Zo althans staat het in de catalogus van 'Barbaren en wijsgeren', over Holland en China in de Gouden Eeuw, nu te zien in het Frans Hals-museum. Andere bronnen zeggen dat er in China nooit een zeilwagen heeft rondgereden. Weer anderen zeggen dat Maurits en Frederik Hendrik in februari 1602 in het door Simon Stevin gebouwde exemplaar reden. Tot aan Petten toe. De berichten zijn verward en strijdig.
Vederlichte zeilwagentjes zie je nu alle dagen op het strand, voortgetrokken en bestuurd met parachute-achtige vliegers. Maar of die van Stevin de 50 kilometer haalde? Een loodzwaar, onbestuurbaar houten bakbeest is het op prenten. En dat in het mulle zand? 'Het is het idee,' zullen we maar zeggen, Theo Jansen indachtig, die zijn strandbeesten ook vaak nog een zetje moet geven.
Of de zeilwagen met de prinsen verder gereden heeft dan enkele meters betwijfel ik. En waar dat verhaal van dat Chinese ontwerp vandaan komt? Misschien zag iemand een jonk voorbijvaren achter een berg en sloeg zijn fantasie op hol.
China, rijk der fabelen. Ook Vondel werd erdoor aangeraakt. Hij schreef het toneelstuk Zunchin, dat speelt in de Verboden Stad. Niet exotisch, eerder smartelijk. Keizer Chongzhen en zijn gemalin verhangen zich aan een boomtak aan hun jarretelles: 'Zy drijven beide stil op hunne koussebanden,' staat er.
Het schijnt dat de betreffende boom in Beijing nog steeds bekeken kan worden. ps. Henk Beentje vult aan: 'Chinees zandzeilen dateert tenminste van de zesde eeuw. Het boek 'The Golden Hall Master' geschreven omstreeks 550 door Xiao Yi (de latere keizer Yuan) beschrijft grote voertuigen op wielen met masten en zeilen. Een windwagen was groot genoeg om dertig passagiers te vervoeren.' Toch, zeg ik, hebben ze het in China, noch in Holland gered.