Willem Snitker (1)

 Vanmiddag in Heemstede bij Willem Snitker die gedichten en verhalen past bij zijn grafisch werk, en omgekeerd. Zo maakte hij pas nog vier linogravures bij 'Naar huis' een sleutelverhaal uit het werk van Frans Thomése. Over de dood van diens vader, en het huis waar het gebeurde.

 'Het huis is van de weg af niet te zien. Met de dichte begroeiing is er geen doorkijken aan, ook in de winter niet. Je weet het alleen als je er eerder bent geweest. Zelfs mensen die hier al jaren wonen, hebben van de aanwezigheid van het huis geen benul, zodat het zich in al zijn onwaarschijnlijkheid kan blijven verschuilen voor het oog van allen.

Die jongen die daar thuis was, constateer ik verbaasd, dat was ik zelf. Ik ben er nooit meer teruggeweest. (...) '

 

Lees verder. 't Is te krijgen bij Snitkers atelier. En dinsdag is hij te horen in de Avonden..

Viool (2)

Wim Bloemendaal schrijft:

De door jou afgebeelde Tata Mirando (Josef Weiss) is niet de vinder van de viool, want die overleed in 1967. Ik interviewde hem ooit, hij stond toen in Dieren. Waarschijnlijk is de vinder een zoon of kleinzoon, die zich eveneens Tata noemt, Tata betekent vader.

 ps. Wim, als je Tata Mirando senior in de jaren vóór '67 sprak lijkt niet uitgesloten dat hij de zieke zigeunerkoning uit het krantenbericht van Rudi ter Haar is. Rudi schreef z'n gedicht in 1966. Twee berichten, twee zigeunerkoningen, twee violen. Ik zwijg. 

Viool (1)

 Donkere dagen en vanmorgen poëzie op teletekst: 'Violist Tata Mirando heeft voor 50 euro op een rommelmarkt een viool gekocht die waarschijnlijk meer dan een ton waard is. De muzikant van het koninklijk zigeunerorkest ontdekte dat de viool in 1801 is gebouwd door Giuseppe Guadagnini. Kenners schatten de waarde tussen de 75.000 en 150.000 euro.'

Ik dacht meteen aan de dichter Rudi Ter Haar, die onsterfelijk werd met zijn gedicht De uitvinding van de romantiek:

De zon gaat onder,

Ik voel me bijzonder.

Het verscheen op 4 februari 1967 in het Amsterdamse studentenblad Propria Cures, en sindsdien in bloemlezingen, waaronder die van Komrij. In een boekje uit 1972 staan nog vijf andere gedichten, waaronder 'Hakke hakke puf puf':

De trein van Brussel-Zuid

naar Brussel-Noord

Tobben over geld, pijn in een

schouder, wat straks te zeggen

tegen E., tocht bij het raampje,

wel of geen sigaret, een blik

die misschien meer betekent,

de toekomst zelfs (en wat

die brengen moge).

 

Met leed boven leed

Komt troost uit

de Gazet van buurman:

'Zieke Zigeunerkoning

Moet Zijn Viool Verkopen'.

Tags: 
Schone slaapster van Thomas Ralph Spence (1855-1918)

Gereedschap (2)

 Wat bij het vertellen van het Doornroosje-verhaal doorgaans vergeten wordt is het gereedschap. Hoe zou een prins anders tot haar zijn doorgedrongen?

 Er kwam een brief uit Zuid-Frankrijk. Het verzoek was sim­pel. Gezocht werd een handige man die in zijn vakan­tie wilden komen kappen op haar landgoed. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt, ik ging. Een hoog tuinhek werd geopend door een neger met een strooien hoed. Hij bleek de schrijver van de brief. Nadat hij me een kampeerplek had gewezen bracht hij me langs een in de hoog opgeschoten maqu­is uitge­hakt paadje naar een koetshuis en toonde me het ge­reed­schap. Zo'n verzameling had ik nooit gezien, heggescha­ren in vijf formaten, honderden zeisen, bij­len, sik­kels en kap­messen, stuk voor stuk totaal verroest. Een zwaard was er niet bij.

 'Ja, wat wil je,' zei de neger, 'nooit gebruikt en bijna honderd jaar oud.' Wat was mijn opdracht? 'Eerst slijpen,' zei hij, en gaf me een wetsteen. Daarna wees hij naar een verre toren­spits die verderop uit de dichte rimboe oprees: 'Die kant op werken,' zei hij. ‘En je hoeft niet zachtjes te doen.’ Ik sleep de messen en begon. Al zwetend raakte ik in een vreemde trance. Van 's ochtends vroeg tot zonson­dergang door­ploeterend legde ik eerst een rij bemoste beelden van jagerinnen bloot, daarna reusachtige bloemvazen, een vijver met fontein en zelfs een complete tennis­baan, alles ver­weerd en uitge­slagen, verroest en kapot. De neger vertoonde zich na drie weken weer en knikte goed­keurend. 'Wat is hier toch gebeurd,' vroeg ik. 'Je kent het sprookje,' zei hij.

 Toen ik op mijn laatste vakantiedag het bordes van de villa had blootgelegd opende zich een deur. Er kwam een hoogbejaarde dame naar buiten met een dien­blad vol hapjes en limonade. 'Hier,' zei ze, 'voor jou sukkel, voor de moeite.' Daarna sloot ze de deur achter zich.

De jager

Niets is zeker in een mannenleven. Als het geleefd moet worden in Iran al helemaal niet.

 Niet dat er in de film 'The hunter' van Rafi Pitts - ook de hoofdrol - een ayatolla voorkomt. De hoofdpersoon woont in een flat, heeft vrouw en dochter en een baan als bewaker. Totdat dat mannenleven opeens uiteenvalt. Er kleven smetten aan hem, hij heeft gezeten, en zijn hobby is jagen. Dat is genoeg. Als zijn vrouw en dochter - leven doe je voor vrouwen - omkomen in een schietpartij op straat zal hij iets doen.

 De film komt tot leven als deze Ali door twee politiemannen in een eindeloos, verregend bos moet worden opgebracht, maar ze raken de weg kwijt. Op elke denkbare manier. Ze weten niet meer waar ze zijn, maar al snel wordt ook hun rolverdeling on­zeker. Welk van de twee agenten is corrupt en bereid de arres­tant of z'n collega af te maken? Alle varianten lijken denkbaar. Er zijn wapens, er zal geschoten wor­den. Maar door wie, op wie? Dat blijft tot het laatst onzeker. Mannen zijn jagers, tja.

Gereedschap (1)

 Het literair tijdschrift Terras heeft een nummer uitgebracht over gereedschap. Van de dichtende timmerman Mark Turpin uit Berkeley is dit fragment uit 'De man die dit huis bouwde':

 'Bedenk eerst hij bouwde het niet voor zichzelf,

en dat verandert een man, en hoe hij denkt

over het bouwen van een huis. Er is vreugde maar

van een kouder soort - evenveel vreugde zou hij

hebben in het neerhalen, zoals wij hebben gedaan, tot op

het naakte skelet, volle dozen met betengeling

en pleister, stof opwoelend dat onberoerd sinds

nou, we weten de datum: dinsdag 19 juni 1930.

Datum op de krant weggestopt tussen

de deurbelbatterij en kast waar die in zat.'

 De schroevendraaier wordt in Terras 'het nuttigste gereedschap aller tijden' genoemd. Er staat niet bij waarom. Ik zal het zeggen: met een schroevendraaier kun je - behalve het in- of uitdraaien van schroeven - bijna alles doen: loswrikken, afsteken, prie­men, afhouden, schrapen, je nagels schoonmaken en dromen. O, dagen van schroe­ven- en moeren­ge­luk.

­­Dronken deuren

 Dit was het jaar dat ­­Heere Heeresma (1932-2011) stierf. Vanavond heb ik het boekje 'Dronken deuren, uit een verzopen verleden' in handen, dat in 1992 werd samengesteld door zijn zoon, die uit zijn dagboeken putte en er foto's bij maakte.

Het naoorlogse caféleven is er in vereeuwigd. Lees zijn roman 'Een dagje naar het strand' (1962). Heere dronk, tot het hem - medisch - onmogelijk was gewor­den. Daarna nooit meer. Ik heb veel koffie voor hem gezet. Hier wat hij noteerde van zijn bezoek aan 'Hotel nacht­c­afé Mayflower' in Tiel:

'Had vroeger een sjieker entree met potpalm in koperen bak­ken. Nadruk lag toen meer op 'gelegenheid geven'. Vanwege verk­oudheid 20 Beerenburgers, afgeblust met een 10-tal pil­zen. Op bar gaan staan om te bewijzen dat ik het plafond kon raken. Met grote lichtkroon er weer afgevallen. Eigenaar eiste ver­goeding en ging worstelen. Politie maakte er een eind aan. Meege­gaan naar bureau Tiel. Proces-verbaal opgemaakt. Nooit meer iets van gehoord. Waarschijnlijk vals adres opgegeven.'

Tags: 

Märklin world

 Is een heel verkeerde titel voor de ingenieuze tentoonstelling in Kunsthal Kade in Amersfoort. Het gaat daar niet over speel­goed maar over miniaturen in alle soorten.

 Er rijdt een treintje rond, maar dat is een camera op rails waarvan de beelden je door een reeks voorstellingen voeren. Zoals Friedrich Kunaths, 'The habits of paradise' (2011), bestaande uit een kopietje van een Caspar David Friedrich (aan de lijst waarvan nog gewerkt wordt door een huisschilder met een radiootje bij zich), 'Eternity'-fles­jes van Calvin Klein, een appelklok­huis, palmpjes en een olifant die zich in een lits-jumeaux neerlegt. En, bij nadere beschouwing laat hij zichzelf (rechts achteraan) als badgast voorbijlopen in Friedrichs 'Wandelaar aan zee' 

Het treintje komt nog veel meer tegen. En ik zag wat ik gehoopt had, kleine jongetjes die hun gezicht op spoorbaan legden om hem op ooghoogte te zien aankomen. Het Gulliver-effect, daarop moet dit alles berusten. Even een reus zijn. Jongetjes spelen allang met andere apparaten. Het zijn nu volwas­sen mannen die stationschef worden van hun eigen wereld. Er zijn nog veel meer miniaturen daar, maquettes, kijkdozen, film, nog tot 8 janua­ri.

Verdwenen dromen

 Pas nog kwam ik terecht bij de grote droommode die na 1900 de wereld overspoelde, in films, boeken en kunst. Freuds Traum­deutun­g (1899), de surrealisten. Bij ons was het Frederik van Eeden - ook psychiater - die optekende hoe hij in de droomwereld kon gaan waarheen hij wilde. 't Is gek, ik hoor geen droomverhalen meer. Maar nu viel het nieuwjaarsgeschenk van Nachoem Wijnberg en zijn uitgever op de mat, met deze droomvraag:

 'Die nacht viel ik in slaap in een stoel bij de rivier en werd een paar keer wakker, maar viel steeds opnieuw in slaap

 

Met hoeveel

kunnen we in een stoel

bij de rivier zitten.

slapen zonder dat we allemaal

tegelijk moeten slapen?

 

Verderop een brug

die bijna niemand kiest.

 

Iemand verkocht daar

thee per kop. maar

na een week gaf hij het op.'

 

Zeg het, lezer. Met hoeveel?

Maskers

 Maskers bekeken in het Afrika-museum in Tervuren. De maskers die kort na 1900 werden ontdekt en verzameld door moderne kunstenaars als Picasso. Om hun expressiviteit. Inmiddels is begrepen wat ze tot uitdrukking brengen.

 Deze beeldt iemand uit die behekst is en bezeten van el­lende. Vandaar de vertekening - door verlamming - van de gezichtszenuwen. De zwartgemaakte linkerkant van het gezicht symboliseert de val in een vuur tijdens een aanval van epilepsie. Als hij met dit masker danst draagt de ongelukkige een bochel waar een pijl in steekt, hij is gewapend met een boog, en doet of hij zich wil verdedigen tegen degeen die hem betoverd heeft.

Pagina's