Herinnering aan het sterfbed van mijn moeder (1965)  - olieverf en ach 'mixed media'

Roger Raveel (3)

Deze 'Herinnering aan het sterfbed van mijn moeder' (1965) hangt niet in Arnhem. Ik zag hem in 2008 in Oranjewoud toen Thom Mercuur 'Raveel in Friesland' inrichtte in Museum Belvedère.

Van de dode zie je niets dan haar profiel in één lijn en haar hand. Het meeste van haar is al elders.
Haar bed, het echtelijk bed, strekt zich ook naar boven uit. Al komen beide bedstijlen juist hard op je af. Kijk maar, die zijn van hout, niet geschilderd. Dit zijn vermoedelijk de
stijlen van het ouderlijk bed van Roger Raveel, de echte.
Boven het bed hangt het veelbesproken witte vierkant dat Raveel inzet voor al wat ons te boven gaat, nu met een vuile vlek in de rechterbovenhoek.
En de man op de rug gezien is z'n vader.
Al ging ie zelf op latere leeftijd ook steeds vaker een pet ('klak') dragen.
 

Het verschrikkelijke mooie leven (détail, 1965) - olieverf op doek en 'mixed media' waaronder levende kanaries
De schilder spreekt (1946) - vroeg zelfportret

Roger Raveel (2)

Raveel bracht een liedje bij me boven dat nu niet meer weg wil uit m'n kop: Ivan Heylen bezingt rond 1970 'De werkmens'.

Het alledaagse en het raadsel van het leven. Het zien wat iedereen over het hoofd ziet. Zoals de betonnen schuttingen en paaltjes. In 1967 noteerde hij voor Elsevier een aflevering van de reeks 'In gesprek met mijzelf'. En vertelde waarom hij op een dorp bleef wonen:
'Waar kan men beter het infiltreren van het moderne leven gewaarworden dan in een dorp. in de stad wordt alles onmiddellijk geïntegreerd en ziet men niet zo scherp de isolerende, tevens contrasterende - bevreemdende werking van publiciteit, het benzinestation, het beton, de auto... Ook het koren het gras, de koe moeten nog gezien worden. Niet binnen een animistische eenheid, maar wel vanuit een mentaliteit die vrij en meedogenloos deze dingen in ons tijdperk nog zou durven benaderen. Wat de gewone man van het leven maakt boeit mij.' 

Zie de werkmens van Heylen, die leeft van de 'patatten en tomatten' die hij zelf teelt op zijn 'roe', wat Vlaams is voor een moestuintje achter het huis. Bonenstokken genoeg bij Raveel.
Morgen na 22.00 in de Avonden meer.. 

Het vierkant rust even uit (1971)
Stoel en tafelboog (1991)
Sacraal vierkant (1966)

Roger Raveel (1)

Wat kan een geschilderd of uitgespaard vierkant zijn, al of niet omkaderd? Bij Roger Raveel zou je zeggen 'alles'.

Van betonnen schuttingen of vrouwen bezig met verstelwerk belandt hij - de dorpsjongen uit Machelen aan de Leie - als vanzelf in voorstellingen als 'Een sacraal vierkant'.
Al sinds midden jaren vijftig komen die vierkanten voor.
Carel Blotkamp schrijft erover in de catalogus:
'Afhankelijk van de situatie kunnen ze worden gelezen als een raam, een spiegel, drogend wasgoed, of een nog onbeschilderd doek. De vormen werken echter vaak ook als een soort stoorzenders, ze benemen het zicht op een flink deel van de voorstelling of slaan er een gat in.'
Wonderlijk. Ze maken je aan het lachen, ze houden je - letterlijk - een spiegel voor of duwen je met je neus op al wat wij niet weten. 
Waarmee Raveel knipoogt naar de vierkanten van Mondriaan, Malevitsj. Maar er is meer. 'De twee handen,' zegt Blotkamp, 'houden het vierkant op zoals een katholieke priester tijdens de mis de hostie omhoog houdt. (...) Zoals de ouwel verandert in het lichaam van Christus, lijkt Raveel te willen zeggen...'.

Raveel, inmiddels negentig, was vanmiddag bij de opening van z'n tentoonstelling 'Even terugschouwen' in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem.
Morgen meer.
 

Boudewijn en Kees van Kooten, woensdag in Rotterdam

Boudewijn Paans

Vanmorgen schreef Arnon Grunberg in de Volkskrant over Eindelijk invalide van Boudewijn Paans.

Dit na een bijeenkomst woensdagmiddag in Rotterdam waar hij, Wim Brands, Kees van Kooten en ook ik Boudewijns dochter Maartje een handje hielpen bij de verlate doop van het boek.
Het verscheen voor de zomer al, maar de uitgever deed er niets  mee, zodoende. Ik kocht Eindelijk invalide nota bene op de medische afdeling van een boekwinkel.
En ja, Boudewijn liet als hoofdredacteur van de vpro-gids Arnon - in 1994 - zijn eerste column schrijven. Maar belangrijker. Dat de vpro nog bestaat is vooral zijn werk. Hij organiseerde de campagnes voor B- en A-status in 1984 en 1992. Ik assisteerde als tekstschrijver en maakte het mee. Een bovenmenselijke klus.
En dat voor een geboren spasticus.
'Waarom werk je zo krankzinnig hard?' vroeg ik eens.
'Anders denken ze dat ik gek ben.' 

Hij had gelijk. Geef ze de kost die spastici aanzien voor zwakzinnig. Je bewijzen dus, elke dag opnieuw. Lees maar.
 

Peter Morrens in Goes

Peter Morrens (4)

Morgen ben ik in Lier, en zal zijn hoofdkwartier zien.Direct naast de Sint Gummarus-kathedraal.

Niet toevallig, die plaats. Het verlies telt zwaar bij Morrens, het verlies - raad ik - van de katholieke wereld van eens.
De doem van de zwaartekracht.
Onze val uit het Paradijs.
Steeds maar weer.
Er wordt gevallen, van de verdoemden in de hel tot Icarus.
Vallen en de angst ervoor, tot je in je graf valt.
Maar Peter Morrens wil niet in de val van de illusie trappen.
'Not to be trapped, let's fall again.'
 

Tags: 
het ovale veld, zo groot als twee voetbalvelden.. verrekijkers nodig

Extaze

Cricket, eindelijk lees ik weer eens in het Nederlands over cricket. Waar anders dan in het 'Haagse' tijdschrift Extaze.

V.S.Naipaul beschrijft in 'A house for Mr. Biswas' hoe vader en zoon zich naar het stadion van Port of Prince begeven om een cricketmatch te zien. Niet dat ze de regels van het spel kennen, het gaat er om dat ze samen een cricketmatch bezoeken.
Wat is cricket?
Uitdrukkingen als 'that's not cricket' en vormen als 'the slow hand clap', het verlangzaamde applaus, dragen werelden aan betekenis.

In de nieuwe Extaze (nummer 1) schrijft de diplomaat Karel de Vey Mestdagh over 'the gentlemen's game' als 'die wonderlijke combinatie van merendeels onbegrepen sportiviteit en niet te doorgronden rechtvaardigheid (bewaakt door scheidsrechters in witte amanuensisjassen, met kroonkurken in hun zak). Maar nee, dat moest niet nodig zijn. Het ware cricket is immers de regels ver voorbij. Cricket is bigger than rules...'.
Later hopelijk meer.
Ian Buruma heeft over cricket geschreven (in Voltaires coconuts). Arjen Duinker en Kees 't Hart zijn liefhebbers. Nu zij?
 

Remco Campert

Dichters rijden niet

Al zeker sinds 1970 heb ik me er luidop over verbaasd. En nu is het een radioserie waarin Judith Herzberg maandag als eerste uitlegde waarom ze niet rijdt.

Het begon ermee dat ik elke week een programma met voordragende schrijvers en dichters deed in de Hilversumse radiovilla van de VPRO. De meesten woonden in Amsterdam en hadden geen rijbewijs. En zo heb ik er heel wat op en neer gereden. Het was de tijd van binnenwegen en langdurige opstoppingen. En van drank.
Vaak zat Remco Campert naast me met een fles wijn tussen z'n dijen. Ik herinner me dat de Derde Wereldoorlog weer eens bijna uitbrak. We stonden stil in Diemen, waar de grote weg toen nog langs ging, bij een vestiging van BELA-meubelen.
'Stel je voor dat dit het laatste is dat we van de wereld zien,' zei Remco, 'verschrikkelijk.'

Een vitale test voor kandidaat-astronauten is die op fantasie. In de ruimtevaart een levensgevaarlijke eigenschap. En laat dat nu zijn waar Judith Herzberg gisteren op wees: het gevaar van concentratieverlies is bij dichters te groot. 
Maar 't gaat verder.
 

Peter Morrens (3)

Eerder noemde ik hem een meester van het onaffe. Nu zoek ik meer houvast, vrijdag ga ik hem opnemen.

Neem deze foto. Morrens staat aan de kade in Venetië met een bordje in z'n handen waarop hij geschreven heeft 'FEELING LOST' - waarbij LOST onderstreept is.
Over de afbeelding van de figuur is een kruis van draadjes wol gespannen. Zulke kruizen, maar dan met viltstift zag je wel op zg. contactafdrukken van oude, analoge foto's. Daarmee gaf de fotograaf of opdrachtgever aan welke opnamen niet gebruikt moesten worden.
Eens zag ik zo'n vel waarop Sophia Loren alle opnamen van zichzelf had weggekruist waarop ze naar haar zin teveel lijf weggaf.
Maar nu, een afkeuring in de vorm van een wollen kruis. Het is een gestileerde afkeuring. Tegelijk probeer ik een andere plek op aarde te bedenken waar deze foto, met tekst en draadjeskruis op hun plaats zouden zijn. Maar nee, alleen in Venetië kun je er zo bij gaan staan.
 

Tags: 
The quality of yellow (1990) - ..vliegen.. de zon, met nog net een streepje horizon..

JCJ (3)

Vanmiddag zat ik aan het Amsterdam-Rijnkanaal en probeerde 'Licht tijd en ruimte' te doorgronden, de catalogus die Hans Locher maakte bij de tentoonstelling In-zicht van JCJVANDERHEYDEN (1928).

In-zicht? Terwijl de 'Medusa' voorbijvoer krabde ik op m'n kop en las over hersenhelften en hoe daaruit de verschillen tussen man en vrouw te verklaren en de functies van wetenschap en kunst.
En, jawel, over het 'ruimteschip aarde' en JCJ's vliegreis boven de Himalaya. Kortom, over hoe we naar de wereld kijken.
Enerzijds blijft Van der Heijden altijd een jongen van een jaar of twaalf en anderzijds heeft ie alle kenmerken van een hippie. Maar dat belet niet - misschien juist het omgekeerde - dat hij een tentoonstelling heeft neergezet - dit is zijn idee en uitwerking - zoals je ze vaker zou wensen.

Morgen na 22.00 meer.
 

het omslag.. die ene..

Peter Zantingh (3)

Een uur en achttien minuten is de afstand per spoor van Utrecht, waar Johan is gaan studeren - als enige uit de vriendenclub - naar het Westfriese dorp. Een onmetelijke afstand.

Vrijdagavond sprak ik Peter Zantingh in de Avonden. We hadden het over het vele ongezegde in z'n boek. Intussen, vragen te over.
Hoe maak je Noord-Hollandse 'zwijgcultuur' tot literatuur? Wat geef je weg als schrijver, wat niet? Welke ruimte laat je aan de lezer - nadat je die de hints gegeven hebt die je kunt verantwoorden, maar ook niet meer. Want wie ben jij, schrijver? Wat weet jij ervan?
Als geboren Noord-Hollander altijd nog meer dan een ander.
De zelfmoord van Joey zal niet worden opgehelderd. Ook zal niet worden verklaard waarom in Westfriesland drie keer zoveel jongens eruit stappen. En ik kan maar bij benadering onder woorden brengen waarom Een uur en achttien minuten een goed boek is.
Om wat er niet staat, denk ik.

Het verschijnt vrijdag as.
 

Pagina's