Radna Fabias

 Radna Fabias is geboren en opgegroeid op de Antillen en studeerde in Utrecht. Haar eerste dichtbundel heet 'Habitus', En titel die omvat een mengsel van ernst en ironie over veel: gender, cultuurverschil, migratie. Van 'Inspectie bij aankomst' tot 'gieser wildeman' (dat is een populaire stoofpeer):

'gieser wildeman is een stoofpeer/ ik ben een vrouw/ dat is het dak van een drie eeuwen oud huis/ ik ben een vrouw/ dat is het troebele vocht dat uit een spaanse perzik langs zijn lippen loopt en ik ben helaas/ het vocht en de perzik en elk ander handzaam, zacht, zoet, sappig fruit want ik ben een/ vrouw en dat is het brilmontuur van een man van gemiddelde intelligentie maar ik/ ben een vrouw en in mijzelf genoeg/ er is geen leegte in mij/ er is wel een schuilplaats een voorkamer een wachtruimte een plek/ waar ik iemand kan ontvangen:/ een man/ het begin van een kind/ de vingers van een vrouw/ toch heb ik aan mezelf genoeg het maakt niet uit/ hoeveel postmoderne gendertheorie ik aan mijn heupen hang het is aan mij te zien: ik ben/ een vrouw ik zou kunnen bestaan naast een man maar een man is geen lichaam/ een man is geen brommende bastonen geen lage stem dikke armen stroeve vingers dikke/ huid geen baard een man is ook geen vagevuur een man is geen lot/ een man is geen huis om in te wonen een man is geen bed om op te liggen een man is geen/ werkverschaffing een man is geen afleiding een man is geen arbeidstherapie een man is/ geen raspaard een man is meer dan aanbiddende ogen in een gestolen nacht een man is/ geen diepe buiging voor mijn kruis een man/ heeft ook gevoelens/ denkt ook na/ heeft ook pijn/ soms weet hij zelfs waarom hij pijn heeft/ een man is/ geen vleeshaak geen fileermes geen geweer geen heet merkijzer geen heilig boek/ een man is geen wapen geen hobby/ een man is geen hobby/ een man is geen hobby/ een man is geen hobby

 een man is geen strafregel/ een man is geen troon om met gekruiste benen op te zitten als een dame/ ik ben geen dame/ ik ben een vrouw'

De ritselingen bij Bernard Dewulf

 Op de zondag van de Amsterdamse Marathon lees ik gedichten van Bernard Dewulf uit 'Naar het gras'. Gedichten om in te verblij­ven. Dat komt goed uit nu het seizoen van buiten verkeert in dat van binnen. Neem 'Plat­tegrond', over heel andere marat­hons die tegelijk gaande zijn. In de parallelle universa van kleine dieren zoals de muizen onder mijn bed:

 'Er lopen wegen door de stad die wij niet zien,

een plattegrond van lucht en pootjes.

  Ze zijn aangelegd waar wij niet komen:

schaduw onder gras, ritseling door struikgewas,

  acrobaten op het stratenplan van tuinmuren

  Er gaan geruchten door de stad die wij niet horen

van lome, jachtige wandelaars op dons.

  Soms als de ene stad mij uit de slaap houdt,

lig ik waakzaam te luisteren naar de andere:

  hoe een licht leven zich beweegt onder ons.'

Laatste impressionisten

Vanmiddag in Singer de 'Laatste Impressionisten' gezien Wat ze schilderden was het tegendeel van de na 1900 heersende Avant-garde, soms op het truttige af. 

 Theedrinkende dames, een op de rug gezien model of een naakt dat verlegen ineenkrimpt. Zomerse taferelen vooral, Ze zullen goed verkocht hebben.

 De weg terug zit hem behalve in de onderwerpkeuze vooral in de ultra voorzichtige toets van schilderen en de eindeloze kleurnuanceringen. Zo'n mooie Place de la Concorde, waar de zomeravond vanaf trilt. Als er een antwoord op Picasso bestond was het dit.

 De kampioenen van de Societé Nouvelle, waarin ze zich verenigden zijn voor mij Ernest Laurent en Henri le Sidaner, van wie Singer al eerder een hele expositie bracht.

 Waarom? Het echtpaar Singer was er dol op en verzamelde het.

 Toch ook leuk dan een paar Breitners aan te treffen tussen zoveel zoetsappigheid. Vooral dat landschap bij Montmartre, waarbij je de modder om de oren vliegt.

Het gemak van Jan Baeke

 'Het gemak waarmee we denken/ betaalt zich uit in ons verlossende gedachten./ We hadden het plan om 's avonds thuis te komen/ maar eenmaal op de bank voor de tv/ blijkt de thuiskomst te ver weg'

 Aldus de woorden waarmee Jan Baeke zijn nieuwe bundel 'Houvastvergankelijkheidsleer' besluit. De titel zegt het al.  Een schijnbare tegenstelling die daardoor eens te meer de waarheid spreekt. Neem 'Wat de dag betreft':

 'De plaats van alle toekomstige delicten, de hotelkamer/ de caravan, overal waar ik de afgelopen nachten heb/ doorgebracht, de lange vlucht het woord uit en Eva/ met al haar ringen, alle tekens op haar bovenbeen.

 Een rechterbovenbeen en Eva die zichzelf een uur/ in het zwembad cadeau heeft gedaan./ Ik betaal de rekening op rekening van anderen.

 'Waarom zeg je niks over de minibar of het casino?'/ Het donker neemt de vrijgekomen plekken in./ Eva is terug in de tekst die ze had durven verlaten./ 'Op een zeker punt kan je gewoon stoppen.'

 We schrijven als de wegen ons scheiden/ Lieve Eva, ik blijf overal hangen en wat de dag betreft/ het wordt een latertje. De dienstregeling staat in de oven./ De kleine zit thuis aan het evangelie. Kusjes, Friedrich.'

Zo houdt de dichter, Jan Baeke, orde. Moeilijk genoeg.

Tags: 

Geur van warm eten

 Tegen zessen, als het al donker wordt, de geuren van warm eten in een winterse straat. Wind die tegen je gezicht slaat. Weten wat ze bij de buren eten.

 Nu even niet over de dreiging van het ouderlijk huis, waar aan de eettafel de onvrede zal losbarsten die mijn moeder probeert te bezweren.

 Ze verdwenen, die geuren. In het klassieke boekje 'Hollandse luchten van Jelle Leenes vind je een prachtig overzicht van hoe Nederland op allerlei plekken ruikt en waarom. Of beter rook, want de afkeer van 'luchtjes', de angst om te ruiken is sinds de introductie van het Odol mondwater enorm geworden.

 'Stink ik' kun je alleen aan je geliefde vragen. Gerard Reve was ook daarin een pionier, die het woord 'putlucht' voor slechte adem introduceerde.

 Toch mis ik de geur van de Heinekens brouwerij in de Pijp en de cacaogeur van Blooker. In Den Haag rook je bij Zuidenwind de raffinaderij van Pernis', de geur van de vooruitgang, zei men. 

 In deze tijd van de jacht op het 'typisch Nederlandse' ga je naar 'beschermde geuren' verlangen.

 Hou daarom de koeien niet binnen, laat het wasgoed wapperen aan de lijnen. Ik hou in gedachten wat expert Ton Teerling in het boek zegt: 'Zelfs het geringste geurzweem treft ons sterker dan beelden en geluiden.' En, weet hij: 'De neus is het enige zintuig dat direct in verbinding staat met ons emotion­ele brein. Een heel intiem zintuig dus.'  

 Op de Nederlandse toptien vind je bovenaan: vers brood, pas gemaaid gras en verse koffie, verderop ook de partner en nieuwe auto's.

Zonder woorden

 We zaten bij een oude man voor zijn cafeetje in de avondzon. Beneden ons lag de stad Messina, aan de overkant zag je Reggio Calabria: Scylla en Charybdis. Onze gastheer raakte niet uitgepraat over Antonello da Messina, de beste schilder ooit, wiens werken we moesten zien.

 Vanmiddag kwam ik zijn Annunciazione tegen in de 'Confabulations' van de in januari jl. gestorven John Berger. In een stuk over het onzegbare: 'Voor veel van wat ons overkomt in het leven zijn geen woorden, omdat onze woordenschat te beperkt is. Veel verhalen worden hardop verteld omdat de verteller hoopt dat het vertellen van het verhaal een naamloze gebeurtenis kan veranderen in iets vertrouwds of intiems. We zijn geneigd intimiteit te associeren met nabijheid en nabijheid met een bepaalde hoeveelheid gedeelde ervaringen. Toch kunnen elke dag volkomen vreemden, die nooit een woord gewisseld hebben, een intimiteit delen. Die besloten ligt in het wisselen van een blik, een hoofdknik, een lachje, het ophalen van een schouder.'

 Even woordloos is het schilderij dat Berger hierbij laat zien.

 Op het schilderij uit 1470 heeft Maria juist gehoord dat ze Gods zoon zal baren. Ze slaat haar handen voor haar borst, als om te voelen of het wel waar is, daarbinnen.

 Een gevoel dat Middeleeuwse toeschouwers konden delen.

Ons Fonny

 Veel families, gemeenschappen waarin mensen leven, hebben een centraal karakter waar iedereen zich naar richt. Uit ergernis, liefde of een raadselachtige combinatie van die twee.

 In het boek 'Terug naar Neerpelt' van Lieve Joris over het kinderrijke gezin waar ze uit stamt is het haar grote broer 'Fonny', een mooie, talentvolle jongen, die in een bandje spelt en liedjes schrijft. Zusje Lieve Joris is niet de enige die van hem houdt, ook haar ouders en de rest van de familie. Helaas wordt de verwende Fonny een junk, met een odyssee van kick en afkick in het vizier. .

 Lieve Joris zet haar eigen levensverhaal in het perspectief van haar band met grote broer Fonny. Zo bezien worden haar wereldreizen, waarover ze zulke schitterende boeken schreef ook pogingen tot ontsnappen aan Fonny.

 Neerpelt, even onder Eindhoven aan het Kempisch kanaal is zo'n kleine gemeenschap.

 Het eerste wat opvalt is dat alle personages het bezittelijk voornaamwoord 'onze' of 'ons' meekrijgen. Ons Fonny is het eeuwige lastpak maar ook de lieveling waar Neerpelt niet buten zou kunnen. Waar ook Lieve altijd weer naar terugkeert. Tot het bittere einde toe.

Tags: 

Mandarijn

 Vaak als Donald Trump in beeld komt denk ik aan de woorden van de filosoof Reinold Widemann: 'Wanneer de wereld ten ondergaat zal dat zijn bij meerderheid van stemmen en onder luid applaus.'

 Ik herinner me een rondvraag onder de politicologen van Nederland in NRC‑Handelsblad. We worden bestuurd, zeiden ze door een mandarijnenkaste bestaande uit leden van de grote partijen die de openbare functies onder elkaar verdelen. 

 De politieke partijen, die maar weinig leden meer hebben, functioneren als opleidi­ngsinstituten voor jonge mandarijnen zoals de nieuwe D'66 aanvoerder.

 Waarbij gezegd moest worden, vonden de politicologen, dat die kaste ons land helemaal niet zo slecht bestuurt. Met democratie had het alleen weinig te maken.  

 Was dat erg? Tocqueville, die al in 1835 in De la democratie en Amerique concludeerde dat het niet de verstandigste mensen waren die het tot president schopten, vond van niet. Maar je moest wel oppassen voor de tirannie van de meerderheid.

Balanceren

 De tentoonstelling 'A balancing act' bezoeken, nu in de Amersfoortse Kunsthal KAdE, was een ingrijpende belevenis. Waar, wat en wie zou ik zijn zonder mijn evenwichtsgevoel?

 Ik zou niet meer kunnen gaan en staan, gereduceerd tot een kruipende peuter. Een conditie als die van Steven Hawking.

 Ik weet toevallig na neurologische onderzoeken over mijn instabiliteit iets meer dan niks. Mijn hersens geven mijn ledematen signalen, bijvoorbeeld om een voet vooruit te zetten. Maar wat weinigen weten, er komt uit zo'n bewogen voet ook weer een signaal terug - feedback - dat zegt: 'voet vooruit gezet', zodat mijn hersens - geholpen door de zintuigen - weten waar ik sta in de wereld. 

 Niet erg, lopen met een stok, maar het maakt je bewust van veel. En dat is precies wat de kunstenaars in KAdE ook doen.

 Soms door bewegende kunst te maken, als Alexander Calder of door filmpjes te laten zien als die van bewegingspionier Muybridge, die geïntrigeerd was door het lichaam in beweging. Soms ook door de mens in beweging te betrappen in foto's, zoals de acrobate en fotografe Isabelle Wenzel, die alles zelf doet: instellen van haar zelfontspanner, en dan een krankzinnige houding aannemen net op tijd voor het toestel afdrukt.

 De grote evenwichtskunstenaar Piet Mondriaan heeft geschreven: 'Naarmate het leven aan evenwicht wint zal de kunst geleidelijk verdwijnen'.

 Ja, kunst is streven naar evenwicht, maar zal dat goddank nooit bereiken omdat het perfecte evenwicht de dood is.  Zoals muziek een spel is om het dode punt heen. Net ervoor, net erna. Wat men 'swingen' noemt ofwel 'Schwung'.

Tags: 

Het spel met het evenwicht

 Me vanmiddag in de Amersfoortse Kunsthal Kade onderworpen aan het duwen en trekken aan m'n evenwicht dat de tentoonstelling 'A balancing act' op me losliet.

 Evenwichtskunstenaars kunnen acrobaat zijn zoals Isabelle Wenzel die haar lichaam zozeer meester is dat je steeds denkt 'Dit kan niet'. En dat terwijl ze zich even later ontvouwt als een keurig geklede jongedame of een stapel huishoudelijke a­ttributen. Maar ook schilders, goedbeschouwd alle schilders, zoeken even­wicht, spelen ermee. Dat noem je 'swingen'. Er hangt een citaat van Piet Mondriaan aan de muur dat zijn leven als een zoektocht naar evenwicht weer­geeft.

 Maar het balanceren van alledag kent ieder­een. Zoals Samson Kabalu met zijn meesterlijke video van een op zijn stoel wippende man laat zien. Een stoel waarop hij zit, maar waarop hij achteruit wipt op twee poten. Als een kind. Waarom? Omdat de zwaartekracht altijd trekt. En omdat je altijd op zoek blijft naar het punt waarop je bijna valt. Totdat je moeder of onderwijzer geïrriteerd roept 'Blijf nou eens rustig zitten. Een stoel heeft niet voor niets vier poten.   

 De zwaartekracht willen trotseren, daar komt het altijd weer op neer. Onder en boven? We nemen er geen genoegen mee.

Pagina's