Mei is een ongelukkig verliefd meisje, dat na 31 dagen sterven moet. Ik lees om half negen pagina 89, als mijn voorganger is geëindigd met: '...terwijl de stilte peinsde om te raden...'. Waarna ik verder ga met:
'...geluid dat komen zou, terwijl ze ried
En peinsde nog en luisterde, een lied
Speelde daar al en floot een nachtegaal.
Het werd geboren uit de stilte, taal
Van stilte zelf, alsof het zwijgen sprak,
Onmerkbaar overgaand in spraak die brak...'
etc.
Wat een zin: 'Taal van stilte zelf, alsof het zwijgen sprak..'.