Baarle

 Alastair Bonnett schreef Off the map een boek over het verschijnsel grens. In deze dagen van vluchtelingenstromen, nieuwe Ijzeren Gordijnen en de roep om het 'sluiten van de grenzen' gaat hij terug naar de vraag waar ze vandaan komen.

 Een van de plekken waar hij belandt is de idylle genaamd Baarle. De Nederlands-Belgische vervlechting van tientallen enclaves. Een stukje middeleeuwse verkaveling ontstaan door adellijke vererving, die door toeval bewaard bleef.

 Als kind al keek ik gespannen uit autoraampjes op de weg naar Turnhout. Opschriften, stenen, al wat maar anders was. Grenzen zijn hier niet om anderen buiten te sluiten.

 Bonnett: 'De paradox van grenzen is dat ze vrijheid van beweging belemmeren en tegelijk een wereld van vrije keuze en mogelijkheden in het vooruitzicht stellen.'

 Daarin ligt denk ik de tantaliserende werking van grenzen op vluchtelingenstromen. Wij denken doe niet, het is zinloos en gevaarlijk. Ze blijven het proberen. Er zijn er die het halen.

 In Baarle is dat proces al eeuwen geleden bevroren. In de saaie Kapelstraat kun je 160 meter wandelen en daarbij binnen een minuut vijf landsgrenzen passeren.

 Gelukkig blijven er altijd vragen als: 'Hoe dik is een landsgrens?'

 Eens was de regel dat waar de voordeur lag bepaalde waar belasting betaald moest worden. Maar ja, toen ging iedereen z'n voordeur verplaatsen.

 Baarle wordt geen UNESCO-erfgoed, zo is besloten. Te saai.

de bloedbeuk

 Niet over de dingen van vandaag. Zo iets dringend nodig is dan iets anders. Jan Wagner voor Ursula Peters over wat ik ken als de rode beuk, bij hem de bloedbeuk.

 'het was zo plotseling stil dat ik de taart/ kon horen groeien,/ het rozijnendeeg in onze keuken en in alle keukens/ overal ter wereld, het getiktak

 van de klok, en verder geen geluid -/ behalve een vibrerend en licht trillend/ klein zwart puntje op het raam, een vlieg/ actief met zijn alarmbel van chitine.

 in de kelder niemand, slechts de schemer van volle planken, koele inmaakpotten/ van kleurig glas, leeg de kinderkamers,/ salon, wc, en in de rommelschuur

 een geest van heel oud gras, ik sloot de poort,/ passeerde schuttingen, warm door de zon,/ verdubbeld door de geur, ik liep het dorp uit,/ langs velden, weiden, meren, door een bos,

 tot ik tenslotte bij die rode boom kwam (met aan mijn handen nog het meel)/ die oprees uit het gras zoals een droom/ rijst uit een slapende, een taj mahal

 van blad en winden, vlammende pagode,/ een stralen, en toen plotseling een helder/ geschater boven mij, het volgepakte/ takwerk toen ik omhoogkeek, en daar zaten ze alemaal’

 

uit: Regentonvariaties, vertaald door Ria van Hengel

Tags: 

Sluipgeer

 De bundel van de Duitser Jan Wagner (1971) brengt me naar al waar ik tussen verkeerde op het dorp of in donkere achter­tuinen waar nooit iemand kwam.Een regenton heb ik gekend. Achter het huis. Er steentjes in laten vallen om de druppelspiegelingen. De hemel met een deksel erop. Een s­piegel met verre, onbestemde geur. Oud water, waarin je vol­gens Wagner de onderwereld kunt zien. Een paar strofen naar mijn keus uit het titelged­icht, vertaald door Ria van Hengel. 

*

licht ik het deksel,

kijk ik in het enorme oog van de merel.

*

klokte slechts even

als je hem kwaad een trap gaf,

gaf echter niets prijs.

*

alsof de hades

via hem bovenkwam om ons af te luisteren.

*

oud als de tuin en

met de geur van een bosmeer.

stond daar, een vat styx

*

licht ik het deksel,

deins ik terug. het lied van

de merel donkert.

(...)

 

 Maar alles overtreft het openingsgedicht over de sluipgeer (zevenblad), dat zo begint:

'niet te onderschatten: de sluipgeer, met de begeerte al in de naam, daarom

de bloemen die zo zwevend wit zijn, kuis

als een tirannendroom.'

(...)

Andrea Freckmann en de hondenogen

 Vanmiddag de laatste kans waargenomen om in Den Haag de nieuwste schilderijen van Andrea Freckmann te zien. En, voor het eerst, de schilderes zelf te ontmoeten. In haar voorstelling blijkt een nieuw personage opgedoken te zijn: een geadopteerde straathond, type 'aan komen lopen'.

 En zo keek ik naar hondenogen. Die ze eindeloos moet hebben geobserveerd. Terwijl ze haar interieur bekeken, de planten, de meubelen. Of de verwaarloosde tuin, met hondenblik. Alles in een heel lichte toets, met weinig streken die alles aanduiden.

 Er gebeuren dan als toeschouwer vreemde dingen met je. Je ontdekt dat de hond een alter ego van Andrea is geworden. Wat ze volmondig toegeeft. En vervolgens dat je zelf ook met hondenogen - die ze in een paar streken treffend kan neerzetten - gaat rondkijken.

 Je wordt in Andrea's spel betrokken. Je wordt een hond.

 Ze legde me uit dat het haar gaat om 'de eenzaamheid van de hond'. En dus van de mens.

 En zo kijk je met de ogen van een straathond. Die tussenbeide vaak de toeschouwer aanzien met een Stan Laurel-'camera-look'. Bijvoorbeeld als zijn bazin hem voor de grap door een hoepel wil laten springen. Onbegrijpelijke vraag. Zal hij het doen? Hij kijkt mij aan.

 'Begrijp jij wat die vrouw van me wil?'

 Een hond als deze gaat zijn eigen hondengang.

 Andrea is een meester geworden in het treffen van hondenogen en hondenhoudingen. En dat is nog lang niet alles. Er is zoveel meer. Kijk op haar site.

 

Betonbloemen

 In Off the map heeft de Engelse geleerde Alastair Bonnet stukjes bijeengebracht over mysterieuze plekken op de landkaarten van de wereld. Niemandslandjes, met vreemd getrokken grenzen.

 Zoals Baarle-Nassau en Baarle-Hertog maar ook rond het verboden stadje Pripyat bij Tsjernobyl. Oekraïne, in 1986, toen nog Russisch. En beschrijft de kernramp en 'De keerzijde van de fantasie dat op een dag de natuur zal terugkeren en het vijandige beton zal bedekken met bloemen.'

 Was het maar waar. We kunnen de aarde ziek maken, en ook deze droom verzieken. De zweefmolen van de kermis van Pripyat roest weg temidden van opschietende vegetatie. Een Sovjet-modelstad was het, gebouwd in 1970, voor bewoners van gemiddeld 26 jaar. Zondagse optochten van kinderwagens.

 Niet alle planten overleefden de straling, al wonen er nu talloze vogels in de betonnen 'sarcofaag' waarmee de reactor werd overkoepeld.

 De natuur maakt antistoffen, bij beetjes. Maar mutaties zijn er nog steeds veel bij plant en dier.

 Meteen dacht ik aan het nieuwste werk van Haagse vriend Carel van Eeden (geen familie) die van jongsaf het Haagse Sperrgebiet van de Atlantikwall tekende. Hij woonde ernaast. En de laatste jaren, wat blijkt? Op het beton hebben zich intussen vele bloemrijke plantensoorten gevestigd. Die Carel nu tekent. 

Achter foto’s

 W.G.Sebald gebruikt vreemde foto's binnen de tekst van zijn boeken. In de gesprekken, gebundeld in 'Auf ungeheuer dunnem Eis' verkla­art hij hoe en waarom.

 Foto's, vooral zwartwitte van vroeger, laten iets zien van de wereld tussen leven en dood. Op een manier die geschreven tekst niet kan. Kort voor zijn dood zei hij over de foto van de vierjarige Kafka in een vreemd matrozenpakje:

 'Als je aan deze foto denkt (...), hoe hij met een absoluut troosteloze uitdrukking, met deze reusachtige donkere ogen in de camera kijkt of half voorbij de camera, met wat neergeslagen blik, dan merk je dat er in dit beeld al iets is dat de later volwassen man nooit de baas zal kunnen.'

 'De fotografie halverwege leven en dood,' zegt de interviewer.

 Sebald antwoordt: 'Ik geloof dat de zwartwitfotografie, bijvoorbeeld de grijze gedeelten in de zwartwitfotografie precies dat territorium aanduiden dat tussen leven en dood ligt. In de archaïsche fantasie was het immers in de regel zo, dat je niet alleen het leven had en dan de dood, zoals we het tegenwoordig vermoeden maar dat je daar tussenin dat reusachtige niemandsland had, waar de mensen steeds rondwandelden en waar men niet precies wist hoe lang je er moest blijven, of het een christelijk Purgatorium was of een woestijn die je moest oversteken tot je aan de andere kant kwam.’ 

Nog even dit:

 DEN HAAG KOMT VRIJDAG AS. NAAR AMSTERDAM.. GEEF JE OP voor de AVOND VOOR HAAGSE EXPATS.. en andere Amsterdammers.

Want: Hagena­ar ben je en blijf je. Jeroen van Kan praat er over met Marcel van Eeden en mij. In BOEKHANDEL MARTYRIUM, op vrijdagavond 25 maart as. vanaf 20.00.

 Tekenaar Marcel van Eeden is na Californie, Berlijn en Parijs in Nederland voor de Amsterdamse presentatie van 'Muzenstraat, en andere Haagse verhalen' van mij met Haagse tekeningen van hemzelf. Met een korte film van Els Kort over boek en tekeningen.

 't Begint om 20.00 uur. De winkel is open om 19.30 uur.

 Er zijn niet veel plaatsen, dus reserveer. Bij: con­tact@hetmartyrium.nl of tel.: 0206732092

Ruïne

 Alle avonden zie ik het puin van Aleppo, Homs of Gaza, en weet wat de kinderen zullen doen als ze ooit terugkeren. Al zijn velen gevlucht om nooit meer terug te keren.

 Boekenweekthema is nog steeds Duitsland. De grootste ruïne die Europa ooit kende. W.G.Sebald (1244-2001) wilde recht doen aan wat was, aan de mensen die waren. Hij was een jaar jonger dan ik. Zijn omvattende thema is dat van de vluchtelingen.

 En nu Aleppo. Er zal een nieuwe, Syrische Sebald opstaan die recht doet aan de nieuwe stroom vluchtelingen, de doden. Hun verhalen. Een volgende Al Galidi.

 Mijn eigen jeugdruïnes zijn de Zutphense van kort na 1945 - de stad werd door de Canadezen gewapenderhand ingenomen. Mijn moeder kreeg een miskraam in de kelder.

 Huizen en straten waren weg. Ik speelde in de zon, tussen bouwvallen en huizen waarvan alleen een trap omlaag restte, een volgelopen kelder in. De waterkelders, waar je kikker­vis­jes ving, tussen het oorlogje spelen door. Ik had een Canadese helm en patroonhulzen.

 Van de week vond ik het boekje 'Hoe zeg ik het in eenvoudig Hongaars.' 

 En wist weer: het had een haar gescheeld of mijn ouders hadden een Hongaars gezin in huis genomen in 1956 na de mislukte opstand tegen de Russen van Imre Nagy.

Grenzen

 Het eerste dat je als jonge topomaan, of cartomaan, leert is de schrik voor het moment waarop je 'van de kaart af rijdt'.

Eigenlijk kan dat ook niet. Je zou ophouden te bestaan.

 Gewoonlijk is een volgende kaart bij de hand, waarop je de aansluiting kunt vinden. Al is dat vaak lastig, andere letters, er mist een stuk..

 De schrik verwijst naar het oermoment van het passeren van de grens. Je bent niet alleen in een ander land, je bent iemand anders.

 Ik begon met de verschillen. Werd het heuvelachtig? Ja, de bakstenen waren hier anders van kleur, lichter en korter.

 Ik ben hier iemand anders.

 Nog elke avond als ik naar de Belgische televisiekok Jeroen kijk weet ik weer hoe anders.

 Jeroen bevrijdt me even van Nederland. Meer en meer een loden last. Gisteren maakte hij hamburgers. Voorbijgangers in zijn straatje kijken soms zijn studiokeukentje binnen. O ja, Jeroen. En lopen door. Dan komt het nieuws.

 Maar nu. Er is iets aan de hand in Niemandsland.

 Verlaten, vervallen douanestations hebben opeens in deze vluch­telingentijd weer gesloten slagbomen en prikkeldraad.

 Herrij­zende grenzen. Stromen vluchtelingen van lang geleden. Hebben ze kaarten? Nee, ze zijn voorgoed van de kaart.

 ps. Ik kom hierop door het stuk van Alastair Bonnett in Tijdschrift Terras #8, Door de nacht.  

God

 Het geloof in god neemt zienderogen af. Tenminste bij ons. Overal elders ter wereld bloeit het, zegt de krant. Midden in de Mattheustijd.

 Van het ergens bij horen blijft alleen het muziekje. Is dat erg? Of beter, was het ooit anders? Sinds bleek dat ik er werkelijk geen aanleg voor had vroeg ik me af wie wel?

 Of al die vrome bisschoppen en kardinalen die je zag ooit werkelijk geloo­fd hebben in de bijbelse god? Wat schuilt er in een zondags pak? Het wordt ze nooit gevraagd.

 Mijn zondagscholen en jeugdkerken zijn intussen gesloten.

 Het viltbord met de oase en de kamelen zal me heugen. En Jezus, die van achter zo versleten was dat ie halverwege het verhaal steeds op de grond viel en moest worden teruggeplakt.

 Terwijl mijn ouders uitsliepen.

 En de rest van de wereld dan? Die zijn denk ik beter in doen alsof. Komen bij het opdragen van de mis net even achterin de kerk staan en dan vlug terug naar het café.

 't Blijft een goed verhaal van verraad, menselijk, al te menselijk. Van die jongen die zich in z'n hoofd heeft gehaald dat hij Gods zoon is. Maar ik denk, als hij werkelijk gods zoon was had hij er goed aan gedaan dat aan niemand te verklappen. Wat aardige dingen te doen en in stilte te sterven. Met achterlating van niets dan een gerucht.

Pagina's