Zwaluw

 Er zijn momenten dat je tussen hemel en aarde staat. Er­gens op een rand, aan een raam. Tussen vloer, hoogte en diepte. En dat het om het even lijkt, in de zwaluwentijd. Je ziet ze buitelen en scheren. En er is denk je maar dat nodig of je gaat ze achterna. Daarover schreef de Rus Alexander Koesjner een gedicht:

 'Wat zijn we er toch vast van overtuigd/ Dat wij van een balkon een zwaluw/ Niet zomaar achterna gaan, onbesuisd,/ Halsoverkop, verstrooid, vol afschuw,/ Toevallig, onnadenkend, ongeremd,/ Met opzet, halfbewust, verbeten.../ Wie heeft die overtuiging ingeprent/ Die wij van oudsher in ons weten?

 Alleen een wiebelige reling scheidt/ Gezond verstand van pure waanzin/ Anders zou zelfs een mummie, neergevlijd,/ Een zwaluwvlucht niet kunnen aanzien./ Het kleine witgerugde silhouet/ Zou zij dan volgen, halfbezeten,/ De laatste, zoete angst opzijgezet,/ Verwonderd om haar eigen schreden.’

 Het staat in z'n bundel Apollo in de sneeuw, pas vertaald door Peter Zeeman. Uitgegeven bij Koppernik.

Love the Bomb

 Lang geleden dat 'de bom' een dreiging was waar je mee leefde. Dat je oom bij de BB zat, en blokhoofd was van de Bescherming Burgerbevolking. En daarvoor een witte telefoon in de gang had - terwijl gewone telefoons zwart waren - hangen die nooit overging, maar juist door zijn stilte dreigend was.

 De instructiefolder zei 'onder de trap gaan zitten' en grauwe erwten en scheepsbeschuit inslaan.

 Dat de film Doctor Strangelove van Kubrick een hit was. Omdat hij de angst wat relativeerde, al eindigt hij met de mondiale kernramp die iedereen verwachtte. Ondertitel: 'How I learned to stop worrying and love the bomb'. Dat Bandebommers met peacesigns liepen en het Malieveld vol stond tegen de kruisraketten. Is de dreiging minder geworden? Integendeel, als je de kranten leest. In een nieuwe Doctor Strangelove zouden Donald Trump en Kim Jong-un niet misstaan. Maar helaas, ze zijn werkelijkheid.

 Ik herlees 'Het graf van Bach', de vroegste novelle van Bob den Uyl, geschreven op de puinhopen van Rotterdam. Over een wereld na de bom. Toen het nog voorstelbaar was. En daaraan mankeert het nu. Voorstelbaarheid. Trump en Kim zijn grappen geworden. Zoals Hitler eens een grap met een snor was. Het overlevende personage van Bob Den Uyl heeft in de puinrestanten van de wereld een meisje ontmoet en zegt:

 'Zie je, vader en moeder geloofden altijd nog dat het weer anders zou worden. Vroeger waren er ook oorlogen, zeiden ze, en die gingen ook allemaal over, waarna er weer een goede tijd kwam.'

 De oorlogsnovelle 'Het graf van Bach' werd uitgebracht door Den Uyl-biograaf Nico Keuning en uitgeverij Reservaat in 2007. 

Zwart

 Het werk van de zwarte fotograaf Gordon Parks 1912-2006 doet me voortdurend denken aan wat ik weet van blues. Niet dat er in de expositie 'I am you' in Foam een gitaar voorkomt. Het zijn de mensen, de armoede, hun niets verwachtende gezichtsuitdrukkingen.

 Hoe ze wonen, hoe kinderen hun toekomst in kijken, zonder hoop op beter. Dit speelt vooral in de jaren '40 en '50 met heel soms een held als Cassius Clay of Martin Luther King.

 Ik dacht aan de pianist, bokser en kok Champion Jack Dupree die ik vroeg of sinds zijn jeugd iets verbeterd was en die antwoordde nee eigenlijk niet. En bij de eetgelegenheden met Whites only erop aan Bo Diddley, die uitlegde hoe hij zo goed had leren koken - op hotelkamers in het Zuiden, voor de hele band, want ze werden nergens in restaurants toegelaten.

 Parks begon in overheidsdienst in de tijd van Roosevelt met het vastleggen van de sociale omstandigheden van de zwarte bevolking. Een reportage over een bendeleider in Harlem in 1948 leverde hem een betrekking bij het tijdschrift Life op.

 Er zijn al krantenkoppen over politie die ongewapende zwarten neerschiet.

 Je moet bedenken dat het sindsdien niet beter is geworden.  

Tags: 

Pagina 478

 Langzaam heb ik in het oorlogsdagboek van Hanny Michaelis toe gelezen naar pagina 478. Ze zit ondergedoken als dienstmeisje bij de gereformeerde familie van Melle in Hoofddorp. En daar komt het briefje van haar ouders aan dat over het hek van Westerbork werd gegooid.

 'Vanmiddag, toen ik pannekoeken stond te bakken in de keuken, bereikte me een ontroerend optimistisch afscheidsbriefje van pappie en mammie: sinds verleden dinsdag [later bijgeschreven 16 maart 1943] zitten ze nl. in Westerbork. (...) Als ik me probeer voor te stellen, hoe ze 's avonds om half tien onverhoeds uit hun veilige, gezellige kamer zijn weggehaald (...). Toen de inhoud van het briefje tot me doordrong, raakte ik helemaal van de kook. Waar ik op dat ogenblik de meeste behoefte aan had was een eenzaam plekje waar ik kon uithuilen. Maar boven speelden Maaike en haar vriendinnen, terwijl in de keuken de jongens voortdurend in en uitliepen. Ze zagen natuurlijk mijn behuild gezicht, maar een wonderlijk tactgevoel maakte, dat ze simuleerden het niet te zien.'

 Die zelfde dag waren haar ouders vermoord, maar dat bleek pas vele jaren later.

 Hoe huis, tuin, keuken en dood één worden

Tags: 

l’Ennui du Tour

 De etappe van gisteren was van de vanouds bekende, onbegrijpelijke wanhoop. Van Düsseldorf naar Luik over vlakke wegen. Met alleen de valpar­tijen door de regen als vertier. Waarmee meteen de dodelijke verveling van de zomers van toen werd opgeroepen. Waarin de tijd alleen nog gemeten werd in voorspr­ongen en achterstanden, in koplopers en achterblijvers. En alle andere tijd verviel.

 Waarom er gisteren niet een enkel bergje in mocht? Geen idee. Bergen genoeg daar. En zo werd het de voorziene massasprint. Een hele dag met z'n allen fietsen en tenslotte het partijtje tussen de drie, vier zeer vlugge jongens.

 In de oude tijd was de Tour onzichtbaar en vrijwel onhoorbaar. Alleen radioverslaggever Jan Cottaar – de enige die iets zag - stond aan de finish en deed vijf minuten verslag van de aankomst. Waarbij hij vanuit zijn 'commentaarpositie' meestal geen goed zicht had op de finishlijn, zodat hij aan de Belgische collega moest gaan vragen wie gewonnen had. Meestal was dat Darrigade of Hassenfor­der, een Elzasser die je op z'n Frans moest uitspreken.

 Dat was het. Daar wachtte je de godganse dag op. De wedstrijd speelde zich in je hoofd af.

 Zo verliepen Tourzomers in een roes van gespannen wachten op zo goed als niets. De bergen kwamen en de Neder­landers vielen uit, want die konden niet klimmen, op een na, de Limburger Jan Nolten. Die een keer veer­tiende werd. Ik knipte de uitslagen uit de krant en streepte door wie uitgevallen was. Tot Louison Bobet of Anquetil, 'monsieur chrono', weer gewonnen had en gehuldigd werd op de wieler­baan van het Parc des Princes. 

De muren van Frankrijk

 Gisteren in het Stedelijk ook het boekje Les murs gezien dat hij samen met de dichter Eugene Guillevic maakte naar diens gedicht. Wat zit er achter. Dat is de vraag bij muren.

 Als straks de helicopters van de Tour de France over het lands­chap vliegen zal ik het weer zien. Frankrijk murenland. Jaren reed ik er doorheen, langs de eindeloze, vaak afgebrokkelde muren. Wie iets bezat zette er een muur omheen. Liefs gecementeerd, met glasscherven erop. Zodat je steeds dacht wat een droom van een landgoed zit hier achter? Het Versaillescomplex. Je kunt er ook tegen pissen, zoals Dubuffet graag tekende. In 1950 verscheen de bundel etsen en gedichtjes. Met regels als: 

 'Je zou ook een muur moeten worden/ verborgen door gebladerte

op het land./ Om gelukkig te zijn.'

Of:

 'Een man is jaloers geworden op de muren/ En dan zijn er koppige wortels/ waaruit hij zich niet meer kan ontwarren

Hij gaat wijdbeens zitten/ een gewend lichaam,  

Sluit de deuren buiten/ Sluit de tijd buiten,/ Kijkt in het donker

En zegt: liefde'.

 En tot slot:

 'In de muren zitten de deuren/ Deuren waardoor je kunt binnenkomen

En door die ene/ Aankomen.'

 (ik probeer, excuus voor mijn kennis van het Frans)

Tags: 

Dubuffet

 Arp, Hundertwasser en nu Dubuffet (1901-1985) van wie de beelden in de tuin van het Rijks staan en de schilderijen in het Stedelijk. Eenlingen die een eigen kijk op de wereld ontwik­kelen, zich aan niks en niemand storend.

 Gezichten zijn er bij Dubuffet veel, verbaasde gezichten vaak.

 Hij begon dichtbij, met wat voor zijn voeten lag. Er is een prachtige reeks vloeren, alle met een titel. Wat te denken van 'Zand onder water' of 'Obscure communicatie'? En dat onder je voeten. Dubuffet is een meester in sprekende titels als 'De baardbloem'. Hij maakte een hele baardenserie.

 Als je lang kijkt naar zoiets als de granieten vloer eenhoog in de kantine van het Stedelijk komen ze op.

 Er zijn er die dit soort kunst 'kinderlijk' of naïef noemen. Maar geen kind zou het ooit zo doen. Het is met nieuwe ogen zien. Bevrijd van tradities. Knap lastig die af te schudden, want ze zijn overal en staan in aanzien.

 Hij ontwikkelde een eigen, zeer ironische manier om de wereld en de mensen af te beelden. Werkte graag met onverwacht materiaal. Is in z'n litho's altijd bezig met muren, waar soms ook een deur in komt. Maar weer en wind schuwt hij ook niet.

 De beelden in de tuin werden waar ik bij was beklommen door twee kleine meisjes, eentje probeerde het beeld 'Calamuchon' iets in z'n oor te fluisteren, maar het gaf geen antwoord.

 Wat bij Dubuffet het meest treft is hoe hij beelden en afbeeldingen uit elkaar laat vallen, zodat je denkt aan de kleurscherven in caleidoscopische kokertjes, en dan weer in elkaar zet. Veel stukken en brokken.

 Pas op zijn veertigste werd hij serieus schilder van z'n vak.

Tags: 

Walter Benjamin onder hasj

 Hij beschrijft in 'Denkbeelden' hoe hij het eet(!) in Marseille. Zijn sensaties lijken nogal op wat ik zelf meemaakte onder LSD. Zo zat ik naast iemand die overgaf op een blauwpla­nken vloer. 

 Verbaasd keek ik naar wat daar gebeurde: de blauwe vloer werd de zee, het overgeefsel een koraalrif. Ik hoorde de golven erop stuksla­an. Ik sloeg een stripboek open en meteen werd het een tekenfilm. Er is weinig over deze dingen geschreven. Baudelaire beschrijft in zijn 'Paradis artificiels' vergelijkbare effecten.

 Benjamin vertelt van de onbedaarlijke lachbuien, om zichzelf, om wat er rond hem gebeurt. En vergelijkt de roes met dromen en waken, waarin verschil­lende 'bewustzijnswerelden' door elkaar gaan.  

 Hij prijst de 'gelukzalige humor'. Maar hij kan dat lachen niet echt verklaren.

 Muziek wordt beeld, film, zoals in Disney's Fantasia. Ook tijd en ruimte raken verward. Ik reed over de grote weg en het effect was dat ik in een vliegtuig zat, en minderde geschrokken vaart. Maar een blik op de snelheidsmeter leerde me dat ik maar 40 km per uur reed, op de snelweg.

 Walter Benjamin heeft opeens honger en installeert zich in een restaurant aan de Vieux Port 'om me in de eeuwigheid binnen te tafelen'. Maar de keuken is al dicht. Niet erg, volgende indruk.  

Tags: 

Digipaniek

 Alles werkt weer. Dankzij Floris van Hall. Nog even een saluut aan Marcel Geurts. Die me samen met Herman Mulder al van het begin van Avondlog redde bij digitale paniek. Op de foto herinnert hij me eraan back-ups te maken.

 Weinig haalt me zo onderuit als het uitvallen van mijn tweede hersens. Ik laad mijn apparatuur in de auto en race naar Haarlem, waar Herman en Marcel de rust uitdragen van ware kenners. Ze zullen mij en mijn machine genezen. 
Maar nu is Avondlog dus verhuisd van provider. Nee, dat valt niet onder Marcel en Herman. 
 En Floris blijkt een vergelijkbare medicijnman. 
 Op een dag zal de wereld zijn verstand verliezen. Internet, zeggen Marcel en Herman
, is in de kern een stokoude machinerie van het Amerikaanse leger, waar in de loop der jaren steeds meer is aangehangen. Onderdelen die ‘niet goed met elkaar praten’. 

 Als het weer verholpen is vraag ik dan ‘Hoe kwam dat nou?’
 En het antwoord is onveranderlijk ‘Dat zullen me nooit weten’.

Walter Benjamin in stukjes

 Stukken en stukjes schreef Walter Benjamin waar hij kwam en ging. Zijn nu vertaalde bundel 'Denkbeelden' bevat reisnotities, gedachte­gangen en -sprongen van alle soorten.

 Hij was in Moskou winter 1926-1927 om zijn geliefde de actrice Asja Lacis. Juist toen Stalin de macht overnam en korte metten zou gaan maken met moderne kunst en het moderne leven. Maar zover was het nog net niet. Moskou was nog als vanouds. En Benjamin schreef over de tram, scholen, winkels, reclame, wat niet. Moskou is nog een stad van boeren en die hebben hun eigen tijdsbesef, alle pogingen tot modernisering ten spijt. Zo is er een actie voor 'stiptheid': 

 "'Tijd is geld'- voor deze verbazingwekkende stelling wordt op affiches de autoriteit van Lenin opgeëist; zo vreemd is voor de Russen het gevoel daarvoor. ze dromen bij alles weg. (Men zou kunnen zeggen dat minuten een soort goedkope neutjes zijn waarvan ze nooit genoeg kunnen krijgen; ze zijn aangeschoten door de tijd.)

 Op een keer moet ik mij 's morgens vroeg om zeven laten wekken: 'Klopt u morgen alstublieft om zeven uur.' Daarmee zette ik bij de schwezar - zo worden de huisbedienden hier genoemd - de vol­gende Shakespeareaanse monoloog in gang: "Als we er aan denken dan zullen we wekken, maar als we er niet aan denken, dan zullen we niet wekken. Eigenlijk denken we er meestal wel aan, dan wekken we dus. Maar och, we vergeten het ook wel eens als we er niet aan denken. Dan wekken we niet. Want we zijn er niet toe verplicht, maar als het ons tijdig te binnen schiet dan doen we het natuurlijk. Op welk uur wilt u eigenlijk gewekt worden? (...)

 'Tijdseenheid,' zegt Benjamin, 'is in wezen het 'ssitsjass'. Het betekent 'meteen'. Men kan het naargelang de omstandigheden tien keer twintig keer, dertig keer als antwoord te horen krijgen (...)' 

 Lees Walter Benjamin, over alles.

Tags: 

Pagina's