Foto en dood

 De fotografie blijkt een van de belangrijkste uitvindingen van deze eeuwen te zijn. Omdat hij over de dood heen reikt. Net als iets later de geluidsopname. Zet je een muziekje op of draai je een film dan is er een dode in de kamer. En dat is heel gewoon.

 Voor de Zweedse schilderes Gunnel Wahlstrand (1974, nu in Boijmans) niet. Omdat de dode in de kamer haar vader is die zelfmoord pleegde toen ze een jaar oud was. Ze erfde foto's. En wekt hem tot leven door daar groot formaat schilderijen van te maken, in inkt. Vaak naar foto's die hij zelf gemaakt heeft. Zodat zij zich al schilderend in hem kan verplaatsen. Dit zag hij. Meestal staat hij er zelf niet op. Al is er een pasfoto. 

 Veel ervan zijn typisch Zweedse zomerfoto's, zonnige dagen bij een buitenhuis aan zee.

 In de catalogus staat onder meer een heel goed essay van de Zweedse toneelschrijver Lars Norén over fotografie en dood, en over haar werk. Over het verlies ook. Verlies dat je aan iemand bindt en je tegelijk bevrijdt. De verlorene kan immers elk moment terugkeren. De verloren vader 'wiens afwezigheid altijd zal blijven leven, glim­lach­end of pijnlijk, dichtbij of op een draaglijke afstan­d'.    

  Een levende afwezigheid. Ze is overal geweest waar hij eens in het licht stond, waar hij foto's maakte, elke kamer waar ze woonden en die nog intact was.

 Noren vergelijkt de schilderijen van Wahlstrand met de schoenen die Joan Didion altijd bewaarde van haar dode echtgenoot: de schoenen die ze niet kon weggooien, immers: 'wat zou hij moeten dragen als hij terugkwam'.

De Waanzin van Glas

 Sinds de dichter Arjen Duinker me voorstelde aan de man die hij 'de blazer' noemt, te weten glasblazer Bernard Heesen, verzamel ik hun Encyclopaedisch woordenboek 'De wereld van de glasblazer'.

 Een prachtig uitgegeven gebonden reeks, waarvan nu het vierde deel is verschenen, met de lemma's van kleur­enpr­acht naar pronkbokaal. 

 Met alles over het ontstaan van de glazen knikker, het maken van valse parels of presse-papiers.

 In het Amstelveens Van der Togt-museum staan deze collectors items nu te koop, bij de expositie van Heesen die gisteren opende. 

 Bernard blaast al dertig jaar en begon met zijn pijp te steken in de lava van de Vesuvius.

 Ik zag hem blazen en het is zoals hij zegt 'zwaar en rauw werk, gekkenwerk'. Hij doet het nog steeds vijf dagen in de week.

 De voorwerpen die hij blaast, van krankzinnige etagères tot dierfiguren, van mallotige pronkstukken tot zwarte spiegels, ontstaan 'door noeste arbeid,' zegt hij. Hij verzamelde de 'gedrochten' die stonden op de Wereldtentoonstelling Crystal Palace in 1851 en blies ze na.

 Ze staan hier: 'Heerlijk om lelijke dingen te maken.'

De tijd schilderen

 Je moet er in Boijmans met je neus bovenop gaan staan om de intensiteit te zien, te voelen. Gunnel Wahlstrand fotografeert niet, ze doet het omgekeerde. Haar werk oogt als foto's, maar ze schildert.

 Met penseel en verdunde inkt schildert ze heel minutieus in vele zwarttonen foto's na. Familiefoto's, gemaakt door haar vader die ze nooit gekend heeft en zijn familie. Zo komt ze toch nog in zijn buurt. Daar doet ze per foto soms een half jaar over. Uitvergroten hoort er ook bij. Het gevolg is een tot in het absurde verhogen van de inten­siteit. De aandacht.

 Het ongrijpbare raadsel van de tijd is haar onderwerp.

 Het voornaamste dat zich opdringt is het tijdsverschil tussen het moment dat de foto gemaakt moet zijn en het moment waarop het schilderij bekeken wordt.

 Twee werelden. Twee soorten aandacht. Hoe die zich in elke gekamde haar, in elke plooi in kleren openbaren.

 Het verstrijken van de tijd is iets onuitsprekelijk ergs waar we liever niet over spreken. Hooguit zegt men tegen een kind 'wat ben jij groot gewor­den'. Wat mij zeer verwarde. Tegen een verjarende volwassene kun je kiezen, liegen of zwijgen.

 Om met J.J.Voskuil te spreken: zolang er niets verandert ben je onsterfelijk.

Bomen in Korea

 Van de Koreaanse dichteres Yuri An die op de Rietveld ging maar allang terug is in Seoel krijg ik met regelmaat een stukje tekst. In Koreaans schrift. Ik kan de karakters niet lezen, en ken niemand hier die dat kan.

 Maar, internet-ver­taler BING biedt zijn diensten aan. Zodat ik ook nu weer een tekst lees waarvan niet te zeggen valt wat de vertaling heeft zoekgemaakt of toegevoegd. Wel staat er onder: 'voor regelmatig, op de weg, in seoul verhaal'.

 Zodat ik deze een Dada-achtige tekst overhoud, waarmee ik, Yuri An, heel tevreden ben.

 "bomen lopen niet en maken je eigen weg. De boom is in de wortel van de laatste bladeren en de snelweg is een vloeistof, de snelweg (een groot ding), de weg naar de structuur van het leven, en de weg naar de structuur van het leven. Een boom een van de bomen is een groei van elk moment. Het is een geschiedenis van groei, die niet getolere­erd wordt. De wortels zullen altijd een betere bodem vinden en naar de blauwe lucht gaan. De boom loopt constant in de lucht. Het is heel langzaam. Ik word steeds groter. Het is tijd om te opnemen. Dus de boom is geweldig." 

Tags: 

Kaardebol

 Heet volgens de nieuwe spelling 'kaardenbol', een van de redenen waarom ik de afschaffing van het Nationale dictee toejuich. Wat ik eenmaal als woordbeeld in me heb opgenomen hou ik vast.

 Terzijde, straks keert wel weer 'De slimste mens' terug. Een spelletje dat gaat over  parate kennis, wat toch echt nauwelijks iets met intelligentie te maken heeft. Inzicht hoef  je er amper voor te hebben.

 Maar nu de Kaardebol. Ik heb op het eerste balkon in m'n leven drie van die wonderplanten. Ze bloeien. En dat doen ze in roze cirkels. Een plant heeft zelfs vele van die toortsen.

 En ik kijk hoe de hommels, maar ook bijen die roze vloeistof opzuigen, door wat wel een soort rietjes lijken, die ze daarna laten vallen. Dan blijft de kaardebol kleurloos achter.

 De naam kan ken ik van het kaarden van wol, waarvoor hij echter nooit gebruikt is. Wel om weefsels te 'ruwen', lees ik.

 Hij komt uit Noord Afrika, behoort tot de spermatop­sida en is sinds dit jaar niet meer wettelijk beschermd. Hij produc­eert dus nectar.

Pop Aye

 Het probleem met de olifant is dat je hem niet meer serieus kunt nemen. Hij is een stripfiguur geworden. De laatste keer was toen Hannibal met olifanten als lastdieren over de Alpen naar Rome trok.

 Sindsdien ging het bergaf, in Lord Byrons tijd in Venetië hield men exotische huisdieren en Byron beschrijft hoe een bronstige olifant losbrak. Maar daarna is er alleen nog Kipling en dan eindigt het met Babar en Dombo.

 En nu zag ik Pop Aye, de Thaise film waarin de olifant in ere hersteld wordt, ja het laatste woord heeft in een mooie bedachtzame film.

 Een architect met een depressie en een mislukkend huwelijk loopt weg en koopt wat hij denkt dat de olifant van z'n jeugd is, genaamd Pop Aye. En wil met hem naar zijn verre ouderlijk huis terug.

 Maar het ouderlijk huis bestaat niet meer en de olifant blijkt niet Pop Aye. Waarmee de fabel van het olifantsgeheugen het onderwerp wordt.

 Ik denk dat de olifant heel goed weet dat de man die hem zo graag wil verzorgen niet het jongetje van toen is maar denkt, 'zo is het goed'. En zo eindigt hij in een opvang voor gepensioneerde olifanten en heeft de architect weer wat geleerd.

 Ik ga Frans de Waal lezen over olifantencultuur.

Tags: 

In Mosul

 De val van Mosul maakt de stad toegankelijk. De camera's zijn er, naast terugkerende bewoners. Rudi Vranckx is er, de beste oorlogsverslaggever van de Lage Landen. En ik zie de zee van puin onder blakerende zon. De beton­wapening die uit de puinbrokken steekt. Waaronder nog godweetwie ligt te sterven. En de vraag hoe nu verder?

 Zelf groeide ik op tussen zonnig puin, onvergelijkbaar veel minder dan in Mosul, maar toch. Toen het voorbij was. Zoals het nu in Mosul voorbij is. En ook daar zijn puinkinderen. De zich zullen herinneren hoe het was. We hebben maar een oorlogsdichter, Armando. Zijn laatste bundel heet 'Liever niet'. Waaruit dit, 'Bloed':

'Op de heenweg/ werd een stevige steen bezichtigd/ en de plek waar bloed vergoten is.

 De dag heeft lang getreuzeld, de nacht/ liet op zich wachten,/ maar er werd bewogen en geleefd.

 Steeds hijgt de groei./ De zweepslag en een duw naar de heilige toekomst./ Dwangmatig, / met een driftige drang,/ ondanks de waardige zwaartekracht.

Kleine dieren redden

 Straks als de zwaluwen weg zijn zullen er nog meer kleine dieren rondvliegen. Judith Herzberg schreef over een vlieg in een vliegtuig die gespaard bleef. Ik redde gister een nachtvlinder.

 Deed veel moeite om haar - natuurlijk een vrouw, die dacht dat glas buitenlucht was - naar buiten te loodsen. Soms stop ik de auto om een insect eruit te laten dat bij het instappen meekwam. Anders komt ze straks in Amsterdam terecht denk ik dan, waar ze heg noch steg weet, hier vindt ze de weg terug nog.

 Insecten redden, vele dieren doden en opeten, maar insecten niet. Het blijft vreemd. Het ergste is een vlinder onder de ruitenwisser.

 De ouden dachten dat de ziel een vlinder was. Judith Herzberg in een gezelschap schrijvers op weg naar de pool:

 'Er zit een dikke bromvlieg in de cabine. Hinderlijk. Niemand slaat er naar. Zouden schrijvers minder wreed zijn? Zou deze vlieg nu in alle dagboeken een notitie worden? Zou iedereen zich af gaan vragen wat die vlieg op de pool moet? Of we hem misschien in het vliegtuig moeten proberen te houden? De eenzaamheid die hem daar te wachten staat! Wij kunnen tenminste na vier dagen weer terug.'

 Dit uit het jaarwende-boekje 2016-2017 'Er was eens en er was eens niet' van De Harmonie. 

Tags: 

De Brownse beweging

 Is de titel van de grote bouwplaats constructie in Beelden aan Zee. Een steiger in verwarring, waarbinnen verroeste stalen buizen de arbeiderslichamen doorboren.

 Op de achtergrond wordt het oude Beijing gesloopt. De bouw van het nieuwe is voor menige arbeider dodelijk. Zhang Dali tekent zijn silhouet op oude muren of hakt er gaten in, in de vorm van zijn kop. Ook te zien in Beelden aan Zee. 

 Wat gebeurt hier? Hij haalt de botanicus Robert Brown aan, die in 1827 de beweging probeerde te omschrijven van kringelende rook.

 Sindsdien heet dat in de natuurkunde de 'Brownse Beweging'.  

 Vol tegenstrijdigheid.

 't Is waar, China wordt vernieuwd en de arbeiders hebben werk. Zolang het duurt. Maar er wordt een cultuur vernietigd - een paar 'hutongs' blijven hooguit voor het toerisme gespaard - en er vallen doden in de bouw.

 De rook kringelt, daar lijkt toch een zekere logica in te schuilen. Maar welke?

 En dat alles terwijl in de oude communistische ideologie toch de arbeider de heilige heette te zijn.

 Zhang laat de gewone man zien als tragische held. Vaak vergezeld van vogels, als zijn zielsgenoten.

 Hij werd menigmaal opgepakt en verhoord.

 ps. Henk Beentje voegt aan de door mij geciteerde Museuminformatie toe: '...maar Robert Brown keek naar pollenkorrels, onder zn microscoop in 1827. In lege ruimtes in het pollen zaten kleine deeltjes, die nogal 'random' bewogen. Einstein vond dat dit door botsingen met watermoleculen kwam - denk aan botsautootjes op de kermis - en zo leidde Brownse beweging tot het bewijs van het bestaan van atomen en moleculen.'

Zhang Dali

 In Beijing zeggen ze dat ze tegenwoordig in 'Chai-Nar' wonen. Wat klinkt als Engels voor China, maar wat in het Mandarijn betekent: 'Waar gaan we slopen'.

 In Beelden aan zee kun je zien hoe de Chinese kunstenaar Zhang Dali (1963) zich ontworstelt aan de dwang van het regime.

 Wat hij wil is de 'tragiek van de gewone man' laten zien. Die, net als Zhangs ouders leerde zichzelf weg te cijferen in dienst van het regime. Het individu mocht niet bestaan.

 En dan staan ze voor je neus, in Scheveningen. Als een eigen­tijdse versie van het terracotta leger van keizer Qin Shi Huangdi.

 Maar het verschil kon niet groter zijn. Deze manshoge Chinezen zijn afgegoten van levende modellen en daarna in echt marmer uitgehakt. Hun trekken zijn menselijk, al te menselijk. Somber, gelaten, bedachtzaam, een enkele keer ijdel. Niets menselijks is ze vreemd. Zodat je soms in de lach schiet. En dat gaat recht tegen de heersende cultuur in.

 De triomf van het individu, dat tegen alles in overleeft. Herrezen sinds die ene student voor de tank uit liep op het Plein van de Hemelse Vrede.

 Want de sloop van het oude China gaat door, en werken in de bouw is levensgevaarlijk, zoals een enorme, dodelijke bouwstelling in het museum laat zien.

Pagina's