‘31
Spinragfijn, in het allerprilste zonlicht, wat trilt,
Wat kringelt daar in de lauwe lucht van Dresden? Staniol?
Denk eraan terug. Voor het kind, door moeder aangetuigd
Om te wandelen, was de blauwe hemel overvol.
Tussen paardenbloempluisjes, vliegers en ballons
Zag je iets, staalgruisglinsterend, vallen.
Niet te vatten was dat, prompt moest je lachen.
Moest met je ogen knipperen net als bij kerstslingers,
Van die ijzige. Wat was dat? Spaanders van metaal?
Was het ijzervijlsel dat daar op je neus dwarrelde?
39
Sindsdien zwijgt ze. Zwijgt als iemand die haar toon verloor,
Mijn stad aan de rivier, onverschillig voor wie verhuist.
Wie ver weg is vergeet ze. En van het rouwfloers
Heeft ze schoon genoeg. Zo door geschiedenis nat gepist
Is elke hoek hier dat geen plaats bleef voor allure.
Uit het hart sprak tot haar de beluisterde componist.
Lissabon in z'n hoofd en de krenking der muziek.
Verrijzenis? Ook dit verdraagt ze en met plezier
Zakt ze zwijgend terug in haar oude spiegelbeeld.
Ook de necroloog aanvaardt ze. (...)’
Ps. Staniol is bladtin. Ps2. De vertaling is van Ton Naaijkens. Ps3. Wim Brands leidt volgende vrijdag in de Brakke Grond een ‘stadswandeling’ van Terras, met optredens van Tonnus Oosterhoff, Ivo Victoria, Els Moors, Jan Baeke, Bernke Klein Zandvoort en de band Stadt.