Walter Benjamin stoned

 Hasjish nemen, in ernst. Walter Benjamin (1892-1940) deed het, in Berlijn rond 1930, om door te dringen in het geheim van het alledaagse. Dat doe je, dacht hij, door in te zien hoe alledaags het is wat zo ondoordringbaar lijkt. 

 Ik erfde Willem Brakmans Benjamin-bibliotheek. Meer dan dertig delen van de man die in 1940 zelfmoord pleegde in Port Bou. De man van het onvoltooide Passage-project, de ode aan de grote stad. Dit zijn aantekeningen van een Mescaline-trip. Op 22 mei 1934. nam hij 20 mg. Veel moeder, veel vrouw. Er staat oa.:

 "Het wezen van de moeder: wat gebeurd is ongebeurd maken. Het leven afwassen in de stroom van de tijd.

 Vrouwelijk werk: zomen, knopen, vlechten, weven.

 'Net of mantel, dat is hier de vraag'

 Twee soorten weefstof: plantaardig, dierlijk. Bos haar, bos planten. Het geheim van het haar: tussen plant en dier. Uit de kieren van het boswachtershuis groeien bossen planten.

 Net, mantel, zoom en sluier. Treurigheid, de sluier die onbewogen hangt en smacht naar een zuchtje om hem te luchten. 

 Haarfijne ornamenten: ook deze patronen komen uit de weefwereld.

 Het geheim van Piet de Smeerpoets: deze kinderen zijn alleen maar onopgevoed omdat niemand ze wat cadeau geeft. Daarom is het kind dat het boek leest rustig, omdat het al op de eerste bladzij zoveel cadeau krijgt. Een kleine cadeautjesregen valt daar uit de donkere nachthemel. Zo regent het onophoudelijk in kinderwerelden. In sluiers, als regensluiers, vallen geschenken op het kind, die de wereld voor hem versluieren. Een kind moet cadeautjes krijgen anders zal het net als de kinderen in Piet de Smeerpoets sterven, eraan kapot gaan of wegvliegen. Dat is het geheim van Piet de Smeerpoets."

Tags: 

Artist Textiles

 Ver van het voetbal, was ik vanmiddag in het Tilburgse Textiel­museum. Als kind al kon ik het niet laten stoffen te betasten. En daarmee, daardoorheen, de vrouwen die ze droegen. En nog zijn m'n vingertoppen rusteloos en blijf ik vragen welke stoffen, welke kleuren. En geven woorden van mijn moeder en tantes als 'vallen' en 'zitten' toegang tot de wonderbaar­lijke vrouwenwereld.

 De tentoonstelling Artist Textiles, Picasso tot Warhol, laat zien dat ik de enige niet ben. Heel de twintigste eeuw hebben kunstenaars - mannen zo goed als vrouwen - in samenwerking met modeontwerpers stoffen ontworpen voor jurken, rokken, sjaals.

 De kort naoorlogse tijd, toen de textielproductie weer op gang kwam bood grote kansen: moderne kunst bereikbaar en betaalbaar voor iedereen. Na de bloemetjesjurk kwam het 'fantasiemotiefje'.

 Sonia Delaunay, Matisse, Picasso (veel van hem), Henry Moore, Leger, Miró, Calder en last but not least Andy Warhol waagden zich eraan. Bedrukt katoen. Zeefdrukken. Zijn de fantasiemotiefjes verdwenen? Welnee, ze zijn onuitroeibaar. Ze verhuisden dit jaar naar de leggings, strak of recent weer wat wijder zodat het broeken wordemn. Nog niet ontworpen door Hadassah Emmerich, Gijs Frieling of Aukje Koks. Maar dat komt wel. De stoffenfabrikanten moeten nog een paar passen zetten. 

Ondergronds Den Haag

 Wat zou er nog van over zijn, de dichtgemetselde ondergrondse gangen die liepen van het Mauritshuis naar het Bin­nenhof en het paleis Noordeinde? Bij Willem Brakman komen ze vaak voor, maar wat verzon hij, wat hoorde hij van wie?

 Vanmorgen in de Volkskrant komt Nell Westerlaken met prenten en wetenswaardigheden. Bouwhistoricus Lucas Vis situeert gangen van paleis Noordeinde naar een pand in de Molenstraat. Zo'n gang kom je ook tegen bij Brakman. Conservator Buvelot vertelt dat Johan Maurits een gesloten tuin liet aanleggen tegenover zijn huis, te bereiken via een ondergrondse gang. Maar verder? Kunstwerken en majesteiten moesten in geval van volksopstand toch geëvacueerd kunnen worden. En, net als in de film Diplomatie is er sprake van geheime toegang voor maîtresses.

 Er bestaat een Brakman-Den Haag. Als het hem schikt ondergronds. Dan ligt s' nachts in de Hofvijver een roeiboot klaar waarmee naar het waterpoortje onder het Mauritshuis gevaren wordt, en - zoals in 'Van de in hoger kringen verliefde' - gewelven betreden waar zelfs Oldenbarnevelt optreedt.

 En in 'De koning is dood' staat: 'In het zwakke licht van de looplamp zag ik inderdaad vage restanten van zolderschilderingen, dik bebladderd en beschim­meld, maar telkens als ik wat scherper wilde zien struikelde ik op de brokkelige vloer.' Ze horen muziek, hoefgetrappel. Waarna zijn gids hem vertelt dat ze zich nu onder het paleis Noordeinde bevinden 'en voegde er gemelijk aan toe dat daar dag en nacht vanen en menuetten werden gedanst en taartjes geget­en, wat uit zijn mond klonk als een klacht uit de Franse Revolutie.'

 De taartjes zijn natuurlijk van Krul, ook Brakmans hofleverancier.

 'Vlak daarna, waar het plafond koud en vochtig boven ons welfde, een gedempt steunen en klagen. Dat was de Gevangenpoort, wees een omhoog geprikte vinger. Dat vochtige gewelf bleek nog maar het begin, want even later hoorde ik het onmiskenbare gemurmel van water. 'De beek', klonk het verwijtend, 'we zitten nu onder de Hofvijver in de buurt van de crypte. Opgepast.' En ja, iedere Hagenaar weet van de Beek, die achter Kijkduin ontspringt en zich een weg baant langs de voormalige tankgracht, onder het Verversingskanaal door naar het Catshuis en vandaar ondergronds naar de Hofvijver. 

Een straatje in Palermo

 Ons kindje is dood, maar we laten het er niet bij zitten. In deze regel van Multatuli ligt heel de film 'Una via in Palermo' van Emma Dante besloten. Geen genoegen nemen met het noodlot.

 In dit geval een straatje ingereden zijn waar je een andere auto tegemoet komt. Geen ruimte om te passeren, dus wie zal achteruit? In dit geval geen van beiden. Een dag en een nacht lang, tot in de vroege ochtend de dood erop volgt.

 De twee automobilistes Samira en Rosa overkomt het in deze film. De straat is geen eenrichting, ze hebben allebei gelij­k. In een beschaafde samenleving kom je dan na wat overleg tot een oplossing waar beiden vrede mee kunnen hebben. Ik heb me in heel wat Italiaanse stegen achteruit gewurmd. Wat insch­ikken en zie, er kan weer gereden worden. Zoniet hier. De film geeft beide vrouwen iets wat lijkt op een motief: Samira heeft net het graf van haar dochter bezocht die aan kanker stierf, waarin ze niet kan berusten. Zomin als Rosa erin kan berusten dat het zal uitraken met haar lesbische vriendin Clara.

 En zo staan er twee auto's tegenover elkaar, onbeweeglijk, wat familie en buurtgenoten ook proberen.

 Het mooie van de film is dat hij louter gaat over het je vastbijten in een eigen gelijk, hoe onredelijk ook. Een menselijk trekje dat vele rampen heeft veroor­zaakt. Het was de schrijver en classicus Jan Pieter Guépin die me wees op de overeenkomst tussen de - allebei raadselachtig veelgeprezen - his­torische figuren Socrates en Jezus van Nazareth, die allebei verkozen, toen ze voor de keus kwamen te staan, te sterven voor hun gelijk. Ze hadden ook een klein eindje achteruit kunnen­ rijden, maar dat verdomden ze.

Handpalmen

 Toen ik eens een radiogesprek had met Judith Herzberg over een bundel die Dagrest heette, vroeg ik wat een dagrest was. 'Dat komt van Freud,' zei ze, en keek me vorsend aan. 'Als ik straks ga slapen en van jou droom ben jij een dagrest.'

 In het boekje '111 Hopla's' met haar beste korte gedichten, dat net uit is, staan wat dagresten. Kort en goed is een zegswijze. Eens heeft Yasunari Kawabata zijn korte schetsen handpalmverhalen gedoopt. Ze zijn onder meer te vinden in zijn bundel 'Nagels in de ochtend'.

 De Hopla's zijn directer, soms schoppen onder de tafel. Wat maakt Herzbergs kort zo goed? Ik lees gewoonlijk met het mes van 'wat kan weg' in de aanslag. Vaak het hele gedicht. Bij Herzbergs Hopla's denk ik dat nooit. En, zonderling, ook het omgekeerde 'en toen' denk ik nooit. Alleen pats en dan nogeens pats, klaar. 

 

BRIEVEN

 

Wij wisten niet, toen wij die lange brieven schreven

op papier, dat wij de laatsten waren

die nog op die manier van elkaar hielden

met langzaam overdachte woorden

die we meenden.

 

Van Judith Herzberg is ook de regel 'Leven is wat ze vroeger deden'. Een gedachte die met de generaties mee beweegt. Omdat er goddank steeds nieuw vroeger komt.

Tags: 

Voetbalironie

 Gisteren - na de onthulling van de Willem Brakmanstraat in Enschede - zat ik in Deventer aan de Ijssel. Het terras was stil en leeg want Nederland speelde tegen Chili. Aan de overkant lag de stad met de toren, waarop in gulden letters FIDE DEO.

 Werd daarmee bedoeld dat de toren gebouwd was uit godsgeloof of was het een maning aan voorbijvarende schippers te geloven?

 Ook de stad lag onnatuurlijk stil, auto's reden er niet, alleen een enkel vrachtschip ging voorbij. Tot plotseling een golf van geluid uit de daken aanzwol en ten hemel steeg. Er werd in de stad wat vuurwerk afgestoken. Daarna was het weer stil. Op de verre spoorbrug kruisten twee treinen.

 Wat had dit te betekenen? Was de wereld werkelijk in de greep van een spel waarbij volkeren elkaar bestreden zonder bloedvergieten? Een merkwaardig spel. Johan Cruyff heeft het pas nog het spel van de mislukkingen genoemd. Niets gaat immers zoals tevoren bedacht, alles loopt altijd weer anders. Steeds weer zien spelers zich geplaatst voor 'ontstane situaties'.

 Zo'n spel vraagt van alle deelnemers een groot gevoel voor ironie. Op de televisie zijn de Belgen daarin meesters. Daarom volg ik het kampioenschap op Canvas. Straks verder. 

Straatnaam

 Vanmiddag is in Enschede de Willem Brakmanstraat onthuld, geopend, hoe zeg je het. De doopplechtigheid, onthulling van het straatnaambordje door zijn zoon Steven, vond plaats kort voor de aftrap van Nederland tegen Chili. Het was stil op straat.

 Heel juist. Willem had een hekel aan teamsport. Zijn broer, met wie hij later levenslang gebrouilleerd raakte voetbalde. Zelf deed hij aan athletiek.

 Hoek H.P.Blijdensteinlaan en Nieuwe Schoolweg, daar stond het gezelschap, op wandelafstand van het Museum Twenthe. Omdat ik bevriend was met Willem weet ik dat zoiets als een straatnaambordje hem geheel in beslag kon nemen. Hij was bijvoorbeeld diep doordrongen van het verschil in aanzien tussen wegen, lanen en straten. De lettering van zo'n bordje, de plaatsing, het was alles vervuld van betekenis.

 Nu nog de plaats. Wij – weduwe Moof Brakman, Steven en Paulien, de genodigden - zagen dat het goed was wat burgemeester Peter den Oudsten had bekokstoofd voor Willem. Een straat noemen naar een schrijver blijft een precaire zaak. De Willem Frederik Hermansstraat in Amsterdam is bijvoorbeeld een aanfluiting, een onbewoonde sleuf van de kade naar de spoordijk. Veelzeggende Amsterdamse onachtzaamheid.

 Er schijnt een regel te zijn dat straten niet van naam mogen veranderen, zodat alleen nieuwbouw in aanmerking komt. Verschilt dat per gemeente? Nee, in Enschede was dat formeel ook wel zo. Aan de burgemeester Den Oudsten vroeg ik hoe hij dan toch dit straatje in een oude villawijk had kunnen regelen. Ingewikkeld. Er was een gedeelte van een bestaande straat losgekoppeld en ziedaar.

 Ik zag Willem zelf hier gaan, op weg naar het museum waar hij zo vaak kwam. Hij bezat een groot vermogen tot zich verkneukelen. En als het om Willem Brakman gaat geloof ik stellig in het bestaan van iets als postume verkneukeling. 

Beelden

 De Beeldenroute op het Haagse Voorhout bestaat dit jaar uit werk van Fransen en heet Grandeur. Grappige tegenspraak, want veel van wat er staat doet juist z'n best om niet op te vallen.

 Kunst in het openbaar moet opboksen tegen de omgeving. En maar al te vaak verliest de kunst. De meeste Fransen op de Voorhout hebben dat begrepen en proberen zich in te voegen.

 Ik begon bij de pudding van Daniel Firman, niet toevallig tegenover het ijscokarretje en eindigde, toen ik nog even doorliep naar het paleis, bij de monumentale Wilhelmina van Charlotte van Pallandt. Bien étonne! Een pudding ontmoet een koningin. Majesteit hield naar het schijnt wel van een taartje. Allebei rusten ze op een stevige basis van gezag. Tantalizing als puddingen in kinderogen kunnen zijn.

 Onderweg het takkenvlechtwerk van Marie-Helène Richard tussen de oude bomen boven je hoofd en de rondlopende vangrail van Julien Prévieux die zich voegt  naar plaveisel en stoep. Kunst als straatmeubilair. Net even een accent leggend in wat er al is.  Dat is de oplossing hier. Daarvoor heb je de reuzenkopstoot van Zinedine Zidane - heel grote naturel-beelden - niet nodig. Die voegt niets toe aan jarenlange publiciteit.

 Wilhelmina ontsnapt, doordat het beeld begrijpt en aanzet wat er in de geest al was en dat gestalte geeft.

 Een verrassing is aan het eind, in het Noordeinde, bij A gallery named Sue, de Cathédrale van Eugene Dodeigne. Een menselijke figuur als een kathedraal. Op loopafstand van de pudding.   

 ps. Geloof het of niet, Willem Alexander heeft bij de opening de pudding omhelsd.. 

Geld

 Gaat het om geld of om mensen? Sandra was overspannen, en tijdens haar afwezigheid bleek dat het werk ook wel met een werknemer minder kon. Als ze verdween zou iedereen een bonus kunnen krijgen. En dus? Geld, daarom draait het in de nieuwe film van de Waalse broers Dardenne.

 Het valse is dat haar collega's dat zelf mogen beslissen. Het management speelt de bal genadeloos terug naar de werkvloer. Binnen twee dagen en een nacht mag ze nog proberen haar collega's over te halen: afzien van hun bonus en haar laten blijven.

 De film gaat over geld. Ook al wonen de collega's bijna allemaal piekfijn, toch is die duizend euro extra onmisbaar voor ze. Op haar smeektocht langs de adressen - wat een voordeuren, wat een bellen, wat een interieurs - dringt Sandra door tot de kern van het bestaan daar in de luxe heuvels voorbij Luik. Intussen denk je steeds, stel dat ze een meerderheid overhaalt en mag blijven, hoe moet ze in godsnaam verder met deze mensen? Vernedering. Op je knieën tot er een zelfmoordpog­ing op volgt.

 Toch, niemand is hier arm. Niemand lijdt honger, zoals vroeger. Maar dat verandert niets in de omgang met geld. Dat is wat je leert. Tenslotte blijken er voor acht van de zestien belangrijker dingen, zoals vriendschap, geloof of wat ook. Je ziet ze op het slot bij elkaar. En je weet dat het management hun zwakke knieën feilloos zal detecteren. Daar krijgen ze nog last mee.

Tags: 

Aan verliefdheid ontkomen

 Alice Munro raakt aan wat zo vaak verzwegen blijft. Aanvallen van verliefdheid bijvoorbeeld. Letterlijk gebeurt dat in een van de verhalen in 'Who do you think you are?', waarin Rose per auto vlucht voor wat over haar gekomen is.

 Simon's luck heet het verhaal. En daar gaat ze: soms een uurtje slapend in haar auto langs de kant van de weg. En het lijkt te werken!

 'De kracht werd zwakker met de afstand. Zo eenvoudig was het, maar die afstand, dacht ze later, moest wel afgelegd worden per auto of bus of fiets. Je zou dit niet bereiken per vliegtuig. In een prairiestad in het zicht van Cypress Hills herkende ze de verandering. Ze had de hele nacht gereden, tot de zon achter haar opkwam en ze voelde zich kalm en helder. Ze ging een café binnen en bestelde koffie en gebakken eieren. Ze zat aan de bar en keek naar de gewone dingen die je achter een bar ziet - de koffiepotten en de glimmende, maar waarschijnlijk muffe citroen- en frambozentaart, de dikglazen kommen waar je ijs of gelatinepudding in doet. Het waren die schaaltjes die haar vertelden dat ze er anders aan toe was. Ze had niet kunnen zeggen dat ze ze mooi vond of veelzeggend zonder de boel verkeerd voor te stellen. Alles wat ze had kunnen zeggen was dat ze ze op een manier zag die onmogelijk zou zijn voor iemand die op welke manier dan ook verliefd was. Ze voelde hun stevigheid met een genezende dankbaarheid waarvan het gewicht zich comfortabel in haar hersens en voeten nestelde. Ze realiseerde zich dat ze dit café was binnengekomen zonder het minste verwijderde idee van Simon, het leek er dus op dat de wereld niet langer een podium was waar ze hem zou kunnen ontmoeten en weer zichzelf geworden was.’ 

Tags: 

Pagina's