Lichaamstaal

 De wereld van het lichaam is als die van de geest, er een van moed houden en tegenslag verduren. Het ingewand is ons zesde zintuig

.De Italiaanse reis van Montaigne is ondenkbaar zonder zijn nierstenen. Hoezeer doortrekken ze zijn dagen. Het lichaam bepaalt ons humeur en daarmee ons leven. De afloop van de Russische veldtocht van Napoleon kwam deels voort uit zijn aambeien die het paardrijden bemoeilijkten. De Derde werel­doorlog kan niet verklaard worden zonder de galblaas van Donald Trump.

 Zelf ben ik voortdurend in gesprek met mijn lichaam. Een gespreks­partner van het type altijd wat. Behalve als er niks is, dan gaat het goed.

 De geschiedenis van het samenspel van lichaam en geest is nog goeddeels ongeschreven. Hoe is de stoelgang niet verbonden met onbehagen of plotseling welbevinden? Juist lees ik in Montaignes Italiaanse reis (1580-1581) over een man met ingewandsstoornissen:

 'Deze man leed aan een verbazend lastige kwaal, die werd veroorzaakt door zijn winderigheid, de winden kwamen namelijk zo furieus uit zijn oren dat hij er meestal niet van kon slapen. En zelfs als hij gaapte, voelde hij meteen enorme winden uit zijn oren komen. Hij zei dat zijn beste remedie om zijn buik op gang te brengen hieruit bestond dat hij vier grote geconfijte korianderzaden een poosje in zijn mond hield en na ze wat nat en glad te hebben gemaakt in zijn gat stopte, wat duidelijk en onmiddellijk effect had.' (vertaald door Anton Haakman)

Tags: 

Insectenlevens

 Er huist in mensen niets dan slechts. Vergis je niet in het 'dunne laagje beschaving'. Je kunt alle gedrag terugrekenen naar puur eigenbelang, ook al lijkt het altruïsme. Zeggen ze.

 Ik vroeg een beroemd schrijver wat we dan met het goede aanmoeten, dat toch soms de kop opsteekt. Zoals mijn neiging een minuscuul vliegje uit de thee te vissen en het op een krant te drogen te leggen in de hoop dat het z'n vleugeltjes zal strekken en opvliegen.

 'Niks anders dan genieten van je almacht,' zei de schrijver, 'je even God wanen. Het volgende moment sla je weer een mug plat.'

 Zaterdag was ik bij het korte, vreemde proza van de Vorlesebühne in de Utrechtse molen De Ster, waar Sylvia Hubers onder meer voordroeg: 'Wat doet een zenboeddhist met een teek.'

 'De pij gaat omhoog, de sok gaat naar beneden, de enkel wordt zichtbaar. En wat bevindt zich daar? Een medeschepsel dat zojuist aan tafel is gegaan. Dat tijdens de maaltijd liever niet gestoord wil worden. En ook na de maal­tijd enige tijd wil hebben om rustig te verteren. 

 Na enkele dagen neemt de zenboeddhist de teek voorzichtig tussen duim en wijsvinger en zet hem neer op een mooi heilig plekje in de tuin.

 In de zenboeddhist vinden inmiddels nog veel meer nog kleinere levende wezens een welkom thuis om zich te voeden, te vermeerderen, zich uit te drukken in wat zij zijn. Ziekte na ziekte drukt zich uit in de zenboeddhist, die al dit leven met vriendelijke belangstelling gadeslaat.'

Tags: 

Jantien Jongsma woont

 Sinds de Hollandse binnenhuisjes van de Gouden Eeuw is Neder­land het land van het wonen. Eeuwenlang gebeurde het in knusse duisternis. De kat werd in het donker geknepen. Tot in de twintigste eeuw het evangelie van licht en lucht over ons kwam.

 Jantien Jongsma heeft in haar nieuwste werk de wederopbouw van na de Tweede Wereldoorlog tot onder­werp gemaakt. Ze woont nu ook aan de Sloterplas, hoor ik. En omdat haar werk een kroniek van haar leven vormt zie je hoogbouw temidden van zeeën van gras en groen. De vogels en fietsen die ik van haar ken ontbreken niet, de spelende mens ontspant zich.

 Ruimtelijk, functioneel en parkachtig was het credo van ontwerper Van Eesteren. In de interieurs was het: ‘Wie licht spreidt, spreidt gezelligheid’.

 Wonderlijk hoe Jantien Jongsma de doem die jarenlang over deze wijken lag laat verdampen. Betonrot was wat je er van hoorde, asociaal gedrag bij het ontbreken van eigen tuintjes.

 Voor het eerst in olieverf, de kleuren spatten van de doeken.

 Goed wonen heet haar tentoonsteling. Naar de Nederlandse variant van het Duitse 'Schöner wohnen'.

 Jantien brengt het naoorlogs optimisme weer tot leven. Niet zonder ironie, maar toch. ps. Nu bij de C&H galerie aan de Tweede Kostverlorenkade

 

Tags: 

K.Schippers’ Niet

 In de nieuwe bundel van K.Schippers 'Garderobe, kleine zaal' staat een gedicht waarin de elementen aarde, water, vuur en lucht op een huiselij­ke schaal verbonden zijn:

 'De vaas of de doos in het middaglicht,/ het ochtendlicht, het water in de kan/ of tussen twee oevers, brandend hout,/ papier vat vlam, overal vuur.

 Licht, water, vuur, ze kunnen niet/ worden gescheiden van de doos,/ de kan, het papier, ze zijn voor elkaar/ bestemd. Eeuwige tweelingen.

 Hij probeerde het, lokte ze weg,/ licht, water, vuur, om ze te kunnen/ zien zonder bijkomstigheden.

 Heel even maar, gaf hij alles terug aan de doos, de kan en het papier. Hij/ had iets gezien, wilde niets meer aanraken.'

En zo blijft de vraag wat er gebeurt als je ze weglokt? Als je ze scheidt zoals in een schilderij van de kan afzonderlijk. Is hij leeg? Vol? De kan is dan geen kan meer, iets anders. Iets niet.

Was dat wat hij had gezien en waarvoor hij terugdeinsde? Het uiteenvallen van de wereld? De onmogelijkheid van kunst?

Tags: 

Ischa weer en nog

 Ischa Meijer en Annie Schmidt, weer en nog eens. Met Ischa werkte ik lange tijd wekelijks. Mijn radioregie bestond er voorna­melijk in dat ik, als hij volgens het draaiboek nog 1 minuut had voor zijn gesprek, een briefje op tafel legde met '1 min­uut'. Waarop hij het gesprek binnen precies een minuut afron­dde en de muziek kon inzetten.

 Een week later legde ik dat zelfde briefje dan weer neer. Ik heb het nog.

 Voor de voorstelling deden we het spel van de lerarenzonen. De zijne gaf Geschiedenis, de mijne Duits. Ze hadden zelfs allebei leerboeken voor het Middelbaar onderwijs gesch­r­even. Wij waren bezeten van de auteursnamen van schoolboekjes - net als W.F.Hermans, die ze gebruikte in z'n werk - en noemden ze beurtelings op.

 Ik: Ahn en Moret. Hij: 'Mots et tournures difficiles'. Ik: Verdenius, Verdenius en Schouten. Hij: Duits. Ik: 'De Liefde en Mooy. Hij: Gallia. Ik: Schwere Wörter. Hij: Brouwer, Ras en Aler. Ik: Novem. Hij: Wereld in wording.

 En dan kwam het verhaal hoe Wereld in wording, geschreven door negen geschedenisleraren waaronder de mijne, het meesterwerk van vader Meijer van de markt had geveegd. Dat hij tenslotte in eigen beheer had uitgegeven en waarvan nog grote onverkochte stapels in huize Meijer op zolder lagen. Het getal negen (Novem) was daar taboe. Maar pestkop Ischa smokkelde het alle conversatie binnen. Hoe laat is het? 'Negen uur rotjong.'

 En dan begon ons radioprogramma. 

Tags: 

Kattenlevens

 In Istanbul, in de arme buurt langs de waterkant leven ze. Maar de katten daar zijn niet de vet­gevoerde knuffels van bij ons. In de Turkse film Kedi leven katten hun eigen leven, zoals het ze uitkomt. Mensen moeten daarin hun plaats kennen. En die kennen ze. Soms zijn ze ook, heel oud-Egyptisch, boodschappers van God.

 Hoe je in deze tijd kunt leven leer je daar van katten. Erdogan wordt niet genoemd, maar 'deze tijd', dat is hij, reken maar. Dat is de impliciete boodschap van Ceyda Torun in Kedi.

 Wat leer je van ze? Veel. Liefde, maar wel op hun voorwaarden. En hoe je je gang kunt gaan, eisen kunt stellen. Wat ze lusten of niet. 

 Alle respect is er voor de eigenaardigheden van de 'karakters', hun gewoonten, hun territoria. We zien ze met eindeloos geduld gefilmd, langs de kasseien in de oude buurt waar de visstallen staan en de markthal is.

 Wonen doen ze, net als hier vroeger, liefst in dozen. Maar in Amsterdam zie ik geen vrije straatkatten meer. Vroeger hoorde ik 's nachts nog wel eens kattengevechten. Voorbij. Reigers en meeuwen hebben hun plaats ingenomen.

 Ze kwamen in Istanbul mee met Noorse en andere schepen, waar ze werkten als rattenvangers. En nu vangen ze hier ratten.

 Er is aan de haven een gezamenlijk potje voor de dierenarts. 

Delphine en God

 Hij kan niet weg zijn. Ik heb het over de sleutel tot de gedichten van Delphine Lecompte. De gedichten zijn er, er moet een sleutel zijn om ze te openen. Dat ik die niet kan vinden ligt aan mij. Er is een samenhang, beslist. Dat duurt nu al een paar bundels. Ze doet het expres, dat kan niet anders. Ik denk, ze zoekt hem zelf ook. In de nieuwe bundel 'Weste­rn' kom ik God tegen, in het laatste deel 'Redemption'. Neem dit:

 'De wolken zijn God beu, ze schudden hem uit/ Nu moet hij zijn plan trekken en zijn boontjes doppen/ Op de aarde, de begane grond, arme God/ Ik zie hem in een antiekwinkel om 14u 's  middags/ Hij bekijkt een uitgeschraapte schildpad met de gepaste aandacht.

 Om 16u op de kop zie ik God opnieuw/ In een pizzeria deze keer, hij eet hypergeconcentreerd/ Hij laat niets liggen op zijn bord/ De muziek werkt op zijn zenuwen: Dolly Parton/ Ik probeer te zien wat hij drinkt, maar de beker is opaak en logoloos.

 God is stipt, om 18u koopt hij een pyjama/ In de nachtkledijwinkel van Marino Hazenlip/ Na de aankoop blijft God lang praten met Marino Hazenlip/ Ik ben niet jaloers, ik krijg mijn kans nog wel/ Om God de oren van het hoofd te zagen.

 Ik laat God binnen om 22u/ Hij is te laat; 20u was de afspraak/ Hij heeft rum gedronken met de dochter van Marino Hazenlip/ Nee, een hazenlip wordt niet altijd overgeerfd/ Ik vraag aan God of hij het erg vindt dat ik met een nachtbeugel slaap.

 Hij vindt het niet erg, hij snurkt/ Ik denk aan de uitgeschraapte schildpad van de antiekwinkel/ En daarna aan alle onuitgeschraapte schildpadden van de Antillen/ Ik maak God wakker, ik schud hem hardhandig door elkaar/ 'Waarom werkte de muziek in de pizzeria op je zenuwen?' wil ik nu toch weten.

 Maar God wil niet antwoorden/ Hij is mij niets verschuldigd, NIETS/ Zijn pyjama is sober en zijn tanden zijn kein, soberder en kleiner dan de mijne/ Ik val in slaap, ik droom dat ik word verslonden door Dolly Parton/ In mijn droom lijkt ze als twee druppels water op een hyena.' 

Het zwijgen van de planten

 Zeker, ik praat met de planten op het balkon. En zeg ook wel dat ik 'iedere­en' water gaf en niemand oversloeg. Misschien ben ik een halve zoete. Het plantengesprek is een stil gesprek. Nu pas ontdekte ik dat Wislawa Szymborska er een gedicht over schreef. Dat geeft moed. Schrijven over het woordloze. De planten kwijnen als ik ze vergeet. En zeggen niets over teveel of te weinig zon of water.  Planten leven of sterven zonder een kik te geven. Ik weet dat hun hersens in hun wortels huizen. Gerard Reve zou zeggen 'planten zijn katholiek'. Szymborska eindigt zo:

(...)

We werpen met evenveel recht elk onze eigen schaduw.

We proberen iets te weten, ieder op zijn manier,

en wat we niet weten lijkt ook op elkaar.

 

Ik leg het uit zo goed ik kan, vraag alsjeblieft:

wat het betekent iets met ogen te bekijken,

waarom in mij een hart klopt

en waarom mijn lichaam niet geworteld is.

 

Maar hoe kan ik antwoorden op ongestelde vragen

als ik daarbij ook iemand ben

die voor jullie zozeer niemand is?

 

Struikgewas, jong bos, weiden, rietland -

alles wat ik jullie zeg, is een monoloog,

en wie ook luistert, jullie niet.

 

Met jullie praten is noodzakelijk en onmogelijk.

Is dringend nodig in ons haastige leven

en wordt uitgesteld tot nooit.

Waar blijft Schiele?

 Alle Nederlandse musea zijn vernieuwd, verbouwd en geëquipeerd maar voor wat? Het kunstaanbod is - zeker in de zomer – armoe troef.

 Een grote Egon Schiele expositie zou ik willen zien, maar ik kan nu niet naar Wenen. Om het halverwege. Geen naakt maar halfnaakt, met armen en benen die uit half uitgetrokken kledingstukken steken. En houdingen en gezichten halverwege leven en dood. Aan het randje.

 Schieles levensverhaal zegt het. Zijn vader, dorpsstationschef en bordeelbezoeker, werd gek en stierf aan syfilis. De 19-jarige Egon zag het van nabij. Seks en dood in de grote dagen van Freud.

 Zijn figuren, zeker zijn zelfportretten, is hun leven aan te zien. Met z'n zusje Gerti was hij close, een favoriet model.

 Schiele heeft maar acht jaar kunnen werken, stierf op z'n 28ste aan de Spaanse griep. Deed ook nog dienst in het Oostenrijkse leger in WOI. 

 Hij schreef in 1911: 'Ik zal zo ver gaan dat mensen bevangen zullen worden door angst bij het zien van elk van mijn werken van "levende" kunst.'

 Het Haags Gemeentemuseum bracht vorig jaar al een handvol Klimt en Schiele. Vooral tekeningen. Nu verder.

Juan-les-Pins

 Het merkwaardigste vakantiebaantje dat ik ooit had was bij Doornroosje. Zij was een rijke erfgename die zich verschool in een met onkruid overgroeide villa, in een grote verwilderde tuin bij Juan-les-Pins waar we onze tentjes mochten opzetten.

 Doornroosje was bijna tachtig en lang geleden getrouwd geweest met de man die de villa had laten bouwen en kort daarna was ges­torven. Waarna ze nooit meer het huis verlaten had, van verdriet.

 Met drie vrienden moest ik de begroeiing van zeker veertig jaar kappen. Met het verroeste, nooit meer gebruik­te gereedschap uit het tuinhuis. Het was on­begonnen werk. Wat we de zeisen en tuinscharen ook slepen, scherp werden ze niet.

 Al werkend legden we wel een luxe vijver bloot, keramische siervazen, een prieel.

 Doornroosje vertoonde zich niet. We zagen alleen haar bediende, een zwarte student in tuinbroek met een strohoed, die op een Solex haar boodschappen deed. Tot de laat­ste dag opeens de tuindeuren opengingen. Daar was ze, de erfgename van de Haar­lemmer olie. Ze had een salade nicoise voor ons gemaakt, die ze opdiende. Daarna trok ze zich weer terug.   

Pagina's