Scheldwoord

 Het begon bij de opvoeding. Als peuter sprak ik alle volwassenen aan met 'je' tot me werd geleerd dat mijn grootouders 'U' waren. Het waren ook wel echte 'U' verschijningen. Ze roken 'U', ze liepen 'U'.

 Eens werd ik door een buurman die ik met 'je' aansprak verbeterd, die op strenge toon zei: 'Hoor es jongeman, ik ben je vriendje niet'.

 In het boekje 'U als scheldwoord' van taalkundige Marc Oostendorp over 'taalverschijnselen' wordt het niet uitgewerkt, daarom dit, nu. Het gaat kennelijk om het scheppen of onderstrepen van afstand tussen aanspreker en aangesprokene. Soms bij een blunder zelfs  aangevuld met 'ga je mond spoelen'.

 Hoe 'U' een scheldwoord kan worden lijkt duidelijk. Als het taalkundig onderscheid in rang meer en meer verdwijnt zegt dat weinig. Een Amerikaanse president is ook 'you'.

 Er zijn andere middelen. Zoals het in ziekenhuizen gebruikelijke 'mag'.

'U mag nu de onderbroek uitdoen.'

 Dat zegt een verpleegkundige in witte jas. Dus niet snedig antwoorden: 'Zo, mag ik dat?' Maar doen wat je gezegd wordt.

 Toen Johnny van Doorn eens door een tramcontroleur gesommeerd werd: 'Uw plaatsbewijs', zei hij: 'Beste man, ik heb nog nooit in mijn leven zonder geldig kaartje gereisd..' Fout, dat eindigde op het politiebureau Warmoesstraat.

's Nachts op het strand, alleen

 Als er een plek is om alleen te zijn is het strand in de winter. Langs de waterlijn, tussen zee en zand. Wat bezielt de Koreanen in deze film van Hong Sangsoo? De onbeantwoordbare levensvragen die je kent uit de nouvelle vague.

 In Japan en Korea worden Godard, Rohmer, Bresson, Antonioni in ere gehouden. Hoe verder in het leven? Je ziet een filmer, een actrice en hun entourage die het allebei niet meer weten.

 De vele dialogen ademen existentialisme. Wat voel ik eigenlijk voor de ander? Wat is liefde?

 Verrassend zijn de plotselinge gevoelsuitbarstingen van de verder zo ingekeerde hoofdrollen. Die dan uit hun terughoudendheid losbreken, met overslaande stem. Wat hun optreden in de hele film een dubbele bodem geeft. Want je weet nooit wanneer iemand weer zal losbarsten.

 De titel is overigens niet letterlijk bedoeld. Er is wat schemering, maar de nacht zit in de karakters.

Bellini

 Mijn Venetië is iets van lang geleden, van geen geld en slapen in een kamer zonder ramen vol hoge spiegelkasten. In het eethuis gewaarschuwd worden als het water stijgt. Je bord leeg eten en maken dat je in het hotelletje komt waar je inslaapt op het geluid van klotsend water in de steeg.

 Mijn ontdekking toen was Carpaccio, in de Scuola Dalmata. Met zijn bijbelse figuren, gekleed in gewaden uit het Heilige Land, gekocht van reizigers en kooplui, zodat ze er nogal Mohammedaans uitzien. Bellini deed dat ook

 Het nieuwe nummer van Kunstschrift is gewijd aan deze Venetiaan (ca. 1430-1516), zijn familie en omgeving. In zijn werk zag ik dezelfde wonderlijke Venetiaanse schoorstenen als bij Carpaccio. 

 Venetië, la Serenissima, zoals het toen genoemd werd, het serene waarvan Bellini de meester is. Heel de stad ziet er bij hem ingekeerd uit. De blikken van zijn vrouwen! Ik leer dat hun blosjes gemaakt werden met sandelhout (de 'blusher' van die dagen). Dit uit het mooie stuk over de 'Venezianitá', de Venetiaanse opschik en elegantie van Federica Veratelli.

Wierslaper

 De Zuid-Afrikaanse René Bohnen schrijft over zulke dingen als 'The sea inside'. Ze doceert in Preto­ria en haar derde bundel (2017) heet 'Op die vingerpunte van die heelal'. In het Afrika-nummer van Tijdschrift Terras staat dit 'onderwatergedicht'. Dat je brengt bij de velen die - in een poging weg te komen - verdronken in de zeeën rond Afrika. Daar rust er weer een, op de zeebodem, in 'Wierslaper':

 'rust in vrede, vreemde zoon, onbekende/ jongeling afkomstig uit de vloedstroom, uit/ de grijsgroene poel in de onderwaterval, gevist/ uit de koele golven bij de binnenbaai, rust/ onder water waar jij nog ademhaalt

 samen met de gewichtloze kwallen in hun sluiers/ geluidloos, de zongele wuivende dansers/ in kaaps kelpwoud - rust nou maar, vreemde zoon,/ in de klotsende algenvelden, waar duikers met dunne vingers/ de zeebodem lezen als braille op zoek naar schel­pen, een verlangen/ fijnmazig uitgeworpen: laat jouw ogen paarse zeesterren zijn/ in een fluorescerende watervlam, rust

 tussen de aurora's van vissenschubben en zonnefakkels/ en over een jaar zullen we misschien jouw naam eren in volmaakte/ weerspiegelingen van de luchtrivier die jij al doende bewoont/ ons gouden, wierbadende strandfantoom'

 (vertaald door Vicky Franken)

Ík ga maar en ben.'

 Om deze paar woorden zal de Zeeuwse dichter en graficus J.C. van Schagen (1891-1985) herinnerd worden. Korter kun je een bestaan niet samenvatten.

 In het Nieuw Letterkundig Magazijn van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (wat al veel meer woorden zijn) schrijft Petra Teunissen over de brieven die Van Schagen schreef met Clare Lennart, die hem in 1954 bezocht, thuis in Domburg om hem te portretteren. Hij was al sinds 1925 beroemd om zijn nog steeds herdrukte debuutbundel 'Narrenwijsheid'.

 Hij maakte en verspreidde zelf zijn 'Domburgse cahiers' waarvan Lennart abonnee was. Wat ze ook bond was hun liefde voor 'poesen'. Er kwam een bundel limericks: '24 conversaties met de Nachtpoes', die hij haar stuurde. Zij schreef terug: 'De menselijke mensen - evenals de poeselijke poesen - moeten hun rangen een beetje sluiten: de massa der imbecielen groeit onrustbarend.'

 Eerder schreef hij over 'wat er nu eigenlijk met me is' en haalt daarbij 'The doors of perception' van Aldous Huxley aan: 'the miraculous act of sheer existence...' Ik geloof dat de grond van alles is met me. Geen middeleeuwse vromigheid, geen vroomheid überhaupt. Ik heb de pest aan vroomheid al moet ik toegeven dat de dominees op me afkomen als vliegen op de honingpot. (...) Misschien zal ik me nog wel eens in de pornografie begeven alleen al omdat het leuk zou zijn om de enorme kras, die er dan in dit beeld zou ontstaan.'

Bij Spelberg thuis

 Komt er nog een 'Geschiedenis' van de vpro in boekvorm? Na het afscheid van radio-archivaris Nienke Feis zal het historici zwaar vallen. k maakte de ontmanteling van de villa 's Gravelandseweg 65 mee, waar oprichter dominee Spelberg woonde en de studio gevestigd was.

 Zag de nutteloze lage bankjes die er stonden, soms met een gerani­um erop. 'O, die zijn van het zondagshalfuur van mevrouw Spelberg vertelde omroeper Cor Galis, die begonnen was als chauffeur van de dominee. 'Op zondag kwam de koningin aangefietst vanuit Soestdijk met de prinsesjes. En die deden dan mee met de andere kinderen en hare majesteit ging boven, waar wij nu kantoor hebben, een kopje thee drinken met de dominee.

 Ik heb de keuken nog gezien, ook Spelbergs werkkamertje, tweehoog, waar hij de talloze luisteraarsbrieven beantwoordde. Ik heb ze gelezen, veel levensvragen, waarop hij aardige, verstandige n ontroerende antwoorden gaf, waarvan een doorslagje geniet zat aan de brieven. Brieven en antwoorden zaten op alfabet in metalen archiefkasten met van die laden die je open kon rollen.

 In de tijd dat de vpro ging verhuizen naar de betonnen nieuwbouw van nu waren ze opeens verdwenen. Opgeruimd. hoorde ik. In containers gestort en afgevoerd. Zoals zoveel van het oude Hilversum.

 Spelberg was het die de 'artiesten' binnenhaalde, zeker toen de televisie kwam, die een eind maakten aan het bewind van de Vrijzinnige dominees die Spelberg hadden opgevolgd.

 En o ja, hij had last van angstaanvallen, was daardoort alcoholist geworden en mocht nooit meer drinken. Er was nog een fles jenever in huis voor noodgevallen. Die stond in het medicijnkastje.

Tags: 

Shoplifters

 Wat is familie eigenlijk en waarom? Je familie kun je niet kiezen. Dat is het onderwerp van de nieuwe film van Kore-eda Hirokazu. Een merkwaardige extended family in een achterbuurt van Tokyo laat je zien hoe het anders kan.

 Al improviserend, in een krothuis waar iedereen als vanzelf zijn slaapplek vindt, ontstaat toch zoiets. Als er een verkleumd, mishandeld klein meisje in een portiek wordt gevonden behoort ze tot de familie.

 Vader noem je degeen die daarvoor bestemd is.

 Ze zijn gelukkig met elkaar, juist doordat het toeval ze heeft samengebracht. En ze leven van winkeldiefstal, een metier dat nieuwkomers door Osamu, de 'vader' wordt aangeleerd. Tot junior wordt opgepakt en het familiebedrijfje ontmanteld.

 Er zijn er ook die werken, in een hotelwasserij of in een 'peepshow', waar heel subtiel met de gevoeligheden van de klanten wordt omgegaan.

 Je leert hoe het op mekaar aangewezen zijn hechte banden tussen mensen smeedt. Waardoor vaders en moeders ontstaan.

Chinees wandpapier

 China, uit papier gemaakt. In de bundel 'Abri' van Liesbeth Lagemaat vertelt het Chinese wandpapier in landgoed Oud-Amelisweerd dit verhaal uit 300 v.Chr.. in 'Man bijt wak uit behang'. Dat zo begint:

I

Ze zoeken je. Zochten je. Dit wandpapier, uit lompenpap gewonnen,/ geschept, geperst, te drogen gelegd om waterverf te zuigen (penselen

zo dun als de poot van een vlinder trekken lijnen over een nog lege vlakte,/ aarzelend, trefzeker, subliem. Ze verven ogen. Vrouwenhaar. Mouwplooien.

Ook de penselen zochten je.) Want je verdronk. Een gat zo groot als/ een hand onderbreekt de rivierstroom nu en wij staan in een bos in een huis

in een zaal onze ogen tegen de muur aan geplakt zoeken naar monden/ die uit eeuwen roepen, de uitgegumde stemmen van de mannen en/ vrouwen die het vissenvoer verkruimelen tussen hun vingers. Karpers die/ rondjes zwemmen, bibbercirkels langs de voorplecht. Het bootje kan niet stil

 

II

en gaat alweer van daar, waar je misschien. Geclusterd. Waar je lag./ In fragmenten uitgespoeld. De steen wit en wit je gezicht en je ogen.

'Zo mooi', zou iemand bijna zeggen, 'net glanzende kiezels'. De vrouwen/ voeren de karpers om je te behoeden. Het wit te laten, nog witter

te laten worden en nog. Luister. De mannen roepen niet meer. Je naam/ drijft op het water. Zal glanzend zinken. Op kiezels rusten. Dat ben jij.

Hebben ze je Negen Liederen gezocht? Hebben ze onder het watervlies,/ hun oor op de stroom, en verder, en verder. Hun wang in de golf, zich vastklampend

aan de voorplecht van het bootje - heeft iemand. De laatste klanken./ Op te vangen. Wat zijn de laatste klanken uit de keel van een verdronkene.

Nienke‘s afscheid

 Dat de geluidsopnamen van Paulus de Boskabouter, het levenswerk van Jean Dulieu, er nog zijn danken we aan een apotheker in Zaltbommel die ze op 4 sporen opnam voor zijn kleinkinderen, van de storingvrije draadomroep. En aan de onvervangbare vpro-archivaris Nienke Feis, die vandaag met pensioen wordt gestuurd.

 Wat je bij een archief niet kunt missen is een archivaris die het materiaal kan plaatsen. Anders blijven bewaarsels zonder betekenis.

 Er zou een roman geschreven kunnen worden over bewaren, weggooien en zoekraken. Dat Paulus er niet meer was kwam door dat de VARA besloten had alle geluidsopnamen wegens de opslagkosten weg te doen. Zo bleven alleen de teksten over, met de rode streepjes van de strenge tekstcontrole, uitgevoerd door Jan Nagel en Henk Bongaarts. Dronk een reus een vat bier leeg dan was bier doorgehaald en stond eronder 'limonade?' De geheelonthouders leefden nog.

 Wat zeiden de Dolle Mina's nu precies? Voor historici zijn de Hilversumse archieven een goudmijn van documenten en tijdsbeelden. Opgenomen met allerlei verschillende, nu achterhaalde technieken. Maar wie weet daarin straks nog de weg? Ik heb voor Nienke nog een 4-sporen recorder gekocht op het Waterlooplein.

Tags: 

Uiterlijk

 Wie onder de mensen moet ontkomt niet aan het hebben van een gezicht. Een dagelijkse beproeving die bij mij begon met het gezien worden door een vader, mijn eerste spiegel.

In 'Glas tussen ons', zijn nieuwe bundel gedichten, schetst Toon Tellegen de afstand tussen mensen, tussen ik en de ander. En je raadt het opgebruikte gezicht van de dokter (wat Toon was) . Zoals in 'Mijn gezicht':

 'Toen ik jong was had ik een pijnlijk gezicht

met een enorme krachtsinspanníng die jaren van mijn leven in beslag nam,/ kreeg ik een vriendelijk gezicht, enigszins onzeker, maar vriendelijk

dat gezicht beviel mij echter na verloop van tijd niet meer:/ het was een opgewekt en wellevend gezicht/ en ik wilde een ernstig gezicht, een sober en in zichzelf gekeerd gezicht, misleidend, dat ook:/ geen afspiegeling van mijn gevoelens en gedachten

door al mijn inspanningen werd mijn gezicht steeds onduidelijker en schimmiger,/ een gezicht waar ik niets meer over te zeggen had,/ een oud oud oud gezicht

en op een dag sprong er een geit door mijn raam -/

                                   een daad van grote domheid, zeker voor een geit -/ hij keek mij aan en mekkerde: 'Wég... wég...'

ik knikte met het laatste restje van mijn overtuigingskracht/ en de zon ging onder,/ alleen maar onder en onder, steeds verder onder.' 

Tags: 

Pagina's