Deze kant op

 Hoe verder? Ik lees de 'Arbeidstrilogie' van Hannah van Binsbergen (1993) haar debuut 'Kwaad gesternte'. Over het uitzetten van een levenskoers. Wat drei­gt? Wat valt mee? Valkuilen als: 'hoe kun je jezelf een weg voorleggen/ die nog waarschijnlijker is dan deze'. De tekens verstaan. Niet op goed geluk gaan. In een Nieuw Handboek staan moedgevende regels als 'eenvoud versterkt elke stap die je zet'. En de slotstrofe 'dit is redelijk serieus' gaat zo:

 wat ik diep in mijn gedachten weet/ als ik ophoud steeds aan die vulkaan te denken ik kan verhulling niet verhelpen, geen uitdrukking/ bedenken zonder me onsterfelijk/ belachelijk te maken

 ik heb een smakelijke lijst gevonden spullen aangelegd/ je kan het pluis van mijn gedachten kloppen en het nog/ met winst verkopen ook/ ik overdrijf niet

 je doet wat dichters doen/ verpleegt een  kleinverdrietplantage/ wat je hebt aan wereld is perfect/ het respecteert je

 en als er dan een honderdste oneigen als een kogel/ maar een splijtsel van je zegt/ 'dit is de wereld niet'

 geloof het niet en vind het dan/ alleen maar heel erg grappig

Aan mijn dokter

 Deze week verschenen - onder de kop 'Correspondenties' -  op Internettijdschrift Samplekanon drie nieuwe, lange gedichten van Hannah van Binsbergen (1993), die daar in 2012 debuteerde. Sindsdien publiceert ze in tijdschriften en treedt op. Hier het begin van een brief 'Aan mijn dokter':

 Iedereen weet hoe het met mij gesteld is

en u niet slechter dan een ander.

Is het niet heerlijk voor u, dokter

dat ik geen hypochonder ben?

Ik bezoek u bijna nooit, dat moet u toch

zijn opgevallen, en het is niet alleen de afstand,

het is ook de angst dat ik een dure ziekte heb

waarvoor ik niet zal kunnen betalen

en ik geloof niet dat uw medicijnen werken

hoewel ik u aardig vind en uw ziekte betreur.

Ik interpreteer uw initialen als toespeling

op mijn jonge overlijden

een gebeurtenis die ik dagelijks

ophanden houd door te roken.

Jong te sterven is een utopie

het houdt je teloorgang tegen.

Wat is dat voor ziekte?

Het heeft te maken met het probleem

voor in de twintig te zijn en naar huis te willen

om iets moois te aaien dat geaaid wil worden

maar niet naar huis te kunnen gaan.

Je kunt je lopend afvragen hoe je nog

naar jezelf kunt kijken

totdat je weet

als je heel wat ergere dingen gedaan hebt,

dat dat niet kan.

Genoeg, (...)

 

Lees verder op Samplekanon, dat zegt 'magaz­ines are societies'.

Samplekanon (2)

 In m'n gesprek met de redactie van het nieuwe Internettijdschrift mijd ik open deuren als nieuwe generaties die zich verzetten tegen de gevestigde orde.

 Frank Keizer en Maarten van der Graaff: 'Waarom we dat hele ding uit de grond hebben gestampt is omdat we goeie teksten wilden brengen die nog niet gelezen werden.' Wat zijn samples in dit geval? 'Tekstflarden die wij afschieten. Niet perse puur tekst. Niet perse gerecycled materiaal. Daar zitten een hoop jonge mensen tussen die debuteren. Vaak wat nergens anders aan de orde komt en waarvan je denkt wat is dat goed. Zoals de shellshock poëzie van Koseoglu over het Koerdische grensgebied waarin werkelijkheden door elkaar staan.'

Vanavond is Samplekanon te horen in de Avonden. Met de initiatiefnemers en gedichten van de debuterende Caglar Köseoglu (zie eerder in Avondlog) en Hannah van Binsbergen (1993). Hier het slot van haar debuut.

 

III dit is redelijk serieus.

 wat ik diep in mijn gedachten weet

als ik ophoud steeds aan die vulkaan te denken

aan degene die geen naam mag hebben

ik kan verhulling niet verhelpen, geen uitdrukking

bedenken zonder me onsterfelijk

belachelijk te maken.

ik heb een smakelijke lijst gevonden spullen aangelegd

je kan het pluis van mijn gedachten kloppen en het nog

met winst verkopen ook

ik overdrijf niet

je verpleegt een kleinverdriet‑plantage

wat je hebt aan wereld is perfect

het respecteert je

en als er dan een honderdste oneigen als een kogel

slechts een splijtsel van je zegt

'dit is de wereld niet'

geloof het niet zoek

lachend naar een uitvlucht