Maryam

 De Mariatentoonstelling in het Utrechtse Catharijneconvent drukte me er met m'n neus bovenop. Er gebeuren wonderen in de Bijbel, maar de onbevlekte ontvangenis spant toch wel de kroon.

 

 Ook omdat het zo'n lief leugenverhaal is, maar ja, het wordt verteld door een mooi meisje dat zwanger is geworden maar niet weet van wie. Of het niet wil zeggen. Nu komt dat dagelijks overal voor, zij is de enige die er mee wegkomt. Met andere woorden, het verhaal wint, omdat het zo 'n goed verhaal is 

 Zelfs de Koran nam het verhaal over. En verbeterde het nog. Geen Jozef, geen os en ezel, geen driekoningen, nee Maryam. zoals ze in de Koran heet, bevalt heel alleen onder een palm in de woestijn. En verzucht 'Was ik maar in vergetelheid geraakt'.

 Maar haar vroegrijpe baby, die hier Isa - de latere profeet - heet, zegt: 'Wees niet bedroefd, jouw Heer heeft onder jou een beekje geplaatst. En schud de stam van de palm naar je toe dan zal zij verse rijpe dadels op je laten vallen. Eet en drink en wees goedsmoeds en als jij iemand van de mensen ziet zeg dan 'Ik heb aan de Erbarmer de gelofte gedaan mij te onthouden en dus zal ik vandaag met geen mens spreken'.

 De maagdelijke geboorte, ook hier. En mooi, het zwijgen over de vader.

 ps. Hans Meijer schrijft: 'Je komt het vaak tegen, de gedachte dat de onbevlekte ontvangenis staat voor de maagdelijkheid van Maria. Dit is echter onjuist. Het dogma houdt in dat Maria zelf ter wereld kwam zonder drager te zijn van de erfzonde. Jezus moest natuurlijk ‘schoon’ ter wereld komen, zonder door zijn moeder besmet te zijn, zoals alle andere mensen, in zonde geboren. Dus maakte men de moeder ook al schoon. Men wilde kennelijk de witwastruuk niet uithalen van Maria naar Jezus, en deed het dus een stapje eerder, van Anna naar Maria. Men leidde dus, zoals een goed goochelaar betaamd, de aandacht gewoon wat af.' 

Catacomben

 Het komende nummer van Tijdschrift Terras, dat in mei verschijnt gaat over Catacomben. Ieder heeft zijn eigen ondergrondse. Mijn catacomben waren die van de Atlantikwall. Ik drong er rond mijn negende jaar binnen. De drang naar het ongeziene. Met als enig licht een zaklamp of een kaars.

 Jongetjes maken alle stadia van de beschaving door, zei Adriaan Morrien eens, die opgroeide bij de IJmuidense bunkers. Van holenmens tot schild en zwaard, van katapult tot luchtbuks.

 En zo kwam ik in het ondergrondse rijk. Lange gangen met een halfrond plafond en elke vijftig meter een mangat. De toegangen met ijzeren sporten werden dagelijks dichtgemetseld, wij jongens maakten ze 's avonds weer open als de specie nog nat was.

 Er waren sectoren daar beneden aangegeven, de onze was de zwarte K. Vreemde ruimten. Het kapelletje, met z'n hoge, gotische plafond en zijn met houtskool gemaakte sekstekeningen. En de zeldzame overgebleven werken van Duitse militairen.

 De 'grote drup' was, een onderdoorgang die deels onder water stond, waar je kruipend onderdoor moest. Er druppelde water uit het betonnen plafond, er moest daarboven een duinpan zijn die bij regen volliep.

 Beneden ben je veilig. Maar dan weer boven komen. Eerst spieden of je niet door een duinwachter met een hond wordt opgewacht, dan de voet op het wiebelend prikkeldraad. 

Tags: 

De Stijl

 De Stijl jubileert, ook in Kunstschrift. Hoe Hollands, is achteraf het eerste dat opkomt, hoe Calvinistisch. Een tweede Beeldenstorm. De eerste richtte zich tegen de Roomse ornamentiek, De Stijl trok ten strijde tegen de ketterse versiering, dat grote kwaad in de kunst. Weg dus met de Jugendstil en Art Déco.

 De twee Beeldenstormen verwijderden met harde hand al wat overbodig en dus godslasterlijk was. De Stijl trok ten strijde tegen de burgerlijke 19de -eeuwse opsm­uk. Net als het Bauhaus. 

 Er was een concept voor een wijk, een bouwblok, ook binnenshuis. Zelfs in Dessau moesten de docenten hun huis inrichten volgens Gropius' instructies.

 Het individu met zijn grillen moest gedresseerd. Idealisten dus, die wisten wat goed was voor de mensen: licht en lucht. En die de geest van de tijd doorschouwden.

 Ik ken de fascinatie voor Mondriaan en de zijnen van jongsaf. Het tot de kern, de essentie terugbrengen van het geziene, het abstraheren. Mijn hele jeugd bezocht ik het Haags Gemeentemuseum en vergaapte me. De wereld ordenen, bedwingen. Tot de orde roepen.

 En zo moet je nog steeds naar België om rare gebouwen te zien. Zodra je de Hollandse grens passeert treedt de rechtlijnigheid in.

 Pas de laatste jaren wordt er grilliger gebouwd. En pas nu dringt de dwingelandij tot me door. En woon ik in een huis dat gespaard bleef, gebouwd in de veelgesmade 19de -eeuwse 'timmermansrenaissance' vol donkere hoekjes waar De Stijl zo tegen tekeer ging. Maar Mondriaan blijf ik trouw. Waarom? Hij swingt. Zit altijd net even voor of na de tel.

Tags: 

Geranium

 De geranium is mijn lievelingsplant. Om haar geur, maar vooral haar taaie grilligheid. De kleuren van haar bladeren tussen rood, oker en grauw, Breekt er in het seizoen een takje af dan kun je het zo weer in de potaarde zetten, grote kans dat het wortel schiet. 

 Dit is voor de geraniums op mijn balkon het seizoen van leven of dood. Sommige hebben de vorst niet overleefd. Andere verkeren nog in het voorgeborchte.

 Die ontdoe ik van de geurige uitbloei en dode tak­jes. Geduld is geboden. Ik ben heel voor­zichtig met ze.

 Als ik ergens een hekel aan heb is het jong groen en frisse bloementinten uit de winkel. De regelmaat van de kas. Ik moet het hebben van de nukken en grillen van overlevers. Die na lang piekeren soms toch nog een blaadje opsteken. En dan ongedachte vormen ontwikkelen. Ergens een scheut proberen en daar toch weer op terugkomen.

 De geranium, de plant der planten. In het Zuiden zag ik soms hele geraniumbomen in oude augurkenblikken. 

Willem Kloos weent

 Willem Kloos van wie minstens drie regels voortleven: 'de zee in eindeloze deining', 'bloemen in den knop gebroken' en natuurlijk 'Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten'. Alsook de opmerking dat hij wel van de natuur hield, 'maar je moest er wel wat bij te drinken hebben'.

 Vantilt brengt eind deze maand het boek 'O God, waarom schijnt de zon nog' uit over de koning der tachtigers Willem Kloos en een herdruk van zijn Verzen (1894). Kloos die aan de drank ten onder ging en nog voortvegeteerde tot 1938, verzorgd door Jeanne Reyneke van Stuwe. En ik herlees zijn Verzen. Wat nu treft is zijn wenen. Een verloren manier van uitdrukken. Mij ontsnapt op onvoorspelbare momenten weleens een traan die ik snel wegpoets, soms ook 'schiet ik vol' of 'zit er tegenaan' maar daar blijft het bij. Voor een vorm moet ik bij dichters als Kloos zijn. Met een gemoed dat soms overloopt. En zie, hij weent:

 Ik ween om bloemen in den knop gebroken/ En voor den uchtend van haar bloei vergaan,/ Ik ween om liefde, die niet is ontloken,/ En om mijn harte dat niet werd verstaan,

 Gij kwaamt, en 'k wist ‑ gij zijt weer heengegaan.../ Ik heb het nauw gezien, geen woord gesproken:/ Ik zat weer roerloos na dien korten waan/ In de eeuwge schaduw van mijn smart gedoken:

 Zoo als een vogel in den stillen nacht/ Op eens ontwaakt, omdat de hemel gloeit,/ En denkt, 't is dag, en heft het kopje en fluit,

 Maar eer 't zijn vaakrige oogjes gansch ontsluit,/ Is het weer donker, en slechts droevig vloeit/ Door 't sluimerend geblaarte een zwakke klacht.

Tags: 

Dagboek van een schoft

 In de film 'A Hustlers Diary' komt uit een Turkse straatschoft in Zweden - hou je vast - een schrijver tevoorschijn. In wat men noemt een kleurrijk milieu van schreeuwen en vechten staat een schrijver op.

 Metin is lid van een keiharde bende, maar toch met een zekere ambitie Hij schrijft een schrift vol. Als hij auditie doet voor een theaterrolletje laat hij het liggen. En wordt ontdekt.

 't Was boekenweek. En de vraag die ik nog miste was die naar 'straat­r­umoer'. Waar raakt literatuur de straat?

 Kan het eigenlijk wel? Of sluiten de bezigheden van Metin in deze film van de Kroatische Zweed Ivica Zubak mekaar uit. De taal van de straat en die van de letteren?

 In het dagboek van deze Metin dus niet. Die tussen het mensen in elkaar slaan door aantekeningen maakt die door kenners voor literatuur worden aangezien. En uitgegeven. Of er een ghostwriter aan ter pas komt blijft onduidelijk. Het resultaat is in Jan Cremer-termen een onverbiddelijke bestseller.

 Maar die beheerste het echte vechten niet zoals we het in deze film Metin zien doen. Een sprookje dus? 

Wim Brands

 Meer dan dertig jaar heb ik met Wim Brands samengewerkt. Hij heeft me veel over zijn jeugd in de IJsselstreek verteld, waar ik als kind ook gewoond heb. Ik weet van de IJsselbrug en de school waar hij op ging.

 Nu is er donderdag 6 april een avond over hem en zijn werk in de Roode Hoed, waarbij zijn verzamelde gedichten worden aangeboden. Ik zal daar niet zijn. Omdat het me te zwaar valt in het openbaar over hem te praten. Hij liet me zijn gedichten en stukjes vaak lezen voor hij ze doorstuurde. Eens, bij de presentatie van zijn laatste bundel noemde hij mij zelfs zijn beste redacteur. Hij was niet zuinig met loftuitingen, ook niet met het omgekeerde. Nog steeds loop ik met zijn dood en mijn herinneringen aan wat we meemaakten. Eens complimenteerde hij me dat ik het zo lang met hem had uit­gehouden. Wie me vraagt naar Wim verwijs ik naar zijn gedichten. Daar staat het allemaal in, zeg ik dan. Dit is 'Schaduwen' uit de bundel Ruimtevaart (2005):

 Ze naderden

mij.

 

Zonder schaduwen.

 

Het was nacht.

 

De schaduwen

zijn dan

vrij.

 

Zonder meesters

naderden ook

zij mij.

Tags: 

The remains of the day

 Gisteravond laat op Canvas The remains of the day (1993) van James Ivory teruggezien, met Anthony Hopkins, Emma Thompson en James Fox als de gedegenereerde Engelse edelman die zich laat inpakken door Hitler.

 Premier Chamberlain komt eten, de Duitse gezant en de Franse ambassadeur. Hier wordt München voorbereid: Peace for our time. Omdat Hitler toch wel een nette man was. Maar het gaat om de butler. Die doet wat butlers doen, zichzelf wegcijferen in dienst van een foute heer. Ik verzonk in het wezen van de dienstbaarheid. Een ideale manier van niet‑bestaan. Liep in 1994 over de Weteringschans, de niet meer bestaande bioscoop uit. En noteerde:

 "Na het zien van 'The remains of the day' was ik zelf de butler gewor­den. Ik liep de bioscoop uit, de Weteringschans op. Bijna ver­geten uitingen van hoffelijkheid schoten door mijn hoofd. Ik keek om me heen, dringend op zoek naar iemand om te vragen 'Was de filmv­oorstelling naar genoegen, mevrouw?'

 Naar huis wandelend bekeek ik gevels waarachter nog maar honderd jaar geleden zinnen uitgesproken moesten zijn als: 'Heeft u wel gerust mevrouw?' En dan zou mijn mevrouw nooit zeggen 'Nee, Noordhoek geen oog dicht gedaan.' Zij zou elke ochtend weer parelen: 'Als een roos Noordhoek, als een roos...'.

 Zo prevelde ik in mezelf, heel de wandeling door: 'Ik hoop dat de truffels mevrouw wel bekomen zijn.'

 'Uitstekend, dank je Noordhoek.'

 Er zijn geen mevrouwen meer.

 'Was uw kruik naar genoegen mevrouw?'

 'Tikje te warm Noordhoek.'

 Niets hoef je meer zelf te verzinnen: 'Ik hoop dat de hoofdpijn van mevrouw wat gezakt is...'

 'Helaas Noordhoek, helaas.'

 'Dat spijt me oprecht, mevrouw.'

 Mevrouw heeft hoofdpijn, jij niet.

 'Als u mij toestaat help ik mevrouw even in haar jas...'

 'Nee dank je Noordhoek.'

 'Zoals u wilt mevrouw.'"

Ontspannen

 Het hamertje op mijn knie liet het been niet opwippen, wat nu? Wat onderzocht werd waren zenuwbanen van hoofd naar voeten. Dat gaat met stroomstootjes, die aanvoelen als prikkeldraad. Want elektrochemie stuurt ons. Of niet.

 Er werd ook in me geprikt, naaldjes in me gestoken. En als gewoonlijk kon ik nie­ts anders doen dan stil blijven liggen, commando's opvol­gen en naar het haar, de bril en schedelvorm van de neuroloog kij­ken.

 Een half jeugdig hoofd, brievenbusbril en naar voren gekamd zeer kort haar, hoewel niet kalend. Alle grapjes die bij dit onderzoek gemaakt kunnen worden kon hij dromen.

 Het moeilijkste bleek 'ontspannen'. Ontspannen is geen wilshandeling, zei ik. Zodra iemand 'ontspannen' zegt spant zich juist mijn lichaam. Uit oplettendheid.

 Nu een klein neurofysisch lachje toch. Op het schermpje van de assistente verschenen verbazende bewegende patroontjes. Er werden vele getallen genoteerd.

 Loop ik weldra zonder stok? Uitslag over een week.

Valkenheide

 Er zijn plaatsnamen die in de loop van de tijd een aura krij­gen. Ontstijgen aan wat ze aanduiden. Ze worden een klank in het hoofd waarvan de betekenis verdwijnt.

 Proust schreef er over, maar dat ging over onbereikbare reis­doelen.

 Zo'n naam vol klank is bij mij Valkenheide. Dat die naam zou duiden op een heide waar valken boven vliegen dringt pas nu tot me door.

 Ik kwam er als kind toen het een Internaat was voor moeilijk opvoedbare jongens, eenzaam gelegen op de heide achter Leersum. Ver achter de Donderberg en de Uilentoren.

 Bob werkte er, de zoon van tante Wies. Hij nam me mee.

 Het bijzondere aan Bob was dat zijn rechterhand ontbrak. Waar zijn onderarm ophield droeg hij wat zijn moeder gebreid had. Een soort nauwsluitende handsok. Wat er onder zat heb ik nooit gezien.

 Mij was uitgelegd dat het zijn eigen schuld was dat de hand er niet was. Hij had in de oorlog met vriendjes Duitse granaten opengemaakt. Welk meisje zou hem nu nog willen?

 Valkenheide spookt nog in m'n dromen, zoals ook de Uilentoren. Losgezongen namen met verre echo's.

Tags: 

Pagina's