Kamasoetra (2)

 De Kamasoetra - geschreven tussen 300 en 500 na Chr. - is eeuwenlang gezien als een handboek: seks voor gevorderden, in een vrijgevochten cultuur.

 Herman Tieken zag - als eerste Indoloog  - dat het boek niet bedoeld kon zijn als 'doeboek', daarvoor is het te vreemd en te onvolledig, of juist weer te onnodig uitvoerig. Beschrijvingen tot in de krankzinnigste details eindigen desondanks vaak met 'bekijk het zelf'.
Zo onderscheidt de auteur, Vatsyayana, in een hoofdstukje over 'Slaan en kreunen' acht verschillende kreten: 'gejank, gekreun, gekerm, gehuil, gesis, gegil, gesnik, en, als achtste
uitroepen als 'moeder help', 'hou op', 'laat los' en 'genoeg'.'
En, zegt hij: 'Bij wijze van kreunen kan de vrouw ook allerlei diergeluiden voortbrengen, bijvoorbeeld dat van de duif, koekoek, tortel, papegaai, bij, nachtegaal, gans, eend of patrijs.'
 Het gestileerd handgemeen beschrijft hij zo: 'De vuist gebruik je bijvoorbeeld als de vrouw op je schoot zit. Jij geeft haar en por in de rug. Zij reageert zogenaamd kwaad, kreunt, huilt, kermt, en geeft je dan een por terug. Met de rug van je hand sla je haar nadat je je werktuig bij haar naar binnen hebt gebracht tussen de borsten, eerst zachtjes en langzaam, daarna steeds harder en sneller, gelijk op met de passie, tot aan het hoogtepunt. Al die tijd produceert de vrouw gejank of een van de andere acht kreten, in willekeurige volgorde, of steeds een en dezelfde, of om en om. De vlakke hand gebruik je als ze protesteert. Met de vlakke hand, de vingers een klein beetje gebogen, geef je haar een klets om de oren. Zij produceert daarbij binnensmonds gekerm en gesnik, wat aan het eind overgaat in gehuil en gehijg.
De gil klinkt als brekend bamboe, de snik als een pruim die in het water valt....'

 Soms denk ik al lezend aan scènes uit Monty Python. Maar vaker toch nog 'goed gezien, volkomen waar'. 't Loopt zo mooi door elkaar.
Volgende week spreek ik Herman Tieken.
 

Tags: 
rechts het zwijgende schoolmeisje, dat aan 't  eind zal oordelen over haar ruzieënde ouders
iedereen heeft gelijk

A separation

Net de Iraanse film gezien, die heksenketel van pratende, schreeuwende, dringende, claxonnerende mensen, op de toppen van hun zenuwen. In files in de straten, in ziekenhuizen, thuis, bij de rechter.

En ze hebben allemaal gelijk. Alleen een enkeling zwijgt, een schoolmeisje, een man met Alzheimer en daar kijk je dan vreemd genoeg steeds naar.
Alles om te zien hypermodern van vroeger, je ziet een Jacques Tati-film in overdrive. Alleen dat geloof, nu ja een vrouw mag natuurlijk geen bejaarde manlijke patiënt verschonen.
De verkeersknoop genaamd Teheran, ik dacht aan het toeterverbod vroeger in Italiaanse steden.
't Duizelt me nog.
Ik weet, de film werd eindeloos bekroond, maar ontroerd raakte ik er niet door. Te moeilijk me te verplaatsen in mensen met elk voor zich zo'n groot gelijk en het hart permanent op de tong. 
 

Kamasoetra (1)

 De Kamasoetra staat bekend als het oud-Indiase handboek voor 'standjes'. Maar er is nu - voor het eerst - een vertaling, rechtstreeks uit het Sanskriet.

 En dan blijkt dat de tekst meer over alles rondom seks gaat dan over seks zelf. Bovendien zijn - volgens vertaler Herman Tieken - de ernst en de gedetailleerdheid waarmee liefde en seks besproken worden ook bedoeld als grap.
De Kamasoetra is in z'n vorm een parodie of persiflage op een wetenschappelijke verhandeling, zegt hij. Sanskriet was geen omgangstaal, eerder een soort 'stadhuistaal' voor officiële stukken. En als je daarin over deze onderwerpen schrijft wordt het snel komisch. Ook - of juist - als het tegelijk klopt. Extra komisch zijn de 'gedichtjes' tussendoor:

Een man die over zijn gehele lichaam
op de gekste plekken met krassen is bedekt
maakt zelfs de meest degelijke vrouw helemaal gek

Niets is opwindender en wakkert de passie meer aan
dan de sporen van bijten en krassen.
 

Tags: 
David 'Honeyboy' Edwards (geb. 1915)
Robert Johnson

Robert Johnson (1911-1938)

Vandaag is 't zijn sterfdag. Als het gaat om zingend je verhaal te vertellen, waarbij je je gitaar gebruikt als ritmische interpunctie, is hij de beste.

Nooit meer gepasseerd.
In 1983 sprak ik de erkende getuige van z'n dood, de zanger Honeyboy Edwards. Edwards trad op bij het Amsterdam Bluesfestival in de Meervaart in Osdorp.
Ik zat samen met hem en  - of all people - de Zangeres zonder naam in een kleedkamer. Die zangeres was daar omdat een Nederlandse filmer bedacht had dat zij ook een soort blues zong. Ik moest Edwards uitleggen wie zij was.
'The singer without a name?'
Nooit zoiets gehoord.
Daarna vertelde hij me het laatste optreden van Robert Johnson, die stierf aan rattengif in z'n whisky, omdat hij achter een getrouwde vrouw aan zat. Edwards kende hem uit het muzikantencircuit, ze traden in '37 en '38 veel samen op.
Het was in Greenwood, Mississippi, op een zaterdagavond.
Er gold voor zwarten een avondklok, vertelde Edwards, daarom konden ze niet weg uit die juke joint voor het ochtendgloren.
Robert werd ziek en stierf een paar dagen later.
'Een aardige jongen.'
'Hij had een blauw vlekje in z'n ene oog.'
 

idem - Dorpshuis in Vierhouten (1953)
J.W.C.Boks - hotel Britannia, in Vlissingen aan de Boulevard (1955)

Wederopbouw (2)

Vrijwel lege straten, nieuw geplaveid. Maar een enkele auto. Huizen en gebouwen die eruitzien als nieuw. Pas geplante boompjes met canvas kraagjes.

 Zo zie je het op de foto's in het boek van Hans W. Bakx over architect Boks. Of op de tekeningen van Marcel van Eeden. De wereld van voor 1965.
Het surrealisme van de wederopbouw. Griezelig als de mannen en vrouwen in series als 'Mad men'.
Ook ik ben opgegroeid tussen de bouwputten van een buitenwijk, de houten steigers. En ik weet: er was geen esthetiek, alleen vanzelfsprekendheid. En daarvan heel veel.
De decoraties van smeedijzer, de overhangende betonranden, de uitstekende balkons die de vlakken moesten doorbreken.
De mozaïeken met gevelornamenten van iets te vrolijke schoolkinderen. De kleuterscholen gemaakt van hout en afgedekt met goedkoop persstro.
Nu, nu veel ervan gesloopt is, zie je de achteloze, haastige charme. 
 

terras.. zeldzaam aan de Waterweg

Wederopbouw (1)

Toen ik afgelopen donderdag een foto van F.Bordewijk situeerde in Schiedam kreeg ik een mail van Hans Bakx, die me corrigeerde. Het was Vlaardingen.

Bordewijk stond daar voor het Delta Hotel, in de jaren '50 gebouwd door J.W.C.Boks (1904-1986), een monument van de wederopbouw. Hij kon het weten, hij had net een boek over Boks gepubliceerd.
'De belangrijkste reden om een boek over Boks te maken, was juist dit hotel/restaurant: mijn grootvader, die in Schiedam woonde, nam er geregeld zijn kleinkinderen mee uit eten. Prikken in een tournedos, terwijl de ene na de andere verlichte oceaanreus voorbij dobberde. Onvergetelijk.'
En, schrijft hij nog: 'Overigens was Boks, zoals veel architecten, een bewonderaar van Bordewijk. B. is nog een keer bij Boks aan huis geweest (Bovenover 15) voor een maaltijd + lezing. Daar zijn helaas geen foto's van.'

Ik kwam in beweging. Vanmiddag dronk ik koffie op het terras van het Delta Hotel. In Vlaardingen. En verdiepte me in de esthetiek van de wederopbouw, aan de hand van 'J.W.C. Boks (1904-1986), architect' van Hans Willem Bakx, juist verschenen bij het Nederlands Architectuur instituut.
Later meer.
 

Tags: 
Gianni met z'n ex.. dan belt de moeder.. terwijl hij met haar praat valt de ex in slaap..
de vrouwen.. rechts van Gianni de moeder..

Gianni e le donne

Wat doet ie nou verkeerd? Gianni di Gregorio maakte een vervolg op z'n succesdebuut Pranzo di ferragosto. Over die lieve oppasser van een bataljon lastige oude dames. Weer speelt ie zichzelf. In de vpro-gids vertelt hij aan Gerhard Busch hoe hij dacht dat succes in de film succes bij vrouwen tot gevolg zou hebben.

Gianni is net in de zestig en merkt dat leeftijdsgenoten vriendinnen hebben. Waarom hij niet?
De titel Gianni en de vrouwen is zo goed omdat je ze in alle soorten en leeftijden om de vriendelijke oudere heer ziet optreden. En hoe ze allemaal misbruik van hem maken. Als hondenuitlaat voor het buurmeisje, als geduldige vader van een dochter, als oppassende echtgenoot, als hulp en steun van z'n altijd-wat moeder, hij blijft geduldig en staat altijd voor ze klaar.
We zijn in Italië. Als daar een telefoontje gaat hoor je een mannenstem zeggen 'si mama, si'.

't Verklaart denk ik ook hoe een klootzak als Berlusconi zo mateloos populair kon worden. Bij mannen en vrouwen.

 

Bordewijk (5)

Vanmiddag stond ik dan met Ina Schermer op de Passeerdersgracht. Voor het gebouw waar - zij het alleen in het brein van F.Bordewijk - eens, in het fin-de-siècle, een bordeel gevestigd was, Rood Paleis.

Het is 1913, bijna oorlog, Henri Leroy, die op de beurs werkt, legt z'n vriend Tijs uit wat fin-de-siècle is: 'De tweede helft van de 19de eeuw is de periode van het meest onzinnige verval uit de geschiedenis van het menschdom. Technische vooruitgang, verbijsterend snel, en cultureel verval, even verbijsterend. Techniek heeft met cultuur niets te maken. 'Ce siècle brillant et stupide', zoo noemde een Fransman eens die tijd, dat wil zeggen déze tijd.'
(...)
'We hebben ons aangesteld als apen, met geruite pantalons, dikke knuppels, schreeuwende vesten. Kleine ploertjes en leeghoofden zijn we geweest. We vonden dat exquis. Het was fin-de-siècle. Moe waren we zonder gewerkt te hebben...'

Technische vooruitgang en cultureel verval. 't Is of je de krant van gisteren leest.
 

Tags: 
de Uilenburgergracht..

Bordewijk (3)

Ferdinand Bordewijk werd geboren in Amsterdam, in 1884, in wat nu de Tweede Jan Steenstraat heet. Bij mij in de straat.

Anderhalf jaar later verhuisde het gezin naar het Singel, bij de Torensluis en in 1894 vertrokken ze naar Den Haag.
Levenslang bleef Bordewijk naar Amsterdam komen en erover schrijven. Er zijn schrijvers die een stad bewoonbaar maken. Er voor zorgen dat je je er geborgen voelt. Soms. Omdat er altijd wel een heenkomen te vinden is, achter gevels, in verborgen hoeken.

Wat is Rood paleis, het fin-de siècle bordeel in de roman van Bordewijk anders? Een heenkomen. Voor wie?
Mevrouw Doom, de 'waardin' heeft haar eigen idee: ‘...het moest niet te zoetsappig worden. Dat lag niet in haar aard. Vrolijkheid en vreeselijkheid, genot en gruwen. Zoo hoorde het.' 

Bordewijk hield niet van de Amsterdamse School, niet van de Pijp en eigenlijk ook weinig van de grachtengordel. Hij hield van de krochten en stegen van de binnenstad, die nu grotendeels schuilgaan achter hekken.
De mooiste gracht vond ie de verborgen Uilenburgergracht: 'Het was een stil, breed water, inktig, ommuurd door blinde pakhuizen, zonder wal; er leidde geen enkele weg heen, en hoe men zich ook op straat posteerde en de hals rekte, het bleef onzichtbaar.'

Morgen wandel ik met Ina Schermer door Bordewijks Amsterdam. 

 

Tags: 
haar favoriete model Annemarie Schwarzenbach

Marianne Breslauer

In het Joods Historisch Museum zijn de foto's van de Berlijnse Marianne Breslauer (1909-2001) te zien.

Haar meest opzienbarende zijn vrouwenportretten uit de jaren twintig. De tijd van de nieuwe vrouw, die zich kon ontplooien omdat zoveel mannen in de Wereldoorlog waren gesneuveld. Het korte koppie. De korte rok, geen knellende kleren meer. En het wonderlijke, er onstond bij een nieuw zelfbewustzijn ook een nieuw vrouwengezicht, noem het androgyn. Zouden er nog kappers zijn die zo kunnen knippen? Of beter, zijn er nog vrouwen die zo uit hun ogen kijken?

Na de machtsovername door de Nazi's vluchtte ze naar Amsterdam, en daarna naar Zwitserland, waar ze de oorlog overleefde. Later meer.

 

 

Pagina's