Il Calcio

 Na gisteren zag ik ze voor me. De achterzaaltjes van de Italiaa­nse cafes. Een grote asbak met Nationali-peuken, ook op de vloer. En op tafel twee stukgelezen sportkranten, de Gazzetta en de Tuttosport. De roze en de witte. Nu mag roken niet meer en de pakken zijn wat netter geworden, maar wat is er wezenlijk veranderd?

 En wist weer, als je vrouw je van de vloer wil zit je daar. Op een kop koffie per dag. Zelf leef je allang niet meer, wat je op de been houdt is het voetbal en het wiel­rennen. Waar je alles van weet en over praat met de andere mannen met de hoedjes. Daar staat het tv-toestel. Daar is het bij wedstrijden stampvol.

 Onderschat het niet. Voetbal houdt ze in leven. Het woord is la Partita. Die van gisteren, die van komend weekend. Hun trots heeft zich verplaatst naar de Azzurri, la Squadra.

 Mooi was het in Rieti, toen steeds de stroom uitviel tijdens de wedstrijd. In het donker zaten we te wachten tot er weer zwartwit beeld was. Ik reed het land uit en op de Brenner werd ik doorgewoven, anders dan gewoonlijk, de douane keek naar de wedstrijd.

 En nu? De Italianen zijn allang naar huis. En er is ver overzee een reusachtig land, vele malen groter, waar gisteren miljoenen mannen in achterzaaltjes hun houvast, hun dromen, hun helden in een klap kwijt raakten. Wat hebben ze nog? 

Droomschrijven

 In mijn dromen moet ik veel problemen oplossen in steden die lijken op bekende steden. Vaak zoek ik mijn auto, probeer hem te parkeren of ergens weg te krijgen waar hij vaststaat. Dat lukt niet. Word ik daarom vaak beroerd wakker?

 Wat ik onthou van een droom begint meteen te veranderen bij het ontwaken. Het zoekt een vorm denk ik. En wanneer ik dan probeer iets op te schrijven wordt het weer wat anders. Wat? Een verhaal, wat anders? Erger wordt het als je probeert de droomachtigheid in dat verhaal - het is nu een verhaal geworden - probeert te verwerken. Dat wordt onecht. Geen droom meer, geen verhaal. Vlees noch vis. Dat is wat aan de vele stukjes in de nieuwe bundel van Lydia Davis - 'Can't and won't' waar 'dream' onder staat mankeert. Zoals dit, ''s Nachts wakker liggen':

 'Ik kan niet slapen, in deze hotelkamer in deze vreemde stad. Het is erg laat, twee uur in de morgen, dan drie, dan vier. Ik lig in het donker. Wat is het probleem? Oh, misschien mis ik hem, degeen naast wie ik slaap. Dan hoor ik hoe ergens dichtbij een deur gesloten wordt. Een andere gast is thuisgekomen, erg laat. Nu heb ik het antwoord. Ik zal naar zijn kamer gaan en bij hem in bed kruipen, en dan zal ik kunnen slapen.'

 Er staat onder 'droom'. Beter zou zijn 'geen droom'.

 Ps. Lydia Davis – die zelf veel in het kort werkt - vertaalt nu A.L.Snijders in het Engels. 

Raadsel

 Louis van Gaal, meer dan zijn elftal, heeft de wereld in zijn ban. Toch heeft hij alles tegen, zijn kop, zijn taal, zijn temper­ament. Is dit een genie of een pure auti­st? Of allebei tegel­ijk? Geen mens die het weet.

 Intellectuelen weten geen raad met hem. Vanaf de eerste keer dat ik hem - rood aanlopend - op tv hoorde uitbraken 'dat hij zich niet liet piepelen' was ik contra. De meesten kiezen na lang aarzelen voluit voor of tegen. Gary Lineker pro, Johan Derksen, Jan Mulder contra. Maar waarom?

 Is Johan Cruyff nu hyperintelligent of? Bij het opruimen vond ik vanmorgen een gesprek met Van Gaal als Ajax-trainer van 13 februari 1993 door Guus van Holland, in NRC-Handelsblad, die duidelijk pro was en het Van Gaalsch voor lezers vertaalde. Van Gaal had gezegd dat hij zich 'kwetsbaar opstelde' en natuurlijk was dat verkeerd begrepen.

 'Ik laat heel veel zien van mezelf,' zegt Van Gaal zonder twijfel in zijn stem. 'Maar misschien had ik toen beter niet kunnen zeggen dat ik eerlijk ben. Een foutieve inschatting. Ik vind het jammer dat het zo heeft gewerkt. Ik vind dat het moet kunnen.'

 Vooral tegenover spelers is het gevaarlijk je ware gezicht te camoufleren, doceert hij: 'Ze prikken zo door allerlei aspecten van het functioneren van een coach heen. Als hij nerveus is zien spelers dat. Dan werkt het door. Ik denk dat de spelersgroep dat vertrouwen dat ik heb ook uitstraalt. Ze kennen mijn visie.'

 Als woorden tekortschieten, dan hier. Er bestaat zoiets als non-verbale intelligentie. Misschien zelfs zoiets als lompe elegantie. 

Tags: 

Zij en het nieuwe behang

 Zou ze er nog hangen? Ze hing er nog. Niet langer in de bovenkamer, met uitzicht op het torentje, maar in de tussenkamer beneden. Het nieuwe behang bekwam haar goed. Maar direct buitenlicht krijgt ze niet meer.

 Toch naar het nieuwe behang in het Mauritshuis wezen kijken. Beneden blauw met het Biedermeier motiefje, beetje te fors. Boven het zelfde maar dan groen, ongeveer zoals het bankstel van mijn grootouders in het Statenwartier. Dat vrij felle groen moet nog een beetje slijten. Nu zit dat het groen in veel van de schilderijen dwars. Groen tegen groen slaat dood, terwijl het blauw juist mooi verzinkt.

 In het trappenhuis is nog wat rood, ook de gordijnen hebben dat, net als die van mijn grootmoeder, die ze nooit verving: ‘’t is de moeite niet meer’. Dat moet ook nog wat slijten.

 Woninginrichting. Het Mauritshuis is en blijft bovenal een huis. Tussen de schilderijen hangen de ramen, met elk hun eigen uitzicht. Bezoekers gaan er vaak voor staan om de vijver en de Vijverberg te bekijken. Ongetemperd buitenlicht.

 De extra kunstbelichting is nu beter, schept rond elk doek een eigen kring.

 Het was gezellig druk, maar niet té. Alsof je bij oude kennissen op visite ging. De nieuwe foyer en ontvangst zijn traag en on-Amsterdams prettig. Alleen, naar een tweede favoriet, de brieflezeres met hondje in haar eindeloze perspectivische doorkijk van neef Samuel van Hoogstraten die boven in de overloop hing zocht ik vergeefs. Ze is verdwenen. Ik ga informeren.

Overal

 Vanmiddag liep ik het Mauritshuis uit en kwam op het Plein abrupt terecht in wat bleek te zijn de landelijke finale van het KNVB-straatvoetbal. Om en om speelden jongens en meiden wedstrijdjes van tien minuten.

 Ik zag de Margarita's tegen de Golden Girls om de vijfde en zesde plaats. Die Golden girls zelfs met hun namen in goud op de shirtruggen. Voor het eerst was de landelijke finale hier en niet meer op de Dam in Amsterdam.

 Er spelen vijf‑ of zestallen waarvan er steeds maar vier op de stenen staan. Vier leeftijdscategorieën: D‑pupillen (onder 13 jaar) jongens en meisjes en E‑pupil­len (onder 11 jaar), ook jongens en meisjes.

 Spelen meisjes anders dan jongens? Minder ruig toch, waardoor ze minder blessures oplopen. Die klinkers zijn hard, ik heb ervaring. Na afloop van een jongensmatch liepen er een paar mank en ik zag een serieuze schouderblessure, wat schaafwonden. En, sorry to say, de meiden bewegen zich beter, soepe­ler. Waardoor ze denk ik ook blessures ontwijken. En dan die vraag: waarom op straat en niet op een veld waar het zo lekker vallen is? Ik ken het antwoord: de allerbesten hebben het op straat geleerd, met een oude tennisbal. Met trottoirbanden als handicaps waardoor je leerde met de zijkant voet je bal omhoog te krijgen. En nog zo wat.   

Lea Vuceljic

 Ze schildert. Met verf. En wat een schildersoog heeft ze, en wat een kwastlef. Of dat op de Rietveld - ze is net afgestudeerd - niet lastig was, zo'n oude discipline beoefenen? Ja, dat viel soms niet mee zegt ze met een mooi lachje.

 Lea vertelt hoe ze werkt. Hoe ze jaagt op filmstills en wat zij noemt vreemde tussendoor-momenten op Youtube. Dat levert soms vreemde composities op. Kijk maar op haar site.

 Het gaat haar om het lichamelijke, het tactiele. Ze probeert met haar kwast greep te krijgen op de dagelijkse beeldenvloed die over ons wordt uitgestort. Zich te verdedigen. Gaat die te lijf met gelijke middelen. En al werkende fantaseert ze er van alles aan vast.

 'Wie zijn blik niet beschermt verliest de controle over zijn verlangens,' zegt ze op haar site. 'Maar wat je per ongeluk waarneemt wordt je vergeven.' 

 Haar schilderijen zijn titelloos, maar haar expositie als geheel heeft een heel duidelijke: ''I pray it won't pass me by''.

 

Yuri An (2)

 Yuri betekent 'glas' in het Koreaans. Op de eindexamenshow van de Rietveldacademie sprak ik Yuri An, die ik kende van haar dicht­bundel.

 Wat ik te zien kreeg was wat Korea en Nederland delen. Watervlakten, wadden. Op de foto's van Yuri An zag ik ook wat ik van de lagune van Venetië ken, rondwadende vissers in lies­laarzen. Watervlakten zoals hier, maar dan met puntjes erin. En eiland in de verte. Schiermonnikoog is een heel Koreaans eiland.

 Ik vertelde haar dat ik bij een tocht naar het uiteinde van de Oosterschelde, bij mooi weer zoals nu, ontdekte dat daar veel auto's aan de dijk geparkeerd stonden van mannen met schepnetten en wat al niet. Kwam je dichterbij dan bleken ze er stuk voor stuk Aziatisch uit te zien en met plastic emmertjes op jacht naar schelpdieren. Geen Hollander in zicht daar. Daar op de grens van iets en niets.

 Haar essay over taal, de akoestische oorsprong van taal, bij de expositie heet Invisible transpara­ncy. Yuri is dus Koreaans voor glas: 'Glas is de naam van stilte, het maakt geen geluid tot je het breekt.'

 'Ik draai me om en voor je het weet zijn mijn voetstappen verdwenen.' Ja, dat kan het wad zijn.

Tags: 

En toen?

 Je vertelt een verhaal. En tegen het eind merk je aan de gezichten van de toehoorders dat de aandacht verslapt, dat ze iets missen: een 'pointe'. Zodat er een stilte valt, waarna iemand zegt 'en toen?'

 Terwijl je toch zeker weet, dit moét ik vertellen. Zoals Bohumil Hrabal in 'Ik heb de koning van Engeland bediend' niet kan ophouden over de handelsreizigers die hun vuile  onderbroeken uit de wc-raampjes van het badhuis gooien, tegenover het huisje van zijn grootmoeder, bij wie hij logeert, aan de watermolen:

 'En oma was dan zo handig om ze met een haak in hun vlucht op te vangen nog voordat ze in de diepte op de natte en blinkende schoepen vielen (...), maar niettemin verheugde ze zich steeds op elke dag en met name op de donderdag en vrijdag wanneer de reizigers van overhemd en onderbroek wisselden, en omdat ze geld verdienden kochten ze nieuwe sokken en onderbroeken en overhemden en gooiden ze de oude uit het raam van het Karelsbadhuis naar beneden, waar oma op ze loerde met haar haak. En dat goed waste ze dan en verstelde ze en vouwde ze netjes op en legde het in de keukenkast, en daarna trok ze ermee de bouwplaatsen langs en verkocht het aan metselaars en knechts, en zo kon ze daar bescheiden maar goed genoeg van leven om voor mij elke dag verse puntbroodjes te kunnen kopen en melk voor koffie verkeerd...'.

 Zo - je merkt, hij kan niet ophouden - en nog veel uitvoeriger, staat het verhaal in dat prachtige, oeverloze boek dat ook verfilmd is (2006). Maar deze scene is erin weggelaten, als ik raden mag vanwege een dreigend 'en toen'. (vertaling Kees Mercks) 

Tags: 

Wildeman

 King Kong blijkt niet meer dan een verliefde aap. Alleen wat groot uitgevallen. En Maria Magdalena, die toch een hoervrouw was en soms ook als een geheel behaarde woes­tijnvrouw wordt geschilderd werd tenslotte toch de bekeerde gelovige, de vriendin van Christus die het kruis omarmt.

 Onuitroeibaar is het idee van de nobele wilde. Peetvader Jean‑Jacques Rousseau zag in het onbedorvene, ongepolijste al wat wij missen. Francois Truffaut had in zijn 'Enfant sauvage' als leraar eindeloos geduld met een onder de dieren opgegroeide versie van Kaspar Hauser. 

 Naar aanleiding van de Maand van de Wildeman en de tentoonstelling in het Nijmeegs Natuurmuseum 'Wildernis aan de Waal' bracht Dorien Tamis op Facebook een schat aan Middeleeuwse Wildemanspren­ten. Geheel behaarde wilde vrouwen trouwens ook. Ze diepte de gruwelijke geschiedenis op die zich afspeelde aan het hof van de Franse koning Karel VI, waar bij feesten je verkleden als wilde gebruik was onder de adel. Op 28 januari 1393 had men zich daar met hars en ruw vlas beplakt. Toortsen verboden, want hars is o zo brandbaar.. Maar desondanks. Alleen Karel overleefde het, onder de rokken van zijn verstandige tante.

 Eens was de Wildeman ernst. De Green Knight uit de King Arthur-verhalen ‑ hij is groen, de kleur van buiten, van de natuur, van seks ‑ is een strenge beoordelaar, die zelfs zijn vrouw opdraagt de jonge Sir Gawayn te verleiden. Is Gawayn werkelijk een ridder? Kan hij het wilde kwaad aan?

 Nog bestaan er Wildemansfeesten, zoals de foto uit Dendermonde bij Doriens verhaal laat zien.

Tags: 

Logeren

 In veel dichtbundels is niet op mij gerekend. Ze zijn in zichzelf kompleet, hebben niemand meer nodig. In andere daarentegen zijn schaduwhoeken, lege plekken tussen regels en marges waar ik me in kwijtkan. Als ik me niet te dik maak.

 In 'Het volume van een logé' van Annemieke Gerrist is hier en daar plaats voor een gestrekte arm of een voet met bewegende tenen. Het vraagt er zelfs om. Uitnodigend. Het is lang gele­den dat ik logeerde. Bij vreemden in huis te slapen werd gelegd in een bed dat rook naar niet-mij. Pas laat insliep bij een restje onbekend licht. Want echt veilig wordt logeren nooit:

 

 'Ze heeft verschillende stoelen aan haar eetkamertafel gezet

met in gedachten voor elke stoel een persoon die zij kent

Mensen, net als stoelen, kijken goed om zich heen

De stoel zonder leuningen is het meest populair

Het uitzicht in dit huis is goed, vindt iedereen

Zij kocht een bank en een fauteuil omdat zij een vreemde was

en zette daar zichzelf in neer

'Het is begonnen,' zei ze tegen de stoelen

Pagina's