Micha Wertheim

 Waar Henny Vrienten vorige week als Zomergast meer televisie bracht dan ik kon verdragen deed Micha Wertheim vanavond het omgekeerde.

 Hij legde ook uit waarom, niet toevallig riep hij Wim T.Schippers aan. Die als eerste in nederland liet zien wat televisie met ons doet, hoe de camera ons gedrag verandert. Micha gaf geen schaduw van een voorstelling, bleef ook in de studio koppig Micha, keek geïnteres­seerd om zich heen en praatte voor zich uit. Terwijl hij toch fragmenten liet zien waarin wel degelijk werd opgetreden.

 Wat hij vanavond aantoonde weet ik niet. Zeker dat het medium z'n beperkingen kent. En dat er maar heel af en toe mensen aan ontsnappen. Ook dat hij daar niet toe behoort. Zoals Willem Frederik Hermans het 'onsympathieke romanper­sonage' introduceerde, zo bracht Micha Wertheim het ongeschikte tv-personage. En dat zegt - om hem te parafraseren - veel over de tv.

 Als eerste ooit zag ik hem zelfs - heel terloops - een vrucht (een perzik?) eten, met vingeraflikken en al, terwijl de gouden tv-regel toch luidt: eet nooit, want dat ontsiert.

The captain's paradise

 Een schok. Precies deze kapiteinshut, zoals ik hem gisteren zag aan boord van de SS Rotterdam herinner ik me uit de film met Alec Guinness als de titelheld.

 Een jaar of twaalf was ik. En met open mond volgde ik het dagelijks leven van deze Engelse kapitein van de veerboot tussen Gibra­ltar en Tanger. Hij is de enige die daar van boord mag, Tanger is een gesloten zone. De kardinale dialoog is deze. Guinness ligt op dit bed, hij kijkt op zijn horloge en neemt de spreekbuis ter hand. Precies zo'n spreekbuis als hier te zien is.

 'Captain,' zegt hij.

 'Halfway captain,' komt een stem van de brug.

 En dan gebeurt het. Aan het hoofdeind van het bed staat een ingelijst portret van zijn echtgenote, een keurige En­gelse dame. Maar met druk op de knop kantelt ze en neemt een zg. 'oosterse schone' haar plaats in. De kapitein blijkt twee keer getrouwd, in Gibraltar en in Tanger.

 De manier waarop dat tenslotte NIET misloopt is ideaal. Met de Kerst koopt de kapitein voor beide echtgenoten een cadeau, maar bij vergis­sing krijgt de Marokkaanse danseres de stofzuiger die voor de Britse bestemd was en de Thatcher-achtige een bikini. Beiden zijn opgetogen en voelen zich eindelijk begrepen.

Tags: 

Pilaarheiligen

 Wie zijn toch die figuren op de tientallen, metershoge reclamezuilen in de Düsseldorfer Altstadt? Manshoog staan ze daar, alleen of met z'n tweeën uit te kijken over de spazierende menigte.

 De 'Säulen­heiligen' die de Düsseldorfer beeldhouwer Christoph Pöggeler al sinds 2001 neerzet lijken zo van de straat geplukt. Populair zijn ze, ze worden veel gefotografeerd.

 Pöggeler heeft zijn idee van de antieke pilaarheiligen, lees ik. Hij kiest 'gewone mensen', stelletjes, ouders met kinderen, zakenlieden. En geeft ze weer, levensecht, te goed zowat. Steeds denk je 'wat doen die lui daar op die zuil'.

 Met behulp van welk mij onbekend procédé heeft hij deze personages tot beschilderde kunststof (?) gewekt? Komen ze voort uit driedimensionale foto's? Op de site van Pöggeler zelf is nauwelijks iets te vinden over zijn werkwijze.

Drempel

 De drempel. Daar bracht de Fresh widow-tentoonstelling me tenslotte.

 Duchamp wilde rond 1920 een schilderij niet meer zien als de ver­beelding (sorry voor het woord) van een uitzicht, maar als een ding. Maar daarmee was hij nog niet blind geworden. En ramen had zijn huis ook nog steeds, al noemde hij ze fresh widows (matig geestig, als ik het zeggen mag) inplaats van French windows. Wat hij ook probeerde, hij bleef steken, op de grens van binnen en buiten, halverwege bedenksel en werkelijkheid.

 Magritte maakte er één grote grap van, alle Franse filosofen ten spijt. Le soir qui tombe (1964) is zijn laatste woord.

 Rooms with a view, wat zijn wij ande­rs? 

Vensters

 Mijn kampioen bij Fresh Widow, het raam in de kunst, zoals te zien in Düsseldorf zijn de winkelpuien en etalages van Chris­to..

 De étalageramen zijn afgedekt, het zicht op de uitstalkast tijdelijk - of voorgoed - geblokkeerd. Doordat het raam van binnenuit met pakpapier of een laken is afgeplakt of bedekt, of doordat hij het raam heel klassiek van binnen heeft witgekalkt. Je ziet een pui van een winkeltje. Achter de afgedekte ruit brandt licht. Je ziet een bovenrand van gaatjesboard (alles zelfgemaakt, Christo's materiaalgevoeligheid is verbazend). Is de eigenaar bezig zijn nieuwe zomercollectie (ik denk aan schoenen) neer te zetten?

 'Christo 'verpakt een niets' zegt de toelichting, ik hou het erop dat wat hij verpakt verwachting is. En verder toont hij - zoals later bij het verpakken van brug­gen en torens - in zijn eigen woorden 'de werking van de energie van plooien' (1993). Iets dat je ook van een kledingsstuk kunt zeggen. Noem het maar niets..

 Nog tot 12 augustus in de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen.

 ps. vanavond, 25 juli is Avondlog even uit de lucht voor onderhoud, tot morgenochtendvroeg..

Tags: 

Fresh widow

 Düsseldorf, een zomeravond, pantoffelparade langs de Rijnoever, waar een soort amfitheater is aangelegd voor de voorstelling die de rivier tegen zonsondergang biedt: Nederlandse aken, de Lineke uit Werkendam vaart vlak onder het podium door..

 Ik soes na over de meesterlijke tentoonstelling die ik hier zag. Het venster in de kunst sinds Matisse en Duchamp. Het kolkt na. Bij da Vinci is het oog het venster van de ziel. De gebroeders Grimm zien het venster als het oog van een huis, en het oog als venster van het lijf. Waarbij steeds de vraag blijft wie er kijkt, en of ie naar binnen kijkt of naar buiten.

 Het duizelt me. Marcel Duchamp kreeg er ook genoeg van. Hij timmerde ‘Franse’ openslaande glazen deuren, maar beplakte het glas met glimmend leer, zodat je hooguit jezelf erin vaag weerspiegeld zag. Al bedong hij dat het leer dagelijks gepoetst zou worden. En hij verhaspelde French Windows. Weg oog, weg ziel.

 Weg kunst in een raampje. Maar daarmee was de kous niet af. Verbazend hoe mensen als Olafur Eliason (bewegende kaders), Magritte (peilloze grappen) of Isa Genzken (betonnen ramen) zich uit het dilemma venster-schilderij (of beeldhouwwerk) redden. Het venster. 

 En ik ging de straat op. Er werd gebouwd. Een oude gevel was tijdens de restauratie behangen met een enorm doek vol gefotografeerde ramen. Gescheurd, ook dat. Dat moest meteen het museum in, vond ik. Ramen, er is geen ontkomen aan.

Düsseldorf (1)

 In ik denk 1972 speelde Randy Newman voor het eerst in het Concertgebouw. Omdat ik hem en z'n toenmalige Duitse vrouw Roswitha kende was ik na afloop in de kleedkamer, waar Roswitha's ouders en ooms hem opwachtten. Mensen uit Düsseldorf, waar zij ook vandaan kwam. Mijnwerkers, in nette pakken, met gelooide nekken waar het kolenstof nooit meer uit zou gaan: 'Es war sehr schön Randy', zeiden ze.

 Hij had natuurlijk ook 'In Germany before the war' gedaan, dat ie voor haar schreef. Een parafrase van Fritz Langs film 'M', over een kindermoordenaar, die in Newmans versie verwijst naar Hitler, die in 1934 net een jaar aan de macht was.

 

In Germany Before The War

There was a man who owned a store

In nineteen hundred thirty‑four

In Dusseldorf

And every night at five‑o‑nine

He'd cross the park down to the Rhine

And he'd sit there by the shore

 

I'm looking at the river

But I'm thinking of the sea

Thinking of the sea

Thinking of the sea

I'm looking at the river

But I'm thinking of the sea

 

A little girl has lost her way

With hair of gold and eyes of gray

Reflected in his glasses

As he watches her

A little girl has lost her way

With hair of gold and eyes of gray

 

(I'm looking at the river etc.)

 

We lie beneath the autumn sky

My little golden girl and I

And she lies very still

Tags: 

Eleven flowers

 Wat ontbreekt? Wat was er, maar anders? Zo kijk je naar de autobiografische film Eleven flowers van Wang Xiaoshuai, die zich afspeelt in het China van 1976, vlak voor de dood van Mao, tegen het eind van de Culturele Revolutie.

 Hoe was het? De film van Wang bracht mij naar mijn eerste bezoek aan Praag, in dat zelfde jaar 1976. In Praag vond je toen de cafés in de nauwelijks verlichte stad puur op het cafégeluid, lichtreclames of uithangborden van biermerken waren er niet. Wel leuzen op rode banieren, overal. Ook in Wangs Chinese bergdorp leuzen, hier in goud tegen rood.

 De film draait om de belevenissen van vier jongetjes. Maar eigenlijk vooral om het kostbare - door zijn moeder gemaakte - nieuwe shirt van de hoofdfiguur, die 'gymleider' mag zijn bij de ochtendgymnastiek van de school.

 En zo keek ik een avond lang naar jongenskleding van een vergeten makelij. Wang moet er heel precies in geweest zijn, want gek genoeg zijn het de jongensbloesjes, de stof, de naden - eerder dan het drama - die je verplaatsen naar een andere tijd. Voel maar, zo was het.

Trümmer

 Komende week even in Düsseldorf. En ik kan het niet laten de stad van 1946 door die van nu heen te zien.

 Als kind was ik in Keulen, Hannover, ken het puin. Niet voor niets komen in de serie Heimat alleen dorpen op de Hunsrück voor. De naburige stad Koblenz, die ik in 1953 zag, met z'n board-en-golfpl­aat behuizingen tussen slatuintjes, midden in het centrum, het zonnige puin van Koblenz was weg. Het Koblenz van 1946 als décor nabouwen? Onmogelijk.

 Düsseldorf dan: in het laatste oorlogsjaar mikten de Engelse bombardementen vooral op woonwijken 'om de moraal te breken'. De winter van '46-'47 was uitzonderlijk stre­ng. Bij gebrek aan brandstof en voedsel stierven velen. De nazi-Gauleiter van de stad wilde in april 1945 een 'strategie der verschroeide aarde' toepassen en de gehele bevolking ontruimen, maar de stad was al omsingeld. In 1939 woonden er 550.000 mensen in Düssseldorf, in 1945 nog 185.000. Er vielen 5858 doden onder de bevolking. Van de huizen en gebouwen bleef 7% onbeschadigd, maar in Keulen, Essen of Duisburg was het erger.

De drie puntjes van Céline

 In de onlineversie van het tijdschrift Terras, erfgenaam van Raster blogde Kim Andri­nga gisteren over de fameuze puntjes.

 Voor mij van groot belang omdat ik al een paar jaar werk met twee puntjes. Een korter ritme. Andringa vond een televisie­‑in­terview met Louis‑F­erdinand Céline (1961). Nauwelijks zichtbaar maar veelzeggend: 'Céline krijgt het woord, en de taal kolkt over je heen, zijn wat nasale Parijse accent (l'accent parigot uit de oude films met Jean Gabin of Arletty, dat je nu eigen­lijk alleen aan de toog van Parijse buurtkroegen nog wel eens opvangt), de half ingeslikte woorden, de hakkelende woor­denstroom die de kenmerkende drie puntjes uit zijn boeken opeens hoorbaar maakt en daarmee - voor mij althans - die boeken een stuk leesbaarder, levender.'

 Andringa ontdekt dat Céline praat zoals hij schrijft: 'Een innerlijke ritmische taal, ononderbroken, 630 blad­zijden lang! Ga je gang! Probeer het maar!' Over de drie puntjes zegt hij dat ze 'eigenlijk haaks op de tekst staan' als de dwarsliggers van metrorails: 'Anders blijven ze niet op hun plek, m'n rails! ik heb dwarsliggers nodig!'

 Andringa heeft gelijk. Ken je zo'n stem dan lees-hoor je 'ma petite musique' nog veel beter.

Tags: 

Pagina's