Handschrift

 Wanneer een schrijver sterft rest ons zijn handschrift. Zoon Steven stuurde me de eerste twee pagina's van 'Staren in het duister', het laatste - onuitgegeven - boek van Willem Brakman (1922-2008).

 Wat staat er? Hoe staat het er? Ik kreeg 176 brieven van Willem en leerde zijn dokterspootje ontcijferen. Doktershandschriften neigen naar het geheimschrift, waren ooit louter bedoeld voor collega's en apothekers. Handgeschreven woorden komen tot leven. Je gaat naar hun bedoeling, hun gevoelswaarde raden. Staat hier werke­lijk 'een gekookte barbaar met een boterham'? En 'donderruil'?

Lees: 'Als ik terugblik naar mijn jeugd, dan is dat het beste in de regen, het plein, de kerk, dan is 't maar het beste een gekoo­kte barbaar met een boterham met mayonaise. Hoe dan ook leefde daar een oude brief met een zuster die veel knisperde. Terecht zat zij aan de kade en riep honende terechtwijzingen. Al dit was gepaard met een kauwen achter in de keel. Ik ken een wezen dat geen menselijke trekken vertoont - voor 't geval dat, maar dat het vooral moet hebben van de deur, de kalk van de deur, een terug naar de mensen, een kat en mevrouw Van de Broek d'Aubrenant. Een donderruil. (...)'

Tags: 

Elf jubileert niet

 Wanneer beeldend kunstenaar P.J.Roggeband ermee begon valt na te gaan. Hij jubileert namelijk. Althans wat mij betreft. Sinds 2002 houdt hij zich 'onvoorwaardelijk' bezig met de elf en elfletterige woor­den. In zijn wereld zal het jubileum dus pas volgend jaar gevierd kunnen worden.

 Wanneer onderzoekers in CERN bij Genève proberen de samenstellende deeltjes van ons heelal te vangen met een deeltjes­versnel­ler zal Rog­geband zeggen dat hij het probeert met woorden van elf letters. En wie zal zeggen welke methode vruchtbaarder is.

 Ik heb bij Roggeband symptomen opgemerkt die het midden houden tussen immuniteit voor woorden met meer of minder letters dan elf en regelrechte elfletterdwang. Wie de wereld van Roggeband binnengaat, neemt anders waar, wat leidt tot selectief zeggen en schrijven. En vele vragen op zijn site. Wat denkt hij van de ONDER­GOOIER? Van de DICHTDOE­NER (met de kanttekening: Beste­lbusje schreeuwt dat zij 'uw partners in toegangsoplo­ssingen' zijn...). Wat van DAK­MANSCHAP? Of HOOFDKRATER?

 Onder die laatste kop exposeert hij momenteel 'tekentotems' in étalages in de Amsterdamse Zeeheldenbuurt. Hij zal daar ook rondl­eiden. Er zal  geen gelegenheid tot FELICITEREN zijn, hoewel dat woord het juiste aantal letters telt. Volgend jaar dus.

Tags: 

Naakt (3)

 Ben ik hier nog gewenst? Of is dit iets louter tussen schilder en model en kan ik me beter stilletjes uit de voeten maken?

 In de jaren '30, de vorige crisistijd, had men in de schilderkunst een voorkeur voor  klassieke onderwer­pen: stillevens, landschappen, (zelf)portretten en naakten. Het onwerkelijke, het statische sloop erin, niet alleen bij Willink, Pyke Koch, Raoul Hynckes en Moesman. Ook in deze van Edgar Fernhout uit 1936. En dat met grote precisie.

 Waarom? K.Michel schreef me 'Ik heb weleens horen zeggen dat het moeilijkste om te schilde­ren bij een naakt de blik is.' Bij de lege blikken op Lucian Freud-portretten denk ik aan de maandenlange zittingen die er voor nodig waren. En dit Fernhout-model sluit wijselijk de ogen. Of slaapt ze?

 Vanavond na 22.00 in de Avonden meer.

 

 

 

Lon Robbé (1)

 Zag in Arnhem ook - in de hoge koepel van het museum - de panoramische reuzenprints van A­lpenlandschappen, lang geleden, in de tijd dat de aanblik van de Alpen nog een sensatie was, door amateurs eindeloos op fotootjes vastgelegd.

 Door Lon Robbé werden ze 'digitaal verbrijzeld' en kregen daarna deze vorm. Van dichtbij zie je de pixelpatronen maar van de overkant van de museumkoepel zijn er ruimte, licht en diepte, bergen en lucht. Maar wat is wat? W.G.Sebald gebruikt in z'n boeken soms uitvergrotingen van gravures waaraan dit doet denken. Er ontstaat een soort etseffect. Maar beter misschien, iets nieuws.

 Het oude fotootje wordt digitaal uiteen genomen, en uit de verte zie je weer een berglandschap. Zij het van een heel andere, betoverende beeldkwaliteit. 

ps. Gedenk de Agfa Photokarte, waarop alle verplichte fotoplekken in de Alpen stonden, met de sluitersnelheid en diafragma's erbij.

Tags: 

Naakt (2)

 De reden dat het Arnhemse museum naakten tentoonstelt ligt in het verwerven van een schilderij van Wout Schram. Een Liggend naakt voor het raam uit 1931.

 Alles is eraan in evenwicht, de kussens kunnen niet blauwer of geler, de roze schoenen geven de finishing touch, en goddank kijkt ze me niet aan maar uit het raam. Klein accentje schaamhaar, zelfs een rooie vlek op de heuphuid, die zegt dat ze kleren heeft aan gehad. Huidplooien in de linker bovenarm, onder de oksel en waar de bh zat. Maar er is iets merkwaardigs met het schilderij. Je ziet het en je ziet het niet. Ik liep er eerst twee keer langs.

 Mijn eerste passen gingen naar het 'Reclining nude #1' van Fleur van Dodewaard uit 2010. Drie panelen van 100 bij 150 cm. Temidden van de naakten van vroeger en nu vertelt het je hoe dit moet eindigen. Met het roze van de schoentjes uit 1931. 

 

Naakt (1)

 Morgen naar het Museum in Arnhem om 'Nieuwe Naakten' te zien. Een specialiteit daar, het naakt.

 Ze bezitten er uit de eerste helft van de 20ste eeuw, maar ze houden het - meestal toch vrouwelijke - naakt bij. Er zijn er ook van de laatste jaren. Mij is het naakt toenemend een raadsel. Een letterlijk Fremdk­örper, eerder surrealistisch dan wat ook. Wie nu een naakt schildert moet zoveel klippen omzeilen. Allereerst het onderscheid tussen naakt en bloot dat Kenneth Clark in 1956 maakte in zijn klassieke 'The nude', waarbij het naakt de geïdealiseerde vorm is.

 De erotiek krijgt bij hem bij hem een hoofdstuk: 'ecstasy', vol satyrs en maenaden, meer niet. Hemelse, harmonische schoonheid tegeno­ver wat in de oudheid al ir­rationele dier­lijke impulsen heet­ten. Terwijl het juist zo spannend is die twee te zien strij­den.. Is mooi opwindend? Is opwindend mooi. En dan, zijn ze dat ondanks of dankzij? Ach, leefde Rudy Kousbroek nog maar. 

Maannachten

 Afgelopen maandag schreef ik oa. over Robert Zandvliets 'Maan­nacht' (2009).

 Zandvliet geeft wel de titels van klassieken uit de schilderk­unst waarvan hij heel eigen versies maakte bij z'n tentoonsteling in het Haagse GEM. Naar de make­rs van de oorspronkelijk werken laat hij je raden. Een spannende onderneming waaraan in dit geval ook Gijsbert van der Wal deelnam. Dinsdag mailde hij: 'Beste Wim, moet je kijken hoe mooi de Zandvliet op jouw weblog rijmt met een nocturne van George Hendrik Breitner, die ik vorige week fotografeerde in het Musée d'Orsay in Parijs.'

 En later die dag: 'Beeldrijm? Je zou het haast denken hè? Staat er iets over in een catalogus ofzo, dat je weet?' Maar de catalogus was nog niet klaar, er lag in Den Haag wel één exemplaar ter inzage, waarin niets over Breitner.

 Gisteren mailde Gijsbert: ‘Ik heb de twee plaatjes nog eens naast elkaar gezet en Zandvliets schilderij MOET een kopie zijn van de Breitner. De vorm van de wolken is hetzelfde, de verdeling van licht- en donkerplekken, zelfs de twee oranje lichtjes aan de horizon.’

 Robert Zandvliet maar eens mailen?

De man zonder ziekte

 Het is warm en ik lees het nieuwe boek van Arnon Grunberg 'De man zonder ziekte'.

 Er iets over schrijven is niet eenvoudig. Ik vermoed dat ik een gewone lezer ben. Het is dus niet vreemd als ik begin te lezen op pagina 218 om te zien wat er uitkomt van mijn ver­moedens. Arnon vertelt tevoren nooit iets over een boek. Hij was ervoor in Irak, meer weet ik niet.

 De titel deed me meteen denken aan de 'Mann ohne Eigensc­haf­ten' en ook aan Arnons filmheld Selig uit de Woody Allen-film. In het eerste deel word ik voorgesteld aan een hoo­fdp­er­soon die Samarendra heet, maar is opgegroeid in Zwitserland en een Indiaas uiterlijk heeft. Zodat ik Arnon zie lopen als Peter Sellers in The Party, tot ik dat weer vergeet.

 Hoe loopt het af met een man zonder ziekte? Dat verklap ik natuurlijk niet. Wel dat dit boek in mijn lezersogen meer Arnon is dan al zijn vorige.

Kostuums

 In mijn Zutfense jeugd was de dood nog omgeven door mysterie. Lang voor de lijkwagen de straat binnenreed sloot men - midden op de dag - overal de overgordijnen.

 Ik keek - als veel buren - toe door een kier, terwijl de gefluisterde vraag 'wiesterdood' rondging..

De gordijnen deed men pas weer open als de wagen de straat weer was uitgereden.

 Wat me opviel: bij bruiloften droeg men vrijwel de zelfde som­bere kostuums als bij begrafenissen.

De witte bruid zag eruit of haar iets ergs ging overkomen. 

Robert Zandvliet (3)

 Sinds hij in 2006 de kans had een sneeuwbui langdurig te bekijken is er iets met hem gebeurd. 

 Vanuit dat vibrerende wit, de leegte, ging hij een wereld opbouwen. Observerend van een afstand. Veel nacht, water, vuur, landschap, zo noteerde Hans den Hartog Jager in 2008. In de Nederlandse schilderstraditie van Willem de Kooning, Mondriaan, Ben Akkerman.

 Zandvliet gelooft oprecht in de Platoonse idee van een objectieve werkelijkheid achter de onze. En dan komt Plato's grotmetafoor: 'we kunnen een kern vermoeden, een waarheid, maar we zien alleen schaduwen. Een schilderij geeft nooit de werkelijkheid weer, komt er zelfs niet in de buurt. Toch geloof ik bijna tegen beter weten in koppig in het ultieme beeld, het ware beeld. Die quees­te houdt nooit op.’

 ‘Ik transformeer op deze tentoonstelling het beeld van de ander in mijn wereld. In Plato's woorden zijn ze allebei schaduwen. Ik kom nooit verder dan weer een schaduw.'

 

Pagina's