Oppositie

  K.Michel stelt in z'n gedichten vragen als 'ja maar waarom?' of 'zou het ook niet kunnen dat?' Hij neemt iets uit elkaar, bekijkt de onder­delen, zet het dan weer in elkaar. Anders, maar beter. Zo voert hij oppositie tegen de bestaande orde.

 Donderdag hoop ik met hem door de stad Amsterdam te lopen voor een aflevering in de zomerserie van de Avonden. Zijn bundel Waterstudies (1999) bevat dit gedicht, dat de titel Jong landschap draagt: 

 Wakker worden in de asbak

 Oksels en leer / De smaak van sokken

 Rondjes lopen onder het tandenpoetsglas

 Alles wat ik zie / Is uitzicht met ruitenwissers

 Gebroken groen, huiskamerkoeien / Ruilverkaveling en spellingvereenvoudiging

 De typische cakedoos van een dijkdorp 

 Drie keer achter elkaar / Zegt iets / Ik wil naar buiten

 Mijn hart springt op / De was smelt in mijn oren

(...)

 

 

 

Tags: 

Onkruid

 Vorig najaar verzamelde ik zaden van m'n balkonplanten in een plastic zak.

 Allerhande, noodgedwongen. Vaak in het vrije veld uit­gegraven. Ik pootte ze in een rij potten. Sch­eiden naar soort bleek ondoenlijk. Ook al omdat ik de namen niet kende. Opzoekpogingen leverden niet meer op dan het blauw-lila slangenkruid. Er kwam meer en ander blauw. Op zeker moment was heel m'n balkon blauw.

 Een enkele brandn­etel legde al snel het loodje. En toen was er een klapr­oos. Die laatste twee had ik nooit geplant. Zouden ze door de wind zijn aangevoerd of met vogelpoep meegekom­en?  Ingrijpen of laten gaan? Zo zit ik op m'n balkon, en breek m'n kop.

De foto's van George Breitner (2)

 In 1961, bijna veertig jaar na z'n dood werd bij toeval ontdekt dat Breitner ook fotograaf was. Hij had z'n foto's nooit in het openbaar getoon­d.

 Nu zijn er 2850 negatieven en afdrukken van deze pionier van de straatf­otografie, die kunnen wedijveren met Franse Nabi's als Bonnard en Vuillard. Breitner ging zelden van huis zonder schetsboek, veldezel met schilderskist én vanaf 1889 z'n camera. Ontwikkelen en afdrukken deed hij zelf.

 Om passanten te fotograferen stond hij bij bruggen of stelde zich verdekt op bij straathoeken. Mensen volgen deed hij ook. Soms werd hij opgemerkt, kijkt iemand hem aan. Geen bezwaar, zo te zien.

 In de techniek was hij geen perfectionist. Veel is onderbelicht, grij­zig, onscherp. Met opzet toch. Hij zocht stegen in tegenlicht, donkere silhouetten tegen lichte lucht, nam extreem hoge of lage standpunten, zat graag dicht op zijn onderwerp. Een modernist avant-la-lettre. Waarom toch zoveel foto's? Hij gebruikte ze, zei hij eens als 'spiegel van de herinnering'.

 Morgen na 22.00 in de Avonden meer.

Tags: 

De foto's van George Breitner (1)

 De mensen op de foto’s die Breitner vanaf 1889 maakte zijn vluchtig. Een dienstbode, een werkman, een heer. Op een haar na ontsnappen ze.

 Het lijkt of Breitner met z'n toes­tel moest rennen om ze nog te kunnen pakken. Ze lopen weg, wijken uit, vervagend, onscherp.

 In de Rotterdamse Kunsthal is een kleine keus te zien uit de foto's van de meester der duisternis. Waarschijnlijk is zijn fotograferen begonnen als het verzamelen van materiaal voor schilderijen, later werd het op zichzelf staand beeldend werk. Donker was zijn stad, de stegen lagen in vochtige schaduw, waar alleen tegen het eind van de dag een straal licht doordr­ong. Zelfs zijn befaamde natte sneeuw bracht nauwelijks licht. Er werd gebou­wd, nieuwe wijken verrezen, maar het resultaat hoefde hij niet. Alleen het slaan van de kraters interesseerde hem.

 Er verscheen in 1989 een boek met Breitner-foto's dat ik in 1991 cadeau gaf aan mijn vriend Johnny van Doorn, op zijn sterfbed in het ziekenhuis in Amster­dam-Noord. Zijn liefde voor de krochten van het ‘spookslot Amsterdam’ indachtig.

Isaac Israels in Amsterdam (2)

 In 1886 maakte Isaac zich los van het ouderlijk huis en ging hij naar Amsterdam, waar hij werkte tot 1904, toen hij naar Parijs vertrok.

 Treffend is de brief die Isaac in 1905 vanuit Parijs aan z'n vriend Erens schreef ter gelegenheid van diens verloving: 'Het bestaan krijgt voor jou een nieuwe allure, je lijkt op een arme voetganger die plotseling wordt uitgenodigd plaats te nemen in een luxueuze automobiel.'

 Maar zelf is hij in de weer met talrijke modellen-vriendinnen. Hij citeert nog een uitspraak van Erens uit de tijd dat ze gezamenlijk in Amsterdam, 'op jacht gingen': "'Arme vrouwen die ons in de armen vallen', ik herinner me dat je eens die sinistere uitroep slaakte.' Sinister was het tijdperk van de 'heren'. Geslachtsziekten waarden rond en een zwanger model of dienstbode kon nergens op rekenen.

 Wat geciteerd wordt uit de 240 brieven die Isaac met Frans Erens wisselde spettert van de pagina's: eerlijk, vol zelfspot. Waarom schreef hij niet voor de Nieuwe Gids net als al z'n vrienden, de Tachtigers? ' Och, ... als ik ga schrijven, dan vertel ik wat ik spreek en ik heb altijd gedacht, dat ik niet zou weten wie ik dan zou moeten aanspreken en daar om zal ik maar blijven zwijgen.'

 Ja, tegen wie heeft een schrijver het?

Tags: 

Isaac Israels in Amsterdam (1)

 Tekeningen uit de 350 schetsboekjes en brieffragmenten waaruit Isaac oprijst - voor het eerst kon geput worden uit de brief­wisseling met boezemvriend Frans Erens - als chroniqueur van het fin-de-siècle.

 Vandaag kreeg ik het buitengewoon amusante boek van Jessica Voeten en Freek Heijbroek in handen bij de opening van de tentoonstelling in het Stadsar­chief. Het Amsterdam van de jonge Tachtigers, die aan de stadsranden woonden, in de Pijp of rond het Ooster­park.

 Wat een verhalen! Over zijn brouillage met Breitner om een model dat Isaac van hem kaapte. En de eeuwige aandrang om toch eens te trouwen: 'Als ik een vrouw had die ik nu en dan kon zien zou het perfect zijn. Maar ja, dat kan ik niet, men moet altijd bij elkaar zijn en dat maakt mij bevreesd. Ik ben misschien niet erg dapper.' Erens en hij hielden het op 'betaalde liefde'. Tot Erens toch trouwde.

 De brieven van Isaac Israels - die met Erens zijn in 't Frans, zelfs op hun kroegentochten door Amster­dam, bij het kamers zoeken spraken ze onder mekaar Frans - zouden nu toch echt eens vertaald moeten worden en verschijnen. Meesterlijk-directe schrijver ook nog.

Verlies

 Wat zich van de Nederlandse bevolking meester maakt na een nederlaag van het voetbalelftal werd in oude boeken wel beschreven als 'doffe berusting'.

 De mooiste beschrijving ervan staat in 'Het leven is vurruk­kulluk' van Remco Campert, geschreven in 1961. Het verlies kondigt zich al aan op pagina 111: 'Ernst-Jan veegde zijn mond schoon en richtte zijn blik weer op de radio, alsof het een televisietoestel was.

"Het is één-nul voor België", zei hij.'

En de genadeklap komt op pagina 143: "Hoe is het met de wedstrijd?' vroeg Boelie.

"Verloren", zei Ernst-Jan. "Vijf-drie. Het Nederlandse voetbal is morsdood. Het is gedaan met ons land. We kunnen niet eens meer voetballen. Het is gruwelijk. Alleen de drank geeft nog soelaas."

'Hij draaide de radio uit. De stem van de verslaggever die zijn visie op de zojuist gespeelde wedstrijd gaf, stierf weg.

"Geen nabeschouwingen", zei Ernst-Jan. "Vooral geen nabeschouwingen."

Isaac Israels en het moment

 Het moment. Het lijkt alsof het zo uit z'n penselen op het doek knalde. Isaac Israels deed zelden langer over een doek dan een uur.

 Van Mayken Jonkman leer ik wat aan dat schildermoment vooraf ging: vooral eindeloze potloodschetsen. Hij moest zich de indruk die hij wilde gaan vastleggen inpren­ten. Noem het een bewaard moment. Of beter een gereconstrueerd moment. Of ie er van droomde weet ik niet. Op foto's zie je hem staan schilderen, bijvoorbeeld op de Scheveningse boulevard. Maar wat hij daar maakte waren hooguit schetsen in olieverf, niet de doeken die ik nu in Panorama Mesdag zag.

 Zijn werkwijze is anders dan die van de impressionisten. Hij zet geen kleuren naast elkaar. Wel suggereert hij veel met 'vegen'. Lezend over Israels kom ik steeds z'n Franse jaren tegen, zijn 'heilzame oriëntatie op Frankrijk'. Daar vind je wat hem zo anders maakt dan zijn Nederlandse tijdgenoten. Hij was "de enige Nederlander die al omtre­nt 1900 iets van Toulo­use-Lautr­ecs 'spir­ituele sarcasme', iets van diens gepoin­teerde ner­vositeit had..".

 Donderdag zijn Mayken Jonkman en ik te horen in het Panorama Mesdag bij Isaacs weergaven van Scheveningse baadsters.

Tags: 

Strandfeest

 Crisistijd, zomer 1933. Maar als het regende gaf mijn grootmoeder strand­feesten binnenshuis, voor de kinderen. Ze leek naar het schijnt op me. Ik heb haar nooit gekend.

 Het gezin woonde op Kijkduin. Ze schepten zand achter de tuin waar 't duin begon, brachten het in de kamer en maakten zo een binnenhuisstrand.

 Mijn grootvader, die als kapitein bij de Holland Amerikalijn verlamd was geraakt, zat vrijwel zonder pensi­oen thuis. Nog een tijdje probeerde hij wat te verdienen als bewaker van de fietsenstalling, maar de jongens waren hem te snel af.    

 Dit is Kijkduin, ontvolkt en deels afgebroken tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Katwijkselaan, waar ze woonden is verdwenen.

Tags: 

Krop's bakwerk

 In het Amsterdamse school-blok uit 1917 van De Klerk aan het Spaarndammerplantsoen zitten deze Raven van Hildo Krop. Boven het postkantoortje.

 Woon je eenmaal in een baksteenland en wil je kunst en ar­chitectuur bij elkaar brengen dan komt iemand als Hildo Krop hier op uit. Zittende raven in gebladerte. En niet zonder beteke­nis: in de Chinese mythologie zijn raven boodschappers.

 Deze manier van met baksteen boetseren heet 'bakwerk'. De gevoegde bakstenen zijn in een mal gegoten en afgewekt in de steen­fabriek in Opijnen. De grondstof, leer ik, is anders dan die van baksteen, bestaat uit gemalen baksteen met wat klei. Om barsten bij het bakken tegen te gaan liet men het mengsel eerst in vochtig zaagsel drogen. Maar hoe ze die voegen er zo mooi in kregen weet ik nog niet. Op naar de Zaanstraat.

Morgen na 22.00 in de Avonden meer.

Tags: 

Pagina's