Zo ook bij het portret dat hij schilderde van culturele zwamneus Jean Genet. Wat Genet over zijn sessies bij Giacometti schreef kwam - vertaald door Bernlef - in het tijdschrift Raster, waaruit nu een selectie online staat. Giacometti bekijkt een van zijn beeldjes:
Hij: 'Het is eerder wanstaltig, vind je niet?'
Dat woord gebruikt hij vaak. Hijzelf is ook nogal wanstaltig. Hij krabt zijn grijze, verwilderde hoofd. Annette heeft zijn haar geknipt. Hij trekt zijn grijze broek op die tot over zijn schoenen viel. Hij lachte zes seconden, maar zojuist raakt hij een beeld in de maak aan: gedurende een halve minuut bestaat hij uitsluitend in de overgang van zijn vingers op de kleimassa. Ik interesseer hem totaal niet.
(...)
Hij maakt een map open en haalt er zes tekeningen uit waarvan er vooral vier prachtig zijn. Een van de tekeningen die me het minst doet stelt een minuscuul personage voor, helemaal onder op een enorm wit vel geplaatst.
Hij. 'Ik ben er niet zo erg tevreden over, maar het is de eerste keer dat ik dat aangedurfd heb.'
Misschien wil hij zeggen: 'Een zo grote witte oppervlakte waarde verlenen met behulp van zo'n klein figuurtje? Ofwel: laten zien dat de afmetingen van een personage zich verzetten tegen de poging van een enorme oppervlakte het te vermorzelen?
(...)
Ik zit, kaarsrecht, onbeweeglijk, stijf op een zeer ongemakkelijke keukenstoel (als ik beweeg roept hij me snel weer tot de orde, tot stilte en rust).
Hij (terwijl hij me met een verbaasd gezicht aankijkt): 'Wat ben je mooi!' Hij zet twee of drie penseelstreekjes op het doek zonder, zo lijkt het, zijn borende blik van mij af te wenden. Dan murmelt hij nog eens voor zichzelf: 'Wat ben je mooi.' Daarna voegt hij er nog deze constatering aan toe, een constatering die hem nog meer verbaast:
'Zoals iedereen, nietwaar? Niet meer, niet minder.'