Sans Papiers

 Het bijzondere Afrika-nummer van Tijdschrift Terras neemt je mee naar de wereld van de 'Sans Papiers' zoals ze in België, Frankrijk en verderop heten. Lezen hoe ze zelf hun dromen en omstandigheden in de andere wereld beschrijven.

 Saleh-Addonia uit Eritrea-Ethiopië beschrijft in ‘Zij is een vreemd land’ een juist aangekomen groep van acht illegalen die bivakkeren op een kamer met stapelbedden en werk vinden bij een schoonmaakbedrijf. Ze krijgen rode overalls met de tekst 'VOOR EEN SCHONE STOEP', die ze liever steeds aanhouden als schijn van legaliteit.

 Heel knap, vol bittere zelfspot laat Saleh-Addonia zien wat ze in beweging houdt: de vrouw. Die hij altijd met een hoofdletter schrijft. Ze is overal, eerst als de advocate, daarna overal op straat en op affiches. Er is maar een vrouw.

 'We zagen Haar wel duizend keer maar niet een keer glimlachte ze naar ons, beantwoordde ze onze blik of zag ze ons staan, op de korte oogopslagen na die niet eens voor ons bestemd waren maar nodig om te zien waar ze heen liep.'

 Dan, op oudejaarsavond gebeurt een wonder. Eerst begrijpen ze het niet, dan doen ze mee en roepen ook 'Gelukkig nieuwjaar'. En daar is ze: 'Ze zoende een van ons op de mond terwijl we elkaar met wijdopen ogen aankeken en meteen verdrongen we ons om Haar een voor een te zoenen.(...) En op haar lippen proefden we voor het eerst in ons leven alcohol. Tot in de late uurtjes bleven we Gelukkig Nieuwjaar zeggen gevolgd door meer zoenen.'

 Op nieuwjaarsdag proberen ze dan het aantal zoenen te tellen dat elk gekregen heeft. Soms wel 50 paar lippen. 'We hadden het gevoel dat onze reis toch niet voor niks was geweest'

 Dat dit niet goed kan blijven gaan laat zich raden. Lees Tijdschrift Terras.

Beautiful boy

 'I love you dad, I love you too son.' De oerdialoog uit Amerikaanse vader en zoon-films komt meermalen terug in de veelgeprezen Beautiful Boy van Felix van Groeningen.

 Ondertusen is de zoon een junk die zijn ouders alleen nodig heeft om de dealer te betalen. Nog zo'n zin: 'Ik zal er altijd voor jou zijn.' Ook in het Nederlands weldra onuitroeibaar.

 Met je vader gaan zwemmen, sporten, wat niet. Verwennerij ten top. En als die geniale kinderen wat minder geniaal blijken, ojee. Geen cliche uit de omgang tussen welgestelde ouders en kinderen in Amerikaanse films blijft je bespaard.

 Het liep in werkelijkheid nog goed af ook, uitzonderingsgewijs schreven vader en zoon samen twee boeken. De jongen is nu 8 jaar clean is. Hoe vaak zoiets lukt wordt er niet bij verteld.

 Over het junkiewezen komt als antwoord op het waarom alleen het zwarte gat, het niet willen leven. Je moet wel concluderen dat het o zo hypocriete 'I love you dad, I love you too son' vaak averechts werkt.

Wat als we niet waren betoverd

 Zo heet de nieuwe bundel korte stukjes van Sylvia Hubers. Een titel die zegt waar het om draait. Zelfbetovering, er een verhaal van maken. Met precies de goede ondertoon. Ik ben er alle dagen druk mee. Neem het verhaaltje dat 'rokje' heet:

 'Ha ha, wat is flirten met de dood toch leuk!

 Ik heb geturfd hoe vaak 'dood' voorkomt in mijn gedichten. Vaak!

 Leuk hoor, zo vaak het woord dood op durven schrijven. Alsof het een rokje is dat je even aantrekt - la la la, zie ik er niet beeldig uit met deze modieuze uiting van het verlangen om er even niet te zijn?

 En als ik er wel ben? Helemaal?

 Dan draag ik een broek. Om hard weg te kunnen rennen. Want als ik er wel ben, er echt ben, is alles te mooi om waar te zijn en zie ik de dood om de hoek staan loeren om alles weer van me af te nemen.

 Ik moet het nog op een goed akkoordje zien te gooien, met hem.'

ps. Alle keren dat ik Sylvia Hubers heb gezien droeg ze een broek. Altijd een bell-bottom. Ik vroeg of die nog te krijgen waren. Dat waren ze.

Tags: 

De aanhef

 De Kerst nadert en daarmee de 'Briefje in fles'-sessie in de Utrechtse Molen. Een brief om in zee te werpen, hoe die te beginnen? Welke aanhef? Er is een tijd geweest dat titulatuur en belangrijk hoofdstukje in zakagenda's was.

 Een jonkheer of jonkvrouw schreef je aan als Hoogwelgeboren. Een rechter was een Weledelhooggestrenge heer. Een gewoon iemand Weledele heer. Maar de onbekende vinder van een brief in een fles aan het strand?

 Later kwam Beste en onder familieleden Lieve. Ansichtkaarten met Lieve Ouders, waarbij je vaak je geestesoog moest dichtknijpen voor je het neerschreef. Waren ze lief? Vond ik ze lief. Het hoorde bij de cursus liegen en bedriegen die opvoeding heet.

 Was er een vliegtuig neergestort dan zat het volgens de krant vol 'dierbaren', de vertaling van het internationale 'loved ones'. Ben je ze liever kwijt dan rijk dan zwijg je.

 Op internet is het makkelijk geworden. Daar blijft niets over dan Ha Henk of Hoi Jacqueline.

 De brieven in flessen die ik in zee gooi hebben wel degelijk geadresseerden, alleen die staan er niet op, blijven geheim en zijn bedoeld voor de vergetelheid. Alleen degeen voor wie hij bedoeld en geschreven is zou het onmiddellijk doorzien. En dan? Maar er komt met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geen 'En dan'.

Tags: 

Pistoia

 Zoals vaker viel bij het bladeren in de boekwinkel mijn oog meteen op dat ene woord. Een woord, een wereld. Het was Pistoia, waar ik me vastreed in op weg naar de kerk, en achteruit moest, waarbij ik een buitenspiegel verloor. Het was de bundel 'Begane grond' van Hans Tentije, die wel de Madonna dell'Umiltá zag. Ik niet, maar tegenover de garage lag het locomotieven-kerkhof van Ansaldo-Breda, een onverwacht bedevaartsoord. Dit heet 'Ooit':

 'Eeuwen van verering hebben haar niet bedorven/ noch is haar gezichtsuitdrukking veranderd, vol toewijding/ buigt ze zich nog steeds over haar kind, toch/ lijk ze allerminst gerust te zijn, ondertussen blijft ze/ stilletjes op haar hoede -

zij is de Madonna dell'Umiltá, de Onze-Lieve-Vrouwe/ van de Nederigheid, die je behalve hier in deze basiliek in het hart van Pistoia overal elders/ kan tegenkomen

je herkent haar aan een van vrees dooraderde blik/ waaruit het besef van iets onafwendbaars/ spreekt, dat er hoe dan ook een opoffering/ zal worden gevraagd

soms verschijnt ze midden in een stroom vluchtelingen/ of is ze de bedelende zigeunerin, haar warm/ ingestopte baby op de arm, de Warschause jodin/ met een jochie naast een veewagon/ op het perron van het vernietigingskamp -

wat olmen misschien, je zou willen dat hun jaarringen/ daadwerkelijk slonken om terug/ te groeien naar een pril, priller begin'

 ps. In 1498 heeft de Madonna echte, kerkelijk erkende, tranen geweend.

Tags: 

Brief in fles

 Op Kerstavond doe ik mee aan de Vorlesebühne van Bernhard Christiansen in de Utrechtse molen De Ster waar korte prozastukjes worden voorgelezen. Thema is 'Boodschap in een flesje'..

 Ik heb aan zee gewoond, in den Haag, maar heb aan de waterlijn nooit een brief in een fles gevonden. Het is een oud wanhoopsgebaar. De zee als postbode inzetten. Goddank komt er nooit een boze fles terug. In de verte applaudisseert een pinguïn.

 Er worden weinig brieven meer verstuurd. Het posten van een brief was een bedachtzaam ritueel. De wandeling naar de brievenbus. Dan het de brief in de gleuf duwen. Er zaten vroeger een soort klepjes in die gemeen pijn deden als je de brief in de bus duwde, maar je opeens bedacht. Wilde ik eigenlijk wel iets zeggen? Of was zwijgen beter.

 Ik bezit een kleine collectie niet voor niks onverstuurde brieven. Wel met een postzegel erop, maar niet gestempeld, de afzender ben ik zelf. Daaruit zal ik er op kerstavond een paar voorlezen. Geen aardige brieven.

 Was de brief eenmaal gevallen dan kon je wachten tot het autoo­tje van de post kwam. De postman de brieven in een postzak liet zakken en het bordje verschoof naar 'de lichting 4 is geschied'.

Nietzsches typemachine

 In zijn boek 'Het ondiepe', over de gevolgen die de omgang met het internet mogelijk heeft voor onze manier van denken, komt Nicholas Carr terecht bij de schrijfmachine van Friedrich Nietzsche. Die slecht zag.

 Een Deense 'writing ball', 'Schreibkugel', was het, uitgevonden door Hans Malling-Hansen van het doofstommen-instituut in Kopenhagen.

 De machine had 52 toetsen, ook voor hoofd- en kleine letters en leestekens, die zaten op een bewegende bal. Een beetje als de bal in de IBM-varityper zetmachine waarop je vroeger zelf je stukjes voor Aloha tikte.

 Direct onder de toetsen lag een gebogen plaat met daarop een vel typepapier. Met elke aanslag schoof de plaat een toets op. Extatisch schreef hij er zelfs een gedichtje over.  

 Maar nu komt het, zijn vriend Köselitz vroeg hem of hij op de machine ook anders was gaan schrijven. En dat was zo, schreef Nietzsche: 'Ons schrijfgerei neemt deel aan het vormen van onze gedachten.' Hij schreef compacter, telegramstijl-achtiger. Ontwikkelde een nieuw idioom.

 Daarover gaat het bij Carr. Laat de machinerie van internet ons ook anders denken? En is dat een voordeel of leidt het tot de vaak gevreesde debilisering.

Japanse slijtage

 Al lang geleden hield mijn vriendin van het eindeloos repareren van 'wat oud en versleten was maar toch nog bruikbaar'. Ze hield van patina, van wat haar moeder afkeurend 'ousig' noemde.

 Nieuw was voor haar nooit een aanbeveling. Vaak bleven kleren jaren in de kast liggen tot ze niet meer nieuw waren, het model verouderd, verkleurd, sleets, vaal, kortom eigen.

 Niet-nieuw. Het nieuwe moest zich eerst bewijzen.

 De elegantie van slijtage is nu ook in het blikkerende Westen mode, overal ontstaan winkels in wat vroeger 'net gedragen' heette.

 In het verhaal 'Het tweeduister' in de bijlage bij het nieuwe Tijdschrift Terras komt Jan Postma met Tanizaki's Lofzang op de schaduw (1933). Schoonheid komt in Japan uit het donker vandaan, de nuances van het donker waarin voorouders bij hun kaarsvlammen leefden.

 De Westerling zweert bij glitter, blingbling. Poetst zijn zilver, Ik herinner me sessies waarbij Brasso koper en zilverpoets werd losgelaten op al het bestek. Terwijl de Japanner juist houdt van ongepoetst. Postma citeert: 'Zo denken wij - schoonheid vinden we niet in het ding zelf, maar in de patronen van schaduwen, het licht en het donker dat het ene ding tegen het andere laat ontstaan.'

Tags: 

Verkeerseilanden

 Vanouds zijn er de verkeersdrempels. In de oude tijd werden rijbanen wel gescheiden door bomenrijen, zoals in Den Haag de Laan van Meerdervoort en de Groothertoginnelaan.

 Verdwenen. Toch blijft er bij de aanleg van wegen en verkeerspleinen veel zg. 'restruime' over, zoals onder het Rotterdamse Kleinpolderplein. Oases onder wat zich voortspoedt.

 In Alastair Bonnets onvolprezen 'Off the map' is een hoofdstuk gewijd aan 'Traffic Islands'.

 Het was Gordon Matta-Clark die er in New York kunst van maakte. Hij kocht bijvoorbeeld minuscule overgebleven stukjes New York op.

 In Nederland zijn in de ronde stukjes overgeschoten grond binnen verkeerspleinen, die ooit 'klaverblad' genoemd werden vaak vijvertjes aangelegd waar vogels zich vestigen, als in het oog van een razende orkaan, waar opeens in windstilte een zonnetje schijnt. Het is er ongehoord rustig, geen pad dat er heen leidt.

 Voor een eromheen rijdende automobilist als ik een jaloersmakende, bevrijdende aanblik.

 Dat zelfde zie je in België, waar - zoals aan de afslag Machelen van de Noordelijke Brusselse ringweg, een plotseling ophoudend rijtje 19de-eeuwse arbeidershuisjes op de heuvel is blijven staan.

 Ik zou Bonnett willen wijzen op Louis Paul Boons 'Vergeten straat'.

Naoshima

 In het nieuwe nummer van het tijdschrift Extaze beschrijft Artien Utrecht haar bezoek aan het Japanse museumeiland Naoshima, waar kunst en architectuur samengaan, in licht en schaduw.

 Indachtig het essay van Junichiro Tanizaki 'In praise of shadow', waarin de 'shoji', bezongen worden, de papieren wanden die maar gedempt daglicht doorlaten. Bregje Hofstede kwam er ook al op in haar verhaal 'De erker' (zie Avondlog vorig jaar).

 Tanizaki beschrijft hoe donkergelakte voorwerpen hun diepe gans en waardigheid ontlenen aan de donkere ruimte waarin zij zich bevinden, belicht door slechts de flikkering van een kaars of de vergulde tekening van hun eigen decoratie: "Such is our way of thinking - we find beauty not in the thing itself but in the patterns of shadows, the light and darkness."

 Op Naoshima liggen musea onder de grond. Wel zijn er - driehoekig, vierkant - bovenlichten. De ruimten beneden zijn gebouwd rond de kunstwerken. Je betreedt ze langs schemerduistere toegangen. Vijf grote 'Waterlelies' van Claude Monet hangen in marmeren omlijstingen, waarbij wanden en vloeren in elkaar overgaan, zodat doeken en toeschouwers lijken te zweven. De kunst was er eerst, het gebouw voegde zich ernaar. De belichting zorgt ervoor dat de indrukken van de toeschouwer met iedere stap meegaan. In het steeds verschuivend halfduister gebeurt van alles. Raak je nu je buurvrouw aan of iemand anders?

 Als ik dan lees over een 'meditatiezaal' waar je in kleermakerszit staart naar enorme, in grijs geschilderde theekoppen, waarvan de kleur onmerkbaar langzaam verloopt, terwijl ook aan andere wanden zulke theekoppen hangen begrijp ik wat hier aan de hand is: Japanse humor.

 Ik moet naar Naoshima.

Pagina's