vrijdag 12 september 2008 - 22:53
Bij het lezen van 'En dan nu de polonaise', het verzamelwerk over 'muziek in Den Haag en Scheveningen' verzonk ik in een tomeloze melancholie. Melancholie is luxe, dat weet ik wel.
Het boek legt het ongrijpbare vast, dat maakt het zo waardevol. Wat eens alledaags was en nu zo bevreemdt. Geschiedschrijving van de goede soort. De dood gluurt er achter. Vooral in de superlatievenstijl van sommige bijdragen.Het houdt nooit op. Tot het ophoudt. Verzuurd karton, dozen vol onbegrijpelijke geworden singles en langspeelplaten. Alle overgave en dromen die erin zaten. Dit boek vertelt ongeremd van het hoe en waarom, van de precisie en de ernst van eens. Bij mijn stukje over Dixieland zette Cor Gout twee platenhoezen van de Dutch Swing College Band uit 1956. Op Scheveningen. Alle jongens hebben hun instrument meegenomen naar buiten. Alleen Joop Schrier - de held uit het stukje - poseert met een denkbeeldige piano. Hij doet dat twee keer, zo leuk vond hij het grapje kennelijk zelf. Eén keer in de zomer en nog eens in de winter. Maandagavond komt Cor Gout naar de Avonden-studio, Wim Brands en ik zullen met hem praten.