..Theater van de angst.. ..

Beatrice de Graaf (1)

 Schreef 'Theater van de Angst', een internationaal vergelijkend onderzoek - in historisch perspectief - naar terrorisme en wat men er tegen probeert te doen. Ze studeerde Duits en Politieke Geschiedenis en werkt sinds 2007 voor het Centrum voor terrorisme en contraterrorisme. Waarop berust het veiligheidsbeleid in Westerse democratieën?

 Wie zijn de acteurs in het Theater van de Angst. Kan het publiek de zaal verlaten?
Van de vier landen die ze onderzocht bleek Nederland een uitzondering door terughoudendheid in contra-terrorismebeleid. Werkt dat? En, kun je zoiets eigenlijk meten? Het begon grofweg met de Rode Jeugd en de Molukse gijzelingen en treinkapingen van de jaren '70.
Zijn de drijfveren, doelen, methoden sindsdien veranderd? Gijzelingen maak je zelden meer mee. Heeft Bush z'n War on terror iets uitgehaald? Of zijn chirurgische operaties van inlichtingendiensten beter dan van de toren blazen? Vragen die ik haar vrijdag kan stellen.
'Terrorisme is theater', zei expert Brian Jenkins al in 1975.
En om het moeilijk te maken, politici en terroristen hebben soms allebei belang bij de voorstelling.

Branislav Mihajlovic -serie The Waiting Rooms, Atrium 17 (2009)

Wachtkamers

The Waiting Rooms heet de serie nieuwe schilderijen van de Serviër Branislav Mihajlovic die nu te zien is bij de Amsterdamse galerie Ververs in de Hazenstraat. Mihajlovic (1961) komt uit Servië maar woont nu in Portugal. Wachtkamers, een serie die laat zien dat alle kunst 'conceptueel' is. Hoe goed ook gedaan, als er geen sterk idee aan ten grondslag ligt vervalt het.

Wachtkamers is ijzersterk. Mihajlovic dwingt je na te denken over wat wachten is, wat het met je blikken doet, hoe het de ruimte waarin je wacht beïnvloedt.
'Salle des pas perdus' schiet door m'n hoofd bij 'Atrium 17' waarin de slijtage bijna volmaakt is. Ik schat deze wachtruimte Italiaans, gezien de 'moderne' architectuur uit de Mussolinitijd.
Wat de doeken in de reeks gemeen hebben is het glimmen van de vloeren, steeds in het midden van een al te ruim oppervlak. Leegte die je aan gaat staren..

Zaterdag om 11.45 een indruk in de weekendbijlage van de Avonden.

...ongevraagde fotograaf...

J.D.Salinger

Onmogelijk nog iets toe te voegen aan het vele dat na z'n dood geschreven werd. Niet over hem dus, want wie kende hem? Arnon Grunberg vertelde op z'n weblog en vanavond in de Avonden hoe Salinger schrok van de roem. Hoe hij z'n foto van het stofomslag van 'The catcher in the rye' liet weghalen. En hoe hij z'n agent opdroeg 'fanmail te verbranden'. 'Misschien wel een gezonde maatregel,' schreef Arnon.

Waarna we spraken over wat er mis kan zijn aan fanmail. Brieven van mensen die de schrijver niet kent en die in Arnons ervaring meestal iets van hem vragen. Om niet te spreken van hun nieuwsgierigheid. Bewondering van fans kan o zo makkelijk in een even intense afkeer of haat verkeren. Voor iemand die - naar z'n werk te oordelen - zo kwetsbaar in het leven staat als Jerome Salinger lijkt dat moeilijk te verdragen.
We besloten dat de manier waarop hij de wereld de rug  toekeerde volstrekt begrijpelijk en te rechtvaardigen was. 

Kim Bouvy vanmorgen bij station Blaak
bij het station, tegen elven

Kim Bouvy (2)

Over 'leegte' hadden we het, rondstappend over de Binnenrotte, waar Rotterdam eens begon. Tussen de decors. De leegte die de stadsplanners, de bouwers eindeloos, steeds weer proberen te vullen.

Een stad zonder geheugen. Waarin de bewoners worden als hun stad. Zou dat het zijn?
Er is iets mis. 
Hoe bedoel je?
Er is iets niet.
Als de foto's van Kim Bouvy iets vastleggen is het dat.
Achterkanten die door omstandigheden voorkanten werden, straatjes die door omstandigheden doodliepen. Muren die door omstandigheden blinde muren werden. Oppervlakken, lang geleden gemaakt uit nu niet meer verkrijgbare goedkope bouwmaterialen. Want van regie is weinig te merken.
Ze vervallen zoetjesaan.
Merkwaardig, maar ik vind ze mooi, ik vind de foto's van Kim Bouvy mooi.
Zouden steden ontstaan uit verval? Is verval de grondstof waaruit steden worden gemaakt? 

ps.  werk van Kim Bouvy uit 'Phantom City' is te zien in het Nederlands Fotomuseum in 'Quickscan#01' en ook in het Centrum Beeldende Kunst in Rotterdam

 

 

de stad (1)
de stad (2)

Kim Bouvy

Maakte een fotoverhaal, met teksten en 'found footage'. Over Rotterdam, getiteld Phantom city.Een fantoomstad in zwartwit. Waarin Rotterdam hoofdpersoon en decor is. Over heden, verleden en wieweet toekomst.

Bestaat Rotterdam? Of draagt de nederzetting die wij nu zo noemen alleen de zelfde naam als die welke vroeger op dezelfde plaats stond? Ik vraag het me in Duitsland vaak af, in Bremen, in Frankfurt of Hannover.
Heten die steden ze alleen maar zo? Waardoor is zo'n oude naam nog te rechtvaardigen 
Zijn het alleen de straatnaambordjes (en dan lang niet alle) die overeenkomen?
Niet voor niets is Rotterdam geobsedeerd door het vraagstuk de eigen identiteit.

Maandag na 21.00 loop ik met haar door de stad. In de Avonden.

Marcel van Eeden onlangs in Kunsthal KAdE, hier met Frank Halmans

Marcel van Eeden

 Morgen tegen kwart voor twaalf bekijk ik voor de weekendeditie van De Avonden de tentoonstelling ‘Sammlung Boryna’ van Marcel van Eeden, die nog tot 14 februari te zien is in Kunsthal Kade in Amersfoort.

 De ‘Encyclopedie van mijn dood’ die Van Eeden (Den Haag, 1965) maakt ontwikkelt zich. Na het tekenen van beelden van voor zijn geboorte ging hij een jaar of vijf geleden geleidelijk over op een verhalende vorm, nog steeds met de zelfde tekeningen, maar nu rond fictieve karakters als de botanicus Karl McKay Wiegand, de archeoloog Oswald Sollmann en de psychiater Matheus Boryna. Alledrie zijn ze kunstkenner/liefhebber en maken ze zelf ook kunst. 
Vandaar deze ‘Sammlung Boryna’.
 De figuur Matheus Boryna is gebaseerd op de Duitse psychiater Hans Prinzhorn, die in de jaren twintig van de vorige eeuw een verzameling aanlegde met kunstwerken van zijn patiënten. Hij was de eerste die zich bezig hield met 'outsider art'.
Nieuws: na een tussenpoos van een paar jaar heeft Marcel zijn tekenlog weer opgevat. Hij maakt nu ook objecten die in het verhaal passen (een trein, een schip, een museum).

foto uit het boek, Jan Arends rechts.. luister naar hem op de boekensite
Jan Arends

Jan Arends

Bij uitgeverij Reservaat, verscheen 'Smeer of de weldoener des vaderlands', een toneelstuk van Jan Arends (1925-1974 ) waarvan de vierde acte al stond in het verzameld werk Vrijgezel op kamers, de rest vond uitgever Nico Keuning bij dramaturg Carel Alphenaar, in een grote bruine envelop. Jan Arends bezocht de Toneelschool in Amsterdam, waar hij menig docent tot wanhoop dreef. Uiteindelijk werd hij afgewezen: 'Een buitengewoon ongeduldige, nerveuze persoonlijkheid. Zeer ongeduldig en ongeremd. Zeer egocentrisch. Neuroticus. Lastig, opbruisend en onbeheerst. Hij is heerszuchtig, heeft last van stemmingen. Hij heeft wel artistieke kwaliteiten, maar wordt belemmerd door de neurose. Psychotherapie valt sterk aan te bevelen. Hij vergist zich vaak in de werkelijkheid. Ziet de dingen te veel van zijn eigen gezichtshoek uit. Hij is een schizoïde figuur.'

Ruim dertien jaar later, in 1961, als hij als huisknecht in dienst is van graaf Du Chastel in een kasteel in Sint-Genesius-Rode bij Brussel, schrijft hij 'in minder dan een week' een toneelstuk. Het verwijst direct naar de reclamewereld en zijn producten. 'Smeer' is een variant van Planta-margarine, die in wegens het veroorzaken van jeuk uit de handel moest worden genomen. In het karakter Copywriter is zonder veel moeite Arends te herkennen.
Geldmaker wil aan een nieuwe margarine zo veel mogelijk geld wil verdienen maar doet zich voor als weldoener: hij maakt de nieuwe 'smeer' duurder dan noodzakelijk. Immers, een duur product is een bewijs van goede kwaliteit. Geldmaker maakt Copywriter tot medeplichtige: 'Reclame maakt hogere wolken en
wijdere luchten. Zij maakt de wereld lichter en beter bewoonbaar.'
De regieaanwijzing luidt: Geldmaker legt zijn handen op de keel van Krantenman.

Geldmaker:Wat doe ik nu?
Krantenman: Ja erg leuk wat u doet!
Geldmaker: Ik heb mijn handen op jouw keel!
Krantenman: Ja leuk. Heel leuk grapje.
Geldmaker: Je zou kunnen zeggen dat ik je bij de strot
heb.
Krantenman: Ja dat is waar. Heel leuk. Dat is waar. Bij de
strot.
Geldmaker: (laat hem los) En nu heb ik je weer losgelaten.
Krantenman: Ja leuk, héél, héél erg leuk.
Geldmaker: En toch heb ik jou nog bij de strot. Gek is dat
hè! En als jij vannacht naast je vrouw van je rode sportauto
ligt te dromen dan zijn mijn vingers nog altijd op
jouw keel.

Tags: 
Silvio d'Arzo (1920-1952)

Silvio D'Arzo

Pijnlijk als de aanbevelende citaten achterop een boek zo vloeken met wat er in staat als bij de verhalenbundel ‘Avondlucht’ van Silvio d’Arzo. Cliché’s als ‘een boek waarin bijna niets gebeurt (maar etc.)’ of ‘zó mooi opgeschreven’ worden op zo’n plaats extra pijnlijk.Hoe het werk aan te prijzen van iemand die ‘tussen de regels’ kan schrijven. Die de wereld achter de dingen - gewoonlijk ver buiten bereik - weet aan te raken? Je kunt hem zelfs niet citeren, alleen maar lezen.

Silvio d’Arzo werd geboren in 1920, in Reggio Emilia, randje Povlakte, een provinciestadje. Ik was er eens, er is niets te zien dan dat. Zijn vader had al vroeg de benen genomen.
Op z’n vijftiende publiceerde hij al verhalen en gedichten. Op z’n zestiende ging hij in Pavia letteren studeren en later in Bologna.
Als soldaat werd hij gevangen genomen door de Duitsers maar ontvluchtte.
In 1952 stierf hij aan leukemie. De publicatie van zijn novelle - weer herdrukt, ook in de vertaling van Pietha de Voogd en Mieke Geuzebroek - Andermans huis maakte hij niet meer mee. D''Arzo hoort tot de heel zeldzamen.

Wendelien Schönfeld (2)

 Luister morgen, woensdagavond na 21.00 als 't kan even naar Wendelien Schönfeld. Over hoe haar kleurhoutsneden van het Hôtel Turgot tot stand kwamen. Zelf beschouwt ze die als haar meesterproef, na zoveel jaren kleurhoutsneden. En wat ze er van zegt is helder.

 Houtsneden die ruimten weergeven waarin ook nog eens zo veel hout is verwerkt dat 't knarst en kraakt.
Bovendien, tijdens het maken was het warm in Parijs. Je ruikt 't. Zie de spiegelende parketvloeren, het trappenhuis, de panelen. 
Ik staar me blind op het licht in die omgekeerde wereld, waar licht ontstaat door wegsnijden.
 En, hoe krijgt ze zulke complexe ruimten overzichtelijk in beeld? Wendelien gebruikt - zo blijkt - meerdere blikpunten, die ongemerkt in elkaar overgaan. Meer verdwijnpunten, net als David Hockney. Er is niet maar één scherpstelling.
Dat geeft de toeschouwer een idee van rondkijken. Iets wat een foto, die altijd maar één standpunt kent, niet kan.
Ik kijk uit mijn ooghoeken, en met een derde oog, uit m'n kruin.

Isla mujeres (2007)

Andrei Roiter (2)

Een vrouweneiland. Zegt Andrei Roiter. 'k Heb hem gemaild, misschien kunnen we iets afspreken.

Isla mujeres. Spanje, een warme avond.
't Is laat, dat is het op 't land al vlug.
Reken maar dat er een hond aanslaat als je dichter bij komt.
Dat de hond van de volgende bungalow wakker zal worden, dat alle honden in de buurt alarm zullen slaan.
De vrouwen zullen deuren openen en iets tegen ze roepen.   
Dan zullen de deuren weer dichtslaan, de een na de ander.
Muggen, veel muggen. En kleine dansvliegjes rond verspreide lantaarnpalen.

Pagina's