uit: Amusement park (2002)

Pilvi Takala (3)

Morgen zal ik de filmster Pilvi Takala zien. Maar wie zal ik zien? Sneeuwwitje? Het muurbloempje? De stagiaire?

Ze stuurt haar alter ego's (meest door haarzelf gespeeld) overal heen. En laat ze de gemeenschappen binnendringen waarin wij leven. Een kantoor, een amusementspark een danszaal. Hoe de ongeschreven regels binnen zo'n gemeenschap zijn merk je als Pilvi's karakter in botsing komt met hoe het daar kennelijk hoort.
Waarbij de vraag blijft: wat moeten we met die vreemde, die indringster? En, is het überhaupt mogelijk in discussie te gaan over de regels van in zichzelf opgesloten gemeenschappen?

Ze kijkt ook van de andere kant. Zo raakte ik ontroerd door de twee kleine meisjes in 'Amusement park', die de amusementsdwang ontlopen, zich terugtrekken in de WC's en daar hun eigen spel doen.
Ze voelen - wel wetend, dat zie je, dat het helemaal niet mag  - mekaars neuzen, mekaars tongpuntjes.

Tags: 
gate#3  -  houtskool, pastel (2008)

Sandro Setola

 Exposeert in Beelden aan Zee in Scheveningen. Setola (1976) kreeg in 2008 de Charlotte van Pallandt-prijs en daarmee een solotentoonstelling die nu te zien is in Beelden aan Zee.Zaterdag tegen 11.45 zal ik - in de weekendbijlage van de Avonden - aan Wim Brands proberen te vertellen wat daar te zien is. Sandro komt ook, handig, want ik heb vragen.

 Hij is beeldhouwer, tekenaar en ook wat je noemt architect of inrichter van steden of landschappen.
De jury, aangevoerd door Peter Struycken was te spreken over z'n veelzijdige eigenwijsheid (ik vermijd nu het woord 'gelaagdheid', blacklisted bij mij).
Dit is zijn eerste overzichtstentoonstelling.

 In Schiedam zag ik vorig jaar al tekeningen van hem. Ze deden denken aan architectenontwerpen of computergrafiek,
maar hun onderwerpkeus en wat er gebeurde werd door die strenge vormen extra vreemd.
En gek, opeens zie ik Jan Schoonhoven. Later meer

Pilvi Takala als de stagiaire - zonder computer

Pilvi Takala (2)

Behalve haar optreden als Sneeuwwitje in Disneyland brengt Finse de schrijfster en filmster Pilvi Takala nog een reeks filmexperimenten op haar site. Of beter sociale experimenten. Ongewoon gedrag en hoe dat uitwerkt.

In 'The trainee' treedt een stagiaire binnen op een kantoor. Ze maakt geen gebruik van computers. Zit urenlang in de belastingbibliotheek en kijkt uit het raam. Mensen vragen wat ze doet of waar ze op wacht. Ze zegt dat ze denkt. Ze is bezig met haar scriptie. Men vindt het grappig, maar ook angstaanjagend.
Er ontstaat ongemakkelijk gegiechel als ze daarna een dag lang in de lift blijft zitten, op de liftvloer.
'Een bewegende plek. Dat geeft een andere manier van denken.' 
Achter de schermen wordt intussen druk gewerkt aan het verwijderen van deze ergerniswekkende stagiaire, zo zien we aan een getoonde mailwisseling.

 

Tags: 
Zonder titel - Michel Nedjar (fragment)

Berghok

Een berghok. Op deze foto zie je wat eens deel uitmaakte van de rotzooi op een hoekje van een lattenzolder.Voorwerpen die stuk voor stuk tegen je beginnen te praten. Het eerste wat ik dacht toen ik het zag was 'dood', het tweede 'het was een man'. De derde 'nee sufferd, nylons, het was een vrouw'.

In Amsterdam heb ik eens een zolder ontruimd, waar vier van die lattenhokken waren, die hadden behoord bij vier bewoonde étages. Boordevol met alles wat zich daar in de loop van jaren had opgehoopt.
De bewoners waren lang geleden of kort te voren verhuisd of gestorven. Ik vond er lege kolenzakjes, een zak afgeknipt mensenhaar, een grote glazen pot met restjes vet, jaargangen advertentiebladen.
Want 'er gaat in de loop der jaren nog wel alles naar boven maar niks meer naar beneden'.

De rotzooi maakt deel uit van een 'museaal' berghok, dat te zien is in het museum Dr. Guislain in Gent. Behorend bij de vaste collectie 'outsider kunst'.
Het is van Michel Nedjar (Parijs, 1947, nog niet dood) en heet Zonder titel.

Pilvi Takala als 'Snowwhite'

Pilvi Takala (1)

Na de op Roodkapje gebaseerde draad- en borduurwerken van Hinke Schreuders meer sprookjeskunst. Een van de vrolijkste bijdragen op de Rijksacademie OPEN 2009 was de Sneeuwwitjefilm van de Finse Pilvi Takala. Piekfijn gekleed als de Disney-Sneeuwitje betreedt ze het terrein van Euro Disney bij Parijs. Ze wordt herkend, door kinderen die haar handtekening vragen, maar ook door de bewaking die haar meedeelt dat ze het terrein niet op komt.Want, let wel, 'daar is de echte Sneeuwitje'.

Antwoordt Pilvi, zeer terzake: 'Ik dacht dat de echte Sneeuwwitje een tekening was.'
Er ontstaat verwarring.
Is dit kunst, vroeg iemand nog. Ja, denk ik, kritische mediakunst. Roodkapje en Sneeuwwitje zijn van ons.
 
ps. De verwarring doet denken aan het optreden van Wim T. Schippers in de jaren '70 in zijn rol van Cees Hinderplaag.
Hinderplaag vervoegde zich bijvoorbeeld bij de kassa van het Amsterdamse Concertgebouw de dag ná het optreden van Frank Sinatra. En eiste dat dit voor hem zou worden overgedaan want 'gisteren kon ik niet'.  
Wim moest en zou de realiteit zijn wil opleggen, wist niet van wijken. Hilariteit, live op de radio.

Tags: 
Marlies Philippa vanochtend in Studio Desmet

Etymologisch woordenboek (2)

Het woord fröbelen bestaat alleen in het Nederlands. Hoewel Friedrich Fröbel toch een Duitse pedagoog was. Hoe kan dat? Ziehier een van de prachtige raadselen die de etymologische wetenschap kan oplossen. Marlies Philippa cheffin van het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands legde zaterdagochtend in de weekendbijlage van de Avonden uit dat klankverwante woorden als kleuter en peuter de vorming van het werkwoord fröbelen kunnen hebben geholpen.En meer. Zoals de betekenissprongen die het ingeblikte vlees dat bij ons Smac heet en in Engeland Spam tenslotte tot de benaming maakte van Internetoverlast.

Soms dringt niet door wat je toch eigenlijk wel zou moeten weten. Zo bemerkte A.L.Snijders, die ook in de uitzending zat, dat het woord insect komt van het Latijnse insnede, omdat insecten geleedpotig zijn.
Het geheugen kwam ter sprake. Je weet wat je ooit geweten hebt en weer vergeten bent. Ook weet je 'dit heb ik nooit geweten'.
Als je dan het temperament van de opzoeker hebt kan je overkomen wat de vader van mijn vriend Jan gebeurde.
Een echte woordenboekenman. Midden in een gesprek veerde hij vaak op en stoof de trap op om iets na te slaan, want z'n woordenboeken stonden boven.
Sommige mensen hebben dat, de Ahnung is ze niet genoeg, ze willen zekerheid. De vader van Jan kreeg tijdens zo'n run naar het weten een hartaanval, op de trap. 

Ik heb nu alleen het vierde en laatste deel, van S t/m Z, van het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands. Wat doet denken aan het ‘onvolledige lexicon’ dat Bordewijks held Jacob Katadreuffe in 'Karakter' bezit. Zodat een hoofdstuk heet: ‘Het weten tot T’.

De Avonden (za) 28 november uur 1
Beluister fragment
Frank van den Berg van TNO maakt anti-geluid
Sarah van Sonsbeeck met het versplinterde kuub stilte

Stilte (2)

 Stilte heeft geen afmetingen. Dat leerde ik vanmiddag van Frank van den Berg van TNO.Frank bedient de anti-geluidstoel die is neergezet op de open Studio's 2009 van de Rijksakademie in Amsterdam. Er staat daar een dubbele set luidsprekers, de ene brengt een soort geraas voort - met veel lage tonen - en de andere doet het omgekeerde, die produceert - in een cirkel rond een gemakkelijke rotanstoel - het bijpassende anti-geluid.

 Het betreden van cirkel was miraculeus. Geleidelijk viel het geraas weg en daarmee ook de druk van het geluid op mijn lichaam - die lage tonen voél je. 
Ik ging in de rotanstoel zitten en ontspande.
De akoestische ruimte om me heen viel weg.
 
 Ook morgen is Frank nog aanwezig op de stand van Sarah van Sonsbeeck bij de Open Studio's 2009 van de Rijksakademie. 
Sarah presenteert daar behalve de stilte-stoel ook het door vandalen versplinterde glazen kuub stilte dat overbleef van haar recente expositie in de Paviljoens in Almere.
En nu weet ik dankzij Frank van den Berg waarom dat kuub in glas gegoten stilte stuk moest.
Stilte heeft geen afmetingen.

 Morgen na 11.00 Sarphatistraat 470, A'dam.

Johnny, Hans Sleutelaar en Jan Cremer in 1975

Stem

Anders dan Bart Chabot denkt komt de kreet 'De geest moet waaien' niet van Johnny van Doorn maar van de dichter Hans Sleutelaar. De tweede prozabundel (1977) van Van Doorn draagt die titel ook omdat Sleutelaar daarbij als redacteur optrad. Johnny heeft me nog voorgedaan hoe Hans Sleutelaar deze legendarische tekst uitsprak. Zijn Sleutelaar-imitatie was beter dan het origineel, kan ik getuigen: 'Waaieh... geest moet waaieh...'.

 Johnny was bij alles een voortreffelijk imitator, zijn overslaande Vinkenoog-stem onvergetelijk: 'Ik ben de dichter van de haat, ik ben geboren in een smalle straat..'  
De Sleutelaarstem daarentegen had in Johnny's mond een onovertroffen zeurderige, wat wegwerpende toon. Hij kwam van pas in de volgende anecdote, die Johnny me eens vertelde.
Op zekere dag troffen hij en Hans Sleutelaar elkaar in de stad, en Johnny nodigde Hans uit bij hem en Yvonne in Noord te komen eten. Waarop Hans een bloemetje wilde meenemen voor de gastvrouw.
Johnny vond dat overdreven. Maar Hans stond erop. Zeggende (hier komt de Sleutelaar stem); 'Dat vinden die vrouwtjes leuheuk.'
Johnny haalde z'n schouders op. Vond het onzin. Maar eenmaal aangekomen op het adres Het Laagt 145 reageerde Yvonne precies zoals voorspeld: 'O Hans, bloemen, wat enig.'
En ging ze onmiddellijk in het water zetten.
Waarop Hans Johnny aankeek en (met de Sleutelaar-stem) zei: 'Zie-je-nou-wel.'

 Zaterdag zijn biograaf Nico Keuning, Johnny's vrouw Yvonne en de letterkundige Bertram Mourits (die schreef over de samenwerking Van Doorn-Sleutelaar) van 10 tot 12 te gast in de weekendbijlage van de Avonden om te praten over de biografie 'Oorlog en pap'. 

De Avonden (za) 28 november uur 3
Beluister fragment
De Avonden (za) 28 november uur 4
Beluister fragment
Oud-Bunschoten

Een bed breken

Verzonden: dinsdag 24 november 2009 22:13Aan: avonden@vpro.nlOnderwerp: een bed brekenGeachte redactie,Ik hoor zo juist de discussie tussen Grunberg en Noordhoek na een hilarisch verhaal van de eerste over de vraag, of een bed kan breken tijdens een heftige beoefening van de bijslaap. Zij sloten die mogelijkheid uit.

Ik wijs u echter op een uitdrukking uit Bunschoten-Spakenburg: ze lugge met de laonengen en âl op de êrepels=ze zakten door het bed heen en kwamen op de vooraad aardappels voor de winter terecht. De uitdrukking stamt uit de tijd, waarin men in het dorp nog in  bedsteden sliep op losse planken (laonengen) met een peluw erop. De ruimte eronder werd gebruikt voor de opslag van aardappels, turf e.d.
De uitdrukking had in het dorp zowel een komische (lachen!) als een erotische connotatie: zo heftig de liefde bedrijven, dat de losse planken begonnen te schuiven en op de voorraad vielen of braken.

Met vriendelijke groet,

Mees Hartog.

Arnon Grunberg
Beluister fragment
motorwagen 133, afgedankt
 

Gestolen tram

Luis Bunuel maakte hem in Mexico, in 1953. De Spaanse titel is 'La ilusión viaja en tranvía', de illusie reist per tram, zo was het, zo is het. In het Frans heet hij On a volé un tram, wat ook zo is, de tram en z'n personeel zijn afgedankt, er komt een trolleybus en ze maken een laatste rit, die dronken begint, na middernacht, en de volgende dag eindigt in blikkerende zon.

 Entree wordt niet geheven, het traject is willekeurig, de passagiers, slachters van het abattoir met stukken vlees, oude vrouwtjes met een Christusbeeld, schoolkinderen begeleid door nonnen, net zo. 
Iedereen wordt gratis rondgereden.
De Mexicaanse Bunuels, gemaakt tussen 1947 en 1962, zie je langzaam op DVD verschijnen, deze is een mirakel.
Al wat magisch is aan trams zit erin. Zodra je de treeplank bestijgt verdwijn je in de illusie. Bunuel zelf vertelt in het interviewboek 'Bunuel over Bunuel' van een beeld uit z'n jeugd dat in deze film terecht kwam bij de vrouwelijke hoofdrol Lilia Prado. Bij het opstappen op de treeplank ontbloot ze haar been: 'Als vrouwen met van die lange rokken op de tram stapten, stonden we ze te bekijken in de hoop dat je een stukje van hun kuiten te zien kreeg.' In 1953 is dat opgeschoven naar het dijbeen.
Maar de hoofdzaak is de vlucht, van tram 133 en z’n passagiers in een andere werkelijkheid. 
Bunuel zag deze film zelf overigens nauwelijks als surrealistisch. Zo ging het toch toe in trams in Mexico?
Ik bekeek hem ademloos. Mexico Stad in 1953. De gewoonste plek in de stad, de tram. En daar. 

Pagina's