Het verdriet van Frankrijk

 Hugo Claus schreef het Verdriet van België. Maar wie schrijft Het Verdriet van Frankr­ijk? Overal was ik. Ik kende de zeven routes naar Parijs van voor de Autoroute. Door Lille, door Mons, Compiègne, Arras, St. Quentin, Péronne, Bavay, Lâon, Senlis. Files zonder eind.

 Na de oude Michelin detailkaarten kwamen de iets grotere. De rode gidsen liet ik maar. Ik ben nog uit de tijd van Les Routiers. De groene kende ik van buiten: Un peu d'Histoire. Merite un détour. Vaut le voyage. Het Michelinmannetje, bestaande uit autobinnenbanden, wist overal raad op. Op de oudste reclame uit 1898 heft het een glas met spijkers en glasscherven en toast ''nunc est bibendum'' - nu moet er gedronken worden. 

 Het nieuwe Michelinmannetje staat voor een vergelijkbare taak. Zijn naam: Emmanuel Macron.

 Waar hield het op? Het eten hield op aan minuscule tafeltjes en snel wegwezen. Dat werden de dagmenu's in de PMU cafés met de schermpjes van de paardenrennen en de kapotgesneden kunststof bankzit­tingen

 Het slapen begon op de Camping Municipal in plaatsen die niet meer boden dan sa pêche, sa chasse en son calme. En eindigde na kuilbedden en rugpijn bij de Ibis.

 Eten is drinken daar. En op straat staan in een provincieplaats waar alles na tienen dicht is.

 De krant heet L'Est Republicain, met foto's van de huwelijken der notabelen en het weer: orages en tempêtes.

 Het buitenland is onbestaanbaar ver weg. Engels spreken idioot. Er was zelfs een poging Engelse opschriften te verbieden. En dan nu voor Europa kiezen?

 Dan is de wanhoop nabij.

Vrije uitloop

 Het ons omringende. Hoe je het waarneemt, aanvoelt, hoe het je omgeeft. Dat laatste vooral. Het is om je en het geeft je iets. Als een warme deken een ziek kind. Zo gaat Saskia Stehouwer In haar tweede bundel Vrije uitloop om met het haar omringende, omgevende. Die vrije uitloop is een grapje uit de wereld van de scharrelkip. De zintuigen worden losgelaten, hun eerste indrukken op onbekend terrein genoteerd. Als de eerste gewaarwordingen van een pasgeborene. Zoals in 'het rumoer van zomaar een lichaam':

 je bent op je best/ als je ziet waar je staat

 je hart de trommel van je wijsgeer/ die het beter weet maar niet kan praten/ rondstampt zoals de dikke bovenbuurman/ op weg naar oplossingen in de koelkast

 rol je verhaal op/ en leg het naast je neer

 in de dans zit een moment/ waarop de dansers niet bewegen/ maar de dans doorgaat in hun ogen/ iemand wordt opgetild/ en verderop neergezet/ uit zijn hoofd steekt een voet

 rol je verhaal op en leg het naast je neer/ een toeschouwer zal het voor je weggooien

 de huizen maken zich los van hun straat/ een vogel verandert in een zwerm

Spijker

 Een timmerman, die daar ook gedichten over schrijft, dat is de Amerikaan Mark Turpin. Zijn bundel heet Hammer (2003, sindsdien geen nieuwe). In wat ik van hem ken, uit de vertalingen van Mischa Andriessen in Tijdschrift Terras rijst al vlug de kromgeslagen spijker op.

 En daaruit Gerard Reve, die net als ik krathout ging halen op de Oudeschans, in de pakhuiskelder van de firma Granaat. Hij timmerde er de 'britsen' van die je in Bezorgde ouders vindt, ik deed in die tijd het zelfde voor mijn bed op zolder op Kattenburg. Simpel: vier kisten en daaroverheen een plaat gaatjesboard met schuimplastic. Gerard woonde tegenover Artis, ook vlakbij.

 Die kratten waren verpakking geweest, er zat nog houtwol in. Zeer ruw hout vol splinters, met metalen banden erom.

 Buiten op de stoep voor onze huizen zaten hij en ik kromme spijkers recht te slaan. We hebben het er later nog over gehad. Ik zal er Teigetje naar vragen als ik hem weer zie. Gedichten kwamen er niet van. Zoals Turpins 'De kist':

 'Als ik ingeslagen spijkers zie, denk ik aan de hamer en de hand/ zijn humeur, het weer, de tijd van het jaar, wat hij meebracht/ voor de lunch, hoe het huis, de buurt was/ opgebouwd. Zag hij vandaar een andere baan?

 En waar was het hout opgeslagen, in welke kast/ stonden de spijkerbakken, waar vouwde de baas/ zijn plannen uit, welke kamer was gekozen voor de lunch? En waar/ kwam de zon het eerst op  Welke muur ving de wind?

 Wat was het beeld in zijn hoofd als de hamer/ de spijker raakte? Een gesprek? Nog een grap, een sigaret/ of vrijdag, dronken worden, een meisje, zijn vrouw, zijn jongste/ kind of een bijbaan die hij overwoog om rond te komen?

 Misschien verbeeldde hij alleen de spijker/ de fijne werveling in het midden van de kop en hief hij/ de hamer en bracht die neer met woede en met kunde/ en verzonk hem met maar een klap.

 

 (...)

Ileen Montijns oude kleren

 Vrouwenvingers die langs kledingrekken gaan, iets oppakken en tegen het licht houden. Nog eens goed kijken en dan weer weg leggen met de 'toch maar n­iet'-blik. Dat zie ik meteen bij haar vandaag verschenen 'Tot op de draad'.

 Wat een feestelijk boek. Zelf ben ik kort na de oorlog aangekleed - er was 'niets te krijgen' - in vermaakte afdankertjes van familie. In de jaren dat door heel Nederland postpakketten vol oude kinderkleren rondgingen. Groeide een neefje in Amsterdam ergens uit dan kon het naar mij.

 Het vermaken zal me heugen. Urenlang heb ik stil gestaan voor vrouwen met spelden in huN mond. En aangehoord hoe lastig het was een broek van mijn grootvader de ouderling te transformeren naar mijn minuscule maat. Zo'n gulp! En dan dat jasje met Engelse sluiting (verborgen knopen) met een petje van het zelfde, gemaakt uit een loden jas van moeder die 'op' was.

 'Ga nog eens even staan.'

 'Tot op de draad, de vele levens van oude kleren' bestrijkt heel de geschiedenis. Van de tijd dat kleren generaties meegingen, vermaakt, versteld, tot de hippietijd toen het woord vintage nog niet bestond en ik opnieuw moest passen en stilstaan voor de hippie-vondsten gedaan bij meneer Speyer op de Houtkopersburgwal, waar balen Amerikaans dumpgoed aankwamen waaromheen men zich verdrong.

 Nog bezit ik een spijkeroverhemd met op het borstzakje met de hand gestikt 'Claramae'. Van een vrouwelijke pompbediende in Chicago?

Tags: 

De wervelstorm van Aukje Koks

 Mijn eerste indruk bij het binnengaan van de tentoonstelling van Aukje Koks bij Stigter van Doesburg in de Amsterdamse Elandstraat is die van een voorbije wervelstorm. Die geen bladeren heeft verstrooid maar afbeeldingen van alledaagse voorwerpen, terecht gekomen in vreemde combinaties.

 Toeval? Wat naast of onder elkaar hangt moet wel iets met elkaar te maken hebben. Maar wat te denken van een Toetankhamon-afbeelding met een plexiglas cylinder? Tuinvogels met een pretzel. Grissini in een glazen cylinder. Alles getekend en opgeprikt. Als aantekeningen op een kantoorwand.

 Of een geschilderd kantoorautomaatje om sellotape af te scheuren. Een hele serie kantoorattributen. Of een bonte verzameling 'Couples' tweetallen als sleutels, messen. En dan, batterijen. Scharen, nogal wat scharen.

 Het trompe l'oeil dat ze vaak doet werkt overtuigend. Je zou proberen een sleutel te steken in een slot.

 Hoe werkt het brein? Eerst wordt het overdonderd, daarna wil het samenhangen zien. Het verdraagt geen toeval. Zeker niet als het opgezet is als een val waar je met open ogen in loopt.

 Een vaag geschilderde vaas bloemen waar een afgescheurd hoekje van een zak chips op terecht is gekomen, is dat niet...?

Tags: 

De wraak van Raskar-Kapak

 De Inca-mummie Raskar Kapak uit Kuifje en de Zeven Kristallen Bollen en het vervolg De Zonnetempel (1946-1948) achtervolgde me. Wat ik niet wist reikt Henk Beentje me aan. Het verhaal van de laatste Incakoning. Zoals in 1959 opgerakeld in een BRT-jeugdserie, waar hij Manko Kapak heet.

 Bij Hergé wordt zijn graf ontdekt door de Sanders‑Hardmuth expeditie, waaraan ook professor Zonnebloem deelneemt. Zij vinden de schat van Raskar-Kapak.

 Dan volgt de wraak van de Inca 'hij‑die-het‑vuur‑van‑de‑hemel‑ontketent'. De ontdekkers worden getroffen door een geheimzinnige ziekte. Zijn mummie wordt bewaard door Hippolytus Bergamot maar komt 's nachts tot leven als hij kristallen bollen met een magisch gas erin gooit naar de geleerde grafschenners.

 In De Zon­netempel blijkt dat Zonnebloem moet sterven omdat hij zijn armband van Raskar Kapak draagt. Hij wordt ontvoerd naar Peru door de laatste Inca-sekte.

 De namen van de expeditie zijn vintage Hergé: Anton Sanders (1908‑1961), Hippolyte Bergamot (1893‑1955), vriend van Zonnebloem, Jacques Clairmont (1905‑1968), Felix Cantonneau (1898‑1948), Marc Charlet (1900‑1999), Armand Laubepin (1898‑1953) en Bruce Hornet (1893‑1983). We treffen ze, geslagen door waanzin in een kliniek, elke dag op het zelfde uur.

 Dan komen Haddock en Kuifje bij de Zonnetempel waar Zonnebloem moet sterven. Tot Kuifje een zonsverduistering voorspelt en daarmee de Inca's overtroeft. Vreemd, de Inca's wisten alles van zonnestanden, maar dat wist Hergé ook wel. Haddocks confrontaties met de spuwende lama's blijven onvergetelijk. 

 Waar bleven de ontdekkingsreizen? Het Meten van de Wereld van Daniel Kehlmann was een laatste eerbetoon. Blijft over Peter Kuipers Munnike op een gesmolten Noordpool.

Aloys

 Mensen leven langs elkaar heen. Ze nemen elkaar waar. Met wat fantasie kunnen ze zich indenken dat er een ander is die - wieweet ‑ ook soortgelijke gedachten zou kunnen hebben. Op de achtergrond zweeft het verlangen dichter bij iemand te kunnen komen. Verder komt het meestal niet. .

 Een mooie metafoor leveren de dieren die je de hele film van de Zwitser Tobias Nolle door onbevreesd aankijken vanuit hun eigen onbegrijpelijke existentie. Schildpadden, een glimlachende leguaan, schapen, de poes van Aloys die ziek is en een  reuzenschildpad van wie gezegd wordt dat ze twintig jaar alleen geleefd heeft zonder antidepressiva.

 Aloys heeft als beroep privédetective, en is in menselijk contacten veroordeeld tot  eenzijdigheid. Hij neemt anderen waar en legt ze vast op video, maar zelf moet hij non‑existent blijven.

 Dan doet de buurvrouw een zelfmoordpoging. Vraagt om hulp, maar hij reageert niet, zoals nooit.

 En wat zich daarna ontwikkelt is een gedroomde poging tot samengaan, waarin zij het initiatief neemt. Een omkering van Aloys gewone werk, waarin hij mensen bespioneert. Nu is zij het, fantaseert hij, die zijn leven binnendringt. Zij, en nog meer anderen, die hij van zien of tegenkomen kent en die opeens tot leven komen bij hem thuis.

 Een film, waarin wens en werkelijkheid zich prachtig verstrikken.

 Tenslotte komt Aloys in het ziekenhuis terecht waar ze verpleegd wordt en valt - ook in een ziekenhuishesje ‑ op de vloer naast haar bed in slaap.

Tahon in Hannover

 'Tweelingen' heet het monument dat Johan Tahon ontwierp voor de stad Hannover. Kerk en Synagoge, Ecclesia en Synagoga, die twee. De monotheïstische tweelin­gen die beide hun gelijk koesteren. Op 4 mei aanstaande wordt het on­thuld.

 Mijn eerste en laatste bezoek aan Hannover was in de Trümmerzeit. Het gezin reed in 1958 in de Renault Dauphine uren langs de Grüne Welle tot we verdwaalden in een buitenwijk met nieuwe witte huisjes, maar zonder bestrating of verlichting.

 Plotseling zag ik een lichtje. In de duistere wijk stond aan het raam van een huisje een verlicht aquarium. De bewoner wees ons de weg naar Herr Doktor von Bothmer. Zijn huis was nieuw, maar het geld was op, zodat we op kale vloeren sliepen. En andij­vie stamppot aten bestaande uit aardappel en soms een blaadje, zonder stukjes spek.

 De volgende ochtend werden mijn broer en ik naar het centrum gestuurd, met de tram. We aansch­ouwden het Hauptbahnhof.

 Een massieve Wilhelminische onderbouw was na de bombardementen van Bomber Harris blijven staan, met daar bovenop gammele bouwsels van hard- en zachtb­oard, waar stoom­locomotieven doorheen reden. Het was prachtig.

Tags: 

Moeders uitdagende trouwjurk

 Martijn Knol schrijft op de site van Tijdschrift Terras onder de kop Kalashnikov over zijn bezoek aan het veranderde Libanon. Er komt een eind aan de secularisering. Dat is iets van een vorige generatie geworden. Een fragment: 

 'Beydhoun en zijn vrienden legden uit hoe belangrijk culturele uitwisseling altijd voor hen was geweest. Alleen al de Franse en Engelse literatuur! Aan een tafel vol arak, bier en mezze vertelden de kale, bebrilde mannen elkaar sterke verhalen en haalden herinneringen op aan de stranden waar ze vroeger graag naartoe gingen: 'Ieder weekei­nde namen we onze vrouwen mee op een kleine huwelijksreis. Overdag dronken we aan het stra­nd, 's nachts dronken we in Beiroet.' Deze vrolijke en verdraagzame generatie ziet som­migen van hun kinderen veranderen in fundamentalistische of zelfs extremistische moslims. De zoon van een van mijn disgenoten wilde niet meer bij zijn ouders op bezoek komen tenzij die hun veertig jaar oude trouwfoto van het dressoir verwijderden. 

'Waarom?'

'Omdat hij de trouwjurk van zijn moeder te uitdagend vond.'

Het klonk als een grap, maar alle mannen keken zwijgend naar hun glas.

'We begrijpen onze eigen kinderen niet,' zei een man.

'Ze lezen ons de les,' zei zijn kameraad.

 

 

Kop en schotel

 Is het eerste dat mijn blikveld binnenvalt. En me niet meer loslaat. Waarom? Wat wil Christiaan Kuitwaard van me met zijn koppen en schotels? Hij wekt ze tot leven. Hoe?

 Ik ben in Belvedère in Oranjewoud. En denk rondkijkend eerst aan de evenwichtskunstenaar Mondriaan. En aan de karakters,  de vazen en potten bij Moran­di.

 Kuitwaard is bezig met wat vooraf gaat aan evenwicht. Het van alle kanten bekijken en belichten, oppakken en weer neerzetten.

 Waar zit het drama? In koppen en schotels. Geschilderd onder alle mogelijke belichtingen en hoeken. Van allerlei afstanden, in licht en donker.

 Hoe meer je er naar kijkt, hoe meer ze gaan bewe­gen. Ik herinner me de keren dat mijn blik gedachteloos bleef hangen aan een voorwerp, ik verdroomde. Hoe gaat dat? Je knippert met je ogen. Kijkt van opzij. Doet een stapje achteruit, loopt er omheen. Blikwisselingen. Dan schuift de zon achter een wolk.

 Kuitwaard geeft dat weer met vervagingen door sfuma­to en verhelderingen, waardoor de koppen en schotels wijken en naderen. 

 Met iedere stap die je zet verandert de wereld. Er zijn op de expositie ook omzwervingen naar bijvoorbeeld sneeuwlandschappen met bomen met lange schaduwen, het lijken me omtrekkende bewegingen.

 De koppen en schotels zijn vaak in lichte tinten geschilderd, waardoor ze leven. Dichter bij dan kop en schotel kun je hier niet komen.

 In de catalogus praat Gijsbert van der Wal uitvoerig en verhelderend over Kuitwaards werkwijze. 

Pagina's