Een nieuwe wereld

 Zie je ontstaan op de tentoonstelling 'New realities' in het Rijksmuseum van 19de eeuwse foto's. Hoe fotografie onze manier van kijken veranderde. Voor het eerst kon je snel en eenvoudig vastleggen wat je zag.

 Een revolutie in de beeldcultuur was het gevolg. De schilders sloe­gen aan het fotograferen. In het boek 'Snapshot' (2012) zie je hoe sinds 1888 de goedkope Kodak schilders als Bonnard, Breit­ner, Evenepoel, Vallotton, Vuillard en anderen op ideeen bracht. Goedgekozen titel: het moment te pakken krij­gen. Dat ene detail dat het moment maakt. Zoals het omkijkende meisje op de foto van Henri Evenepoel van z'n gezin op de Place de la Concorde.

 Het moment, maar ook hoe je het beeld kunt afsnijden. Breitner werd een pionier. En de close up, langzaam komen levende mensen dichterbij terwijl de schilders ze benaderen. En dan het snel gemaakte zelfportret. De selfie is geboren.

 In het Rijks zie je hoe het begon. De stijve portretcultuur van de familiefoto's was nog voor de eeuwigheid. En daar kan geen lachje af. Dan komen de fotografische visitekaartjes. En dan komt de malligheid. Even gek doen voor de camera.

 Het waren de schild­ers die het gebruik van het nieuwe medium losgooiden. Dat is wat je in het Rijks zoekt en vindt. De onbewaakte momenten. Dat je dwars door de tijd heen kijkt. En zie, je bent zomaar in een zeer aanraakbaar 1898.

Blinde zanger

 Ofwel de andere kant van de bergen. Wie ben je, waar kom je vandaan? Als je een paspoort nodig hebt om in Europa op te treden moet je dat weten. De blinde zanger Rabih zou een Armeniër kunnen zijn, net als regisseur Boulghourian.

 Maar wat hij ook zoekt, zijn geboortebewijs (hij is van 1989) is zoek, en alle sporen lopen dood. Al rijst het vermoeden dat ook de aardige oom die die hem en zijn adoptief-ouders tijdens de Libanese burgeroorlog redde een bloedig verleden heeft.

 Na elke oorlog komen onaangename waarheden, leugens en bedrog aan het licht. Zoals dezer dagen over onze eigen Indische oorlog. Want dat is het eigenlijke onderwerp van de film. De cover-ups van oorlogsmisdaden. Wie en waar zijn de echte ouders van Rabih? Dood toch.

 Hoe werd hij blind? Hij zal het nooit weten.

 Dat de hoofdrol in de film Tramontane wordt gespeel door een echte zanger, een heel goede, ook werkelijk blind, die teksten brengt over een zoektocht naar wie hij is maakt de film goed. Anders dan je van podiumartiesten verwacht lacht hij niet ene keer.

De Duce zwemt

 In Italië heerst een hittegolf.. Mijn laatste Italiaanse hittegolf beleefde ik in Predappio, de geboorteplaats van Mussolini in de Romagna.

 Een dorp dat keurig gemoderniseerd werd in de jaren ’40.. De tombe van de familie wordt druk bezocht. Ik sprak oude mannen  die het fascistisch partijlied voor me zongen, la Giovinezza.

 En het telefoonboek staat vol Mussolini’s, daar vond ik ook de zoon die toen nog leefde. Een oude dame vertelde dat ze nog steeds verliefd was op de Duce, zoals alle meisjes van haar generatie. Hij was sportief, hij zwom, was het eerste joggende staatshoofd. 

 ’s Avonds reed ik de berg op naar mijn wat koelere slaapplaats op duizend meter, in een van de lokale wintersportoorden. Geheel Oostenrijks ingericht. En wandelde ’s nachts in zwermen vuurvliegjes.

 Daarna ging ik naar Gargnano aan het Gardameer, waar hij zijn laatste jaren sleet. In een reuzenvilla aan de oever waar zijn vrouw, Donna Rachele, van huis uit boerin, ook uit Predappio, koeien hield op het gazon. Ze was bang vergiftigd te worden en molk ze liever zelf.

 Het is daar nu overdag weer veertig graden.

Canvas

 Het Nederland dat de televisie me laat zien en dat ook in  kranten en politieke partijen als VVD en CDA steeds meer doordringt benauwt me. Door wat journalisten, politici en mediamensen kennelijk denken dat 'het volk' behaagt.

 De geest van Wilders is hier verder doorgedrongen dan in Duitsland en Belgie. Je ziet op televisie veel meer dwazen dan hun aanhang zou rechtvaardigen. Ze worden nauwelijks kritisch ondervraagd maar krijgen bijval van makers als Pauw en Jinek,  volgens de oeroude VARA-'sandwich-formule' (ernst vliegensvlug afgewisseld met ongein). Jan Kuitenbrouwer schreef er laatst goed over in NRC.

 'Innere Emigration' is wat ik ertegen doe. De term voor het geestelijk onderduiken zoals Duitse schrijvers in de Nazi-tijd. Gevolg is dat dat ik mijn avonden begin met het VRT-nieuws. waar Wim de Vilder de goede mengvorm is van presentator en ondervrager. Goedele Wachters en Annelies van Herck niet te vergeten.

 En na achten Canvas, waar Rudi Vranckx uitblinkt als internationaal verslaggever en redacteur van documentaires, en 'Terzake' met beurtelings Annelies Beck en Kathleen Cools, Stevige gesprekken zonder stamtafel-leut. En dat elke dag.

 Ach hadden wij een Canvas inplaats van die optocht van popularissen met als enige uitzondering Nieuwsuur.

Tags: 

Zoek

 Gisteravond en deze hele ochtend. Wat deed ik? Zoeken. Er is iets zoek en dan? Laat ik eerst zeggen wat het was, want ik heb het gevonden. Het ging om de USB-schijf in een rechthoekig doosje met bijbehorende kabels, waarop de back-up van mijn computers staat.

 Nergens meer te vinden. En ik moest dringend weer backuppen, Marcel had nog zo gezegd. Zoeken is het nagaan van je gangen. Waar was je, met dat ding? In Haarlem, bij Marcel, toen met de stroomstoring en ook met dat virus een keer. Gebeld dus? Maar nee bij hem was de USB niet. 

 Achterin de auto dan? Nee. De mantra: 'Het kan niet weg zijn.

 Het hele backup spul, schijf en twee kabeltjes, zit in een doorzichtige plastic zak van Museum Boijmans. Die lag niet op z'n gewone plaats dus, onderste plank van de oude Lundia. Maar er zijn nog drie andere plekken waar ik hem gebruik.

 Ik word onmatig nerveus van dit soort dingen. Dit is eén chaotisch huis. Alles nogeens ondersteb­oven gekeerd, maar niks. Hoe kun je je herinneren wat je vergeten bent. Waar bij komt dat mijn huishouding vergeven is van de verlengsnoeren, contactdozen, pluggen, apparatuur. 

 Maar soms denk je buiten jezelf om. Nu ja, denken? Hoe dat kan, geen idee. Daarom geloof ik niet in robots die ons te slim af zullen zijn. Die kunnen dat niet. Zomin als ze een drukke straat kunnen oversteken.

 Hoe ik erbij kwam in mijn gereedschapshok te gaan kijken, geen idee. Ik kom daar nooit met computers, alleen timmerwerk. Maar in wanhoop komt een mens tot vreemde stappen.

 In het hok lag een plastic zak. Ik zag dat de Black & Decker erin zat zoals altijd. Maar nog iets. Dus - waarom? - keek ik even wat er onder zat. En waarachtig, mijn backup schijf met de snoertjes!

 Welke idioot? Ja, ik dus. 

Wimshurst

 Bij de Elektra tentoonstelling In Teylers dacht ik meteen aan de Elektriseermachine van Wimshurst. Het verhaal van W.F.Hermans in Een wonderkind of een total loss. Maar die stond er niet. In het museum zelf stond er wel een maar die werd niet gedemonstreerd. Teleurstelling hoort bij elektriseermachines. De eerste machine die elektriciteit temde.

 Zoals de hoofdonderwijzer bij Hermans zegt 'Die dingen zijn altjd kapot'. Maar Hermans' alter ego, de geminachte Richard Simillion, die hem in het verdwenen MUSEUM VAN DEN ARBEID zag krijgt hem aan de praat:

 'Eindelijk is het zo ver dat ik aan de slinger kan draaien. De zwarte schijven zoemen, de eerste vonken springen knetterend over. Ik schakel de Leidse flessen in. Ik kan nu vonken maken van een vinger lang. Andere proefnemingen: Het elektrisch klokkenspel klingelt, de vlierballetjes springen op als vlooien. Jongens die durven mogen een voor een naar voren komen, hun vinger bij de machine houden en een schok krijgen. (...) Ik klim op het isoleerbankje, pak een van de nikkelen dwarsstangen. Het wordt stil, niemand had gedacht dat ik dat zou durven, ik voel niets, maar mijn haren gaan rechtop staan. (...) De geur van door elektrische vonken ontstane ozon doordrenkt de atmosfeer van het klaslokaal als een geur van heiligheid. (...) Ze mogen mij altijd hebben uitgelachen en geminacht...'.

 En dan komt het Hoofd der School, die er een gloeilamp op wil laten bran­den, de idioot. Op statische elektriciteit branden geen lampen. Richard waarschuwt vergeefs, zijn proef eindigt in chaos.

 Ik heb de machine ook eens zien werken, in het natuurkunde lokaal van het Gym­nasium Haganum, waar Van den Brandhof ons eerder de Maag­denburger halve bollen demonstreerde. In dat prach­tige lokaal vol oude instrumen­ten in glazen kasten in een ­auditorium met verhoogde banken. Of het nog bestaat betwijfel ik zeer.

 Hij deed het. Er kwam een vonk, balletjes kwamen omhoog. Je mocht het laten knetteren tegen je vinger.  

Tags: 

Jeanne Moreau (1928-2017)

 Jeanne Moreau is gestorven. Ze was heel veel niet. Geen zg. seksbom in de tijd van Bardot en Deneuve en bovenal niet aardig. Echt mooi was ze ook niet. Wat wel? Veel.

 Haar grootste rollen, die in Jules et Jim en Dagboek van een kamermeisje zijn goed omdat ze mannen de baas is. Niet aardig, niet gedwee, niet fataal verliefd. En daardoor zo aantrekkelijk. Ze windt mannen om haar vinger. De fatale vrouw.

 In Truffauts Jules et Jim (1962) komt ze voor de Eerste Wereldoorlog tussen de vriendschap van de Oostenrij­ker Jules (Oskar Werner) en de Fransman Jim (Henri Serre). Ze fietsen gedrie en ze zingt dat simpele liedje Le Tourbillon, waarin de film wordt samengevat: de mallemolen van de liefde.

 Ze trouwt eerst Jim en als die toch niet bevalt na de oorlog de Oostenrijker.

 In Fille de chambre (1964) speelt ze eerst de spelletjes mee, maar loopt aan het eind het landhuis vol maniakken uit.

 Jeanne Moreau is altijd eigen baas. 

Rabarberstelen

 Losgooien, loslaten, zo luidt het evangelie van het verlangende lijf. Als je Florence Tonk leest weet je hoe veel er nog vast zit en hoe vast. De bundel 'Rijgen' is taal van een gevangene die de dagen aaneen rijgt als glazen kralen. In een comfortabele cel, maar toch. Niet vies van. Ontsnappen? De teleurstelling zit ingebakken. Zoals in 'Glazig ogend':

 'Er moet iets nieuws komen/ en het moet net zo zwart en hoekig/ of zacht en rond en zoet zijn/ als het beste van wat al is geweest

 waar haal ik het vandaan/ hoe dreg ik het op/ zeg me hoe ik moet zitten/ lang stil, ondersteboven/ of moet ik gaan liggen, lopen/ hangen, staan

 schud ik het uit de mat/ de kat of zit het genesteld/ in het roze vlees van rabarberstelen/ glazig ogend en rauw/ op de hemel van je mond

 (je kont leek klein vandaag/ in je broek, daar kan ik niks mee)

 er moet iets nieuws komen.'

Elektriciteit

 Is onzichtbaar, behalve soms. Als Zeus zijn bliksems slingert of God op de eerste scheppingsdag zegt 'Er zij licht' is daar het wonder.

 Ik zag vanmiddag in Teylers de tentoonstelling 'Alles elektrisch'. En ja, zonder de neuro‑elektrische verbindingen in ons lichaam kunnen wij niet denken of bewegen, en zonder elektriciteit uit stop­contact of batterij staat het leven stil.

 Maar het blijft toverij. Toen August Strindberg in Parijs ten prooi raakte aan wanen verbeeldde hij zich dat zijn ijzeren en koperen bedspiraal kwaadaardige elektriciteit genereerde.

 Ik kreeg pas nog medische schokjes om de werking van mijn zenuwgestel te testen. Waar is het eind? De elektrische stoel blijft een oncomfortabel meubels­tuk. Maar ik heb wel een elektrisch dekentje.

 De bliksem en het noorder­licht bleven goddelijke natuurkrachten, tot ze in de loop van de achttiende eeuw beheersbaar werden gemaakt in institu­ten als Teylers. De wereld werd elektrisch. Toen Philips zijn gloeilampen vorig jaar afstootte verloor het contact met zijn goddelijke oorsprong.

 In Teylers zie je de kabels leggen. Ik maakte zelf nog mee hoe in de straat door een rij mannen op het 'hoei' van de voorman een kabel stukje bij beetje van de houten haspel afroldedoor de gegraven geul. Het eind is niet in zicht. Schepen lieten kabels zakken naar de zeebodem. Het wonder blijft onzichtbaar. Het wachten is op de grote blackout, de wereldkortsluiting. 

Plantenlevens

 Mijn leven lang ben ik aan planten voorbij gegaan. Moest om ze lachen als op de Spaanse televisie tussen het voetballen door reclame werd gemaakt voor de lokale Pokon, 'plantas y flores, para toda la familia'.

 Opgevoed met chemicaliën om middenbermen en plantsoenen vrij te houden van onkruid en 'Verboden zich op het gras te bevinden.'

 Sinds ik een balkon heb bekommer ik me om luis en dwaal onwetend rond tussen wat opkomt. Geen idee wat de blaadjes voorspellen, pas aan bloemen kan ik iets aflezen. En dan nog, in mijn boekje voor dummy’s staan ze gerangschikt naar kleur. Dat is heel erg dom, ik weet het.

 Sommige plantenlevens volg ik dag na dag. De voortgang, licht en water teveel te weinig? Mijn 'Biografie van een onbekende plant' moet nog verschijnen.

 Niet dat ik naar 'Ga­rdening' programma's kijk of groene kaplaarzen aanschaf, maar toch. Zwarte nagels en handen die ruiken naar afgerukt loof, in de literatuur vind je er weinig over. Alleen Maarten ' Hart, maar die is te goed.

 Bij mij blijft het vol verrassingen. Wat er vorig jaar was komt soms wel, soms niet terug, zaadjes komen wel of niet op. Waarom? Onvoorspelbaar wat dit jaar ontstaat.

Tags: 

Pagina's