Oude katten

 Een afgetrapte flat, achthoog in een versleten appartementen­gebouw in de Chileense hoofdstad Santiago, waar de lift steeds stuk is, zoals alles. 

 Twee vreselijke vrouwen, de mannelijke bijrollen zijn niet veel beter. Een verbeten, cokesnuivende dochter van eind veertig knokt het uit met haar hoogbejaarde, licht dementerende moeder. Hebben ze mekaar ooit gemogen? Ik hou van films over het omgekeerde van 'I love you dad' of 'I love you mum'.

Dat moeder en dochter door het lot tot elkaar veroordeeld zijn en dat het maar de vraag blijft of de dochter na haar dood van deze moeder ver­lost zal zijn, daarover gaat het in 'Old cats' van Pedro Peirano en Sebas­tian Silva. Die ik al kende van 'La nana'. Ook zo'n verhaal waarin alle menselijke genegenheid twijfelachtig is, eerder iets wat mensen zich in hun hoofd halen en dat elk moment kan vervliegen.

Verzinken

 In Beelden aan Zee in Scheveningen trof ik op de 10-jaars jubileumtentoonstelling deze vrouw, ver­zonken, één geworden met het gras waarop ze in slaap is geval­len.

 Ze is - heel logisch - ook uit de catalogus verdwenen.

Eenmaal eerder zag ik een soortgelijke eenwording: de 'Matr­asman' die Robin Waart in 2007 tentoonstelde in de Riet­veld Academie. Ook dat beeld bleef onopgemerkt. De slapende man was zozeer één geworden met het matras waarop hij lag, dat hij geheel uit matras-materie bestond.

 Zoals de vrouw van de Italiaanse Maddalena Ambrosio (1970) uit grond bestaat waarop gras wil groeien.

Tags: 

Voor kerstavond

 In 2001 verscheen in Raster dit gedicht van de Taiwanese Hsia Yü (1956), vertaald door Silvia Marijnissen. 'hel van het ik' is opgedragen aan Borges:

 een stel slaapwandelaars schuurt

langs een ander stel en hun dromen verstrengelen

zoals wolken stotend op andere wolken

een regenbui laten een van de

slaapwandelaars ontwaakt in een kamer

opent zijn ogen en zegt: het regent

niet wetend dat hij aan het slaapwandelen was

en is ontwaakt in andermans kamer

zijn voeten in andermans schoenen

passen precies zijn lichaam in andermans kleren

gestoken zit hij aan een andere

tafel met andere mensen te eten

hij is een ander ik geworden ongetwijfeld

koesteren zijn vrienden of vrouw wel argwaan

maar zijn ze overtuigd door twijfels in het bestaan

die van nature nog bedrieglijker zijn hier zijn schoenen

de sleutel je merkt het toch al snel

niet als je de verkeerde schoenen aan hebt daarom

wordt iedereen die opstaat 's ochtends

allereerst door zijn eigen schoenen overtuigd

en twijfelen zij er nooit aan dat zij

zichzelf niet meer zijn het gekke is

waarom passen andermans schoenen

ons omdat er maar één persoon

hoeft te blijven slapen en iedereen leeft volledig

in diens droom

De afhangende hand

 Natuurlijk hebben muren oren. Wat mag, wie een huis bewoont, eigenlijk verwachten? Ik denk ziek worden. De huisziekte krij­gen. Met een mond die kleppert als een brievenbus.

 Wat me blijft achtervolgen: in zijn laatste boek 'Gesprekken in huizen aan zee' verwijst Willem Brakman (1922-2008) naar een roman van hemzelf die 'De afhangende hand' zou heten. Ik zag hem meteen, die hand. Het dadenloze van een pols, ongedwongen over de leuning van een fauteuil neergelegd, het spel van de mee afhangende vingers. Vingers zijn rusteloos. Voor je het weet maken ze speel­se, kleine gebaartjes, plukken ze ‑ schijnbaar in gedachten, schijnbaar verstrooid ‑ aan iets, of iemand. Iets of iemand in de verbeelding van de hand. Ach, verkeerde ik één kamer met die afhangende hand. Maar het boek bestaat niet.

ps. Zie zijn juist verschenen postume stukjesbundel ‘Voltreffer’

Tags: 

Lisette Pelsers

 Zij was het die me per telefoon naar de Enschedese flat van Ben Akkerman loodste, de nu gestorven grootmeester van de randen en randjes. Zij was het die de schilderijen van Willem Brakman ten­toonstelde in het Rijks Twenthe, en er niet voor terugschrok Willems complete werkhok naar het museum over te brengen.

 Ze gaf hem ook permissie om 's ochtends voor openingstijd te komen kijken als er nog niemand was, waar een mooi boekje van kwam: Brakman's route door het Rijksmuseum Twenthe'. En nu wordt ze opeens directeur van Kröller-Müller. We spraken af in Otterlo, in een uitspanning die gesloten bleek. Er staat: 'Wij genieten van de uitgestorven landstreek en mystieke sfeer.'

 Ze verruilt haar blauw suède hakken voor wandelstappers en ontvouwt lopend haar plannen. Ook Kröller-Müller is veel geld kwijtgeraakt aan de bezuinigingen, maar klagen wil ze niet. Dat helpt niemand. Plannen genoeg. Haar 'crowd funding' in Enschede werkte: de vrienden van het museum hielpen mee een Gainsborough te kopen. Dat is nu hun schilderij, in hun muse­um. Zoiets kan hier ook. Komend jaar worden meer dan 300.000 bezoekers verwacht. Eerst voor de pointillisten Seurat en Signac die nog door haar voorganger zijn gepland. Dan is zij aan de beurt. Wordt het Brancusi? In de verte, achter de berken en pijnbomen zie ik Hélène Kröller-Müller voorbij rijden, in amazonezit. Ze knikt goed­keurend. Later meer.

Ischa Meijer online

 Nieuws! Radioarchivaris Nienke Feis heeft 't voor mekaar. Het bijna complete radiowerk van Ischa Meijer staat sinds vanmid­dag online. 

 Al in de jaren '70 en begin '80 had Ischa veel incidenteel radio­werk gedaan, maar in '84 werd de vpro B-omroep en kreeg hij een eigen show. Aanvankelijk in de studio. Dat liep niet goed. Na elk gesprek kwam hij de controlekamer binnen met de vraag 'hoe was ik?' Wat hij wilde was 'instant response'. Tegelijk maakte hij in die jaren in het theater de ene misluk­kende oneman-show na de andere. Dat bracht me op het idee de twee te combineren: een inter­viewprogramma voor publiek. Hij woonde toen in de Plantage Kerklaan, zijn stamcafé was Eik & Linde en eigenaar Paul Verberne wilde ons graag in z'n bovenzaaltje - nota bene de voormalige foyer van de Hollandse Schouwburg - hebben. Zo ontstond 'Een uur Ischa'.

Ischa regisseren was niet moeilijk. Tegen het eind van elk van de drie interviewtjes legde ik het briefje waarop in het handschrift van producer Leonie Smit geschreven stond '1 minuut' onder zijn neus. Dan rondde hij het precies binnen een minuut af en kondigde de band aan. Dat briefje stak ik na de uitzending in m'n binnenzak en gebruikte het een week later weer. Ik heb het nog. 

Tags: 

Tonnus Oosterhoff

 Op donderdag 23 april 2009 was ik in de bibliotheek van de Brusselse deelgemeente Elsene (Ixelles), waar Els Moors de dichters Tonnus Oosterhoff en K. Michel had uitgenodigd. Ik maakte deze foto.

 Met - zag ik opeens - Michel in de rol van Stan Laurel en Tonnus in die van Oliver Hardy. Ik liet ze de foto zien. Ze stemden in. Nu aan Tonnus Oosterhoff de P.C.Hooftprijs is toegekend (vermijd toch het woordje 'winnen', dichten is iets anders dan hardlopen) een eerste strofe:

 "Ik ben de dwerg van gemiddelde lengte.

Mijn weefgetouw wordt als ik droom groter. Ik droom:

'Als ik niet uit weven ga, dan zwaait er wat!'

De wereld is in het getouw,

ik zie de bodem doorgrond

en het naweven.

Maar word ik niet kleiner?

(...)" 

Albert Megens

Maakte - na jarenlang onderzoek en gesprekken met familie en bekenden - een dichtbundel over 57 jong gestorven wielrenners. De hartdood. Peter Winnen schreef er een voorwoord bij: 'het medische team van de ploeg waarin ik rijd houdt onze harten goed in de gaten. regelmatig vinden er zogenaamde 24-uursregistraties plaats. dat betekent trainen met een kastje, eten met een kastje, slapen met een kastje, vrijen met een kastje. Van de twintig coureurs blijkt er maar eentje een volledig storingsvrij hart te bezitten.'

 Albert droeg de bundel op aan 'alle andere (anonieme jonge) hartdoden uit de wielersport'. Kim van Bouwel uit Lichtaart werd eenentwin­tig. Hij stierf in 2001:

 Jij krijgt nog vaak bezoek. Van vogels, vlinders

en van vrienden. Ook jouw moeder groet jou

elke dag, verzekert ons een man in oranje broek

die achter de jonge kampioen de haag kwam snoeien.

Haar lichtje brandt. Verse gerbera's in een vaas en

ook witte klaver staat hier in Lichtaart in het zongebleekte

gras voor jou te bloeien. Jouw graf leest als een boek.  

 (...)

Brakmans Zeeland

Vanmiddag lag daar in Concordia in Enschede Willem Brakmans 'Voltreffer'. Nagelaten werk met foto’s, prenten en bijschriften van oa. Jan Mulder, Winnie Sorgdrager, Helga Ruebsamen.

'Zeeland bestaat niet' is hem op en top. Zijn familie kwam er vandaan, zijn jeugdvakanties lagen er. Dit speelt In de Donzevisserstraat in Terneuzen: 'Daar zat ik dan op mijn knieën op de grond, zacht wiegend door de klop der slagaderen in de knieholten, in een te stil kamertje en bestudeerde de platen van Gustave Doré.'

Hij ging nogeens terug naar 'dat land waar heel ver en heel lang geleden elkaar raken'.

Maar, het 'overleed ter plaatse bij de eerste stap aan wal'.

En hij besluit: 'Nee, mijn Zeeland bestaat niet; het is ner­gens anders te vinden dan in mijn hoofd. Kijk niet achter verhalen; ge vindt er niets. Gustave Doré was een groot man, maar het hiernamaals bestaat ook niet.’  

Tags: 

Parijs

 Waar anders heen? 'Parijs, stad van de moderne kunst 1900-1960' in het Haags Gemeentemuseum laat een vanzelfsprekendheid van generat­ies zien.

 Zestig jaar lang was het de plaats waar kunstenaars van overal naartoe trokken. Waar je het maakte of niet. Nederlanders niet het minst, van Kees van Dongen tot Karel Appel. Zelf reed ik vijftien jaar oud al met een vleeswagen mee naar het Musée d'Art Moderne. Afstappen bij het slachthuis aan de Porte de la Villette en dan de eerste metro. Waarom daar? Het zit hem vooral in de manier waarop buitenlanders in Frankrijk kansen kregen zegt Franz Kaiser in de catalogus. Met een norse verwijzing naar de manier waarop dat - om­geke­erd - dezer dagen bij ons niet gebeurt. In 1932 werd zelfs in het Jeu de Paumes een speciaal Musee des écoles étrangeres inger­icht.

Na de Eerste Wereldoorlog, toen er weinig Amerikaanse ver­zamel­aars meer kwamen veranderde dat. Maar het verdween niet. Pas de Tweede bracht verandering. De schilders gingen naar New York. Alleen Picasso bleef, die was zo beroemd dat de Duitse bezetters van Parijs hem met rust liet­en. Had hij dan geen bezwaren tegen hun gedrag? Zijn motivering:

'Het enige geweld dat me tot vertrek zou kunnen bewe­gen zou mijn verlangen ernaar zijn'.

Maandag na 22.00 meer in de Avonden.

Pagina's