Ver weg

 Ver weg in Nederland is Limburg. Verder weg dan Parijs of Londen. Een ver weg uit de tijd dat je in de auto langs de huizen keek hoe de baksteen veranderde.

 Aan plaatsnamen zie je het. Leesjongen zijn de verzamelde gedichten van Wiel Kusters, geboren in Spekholzerheide. Een leesjongen leer ik, is in de mijnbouw een jongen die bovengronds stenen raapt uit de steenkoolbrokken. Van dat zelfde ver kwam ook de stem van Jacques Heetman op de zondagse voetbalradio: 'En hier is dan Maastricht. En de uitslagen waren.' Waarop volgde: 'Heksenberg-Waubachse Boys'. En na een passende pauze: 'nul-nul'. Pure poëzie, uitgesproken met de zachte g van het verre land. Waarvandaan ook de gedichten van Wiel Kusters. Zoals 'Doodstil':

 'Ik ging eens niet op reis,

bleef zitten in mijn stoel.

Mijn reis ging razendsnel.

Ik was nog niet vertrokken

of ik was al weer thuis.

 

Ik ging eens niet graag dood,

bleef zitten tot ik stierf.

Mijn dood was een soort dood.

Ik was nog niet geboren

of ik was nog steeds in leven.' 

Tags: 

Brahman

 'Wanneer gaan we nou eens naar zee?' vroeg de vrouw van dichter Frank Koenegracht toen hij op een eilandvakantie niet in beweging kwam. Hij antwoordde: ‘Ik ben de zee.’ Daaraan dacht ik bij de door Marjoleine de Vos gemaakte en ingeleide keus uit het werk van J.A. dèr Mouw (1863-1919) 'Je bent de wolken en je bent de hei'.

 Bestaat de wereld ook als ik niet kijk? Dèr Mouw was bang van niet. Bang voor de 'angst over de benauwende eenzaamheid van de bewustzijnscel, waarin het spookt, spookt, van wereld- en ik-verschijnsel.' Bang de gevangene te zijn van zijn eigen bewustzijn. De enige te zijn, in een totaal leeg universum. Hij vond een uitweg: deel gaan uitmaken van het Wereld-zelf, het Brahman. Maar hoe doe je dat in de praktijk van een Hollands huishou­den? Hij schreef:

 'k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid./ Ik doe in huis het een'ge dat ik kan/ 'k gooi mijn vuilwater weg en vul de kan;/ maar 'k heb geen droogdoek'; en ik mors altijd. 

 Zij zegt, dat dat geen werk is voor een man./ En 'k voel me hulploos en vol zelfverwijt,/ als zij mijn lang verwende onpra­ktischheid/ verwent met wat ze toverde in de pan.

 En steeds vereerde ik Hem, die zich ontvouwt/ tot feeërie van wereld, kunst en weten:

 als zij me geeft mijn bordje havermout,/ en 'k zie, haar vingertoppen zijn gespleten

 dan voel ik éénzelfde adoratie branden/ voor Zon, Bach, Kant, en haar vereelte handen. 

Legerstaat

 Niet vaak zag ik zo duidelijk wat een actief leger als deel van de samenleving in een staat met de mensen doet. Israël is een 'legerstaat'.

 Iedereen kan schieten. Iedereen controleert iedereen. De vijand is vlakbij en 'onder ons'. Geweld wordt dan gewoon. In 'Beyond the mountains and the hills' van Eran Kolirin dringt het geweld het gezin, bestaande uit vader, moeder zoon en dochter binnen.

 Vader is werkloos na zeventwintig jaar in het leger. Uit frustratie schiet hij een Arabier neer en zoonlief slaat de minnaar van zijn moeder, die lerares is met een steen de hersens in.

 Al zijn er nog pogingen om samen uit te gaan, iedereen in dit gezin is mekaar vreemd geworden.

 En als de dochter, die vredelievend is iets goed wil maken van haar vaders schietpartij bij de familie van de getroffen jongen lukt dat niet. Haar contact met zijn broer ontgaat de geheime dienst niet. Was hij een terrorist? Zijn gezicht verschijnt op het televisiejournaal, hij is dood.

 Er blijven nogal wat raadsels hangen en de karakters zijn niet erg uitgewerkt. Maar de dreiging is sterk. De bergen en heuvels uit de titel, waarachter 'de anderen' wonen beginnen al achter de snelweg. 

Summer of love

 Het was iets in Amerika. Ik hoorde ervan door de vele Amerikanen die Europa rondreden in gehuurde VW-busjes en naar Amsterdam kwamen. Vooral die flowers in your hair boezemden me afschuw in. Je mocht er niet om lachen.

 Zo ontmoette ik in de zomer van 1967 Jerry en Tricia uit San Francisco die cassettes bij zich hadden van platen die in Nederland nog niet verschenen waren. Ik draaide ze in mijn platenprogramma op de vpro, waar ik door een toeval discjockey was geworden omdat het jeugdprogramma waar ik voor werkte door de dominees van toen werd stopgezet. En er moest toch iets worden uitgezonden. Dat werd blues en hippiemuziek.

 Kort daarna kwam het bericht dat Jerry en Tricia een grote erfenis hadden gekregen. Ze besloten er een popfestival van te organiseren. En zo stond ik in mei 1968 in Rome, in de EUR, popberoemdheden als de Byrds, Pink Floyd, Captain Beefheart, The Move en Fairport Convention op te nemen, die optraden voor een grote, lege sporthal.

 Jerry en Tricia hadden vergeten reclame te maken. Er klopte weinig. Het voornaamste publiek bestond uit 300 Italiaanse politieagenten.

 Het was goed voetballen daar op de zomerse grasvelden rondom. Vooral Engelsen als Alvin Lee, Richard Thompson en Roger Waters blonken uit. Amerikanen niet. Aan McGuinn, Doug Dillard of Gram Parsons had je niks.

Barbaren en wijsgeren

 De Chinezen waren 'in alle dingen buitengewoon intelligent', meende Hugo de Groot. Rond 1600 maakte hij een tocht in een zeilwagen gebouwd naar Chinees ontwerp, die een snelheid haalde van 50 kilometer per uur.

 Zo althans staat het in de catalogus van 'Barbaren en wijsgeren', over Holland en China in de Gouden Eeuw, nu te zien in het Frans Hals-museum. Andere bronnen zeggen dat er in China nooit een zeilwagen heeft rondgereden. Weer anderen zeggen dat Maurits en Frederik Hendrik in februari 1602 in het door Simon Stevin gebouwde exemplaar reden. Tot aan Petten toe. De berichten zijn verward en strijdig.

 Vederlichte zeilwagentjes zie je nu alle dagen op het strand, voortgetrokken en bestuurd met parachute-achtige vliegers. Maar of die van Stevin de 50 kilometer haalde? Een loodzwaar, onbestuurbaar houten bakbeest is het op prenten. En dat in het mulle zand? 'Het is het idee,' zullen we maar zeggen, Theo Jansen indachtig, die zijn strandbeesten ook vaak nog een zetje moet geven.

 Of de zeilwagen met de prinsen verder gereden heeft dan enkele meters betwijfel ik. En waar dat verhaal van dat Chinese ontwerp vandaan komt? Misschien zag iemand een jonk voorbijvaren achter een berg en sloeg zijn fantasie op hol.

 China, rijk der fabelen. Ook Vondel werd erdoor aangeraakt. Hij schreef het toneelstuk Zunchin, dat speelt in de Verboden Stad. Niet exotisch, eerder smartelijk. Keizer Chongzhen en zijn gemalin verhangen zich aan een boomtak aan hun jarretelles: 'Zy drijven beide stil op hunne koussebanden,' staat er.

 Het schijnt dat de betreffende boom in Beijing nog steeds bekeken kan worden.   ps. Henk Beentje vult aan: 'Chinees zandzeilen dateert ten­minste van de zesde eeuw. Het boek 'The Golden Hall Master' geschreven omstreeks 550 door Xiao Yi (de latere keizer Yuan) beschrijft grote voertuigen op wielen met masten en zeilen. Een windwagen was groot genoeg om dertig passagiers te vervoeren.' Toch, zeg ik, hebben ze het in China, noch in Holland gered.

 

Na Brexit

 Heel langzaam dringen de gevolgen van de Brexit door. Hoe vreemd, de lingua franca binnen de EU is nog steeds het Engels. Hoe lang nog?

 Gespannen kijk ik elke avond naar de BBC, het nieuws en Newsnight, zoals in de dagen van Peter Snow en Donald McCormick. Goddank zijn Jeremy Paxman en David Dimbleby er soms nog. En ik zag hoe Emily Maitlis prachtig Theresa May kraakte na de torenbrand. Wat ze allemaal beleefd verzwijgen is dat ze Brexit waanzin vin­den en Boris Johnson een idioot.

 Het wachten is tot de BBC hier van de kabel wordt gegooid.

 Toen Trump er bij kwam was de ramp van het Angelsaksisch isolationisme niet meer te overzien. Sinds de met de dag onbegrijpelijker wordende Tweede Wereldoorlog leefden we in een Angelsaksische cultuur. Maar 'Dad's army', 'Allo, allo', 'Fawlty towers', het is voorbij. Het eind van een tijdperk.

 Totaan de oorlog was Nederland cultureel een Duitse provincie, zongen afwassende moeders Duitse operettemelodietjes en was Richard Tauber de held. Eerder spraken nette mensen vloeiend Frans. Ik leerde nog de 'drie moderne talen' op school. Voorbij. Om met Riet en Kees te spreken: 'Het buitenland is toch niet meer te redden'.

Tags: 

Zalig nietsdoen?

 Wat denken precies zou moeten zijn heb ik nooit begrepen. Er zijn tegenwoordig zelfs 'denkers des vaderlands'. Soms schiet me iets te binnen, maar of dat dan een gevolg is van denken? De 'Penseur' van Rodin heeft misschien kiespijn.

 In deze zomertijd zou ik moeten doen wat ze in Bergen in museum Kranenburgh 'Zalig nietsdoen' noemen. Een tentoonstelling van hardwerkende kunstenaars. In de begeleidende tekst wordt Aristoteles aangehaald die 'individuele bezin­ning en verdieping' stelt boven 'werk en activiteiten'. Een dwaas onderscheid, het loopt door elkaar, altijd. Het brein werkt dag en nacht, is niet te stoppen. Er zijn betrekkelijke leeghoofden, maar ook die blijven bezig met inventief vechten en vernielen.

 Het is zomer. Je wordt geacht je te amuseren. Uit protest daartegen heb ik hele vakanties doorgebracht achter gesloten gordijnen. Ik woonde vijf minuten van zee maar ging er nooit heen.

 In de jaren '60 werd het 'langharig werkschuw tuig' volksvijand nummer 1. Omdat ik bij televisie werkte werd me gevraagd zo'n werkschuwe voor de camera te halen. Ik kende er vast wel een, dachten ze, maar ik vond niemand. Een vriend die op het oog niet veel uitvoerde behalve gedichtjes schrijven en niet opschieten met een vertaling weigerde woedend. Hij is nog steeds kwaad op me.

Tags: 

De koning sterft

 We leven in een gezegende tijd als het gaat om sterven. Met deze opluchting kwam ik uit de meesterlijke film 'De dood van Lodewijk XIV' van Albert Serras. Gebaseerd op getuigenissen van toen.

 Wie ziek werd was in de oude tijden aan de heidenen overgeleverd.  Men deed maar wat, wist niets. En nog zijn er die zich in deze tijd vrijwillig overleveren aan kwakzalvers, zich niet laten inenten of heilig geloven in natuurgeneeswijzen.

 Hoe gaat dat als de wanhoop toeslaat? Lodewijk kon niet veel anders en laat tenslotte dokter Le Brun uit Marseille komen die veel raadselpraat uitstoot over mens en natuur en een elixer toedient waarin stierenzaad, kikkervet en het hersenvocht van Engelse doden vermengd zit. Mens en natu­ur, een warboel. Ook toen. Lodewijk sterft aan gangreen, wondkoorts. Nu makkelijk oplos­baar.

 De film komt de sterfkamer niet uit. De kerk verzorgt de rituelen. Taferelen bij heel spaarzaam kaarslicht met priesters en geleerde oude mannen die het tenslotte ook niet weten. Geen diagnose, luidt de eerlijke diagnose van de Parijse universitaire medici.

 Opmerkelijk is dat tot vandaag voortziekende geloof in de geneeskracht van voedsel, diëten. Maar de koning eet niet. Hij sterft.

 Jean Pierre Léaud die ik ken uit zoveel Truffaut‑films waarin hij diens alter ego speelt is een volstrekt geloofwaardige stervende koning. De bedenker van de pruikenmode - hij werd kaal, en heel het hof moest eraan - blijft helder tot het eind. Alleen - schoonheidsfoutje ‑ z'n gebit is te gaaf, in die tijd aten de rijken suiker en tandartsen trokken alleen. Meesterlijk is het trillen van z 'n wang in de opening van de film..

 Maar verder laat hij alle gemoedstoestanden tussen leven en dood geloofwaardig zien. Ik word morgen lid van de bond tegen kwakzalverij.

Reve en foto's

 'Ja met mij, niks bijzonders hoor. Gooi je niet in de zenuwen om iets, het leven is toch prachtig. Nou dag.'

 Deze op het antwoordapparaat ingesproken boodschap van Gerard Reve vat het goed samen. Je kon gewoon met hem praten. En dat deden we telefonisch veel als hij in Frankrijk aan zijn landgoed bouwde ('Ja die deur is gekomen, maar er is iets raars, hij zit onderstebov­en'). Joop sprak geen Frans en kwam niet mee, dus hij zat 's avonds alleen.

 Ik kreeg de uitgave van het Rijks 'Between Ad and Allegory: marketing Portraits of Gerard Reve'. Een studie van Hinde Haest over het kunstenaarsportret door de eeuwen heen, speciaal dat van Gerard. Rembrandt was de eerste die zich als de kunstenaar in zijn atelier afbeeldde. Als visitekaartje, een demonstratie van zijn kunnen. De schilder was niet langer ambachtsman. De geboorte van de kunstenaar als creatief individu.

 De foto bracht de 'cartomanie'. Fans konden ansichten van Baudelaire en Hugo kopen. Gerard had het goed in de gaten: 'We hebben een winkel.' Liet zich fotograferen met attributen uit z'n werk, het wijnglas, Mariabeeldjes, teddyberen. Op brieven maakte hij expres afdrukken van de voet van zijn wijnglas en schreef erbij 'Dan is het meer waard als je het aan Johan B.W. (Polak) verkoopt'. De eeuwige vraag 'meent ie het nou' wordt in de foto's niet beantwoord. Integendeel. Mij zei hij: 'Als ik een voorstelling geef doe ik het goed.'

Tags: 

Onbegeleid

 'Tell me how it ends' heet het boekje dat de Mexicaanse, in de VS werkende schrijfster Valeria Luiselli schreef over haar werk als tolk voor de rechtbank in New York. Waar ze illegaal de grens overgekomen jongens en meisjes uit Guatemala, Honduras etc. moest ondervragen.

 Een 'essay in veertig vragen' is de ondertitel. De 'onbegeleide' kinderen worden gesponsord, hun smokkelaars - 'coyotes'- betaald, door familie, vaak de moeder, die jaren eerder al de VS binnenkwam en geld spaarde om ze te laten overkomen. Ze komen alleen.

 Eerst raken ze in hun thuisland verstrikt in de praktijken van de gangs, met wie ze moeten meedoen of sterven, dan rest de vlucht. Twee grenzen over. Een grootmoeder in Tegucigalpa, Honduras, naait moeders telefoonnummer in de kraag van een jurkje omdat ze de tien cijfers niet kunnen onthouden. Het jurkje mag nooit uit. Zodra ze de Amerikaanse grens over zijn moeten ze dat bellen.

 Ook in de VS zijn gangs, die jongens dwingen mee te doen en meisjes exploiteren. Wie ze verraadt sterft. De kinderen zijn doodsbang voor ze. Vraag 35, over de bedreiging door gangs in het thuisland is cruciaal, die rechtvaardigt voor de rechter immers hun vlucht.

 De Amerikanen, eerst Obama en nu Trump zijn bezig deze immigratieroute af te sluiten. De gangs hebben het laatste woord.

Pagina's