'De krant heeft gevraagd of ik 15 kleine dingetjes over mijn tuin wil schrijven, met de toevoeging: 'het tuinhek mag open'. Ik weet niet hoe het zich ontwikkelt, maar misschien kan ik het hek beter dicht laten."

Niettemin, het gaat gebeuren, te beginnen op 16 juli as.. Kortgeleden was ik bij Snijders op het erf. Ik schreef terug: 'Vreemd, een man die in casu tuin alles heeft, tot hele bomen toe, maar toch geen hekje, dacht ik.'Ik had het mis. 'Toen we hier in 1971 kwamen wonen, was het november, we bleven tot de lente voornamelijk binnenshuis. maar in die lente hebben we een klein deel van ons gebied met hekken afgezet voor de kleine kinderen en de honden. Er zaten drie tuinhekjes in deze omheining. We zijn nu oud, de kinderen hebben zelf kinderen, de honden lopen niet meer weg, de omheining is door de tijd en mij gesloopt. maar - let goed op, Wim - de drie hekjes staan er nog, versteend, altijd open, niet meer in staat gesloten te worden, maar nog steeds functionerend als doorgang.'

Tags: 
de historische VPRO-asbak
Huib Schreurs
deel van het asbakkenmuseum

Asbakken

Wie een boek koopt bij de Amsterdamse boekhandels Schimmelpennink of Schreurs & De Groot, allebei aan de Weteringschans, krijgt tot 13 juni een sigaar cadeau. Daarmee protesteren ze tegen het rookverbod in publieke ruimten. Boekhandelaar Huib Schreurs ziet achter het rookverbod een fanatisme dat hem niet zint. Hij heeft in zijn zaak bovendien een asbakkenmuseum ingericht waar die van beroemde cafés als Mulder en Eik & Linde zijn bijgezet.

Vanmiddag heb ik een historische VPRO-asbak aan deze verzameling toegevoegd. Tot 1997 huisde de VPRO aan de 's-Gravelandseweg in Hilversum.Uit die tijd stamt deze asbak. Hij hoorde thuis in CK-1, dwz. Controlekamer 1. Dat was de grote studio in de kamer en suite beneden in het huis van oprichter dominee Spelberg, waar het orgel stond en waar de prinsesjes aan het zondagshalfuur van mevrouw Spelberg-Stokmans kwamen meedoen terwijl de koningin boven met de dominee een kopje thee dronk. Ze waren dan per fiets uit Soestdijk gekomen. De asbak is genummerd aan de onderzijde, hij was nl. eigendom van de Nederlandse Radio Unie, die alle Hilversumse studio's en hun inventaris beheerde. In later jaren werd hij gebruikt door een generatie shagrokers, incidenteel ook voor geluidseffecten. Daarbij is hij gedeukt.

De bril van kanunnik van der Paele.

Wie Brugge bezoekt groet in Het Groeninge Museum de kanunnik die zich in 1434 door Jan van Eyk liet schilderen met de madonna.Opdat zij hem - na zijn dood - in de aandacht van het opperwezen zou aanbevelen. Van der Paele kan moeilijk over het hoofd gezien worden.

De bril is uitgevonden rond het jaar 1000 door de Arabieren. Hij kwam pas met de kruistochten in de 13e eeuw naar Europa, eerst in Venetië, vanaf de 14e eeuw ook in Vlaanderen.Maar je ziet hem weinig op de schilderijen omdat hij duidde op een lichamelijk gebrek. Aan het hof waren brillen lang verboden. Aan de lichtbreking door de lenzen is te zien dat de eerwaarde lijdt aan een klassieke ouderdomsverziendheid.Toch een ijdel man, de kanunnik: hij stond erop om geportretteerd te worden met zijn leesbril - in de hand, maar toch. Zo weten wij, E.H. van der Paele was een geletterd man. Zijn bril is de Europese oerbril.

Brugge 2
Brugge 1
Zelzate

Onbeschroomd

Dat woord schoot me te binnen in België. Vreemd, er bestaat daar een heel eigen plompverlorenheid. Ik probeer voorbeelden te geven. Voorbeelden van zaken waarvoor men in Nederland zou terugschrikken. Ondanks de schijn van het tegendeel is men in Nederland nog steeds vaak benauwd. Tja, wat moeten de mensen wel denken.

Neem nu dit standbeeld in Zelzate van de socialistische voorman Jozef Chalmet, met zijn Paul Henri Spaak-bril Ik geef toe, standbeelden met brillen intrigeren me al lang. De verschillende oplossingen die beeldhouwers verzinnen. In het Vaticaan zag ik eens een paus (wie ook weer?) met een bronzen (deel van) een brilletje. Ik herinner me zelfs een buste met een bril met echte glazen. Maar wie maakt er nu zo'n idiote kop in steen? En wie zet hem neer op een stadsplein? En dan deze brugleuning in Brugge. Er zijn meer van die bruggen in Brugge. De staanders eindigen in tweezijdige leeuwenmondjes, die de leuning als het ware opeten. Het ontwerp was in Nederland vrees ik afgekeurd door de brugleuningcommissie als 'al te mal'.

reclame voor leren zitcomfort
in het oude centrum
wit-geel, de kleuren van het Vaticaan

Zelzate

Vanmiddag was ik in Zelzate, de gemeente die sinds 1823 in tweeën wordt gesplitst door het kanaal van Gent naar Terneuzen. Maar ook eerder al waren er kanalen van Gent naar de Schelde.Zelzate betekent 'zoute plaats'.Ik ging vooral met het plan er boeken van Eriek Verpale te kopen, die er vandaan komt en er over heeft geschreven .

Wim Brands interviewde hem lang geleden over zijn correspondentie met Luuk Gruwez, dat bleef me bij. Op Internet vond ik ‘Katse nachten’ (naar de wijk ‘De Katte’) en ‘Alles in het klein’. Maar in de goed gesorteerde Standaardboekhandel in Zelzate ving ik bot. De boekhandelaarster had zelfs nooit van Eriek gehoord.De computer wees ‘uitverkocht’.Wat te doen? Ik keek rond, zag onder meer een 40-jarig priesterjubileum, een meubelpaleis aan het kanaal en meer nog. Het was vooral de onbeschroomdheid die me trof.Nederlanders lachen daar wel om, dat weet ik. Maar ik niet. Het is een directheid die ik graag zie. ps. Het is dezer dagen feest in Zelzate. Maandagavond komt Eddy Wally.

Hoe Kees Fens werkte

 Op 20 mei 2006 zou ik bij Kees Fens een gesprek komen opnemen over hoe het toeging op zijn ‘werkplek’. Het was een rommelige dag, hij zat vlak voor belangrijk medisch onderzoek, legde hij uit. Toch wilde hij graag praten. Halverwege ons gesprek kwam een telefoontje. Aan de andere kant van de lijn zat kennelijk een medisch specialist. De opname draaide door, omdat ik anders de timing zou kwijtraken. Zo is bij toeval bewaard gebleven hoe Kees Fens met de arts praatte over de mogelijk dodelijke ziekte die hij onder de leden had. Dat deed hij zo direct als het maar kon. ‘Wanneer ga ik dan dood?’ (...)‘O. Jaja.’

 Na afloop kreeg ik kort verslag. Het was ‘niet onverdeeld ongunstig’. Dat optimisme blijkt ook in het vervolg van het gesprek, als het bundelen van columns ter sprake komt. Fens zal namelijk de gebundelde ‘Trijfels’ van Nico Scheepmaker bespreken. En die zijn toch vaak gedateerd, vindt hij, er hadden voetnoten bij gemoeten om ze in de tijd te plaatsen en dan nog.

 Duizenden stukken en stukjes heeft Kees Fens geschreven. Toch moet hij er niet aan denken, zegt hij, dat er ‘over 15 jaar, na mijn dood in 2020’ daarvan 200 in een boek bij elkaar zouden worden gebracht. Hij praat over deadlines. Vijftig jaar deadlines. Zonder deadlines zou hij niets uitvoeren. Die ‘wedren met jezelf’’ werkt stimulerend. Nee, hij is geen prutser, geen knoeier of kladder, alles gaat bij hem rechtstreeks. Een genade: ‘Als ik iets wil zeggen heb ik meteen de juiste woorden en de volgorde.’ Denken en formuleren vallen bij hem samen. Als de computer aangaat kan hij beginnen. Wel hangt veel af van de eerste zin. Het stukje gaat zich gedragen naar die eerste gedachte,Geleidelijk wordt dan wat hij wil beweren duidelijk. Er hoeft later ook niks meer aan veranderd te worden.

 ‘Schrijvers, dichters werken zo,’ zeg ik. Heeft hij nooit een roman geschreven? Nee, dat heeft hij nooit geprobeerd, zegt hij. Dat kan hij ook niet. Hij zou nooit een schrijver kunnen worden omdat bij hem alle tekst meteen een betekenis moet krijgen. Hij heeft altijd de neiging om iets te beweren. Fens is een streepjeszetter, met potlood zet hij in de te bespreken boeken twee of drie streepjes. Als er een C bij komt betekent dat ‘citeerbaar’. Nee, geen ezelsoren. En dan, doorwerken en niet opstaan. Je niet laten afleiden. Nooit ijsberen. Alleen soms even naar buiten kijken. Naar de gracht. ‘Ik schrijf alleen maar om het af te hebben,’ zegt hij tot slot. ‘En dat gebeurt dan ook altijd. Zo gauw mogelijk.’ Het gesprek werd op 22 mei 2006 uitgezonden. Hierbij.

Tags: 
'Ik schrijf eigenlijk alleen maar om het af te hebben'
Beluister fragment

Arie Schippers loopt

En vervolgt zijn pad door Duitsland. Onderweg stuurt hij tekst en foto's.

1.en onder mij is het paaltje waar ik op zit om de foto te maken (gr van de panasonic tz5) ik ben tot Genthin gekomen nog vier dagen naar Berlijn 2. kijk eens hoe hier met dat bochtje de hoek om drie opvattingen over plaveisel achteloos in elkaar overgaan welk gedeelte heeft de laars van het fascisme gevoeld? dit soort vragen komt vaak op bij mij op weg naar Berlijn3hier nog een soort van ddr-eton oplossing die je vaak ziet die neue Länder noemen ze het in het westen 4de oude ddr is betonland bij uitstek het begint al bij het ijzeren gordijn met betonnen torentjes5nog even de familie stenen die hier al een paar honderd jaar woont gezellig met de touristallemaal lachen jamet mij op de fotomet mijn vinger op de fotohoe kan ik de vinger in de aanslag houdenen de foto nemen?

Omheiningskunst

 Vanmiddag werd de omheining rond het Amsterdamse Stedelijk Museum geopend. Het museum, zelf is bij lange na niet klaar (hopelijk 2009). Wat te doen? Van de nood een deugd maken. 'Omheiningskunst' is een beproefd concept. En zo maken zeven kunstenaars ombeurten voor twee maanden een omheining rond de bouw. Het gaat om een schutting van 108 meter, langs de Paulus Potterstraat en de Van Baerlestraat. Er wordt gewerkt met posters en materiaal uit de collectie van het museum. Als eerste is Karin Hasselberg (1980) aan de beurt, in Avondlog ook bekend als 'de kuilengraafster'

Ze koos werken uit twee catalogussen van het Stedelijk. In eentje uit 1984 kwam een fragment van 'La perruche et la sirène' (De parkiet en de sirene) van Henri Matisse per ongeluk ondersteboven terecht. Die afbeelding combineerde ze met de 'Blauwe Studie' (1991) die Daan van Golden baseerde op dat zelfde schilderij van Matisse. In juni jl. ging Karin langs bij Van Golden in zijn Schiedamse atelier. Toen ze hem haar plan vertelde besloot Van Golden om de pagina in zijn catalogus aan te passen. Hij zette een extra lijn aan de linkerkant, zodat de gouden omlijsting nu compleet is. Tot september 2009 maken Joris Lindhout, Juha Laatikainen, Vincent Vulsma, Frank Koolen, Mark Kent en David Jablonowski nog omheiningen.

Pagina's