Amsterdam Art (1)

 Vanmiddag met m'n hernia-stok de vijf liftloze verdiepingen beklommen van het lege kantoorgebouw waar dit jaar de Amsterdam Art Fair onderdak kwam. Op het dakplat is koffie.

 Kunst krijgt daar iets achterafs. Het was opmonterend. En wat nog meer opviel dan anders: de grote verscheidenheid.

 Minder video, minder installaties, meer schilderen en ander werk in het vlak. Van ontwerp tot verhaal. En veel ironie, kleine grapjes.

 Neem de 'doorschijnende' voorstellingen van Rosa Everts. Dat in meer betekenissen: bij haar schemert gisteren altijd door vandaag heen, het verleden door het heden.

 Zo kan ze het drama van de lege etalage van een failliete winkel neerzetten. Vol dichtgeplakte kartonnen dozen waarin kennelijk iets zit dat weg moet. Een blanco vel papier. en zelfs een hele kunsttentoonstelling die te koop staat.

 Veel is bij haar gesloten.

 Het echte schilderen, inclusief stofuitdrukking vind je bij de Hongaarse Andrea Radai, die de hoofden van haar figuren vaak niet mee schildert. De kunst van het afsnijden! Zoals die opkwam toen schilders gingen kijken hoe fotografen werkten.

 Morgen meer.

Tags: 

Benthem Crouwel in Arnhem

 De angst sloeg me om het hart toen ik las dat het Arnhems Museum gerenoveerd zou worden door Benthem Crouwel, de firma die Amsterdam opzadelde met dat onding, het nieuwe Stedelijk.

 Lelijk en extreem onhandig. Het gaat alweer verbouwd worden. Voorgoed diskwalificeren zou het beste zijn. Maar nee. Wat zouden ze aan het Museum Arnhem kunnen verknoeien?

 Ze hebben 'de visie met de nieuwe overstekvleugel uitgewerkt' zegt een in dieventaal gesteld persbericht: 'De meest in het oog springende veranderingen zijn: de monumen­tale koepel die een open karakter krijgt en de ontmoetingsplek van het museum wordt. Samen met de museumwinkel en het museum café wordt deze publieksruimte ook het vertrekpunt voor een logisch zalencircuit.'

 Dit ken ik uit Amsterdam, eerst het eten en de handel, dan de kunst.

 En tja het uitzicht over de Rijn. Er staat: 'Bezoekers genieten in de toekomst op verschillende plekken van het uitzicht. De grote buitentrap is een van de hoogtepunten en hiermee wordt de tuin als een groene buitenzaal bij het museum betrokken.' Huh?

 Natuurlijk is er ook hier een wethouder. Gerrie Elfrink, van cultuur zegt: "Dit ontwerp verandert een gesloten bunker in een uitnodigend gebouw waar niet alleen de kunst beter tot haar recht komt, maar waar je ook het betoverende Rijnlandschap kunt beleven. Zo wordt het, behalve een museum, een ontmoetingsplek waar Arnhemmers graag komen. Ik kijk er nu al naar uit."

 Ik niet, ik vrees het ergste. Zeker bij de 'hedendaagse sieraden en vormgeving, de extra aandacht voor niet‑Westerse kunst en werk van vrouwelijke kunstenaars.’

 De verbouwing start eind dit jaar.

Andrei Roiters steden

 De Russische schilder leerde ik in 2010 kennen in zijn Amsterdamse atelier, een voormalige buurtsuper bij het Hoofddorpplein, die hij had kunnen overnemen als hij de voorraad kruideniersartikelen erbij nam. Hij deed het. Verkocht de suiker, het meel en de ander comestibles, en schilderde.

 Landverhuizer Roiter is bezeten van wonen, hij schilderde vele oude koffers en stadsgezichten. Hij timmert ook, heel slordig. met kromme spijkers, maar toch precies als wat. In de tentoonstelling die nu toch te zien is bij Akinci aan de Lijnbaansgracht hangt een schilderij van een stad, getimmerd van sloophout.

 Ook Skylines keren altijd terug.

 Hij werkt deels in New York, verplaatsingen horen er bij. Roiter zwerft.

 Soms als een karikatuur van een toerist. Hij timmert ook fototoestellen.

 Op deze nieuwe expositie 'Made in Roiterdam' zie je nieuwe obsessies, allereerst schilderijen van gelaagde steden, die aan Constant Nieuwenhuijs doen denken. Maar ook aan tiendubbele reuzen-sandwiches. Eetbare steden.

 Ook nieuw zijn wat oogt als stadions. Of badkuipen? De Kuip van boven gezien. Made in Roiterdam.

Tags: 

Gipsotheek

 Wie wel eens een muurtje gestuct heeft met Knauf geelband of roodband weet wat gips is en hoe je ermee kunt werken. Het droogt razendsnel, net als de fresco's die je erin kunt schilderen.

 In de 'Gipsotheek' van Museum Beelden aan Zee staat een unieke verzameling voorstudies, van soms bekende beelden. Je kunt er zien hoe de enorme Wilhelmina van Van Pallandt haar gestalte kreeg voor ze op het Noordeinde terecht kwam, hoe de Dokwerker zijn houding kreeg.

 Gips heeft een eigen dynamiek. Als je er eerst was- en dan bronsafgietsels van maakt kun je resten van de bewerking of de vingerknedingen in het materiaal laten zitten of wegschuren.

 Kijk hoe de studies gegroepeerd zijn in hun glazen kasten en er naast, zie dat ze onderling praatjes maken.

 De formaten verschillen, ook de tijden waarin ze gemaakt zijn. Directeur Jan Teeuwisse zet ze steeds weer anders neer, componeert telkens nieuwe opstellingen. Altijd in Beelden aan Zee moet ik kijken hoe hij al die ontstaansgeschiedenissen met elkaar laat rijmen.

 De belichting is heel goed. De spotjes zetten in licht en schaduw wat je niet verwacht, maken drama, zoals een beeld buiten ook altijd ander licht vangt. Beeldhouwkunst is theater. 

Hans Fallada als junk

 Hans Fallada (1893-1947) kruipt al schrijvend in je hoofd. Al lezend komt de benauwenis over je van de junk die zonder zit. Morfine in zijn geval. De visioenen liegen er niet om: 'Ik ben overal, ik ben alles, alleen ik ben de wereld en God ineen. Ik schep en ik vergeet en alles vergaat. O zingend bloed. Dring nog dieper tot me door, vriendin, breng me in nog wild­ere verrukking.' Die vriendin is de morfine.

 En hij legt uit: 'Morfine betekent stille, milde gelukzaligheid, wit en bloemig, ze maakt haar volgelingen gelukkig. Maar cocaïne is een rood roofdier, het middel pijnigt je lichaam, de hele wereld wordt wild, verwrongen en vreselijk (...) en wat je ervoor terug krijgt zijn slechts luttele ogenblikken uitzonderlijke helderheid van geest, het vermogen de meest onalledaagse verbanden te leggen, en een pijnlijk scherpe luciditeit.'

 Als hij tenslotte op kantoor geld steelt om zo in de gevangenis te komen, bij wijze van afkickkliniek blijken het voorlopig arrest en de cold turkey samen dwangvoorstellingen op te leveren. Over bijvoorbeeld bedwantsen. Hele nachten loopt hij door zijn cel op zoek en drukt ze dood. Iedereen in voorlopige hechtenis heeft wel een obsessie waaro­ver hij steeds moet praten. Het personeel wordt er gek van.

 Je kunt niet tegelijk een goed verhaal schrijven en junk zijn, en in voorlopige hechtenis toch ook niet meer doen dan aantekeningen maken. Vertaler en Fallada-biograaf Anne Folkertsma licht toe hoe de schrijver van 1918 tot 1926 verslaafd was aan alcohol en drugs en in gevangenissen en klinieken zat. Pas in 1929 schreef hij dit nu vertaalde 'Zakelijk bericht over het geluk morfinist te zijn'. Daarna pas kwamen zijn grote romans als 'Kleiner Mann was nun'.  

Tags: 

Nero aan Zee

 Ofwel de Italiaan Alessandro Neretti heeft in Beelden aan Zee zijn tentoonstelling 'Life is a burning tire' ingericht. Huh?

 In het keurige Beelden aan Zee branden geen autobanden. Maar de brandende autoband is een stinkend internationaal icoon. Je ziet ze bij uit de hand gelopen demonstraties, als alle middelen zijn uitgeput.

 Zo maakt Neretti zijn gemoedstoestand duidelijk. Hij zoekt uitersten. Ook in het maken van grappen.

 Is het erg genoeg?

 Wat je te zien krijgt is hoe hij reageert op Nederland. Van geperverteerd Delfts blauwe schotels met galjoenen erop en teksten als 'We go for disaster', gevat in versleten fietsbanden tot meisjes van Vermeer met oranje kapjes die eindeloos ronddraaien tussen oranje-witte verkeershoedjes, zoal je ze vindt bij werk aan de weg.

 Van een stapel - nog niet brandende - versleten autobanden waar twee leeuwenpoten onderuit steken tot een half papieren heilige die de Financial Times leest.

 Neretti reist vrijmoedig door de tijd. Ook van de kale velgen van autowielen kun je zuilen bouwen.

 En in een filmpje zien we hoe hij - heel Fellini-achtig, denk aan de reuzenkop in Casanova - op het strand de reusachtige kop van een beeld uit de oudheid opgraaft.

Tags: 

De kladjes van Mondriaan

 In het Haagse Gemeentemuseum op de Stijl-expositie vond ik in een hoekje een paar tekeningen van Mondriaan. Uit een sc­hetsboekje. Ik herkende ze, uit een boek dat ik vele jaren geleden kocht. 

 'Two Mondrian sketchbooks' bevat naast tekeningen ook aantekeningen in potlood uit 1912-1914, gemaakt rond zijn veertigste jaar in Parijs. Later werkte hij ze uit tot essays in het blad De Stijl, maar deze kladjes zijn beter, directer. Over kunst en leven, man en vrouw.

 Zo staat er: 'Vrouwelijk: stilstaand, vasthoudend, tegenhoudend element. Mannelijk: bewegend - scheppend - uitend, voortgaand element.' 

 En dan: 'vrouw. stof - element, man. geest - element. 

 vrouw. horizontale lijn, man. vertikale -

 mannelijke artist. geestelijke vreugde, vrouwelijke artist. stoffelijke vreugde.'

 Daar heb je ze, de mannelijke en de vrouwelijke lijn.

 En Mondriaans redenering vervolgt dat de man lichamelijk verliefd is op de vrouw en de vrouw geestelijk op de man:  'Hierom bestaat de liefde van de vrouw langer.' En let wel: 'De geestelijke liefde van de man bestaat niet, omdat het geestelijke element in de vrouw zwak is.'  

 Maar deze teksten hangen in Den Haag niet in het groot aan de muur.

 De meest welsprekende staat trouwens op een laatste pagina: 'Mademoiselle Annette, Danseuse, 7 Rue Audran, Paris.'

Tags: 

Knars en piep

 Ik dacht aan de huizen waar ik woonde, de bedden waarin ik sliep. Hoe ze piepten of kraakten als ik er in ging liggen of me omdraaide in halfslaap.

 Veel geluidswoorden zijn er niet. Meest onomatopeeën. Water klotst of kabbelt. Deuren knarsen of kraken. De wind suist of giert. Motoren ronken of knetteren. Maar dan is het al snel op. Voor het Haagse tuinhekje sta ik al met m’n mond vol tanden. Is dit piepen?

 Ik ben veel verhuisd. Telkens veranderden de lichtval, de geur, de afstand tot muren en vooral de geluiden. Hoe deuren dichtvielen of kraakten in hun scharnieren weet ik nog van ieder huis. Behoedzaamheid leer je aan het sluiten van deuren. Ze onhoorbaar in het slot trekken. Toch is geluid soms in woorden te vangen. Dat merk je in de bundel De geluiden van Paul Meeuws. In het donker komen ze tot je. Zoals in deze 'Nocturne':

 't Is pikkedonker waar jij als een oor gekruld ligt./ Het kan niet dicht zoals het oog/ of als het raam waartegen de vuurdoorn krast.

 Het spitst zich, zoals de nacht/ op het blootgewoelde ik de blik scherpt./ Als een vuist lig je gebald.

 Gegil onttrekt zich aan het zicht./ Gebonk is van het diepste zwart gemaakt./ Van een verre brommer slaat lawaai/ de kortste weg naar jou in./ Stopt abrupt.

 Hoewel niet minder dan die van een stilgevallen hart/ en even plechtig als de kennisgeving later/ is deze stilte haast een weldaad.

 Je draait je om maar voelt/ de vreemde pasvorm van een onbeslapen bed./ Dat opgerolde liggen, als van een kind./ Een jongen, zeventien hooguit. 

De ereburger

 Een schrijver moet weg uit het dorp waar hij werd geboren en opgroeide. Tenminste als hij daarover wil schrijven. Er bestaat zoiets als de vuile was en die hang je niet buiten. Je eigen nest bevuil je niet.

 In El ciudadano ilustre van de Argentijnen Mariano Cohn en Gaston Duprat doet de schrijver Mantovani het toch, krijgt er zelfs de Nobelprijs voor.

 Hij keert nooit meer naar het dorp terug, totdat hij na veertig jaar in Europa te hebben gewoond wordt uitgenodigd ereburger te worden.

 Waarom gaat hij toch terug, voor een keer? Een al te menselijke ijdelheid, een dromerij? Maar er komen meteen al barsten in het beeld. Mantovani kan het spel niet meespelen zoals het dorp dat verwacht. 

 Het mooie van de film zit in de langzame onthulling van de onverenigbaarheid van dorp en schrijver. Een kleine gemeenschap kan niet bestaan zonder gedeelde leugens. Op een waarheidsspreker zit in Salas niemand te wachten.

 De huldigingen zijn mooi tragikomisch. Het sociale liegen gaat de schrijver steeds slechter af.

 'Waarom schrijft u niet over de mooie dingen?

 Alle dilemma’s van het schrijven komen voorbij, haarfijn op de spits gedreven. Als het erop aankomt, zoals in de confrontatie van Mantovani met Salas is het levensgevaarlijk. 

Taalfestival

 De leraar die mij uitlegde dat er niet zoiets bestaat als 'mooie' of 'lelijke' talen ben ik nog steeds dankbaar. In elke taal kun je lelijk zingen, zoals vanavond, of lelijk schrijven.

 Niet dat daardoor minder van zijn leerlingen Spaans of Italiaans gingen studeren.

 Eens kreeg ik een taalkundige aan m'n nek die vond dat ik overdreven netjes praatte op de radio, 'overgearticuleerd', vond hij. Ik zei dat ik dat deed om verstaan te worden. Ook als protest tegen het moeilijk verstaanbare gebrabbel op de Nederlandse - anders dan de Belgische - radiozenders. De geleerde zag taal als een 'natuurlijk' proces, zodat wat hem betrof het gelijk op straat lag. Zo moest het ook onderwezen worden.

 Ik raadpleegde A.L.Snijders, oud-leraar Nederlands aan de politieschool in Lochem. Hij legde uit 'taal is oorlog'. En koos meteen ook partij in die oorlog. Met andere woorden, wie de microfoon in handen heeft kan luisteraars en kijkers een voorbeeld geven.

 Wat is cultuur? In de woorden van J.P.Guépin: 'Cultuur is dat mensen elkaar nadoen'. De winnaar is vanavond de Engelse taal. 

 De krant brengt vandaag een onderzoek van de Universiteit van Gent en het Meertens Instituut, dat ons leert zo'n 90% van de sprekers het Nederlands een mooie taal vindt. Het gaat goed, zegt het onderzoek. Alleen in sociale media, populaire muziek en op de universiteit rukt het Engels op. Hoeveel Nederlandstaligen nog Frans of Duits spreken zou ik graag weten, maar werd niet onderzocht.

Pagina's