Engel

 Nachoem Wijberg heeft een bundel gemaakt die heet 'Om mee te geven aan een engel'. Waarin hij de lezer meeneemt naar het rijk van het onzekere, het vluchtige. Waar je engelen ontmoet, toeristen of vluchtelingen. Het omslag zegt dat hij schrijft 'over engelen die tussen ons bewegen en meenemen wat wij opgeven of kwijt kunnen.' Reddende engelen? Een hemelse opruimdienst?

 In bijna elk gedicht gaan ze rond. Dit heet eenvoudig 'Engel':

 'Stel, wie de wereld gemaakt heeft van wat een moment was alsof het al opgegeven was,/ zegt dat hij een engel is geworden/ omdat hij bang was anders helemaal geen werk meer te hebben. Of omgekeerd,/ wie een engel lijkt/ wordt gevraagd iets kleins terug te brengen naar van wie het kwam, maar hij weet,/ niet meer/ wie het was, dan wordt hij het zelf maar.

 Wat denk je dat je niet op kan geven/ zolang je hier nog even blijft, begin met proberen waar je misschien nog zonder kan,/ al wil je dat niet waar ze je kunnen zien. Je vindt een afstand­sbediening voor/ andermans vleugels en loopt langs de huizen terwijl je op knoppen drukt,/ kijkt niet eens door de ramen wat er gebeurt, maar loopt snel verder wanneer je/ schreeuwen hoort.

 Wat ligt in die hoek,/ tegen de muur, twee stapels lakens? Nee, het is een lage bank/ en er zitten twee engelen op zo lang al, ze zijn in slaap gevallen, niet tegen elkaar aan.

 Een toerist of een engel komt tegen/ wie een moment geen toerist is - als hij zijn papieren niet kwijtgeraakt was zou hij/ het kunnen laten zien,/ en dan wordt hem gevraagd: maar weet je zeker dat je die niet weggegeven heb?

Pessoa's theekopje

 Er is een nieuwe, herziene, en uitgebreide druk van het Boek der rus­teloosheid van Fernando Pessoa, vertaald door Harrie Lemmens. Dit is aantekening 366:

 'Zinloze landschappen als op Chinese theekopjes, die beginnen bij het oor, rondlopen en abrupt eindigen aan de andere kant van het oor. Die kopjes zijn altijd zo klein... Waarheen en met wat voor porseleinen (...) zou dat landschap zich uitstrekken, dat nu niet verder gaat dan het oor van het kopje? Sommige zielen kunnen een diepe pijn voelen om het feit dat de landschappen op Chinese waaiers niet driedimensionaal zijn.'

 Het theekopje moet dus niet met de hand beschilderd zijn, maar met een stempel bedrukt, dat niet helemaal past. Pijnlijk, elke keer dat je er naar kijkt. Zoals de uit stof met een groot bloempatroon zelf gemaakte rok die mijn moeder op vakantie droeg. Waarvan het bloempatroon bij de naad aan de achterkant eindigde in een grote, halve dahlia.

 Waarmee ze door Venetië liep.

Tags: 

Wandelen

 In de oude tijd had je een paard, wie arm was moest te voet. Maar er waren schrijvers en filosofen die het wandelen ontdek­ten als een speciale manier om de geest aan het werk te zet­ten.

 In haar op z'n Duits 'Wanderlust' genoemde boek schrijft Rebecca Solnit een geschiedenis van het wandelen. Jean-Jacques Rousseau beschreef als eerste de omstandigheden waaronder zijn overpeinzingen al wandelend ontstonden. Die wandelingen zijn ook genummerd. Zo beschrijft hij in wandeling nummer vijf  het geluk dat hij vond op het eiland St.Pierre in het Zwitserse meer van Bienne. Botaniseren en bootje varen in landelijke rust, dat was het. Later probeerde hij in Ermenonville bij Senlis zo'n eilandje na te laten maken in een vijver, waar hij begraven werd. W.G. Sebald schreef er over.

 Ook Sören Kierkegaard wandelde, vooral in Kopenhagen. Eerst converserend met zijn vader in de huiskamer. Later ontving hij zelden mensen thuis maar ontmoette ze op straat. De straten van Kopenhagen waren zijn ontvangstruimte. Daar hoorde hij nieuwtjes en roddel en kon hij ontmoetingen kort houden.

 Een eenzame wandelaar zondert zich af van de wereld en heeft er tegelijk contact mee. Het wandelen maakte hem ook los van zijn getob en gepieker. In 1848 schrijft hij hoe jij 'op weg naar huis wordt overvallen door gedachten die dringend moesten worden opgeschreven. Thomas Hobbes had een oplossing, in de knop van zijn wandelstok liet hij een inktpotje monteren.

Liedjes

Een goeie liedtekst zegt - anders dan de meeste gedichten - vaak alles in de eerste regel. die ook de titel is. En de hele waarheid, zoals in 'Och was ik maar bij moeder thuisgebleven.' Zeer dubbelzinnig ook. En hypocriet.

 'Kom van dat dak af' bouwt meteen span­ning op. Roert een raad­sel aan, net als 'Busje komt zo' of 'Bij ons staat op de keuken­deur'.

 Er is iets met liedjesteksten. Hun boodschap wordt erin gehamerd door de melodie, het refrein, de eindeloze herhaling die ze neuriebaar maakt. En, ze leven van de suggestie: 'Annie hou jij m'n tassie even vast.'

 Het boekje van Hoofdredacteur van de Dikke Van Dale Ton den Boon, getiteld 'En ieder zong zijn eigen lied' en ontleend aan de radiorubriek 'Volgspot' van KRO-NCRV, mist vele kansen. Wat er al in staat aan dubbelzinnigheid krijgt moraliserend commentaar mee. Ja, carnaval blijft een aanslag op de goede smaak. Terwijl dubbelzinnigheid juist essentieel is in liedjes.

 Internationaal ook. In de blues kun je 'Sugarcane Harris' heten, de podiumacts bij zwarte muziek hebben de tegenwoordig 'wit' genoemde entertainers geleerd hoe het moet. Toch is 'Weet je wat ik graag zou willen zijn. Een bloemetjesgordijn' mijn topper. En gaat dit meesterwerkje van T-Bone Walker bijna dagelijks door mijn hoofd:

 'They call Stormy Monday/ But tuesday is just as bad/ wednesday is worse/ and thursday is o so sad. The eagle flies on friday/ and saturday I go out to play./ On sunday I go to church/ get down on my knees and pray.'

 Wat is er met die adelaar op vrijdag? Die staat op de dollarbiljetten waarmee je je loon krijgt.

The Favourite

 Wie dacht dat we als onderdanen beter uit zouden zijn als we geregeerd werden door vrouwen komt bij de film The Favourite slecht uit. Heel het verhaal aan het hof van Queen Anne (1702-1714) draait om drie vrouwen, stuk voor stuk bitches.

 Al is de vraag hoe ze zo worden. Anne heeft veel kinderen verloren en haar moederliefde gaat nu naar haar konijnen. Abigail zie je zich omhoog werken aan het hof en de eerdere favoriete van Anne, lady Marlborough verdringen. Lesbische seks geeft daarbij de doorslag.

 De politiek is een bijkomstigheid. De oorlog met Frankrijk wordt beslist in een belangenstrijd aan het hof.

 Ik kon niet laten te denken aan Theresa May, die toch ook in oorlog is met Frankrijk en mannen als Boris Johnson wegvaagt. Wie zou haar favoriete zijn?

 In de besprekingen van The Favourite komt weer het niet weg te branden woord 'ontregelend' voor. Nogal direct in de om­gang, dat kun je zeggen. Anders dan in kostuum tv-series, dat wel.

Bohumil Hrabal

 Bij Pegasus verschenen zeven brieven die Bohumil Hrabal in de jaren '70 schreef aan zijn vriend, de musicus Karel Marysko (1915-1988), vertaald door zijn Nederlandse schutsengel Kees Mercks. Grote drinkers, allebei.

'Beste Karel,

En omdat het verleden dreigend is en de toekomst eeuwig bekend, rest ons het heden dat niet bestaat en heb ik door te praten de uiterste drempel van de stilte bereikt, en nu komt het me voor dat we jarig zijn geweest, maar ik weet niet of we elkaar hier nu mee moeten feliciteren of condoleren. Het komt me soms voor dat me eigenlijk alles alleen maar is voorgekomen, en dan voel ik absoluut geen lust meer om nog meer teksten te stamelen en dan heb ik ook absoluut geen lust meer mijn best te doen om na te denken over dingen die in categorieën besloten liggen die tot dusver niet geboren zijn. Het komt me ook voor dat jij niet in Noorwegen bent, ook niet in Praag, en dat je eigenlijk al lang gestorven bent of zojuist geboren. (...)'

Een brief later gaat het over bier:

 '(...) Als ik een dochter had zou ik willen dat ze geboren werd uit het schuim van bier, net zoals Aphrodite op Cyprus geboren werd uit het schuim van de zee, dat ontstond toen het zilte element in beroering raakte door de val van het afgehakte geslacht dat de Olympische goden bij vader Kronos hadden afgehouwen. Maar ik ben geen halfgod, ik ben een mens, iemand die als hij een dochter had gehad haar tenminste in een badje met bier had gebaad (...)'

Tags: 

Tram

Wie is opgegroeid in een stad met trams weet wat Toon Tellegen bedoelt met het gedicht 'Tram' in de bundel 'Glas tussen ons'. Wie in zo'n stad woont wordt namelijk zelf ook een beetje een tram.

 'Ik ben een tram, sla onverwachts een zijstraat in.

Geen rails, geen bovenleiding.

Niemand zoekt naar een noodrem, niemand is bang.

Ik rijd de stad uit.

Mijn passagiers vragen zich af of ik een bestuurder heb, God misschien?

Of rijd ik uit mijzelf?

Het is een mooie dag

en ik rijd door bossen, valleien, steppes, dwars door rivieren, moerassen.

Er is gen halte meer, geen eindpunt, geen remise.

Ik bel als ik daar zin in heb en mijn passagiers schieten op vijanden

die aan weerszijden in hun gedachten opkomen -

ze zijn overmoedig, genieten volop, sneuvelen een voor een.'

 ps.Vanmorgen kreeg ik van Marcel van Eeden deze zeer Haagse tekening, met tram. Ik schreef 'Het is een Limburger', ooit door de HTM gekocht van een failliete Limburgse tramlijn. Die ronde achterkant, met kleine ramen, daar herken je ze aan.'

Bodemdrang

 Een woord dat riekt naar het grondsop dat onderin een schip rond de kiel klotst. Zich daar verzamelt zo lang het schip leeft. De debuutbundel van Laura van der Haar lijkt op com­post. Maar blijft niet bij wat tastbaar, ruikbaar, voel­baar is. maar ontstijgt het in woord en klank. Leerde Pallasmaa ons niet het spel der zintuigen, die niet zonder elkaar kunnen? Laura van der Haar komt in haar debuutbundel tot een zeldzame rijkd­om aan zintuiglijke associaties. Neem zoiets als 'Splinters':

 'rottende slootkant, stofhooi, seks in de bosjes, festivalkots/ klein straatgedierte sterft in roosters, vogels/ walmen na op het wegdek

 de zomer is begonnen

 overal klinkt zacht gelik/ aan ijsjes, liefjes, hondenanussen/ autogeronk, bericht voor een meisje, plus het meisje/ dat voorzichtig in haar handen wrijft

 de smeulende resten van een barbecue/ waar het vlees weer redelijk lekker was/ rolschaatsers, rochelaars en wespen

 die vroege zomer/ steekt/ net als de bosjes

 hoeveel splinters zal haar lijf blijven verdragen/ voordat ze meer hout is dan mens'

Siena

 De laatste keer dat ik in Siena kwam raakte ik betrokken in een kettingbotsing. Het wachten op de carabinieri duurde lang. Het geluid van autobanden over scherven heugt me.

 Tensl­otte kwam ik in de oude stad in een garage terecht waarvan de chef­monteur schilder­ijen verzamelde, die tussen zijn de gereedsch­appen aan de wanden hingen.

 Je kunt een stad en zijn omgeving zien als een levend, esthetisch geheel. Van bewoners, bedrijven, huizen en landschap. Vredig, eendrachtig en zo ook uitgebeeld in symbolische figuren.

 Zo hebben de bewoners het ervaren, sinds mensenheugenis. Dat moet wel.

 Als Ambrogio Lorenzetti in 1337-1339 Siena schildert in zijn fresco's voor de wanden van het Palazzo Pubblico, waarin hij de gevolgen van goed en slecht bestuur laat zien, is harmonie of de verstoring daarvan het thema. Burgerzin, verbondenheid. Lorenzetti beeldt het uit tot in de details.

 In de hemel boven de stad zweeft geen God, in 1339.

Tags: 

Explosief

 In Brussel, lees ik in De Standaard, was het vannacht net als vroeger in Den Haag. Al vroeg leerde je iets van explosieven. Bij de kleine drogist op de hoek van de Hoefbladlaan kon je behalve zwart op wit ook zwavel en kaliumchloraat krijgen. Dan zei je 'voor de scheikundeles'.

 De kunst was het explosief (een deel kaliumchloraat, vier delen zwavel) in het soort blikje te doen waarin fotorolletjes verpakt zaten. Het effect van een explosief wordt verveelvoudigd als je het opsluit.

 Ontsteken deed je door het geladen fotoblikje, met nog wat stevig ijzerdraad eromheen op een brandende prop krant te leggen. Later kwam het idee de explosie in een telefooncel te laten gebeuren. Groot succes: daverende dreun, ruiten gebroken of van binnen wit uitgeslagen.

 Op oudjaar werden kerstboomvuren gemaakt op straathoeken, op het putdeksel. Kwam de politie dan gooide je achter hun rug nog een rotje in het vuur en kwamen ze je achterna.

 Eens was er een reusachtige knal en vloog het vierkante putdeksel meters de lucht in. 'Moerasgas,' wist een buurman. 'Dat zit in het riool en nu is het ontbrand.'

 En de instanties en de kranten altijd maar vragen: 'Waarom doen die kinderen dat toch?'

 Hierom.

Pagina's