Rouw

 De rampplek en Gaza. Weer en weer. Of televisiekijkers er geen genoeg van kunnen krijgen zich te vergapen aan de dood.

 Zondag reed ik bij toeval de A2 vanuit Den Bosch. En zag dat op alle viaducten volk stond. Met bloemen en 'knuffels'. Ik moest versnellen om de stoet voor te blijven.

Wat bezielt iemand die een teddybeer van een viaduct gooit naar een lijkwagen? In elk geval een gebrek aan compassie met teddyberen. Gelukkig heeft de politie ze allemaal opgeraapt en verzameld. Een massagraf lijkt het minste.

 Ik herinnerde me het omgekeerde. Een begrafenis in de straat van mijn jeugd in Zutphen. Iedereen, huis aan huis, sloot de gordijnen. Geen mens kwam buiten. Leeg en stil was de straat. De lijkwagen reed aan en af, zag ik door een kier. Pas lang daarna bewoog hier en daar weer iets.

 Toon Tellegen vertelde me eens hoe hij, toen hij als arts in Afrika werkte een zelfde contrast meemaakte. Hij werkte voor twee stammen die elk totaal andere rouwrituelen hadden en heel anders reageerden op de dood van een kind. De ene stam schreeuwde en gilde het uit van verdriet, de andere onderging de ramp in stilte, ingekeerd, zwijgend.

 Ik vroeg hem of de ene reactie nu beter werkte voor de rouwenden dan de andere. Toon dacht een tijdje na en zei: 'Ik zou het niet kunnen zeggen.'

Tags: 

Bal

In het park kwam ik langs twee jongetjes die ernstig een voetbal naar elkaar heen en weer speelden. De bal rolde recht op me af. 

Na een overweging van een fractie van een seconde maakte ik het ‘overstapje’ en liet de bal gaan voor het tweede jongetje. Die nam hem overigens niet goed aan. Maar wat was ik trots op mezelf. Weinig grote mensen heb ik als kind meer verwenst dan volwassen mannen die zo’n bal – zeker vlak na het WK – meteen een uitsloverige rotschop gaven, zodat hij ergens, ver weg terecht kwam waar je hem moest gaan halen. Om te laten zien dat ze heus nog wel een balletje konden trappen. Er was niemand in de buurt die mijn non-actie gezien had.

Tien jaar straatvoetbal en vijf jaar jeugdcompetitie – abrupt geëindigd met een kapotte knie – rollen op je af. Onderdruk maar eens de reflex die daarin wordt opgebouwd.

Maar mijn trots schrompelde ineen toen ik bedacht dat het ‘overstapje’ wel dé manier is om een bal te spelen zonder hem te raken. Je voeten blijven 15 jaar oud.

Nierstenen

 Als ik nu ergens anders zou willen zijn dan in Bagni di Lucca, dat Michel de Montaigne beschrijft in zijn Reis naar Italië (1580-1581). Montaigne reisde als een gek. Tenminste in de ogen van zijn reisgenoten.

 Nooit wisten die waar meneer de volgende dag naartoe zou willen. Of dat hij zou blijven waar hij was. Zijn parcours is een zigzag door Frankrijk, Duitsland en Italië. Zijn nieuwsgierigheid wees de weg. Maar nierstenen had hij ook. Een pijnlijke kwaal waarvoor hij vooral badplaatsen bezocht, het water dronk en zich baadde.

 Ondanks buikkrampen en kolieken - waar zijn humeur nooit onder leed - reisden ze per paard, de bagage volgde in karren. Het langst bleef hij in Bagni di Lucca. De baden zijn er nog. Soms raakte hij daar stukjes steen of gruis kwijt.

 Behalve indrukken van land en volk beschrijft de auteur van de Essais uitvoerig al zijn lichamelijke belevenissen: 'Elke ochtend baadde ik mijn ogen door ze in het water open te houden. Ik voelde niet dat het me goed of kwaad deed. Ik denk dat ik drie pond water in het bad heb geloosd, waar ik vele malen heb gepist, en wat meer dan gewoonlijk heb gezweet, en doordat ik ook nog ontlasting had (...)'. 

 Nierstenen kwijtraken. Probeer het maar in 1581, geen andere weg dan via de pisbuis: 'Dinsdag nog een. En ik kan u verzekeren dat ik gemerkt heb dat dit water de kracht heeft ze te verbrijzelen, want van sommige voelde ik hoe groot ze waren terwijl ze afdaalden.'

 Vooruit, nog een nacht - in Florence - uit deze reis van 17 maanden en 8 dagen, zoals hij trots besluit: 'Ik had niet de indruk dat de hitte erger was dan in Frankrijk. Maar om deze te vermijden in die herbergkamers was ik gedwongen 's nachts te slapen op de tafel in de eetzaal, na er matrassen en lakens op te hebben gelegd (...) ik deed het ook om geen last te hebben van de wandluizen, waar alle bedden van vergeven zijn.'

Tags: 

Mierenhoop

 Me vanmiddag in het Stedelijk Den Bosch gebogen over Mens en Mier, zoals gezien door Dries Verhoeven in zijn installatie Homo Desperatus. De wanhopige mens en de mier, als leerzaam of afschrikwekkend voorbeeld.

 Of gaan alle vergelijkingen tussen mens en mier, mensenwereld en mierenhoop onherroepelijk mank?

 De mierenhoop is perfect georganiseerd, terwijl toch niemand orders uitdeelt. Mieren beslissen bij meerderheid. Ze stemmen 'met hun voeten'. Wat het collectief doet is het beste voor iedereen. Je opofferen voor het collectief is regel. Moet er een brug gebouwd worden, dan is je skelet vanzelf bouwmateriaal. Het individu bestaat niet.

 Zo leven ze al heel veel langer dan mensen. En werkel­ijk in de beste van alle denkbare werelden. Juist omdat ze niet denken. Valt er ergens een slachtoffer, dan gaat diens noodsignaal razendsnel – anders dan bij onze luchtvaartautoriteiten - rond en deinst de meute terug.

 De ondertitel die Verhoeven aan zijn tentoonstelling gaf is 'beeld van het menselijk lijden in de 21ste eeuw'. Hij laat het zien in 44 levenloze maquettes van 'rampple­kken', van Tsjernobyl tot het Amazonegebied. Stuk voor stuk fiasco's, maak­sels van de Homo Despe­rat­us. Ruïnes waarin levende mieren naar het lijkt nieuwsg­ierig rondlopen, alsof ze zich verbazen over onze onbegrijpelijke gebreken. Kleine camera's brengen daarvan steeds wisselende spookachtige live-beelden op een groot scherm achterin de zaal.

 De verleiding is in deze dagen groot hier Gaza of de rampplek van de MH17 in te zien. 

Mädchen

 Is de titel - in een enkel woord - van het nieuwe fotoboek van Diana S­cherer. Foto's van meisjes, zo jong dat ze nog dicht bij de grond leven.

 'De grond', zo noem je dat als kind.

 Hun gezichtjes zie je nergens. Ze liggen met hun gezicht tegen de vloer - soms het tapijt, soms het linoleum - hun armen en benen meest gestrekt, de kleine handruggen naar boven. Alsof ze steun zoeken bij een andere wereld. Zich van ons afkeren.

 De foto's werken.

 Ik ruik die vloeren, zoals zij ze moeten ruiken. Duw mijn neus in het tapijt als eens. Mijn element, zo goed weet ik nog hoe ik over vloeren alleen maar kon kruipen, voor het lopen kwam.

 Van kruipen naar lopen. Dertig centimeter verschil in hoogte en alles veranderde. Zoals het beklimmen van een dijk in een vlak land een sensatie is.

 Je gezicht in een tapijt duwen is thuiskomen.

 Diana Scherer geeft geen uitleg bij deze foto’s. Ze spreken voor zichzelf, zoals ik nu. 

Tags: 

After life

 Mijn vliegangst komt voort uit voorstellingen van de laatste secon­den voor de ramp. Dat is wat nu bedolven moet worden onder rituelen.

 De Japanse film After life van Kore-eda is de meest troostrijke die ik over de dood zag. In Japan wordt het kersenbloesemfeest uitbundig, met veel eten en sake, gevierd. Zowel de kortstondigheid als het nieuwe leven. In maart, april en mei trekt het kersenbloesemfront van Zuid naar Noord, waarvan op radio en tv verslag wordt gedaan. Overal zijn feestjes, picknicks ‑ ook op begraafplaatsen ‑ of ontmoetingen van geliefden in parken waar de bloesems bloeien. Kamikazepiloten werden ook wel 'kersenbloesems' genoemd.

 In Kore-eda's After Life belanden de gestorvenen in een soort voor­geborchte in de vorm van een filmstudio, waar ze wordt gevraagd het mooiste moment van hun leven te bedenken. Dat wordt dan gefilmd.

 Als ze het filmpje te zien krijgen en 'het klopt' lossen ze op en zijn weg. Zo is er een oude dame die na veel dubben kiest voor de vallende kersenbloesem. De regieassistent versnippert roze vloeipapier en laat het neer dwarrelen voor een schijnwerper. Camera loopt. En zie: kersenbloesem. De oude dame vervaagt. 

Die Frau des Polizisten

 Duits, Duitser, Duitst. Vanavond de drie-urige film van Philip Gröning gaan zien over de vrouw van de politieman. Die begint met een raadselachtige beeldenreeks, die me lange tijd vooral deed afvragen 'How German is it?'

 Of het nu om kleren ging, om plaveisel en bakstenen - nooit ouder dan 1945 - om vitrage, behang of schemerlampen. Overal lag meteen al dreiging overheen. De schilder Matthias Weischer, meester in jaren '70 en '80 interieurs is nergens ver.

 Kom je dichter bij het echtpaar en het vijfjarige angelique dochtertje - het kind dat alles goed moet maken - dan onthult zich het drama. Dichter op de huid kun je niet filmen, zodat de grote blauwe plek op de rug van Christine in het voorbijgaan gezien, maar toch, als een alarmsignaal werkt.

 Er is iets grondig mis. En dat zie je terug in het geringste detail. Gröning gebruikt het 'Duitse' als horror. Sadomasochisme is het thema, maar ook en vooral hoe versluierend de alledaagse praktijk daarvan is! 

 Zijn opbouw in hoofdstukjes, vaak ultrakorte taferelen bijna bewegende foto's, waar je zomaar in en uit valt, is een vereenvoudiging die werkt. Zo goed als er geen buren of vriendinnen langskomen, de enige anderen die je ziet zijn collega-politiemannen. En er is een raadselachtige oude buurman, die zijn vitrages stijf gesloten houdt. Van hem kom je niets te weten. Zodat je wel moet besluiten dat hij de God van deze wereld is.

Esiri Erheriene‑Essi (2)

 Diana Ross en de Supremes, leven die eigenlijk nog? Als je ze op Youtube ziet zeker, net als Judy Garland. Leven is een betrekkelijk begrip geworden.

 Als je schilderijen van Esiri Erheriene (1982) zo bekijkt begrijp je hoe ze met mediapersonages omgaat. Ze leeft ze. De door haar geschilderde John en Jackie Kennedy komen je meer tegemoet dan archieffilmpjes. Haar Supremes spatten van het doek af, onvergeeld. Popmuziek is bij haar voorgoed tijdloos. Cliff Richard, natuurlijk!

 Met haar omkeringen van leven en dood doet ze niet anders dan ons mediagebruik ernstig nemen. Wij leven immers met de doden. Onze wereld is een kermis en een kerkhof tegelijk. Vandaar de ontsteltenis als blijkt dat de dood echt bestaat.

 Esiri doet nog iets anders. Het kijken zelf is bij haar een onderwerp. Zo laat ze de geschiedenis bekijken door toeschouwers. Zodat je in Arnhem kijkt naar taferelen waarop mensen kijken naar mensen. Alleen staan die laatsten niet op het doek. Zodat je als kijkende mens naar kijkende mensen, kijkt. Waar kijken ze naar? Vaak niet veel goeds, aan hun blikken te zien. Geen muziek, eerder een lynching in het Zuiden van de VS, jaren '50. Haar familie komt uit Nigeria, ze groeide op in Londen. Alledaags racisme hoort in haar wereld net zo goed thuis als de tv en de popmuziek van alle tijden. Net zo goed als de flaneur van alle steden en alle tijden, haar held Charles Baudelaire, of de mediaspin Andy Warhol. 

 Wie wil weten hoe Malcolm X. Judy Garland ontmoet moet naar Arnhem.  

Woorden

 Wie schrijft krijgt het nu met de dag moeilijker. De steeds herhaalde beelden overstemmen elk woord. Nogeens de locomotief en de koelwagons. Nogeens de man die een speelgoedbeest omhooghoudt. Wat kunnen woorden hier tegenover stellen, tegenin brengen? Zo kwam ik terecht bij de net verschenen Onverzamelde gedichten van Chr. J. van Geel (1917-1974). Waaruit:

 KLACHT DER AGRESSIE

 Ik ben een langzame kogel die bij zijn baas wil blijven.

  

Of:

 INZICHT

 Ik kijk door het vergeten heen

in onaantastbaar nieuw vergeten,

door meer vergeten toegelicht.

  

Of dit:

 Wie leeft is met iets bezig,

je hoopt op wat nooit komt,

om niet te zien dat er niets is.

 

 De bundel, bezorgd door Elly de Waard, begint met:

  ARS

 Het ware kunstwerk

een wond die geneest.

Esiri Erheriene-Essi (1)

 Wat is grappig aan het echtpaar Obama dat koffie drinkt? Wat hebben ze te maken met het voormalige kindsterretje Judy Gar­land? Met Malcolm X, de Supremes of het echtpaar Clinton?

 Er zijn glossies, er is tv, er zijn Bekende Personages. In het wereldnieuws komen ernst en pijnlijke grappen onweerstaanbaar samen.

 In het Arnhems Museum voor Moderne Kunst is Esiri’s eerste over­zicht te zien. 'Don't support the greedy' heet haar tentoonstelling, en die greediness is de onverzadigbare gretigheid naar publici­teit. Ze neemt veel zwarten op de korrel, omdat die de glamour tot hun levensstijl hebben gemaakt. Ze komt uit Londen (geboren 1982), met haar Nigeriaanse komaf loopt ze niet te koop. Ze is zwart, just like that.

 Haar techniek is schilderen met verf, vaak over collages van oude fanbladen van film- en muzieksterren heen. Strips zijn nooit ver. Stardom is haar grote thema, de dubbelzinige gruwel ervan.

 Iedereen die zijn gezicht naar voren duwt in de media is bij haar een ster, ook de bij arrestatie gefotografeerde vrouwen of politieke partijgangers. Allemaal vallen ze ten prooi aan haar kwast en haar grappen.

 Haar leerschool was behalve strips ook merkwaardigerwijs Lucian Freud wiens werk haar duidelijk maakte dat er geschilderd moest worden. Op de Amsterdamse Ateliers kreeg ze les van Marlene Dumas, maar sorry to say, ze is haar leermeesteres al ver voorbij.

Pagina's