Manon Uphoff

 Lees haar kleine roman De ochtend valt. Een verhaal waarin op de spits gedreven wordt wat binnen een gezin kan.

 Een kind is getuige. Weinig ontgaat een kind. Maar wat het ziet (Mijn vader doodde mijn moeder) blijft een boek lang tussen haakjes. Wat beschreven wordt is de werking van de geheimzinnige kracht die zelfs de vreemdste dingen gewoon kan maken. Er staat: 'we zijn normale kinderen in een normaal huis'.

 De vader rekent erop. Hij en de kinderen leven verder met 'de vraag die niet gesteld mag worden, de vraag die niet bestaat.' Binnen en buiten zijn voor elk gezin al twee werelden, hier groeien ze onuitgesproken uiteen. Belangrijk daarbij is het huis. Het huis dat binnen houdt wat niet naar buiten mag. Er staat: 'Denk niet dat ik kan vertellen hoe we binnen ons huis leefden, volgens ons eigen systeem (...)'

 De gedachte die je al lezende bekruipt is deze, leeft niet ieder gezin met gruwelijk gewone geheimen.

Tags: 

Lucebert

 Vanmiddag met Frank Koenegracht in 't Amstelveense Cobramuseum bij de Lucebert-tentoonstelling Open de kooien van de kunst, gedichttekeningen bekeken.

 Frank is fan, van jongsaf, ik worstel. Luceberts grote en vaak dikke woorden hinderen me vaak. Uit de biografie weet ik van zijn katholieke achtergrond, die het hem moeil­ijk maakte temidden van de over­wegend com­munis­tisch gezinde vijftigers en Cobraïsten. En ja, zijn eigen wereldomspannende neigingen zijn zoveel oorspronk­elij­ker. Als Frank me détails en grapjes aan­wijst heb ik bijna vrede met zo'n gedicht als 'blauwe maan­dag': 

 

hij was byzantijns verwekt

maar nu ligt hij daar stom

in zijn tombe te mompelen

de stommeling bezocht door

de bezoeking nog stootblok te zijn

voor veren vodden vuilnis

een wrak in de wasbak van het heelal

 

Maar stiekem denk ik, okee gooi er nog 'n heelal tegenaan.

Sarah van Sonsbeecks Zomeravond

 Donderdag is ze twee uur lang te horen in de Avonden. Anton de Goede reisde met de 'stiltekunstenares' naar de plaats van haar nieuwste project, in het Belgische dorp Vlimmeren.

 In haar atelier hangen de zg. Faraday­‑tassen - gebaseerd op het principe van de kooi van Faraday - naar haar idee gemaakt en ook te koop. Onbegrijpelijke tassen, zo geconstrueerd - met magnetische sluiting - dat een mobiele telefoon, of een ander com­municatief ap­paraat dat je erin meevoert gegaran­deerd onbereikbaar wordt. Een tas die je van de communicerende buitenwereld afsnijdt. Nu zou je kunnen zeggen, als je dat wilt, koop dan geen telefoontje of, als je er een hebt, zet het af.  

 Te licht gedacht. Bij het doorsnijden van de navelstreng ‑ want zoiets is het ‑ heb je hulp nodig. De tas is een hulpmiddel bij het zetten van een existentiële stap. De stap naar een niet‑bestaan, een tijdelijke schijndood. Ik overdrijf niet. Zelf houdt Sarah het krap een uur uit, dan wordt het haar te machtig. 

 Eens stond ik op een boot naast een meisje dat haar telefoon­tje uit haar handen liet glippen. Het verdween in de golven. Het gevolg was niet minder dan hysterie. Ter plaatse maakten we een lichte vorm van dat afgesneden zijn aanschouwelijk. Voor de foto. En stelden vast dat blindheid een zwakke afschaduwing moet zijn van telefoonloosheid.

 

Rutger Kopland

 Werd maandagavond 16 juli herdacht in de Avonden. In 1998 schreef hij een boek over dichters 'die hem verrasten'. Een van hen - eveneens dichter en psychiater - Frank Koenegr­acht, reageerde in brieven. Op 16 augustus 1997:

 'Mijn zoontje heeft zojuist een snoek van 99 centimeter gevangen bij ons voor de deur in de singel. Zo'n snoek van een meter is een mythologisch dier, dat kun je rustig van mij aannemen. Als hij op de grond ligt spartelt hij niet zoals andere vissen maar hij krinkelt als een slang. Wat is de bedoeling van een snoek?' (...)

 De mooiste zin staat in de laatste brief, die in dialoog­vorm is gegoten:

 'Rudi: Je bent psychiater, dokter van de ziel...  Koenegracht: Ik weet het niet. Over de ziel ga ik geloof ik niet. Ik weet niet of hij in mijn takenpakket zit of functieomschrijving maar ik zal je een verhaal vertellen. Een tijdje terug was ik - alweer - aan het snoeken met mijn zoon Jop. Op zeker moment liep Harry Rooijmans* voorbij en hij vroeg of er vis zat. Ik zei jazeker Harry er zit snoek en zeelt. Zeelt is een erg donkere vis die stil onder water ligt. Je ziet hem nooit maar hij is er wel; net als de ziel. Harry lachte ver­legen en jongensachtig en mompelde Frank zullen we de ziel dan maar laten zitten? Niet gek hè, voor een psychiater.'

 * hoogleraar Psychiatrie in Leiden.

Alberto Giacometti (1901-1966)

 De meester van de afmetingen en de afstanden - en het verband tussen de beide - groeide op in een bergdorp bij de Italiaans-Zwitserse grens waar ik eens ben wezen kijken. Hij maakte aantekeningen die in 1978 in het tijdschrift Raster vertaald zijn door Paul Beers. Hier ontwaakt hij uit een droom.

 'Toen ik die morgen wakker werd zag ik mijn servet, dat gewichtloze servet, voor de eerste keer in een nooit aanschouwde onbeweeglijkheid, als het ware hangend in een verschrikkelijke stilte. Het had geen enkele relatie meer met de stoel, die geen achtergrond had, noch met de tafel, waarvan de poten niet meer op de vloer rustten, hem nauwelijks aanraakten, er was geen enkele relatie meer tussen de dingen die door peilloze afgronden van leegte waren gescheiden. Met ontzetting keek ik naar mijn kamer en het koude zweet liep over mijn rug.

 Enkele dagen nadat ik in één ruk het voorgaande geschreven had, wilde ik die geschiedenis weer opnemen, haar bewerken. Ik bevond me in een café aan de boulevard Barbès‑Rochechouart waar de prostituees vreemde, lange, magere benen hebben.

Een gevoel van verveling en vijandigheid belette me de zaak te herlezen en ondanks mezelf begon ik de droom anders te beschrijven.'

Tags: 

Sluiting Berlijnse Gemäldegalerie

 Het opdoeken van de Berlijnse Gemäldegalerie waar ik zo goed de weg weet, zou te vergelij­ken zijn met sluiting van iets tussen het Rijksmuseum en het Mauritshuis in. Toch dreigt het te gebeuren.

 De stad Berlijn is in principe failliet en de situtatie wordt nog slechter door de komende schadec­laims als gevolg van het mislukte vliegveld Schönefe­ld. Plannen voor een nieuw te bouwen museum zijn nu luc­htfiet­serij. Daarom gaan er twee petities rond. Te vinden op onderstaande adressen.

 De tweede link is een open brief van het Verband Deutscher Kunsthistoriker. De petities zijn aan verschillende adres­santen gericht, ze kunnen dus allebei ondertekend worden. Onderaan de brief staan links naar ach­tergrondinfor­matie. Ik moest ze ook eerst lezen voordat ik kon geloven, wat hier dreigt te gebeuren.

 

De verteller

 In het tijdschrift Raster stond in 1980 een stuk van Walter Benjamin (1892-1940), vertaald door Anthony Mertens en Jacq Vogelaar. Nu online. Waaruit:

 'Steeds zeldzamer ontmoeten we mensen die nog echt iets weten te vertellen. Steeds vaker ontstaat er in een gezelschap verlegenheid wanneer de behoefte aan een verhaal wordt geuit. Het is alsof ons een talent ontnomen is dat ons meest onvervreemdbare bezit leek. De gave namelijk om ervaringen uit te wisselen.

 Een oorzaak voor dit verschijnsel ligt voor de hand: de ervaring is in waarde gedaald. En het is alsof ze in een bodemloze put is gevallen. Elke keer wanneer we de krant opslaan valt te konstateren dat ze weer een nieuw dieptepunt heeft bereikt; dat niet alleen het aanzien van de wereld buiten, maar ook dat van het morele bestaan opeens veranderingen heeft ondergaan die men nooit voor mogelijk had gehouden. Tegelijk met de (eerste) wereldoorlog begon zich een proces af te tekenen dat sindsdien niet meer tot stilstand is gekomen.

 Had men aan het eind van de oorlog al niet gemerkt dat de mensen met stomheid geslagen van het slagveld terugkeerden? Niet rijker - maar armer aan meedeelbare ervaring. Waaraan vervolgens tien jaar later in een stroom van oorlogsboeken lucht werd gegeven was allesbehalve mondeling overgeleverde ervaring. En dat was niet verbazingwekkend. (...) Een generatie die nog met de paardetram naar school was gegaan stond onder een blote hemel in een landschap, waarin alles veranderd was behalve de wolken en daaronder - in een krachtveld van verwoestende stromen en explosies - het nietige, broze mensenlichaam.'

Tags: 

Merel Noorlander (2)

 'Il n'est point de bonheur sans toi' (Er is geen geluk zonder jou), zegt de oude Franse ansichtkaart met het gouden randje. Zij kijkt naar hem op. Hij houdt de kin van het hulpeloze vrouwtje tussen duim en wijsvinger. Merel Noorlander zet die wereld in haar animatiefilm op z'n kop. Op de Haagse ZomerExpo over Liefde zijn iets teveel zoetsappige huisdieren en oma's.

 Merel: 'Onder de zoetelijke oppervlakte ligt de onuitgesproken wreedheid die hartstocht naar boven kan brengen.' Hartstocht en wreedheid zijn bij haar 'totaal met elkaar verbonden. Je kan ze niet los van elkaar zien'. Hoe? 'Het een brengt het ander naar boven.'

 Als het een er is sluimert het ander eronder? 'Ja, wreedheid, of erger, moord en doodslag. Je kan je totaal in mekaar verliezen en waar je dan heen gaat, waar je dan belandt...'. Ze gelooft in de liefde, maar dan all‑in. Mooi en verschrikkelijk. De film eindigt met een afgesneden mannenhoofd op een stokje dat de zaal rondgaat als ijsje voor de bezoekers...

 'Soms wil je iemands hoofd even afhakken. Ja, soms zou ik dat wel eens willen doen ja.'

 Vrijdagavond na 22.00 is ze te horen in de Avonden. 

 ps. naschrift: op 17 augustus kreeg ze de tweede prijs van het publiek bij de Zomerexpo

Walter Blum (1)

 Het omkeerbare jaartal 1961 - zet je het op zijn kop dan staat het er nog - is het zenit van de haarlaktijd.

 Met als symbool de onbegrijpelijk op­gewekte, intens frisse Doris Day. De tijd van de stilstand, die werd samen­gevat in bijvoorbeeld het klassieke handboek voor opgroeiende meisjes 'Bekoorlijk en behoorlijk' of de film 'l'An­née dernière a Marie­nbad'. Alain Relais (1961) laat die on­beweeglijke smet­teloos­heid zien.

 En nu reikt Constance Willems me het werk van de fotograaf Walter Blum aan, uit het Spaarnestad-archief. Blum (1890‑1964) was van oorsprong een Berlijnse operazanger, hij verloor zijn stem, emigreerde in de jaren '30 naar Amsterdam en werd fotograaf. Vooral van ook weer smetteloze huiselijke taferelen en mode. Oa. voor de Libelle. Maar er is iets met hem aan de hand. Walter Blum maakt grap­jes, soms hele vreemde, die alleen in 1961 gemaakt konden worden en die nu vooral raadselachtig zijn geworden. Alles zo mooi analoog van kleur. Ik vermoed een Kodak-roodzweem..

 Ik denk dat een van onze fotomusea maar eens een Walter Blum-tentoonstelling moet inrichten. Later meer en waarom precies.

Tags: 

Merel Noorlander (1)

 Morgen ga ik kijken in de studio van Merel op het NDSM-terrein in A'dam-Noord. Waar ze haar film Il n'est point de bonheur sans toi maakte, die ik zag op de Zomerexpo in het Haags Gemeentemuseum. Gruwelijke animaties van zoetelijke Franse filmstills van rond 1900.

  Over de liefde. De ‘onuitgesproken wreed­heid die harts­tocht naar boven kan bren­gen’. Een klassiek - maar verzwegen - liefdesverhaal. Waarbij je vreemd genoeg gaat denken ‘ja natuurlijk’.

 Het wordt vertoond in een oude bios­coop, een jongen koopt twee kaartjes en de film begint. Eerste scène: de klassieke minnaar brengt een ruiker mee, kust het meisje en vreet vervolgens haar adorerende kop eraf met z'n kunst­gebit. En­thousiast ap­plaus uit de volle zaal. Maar wees gerust, aan 't eind komt ze terug, ze snijdt z'n hoofd af en gaat ermee de zaal in, waar ze het aanbiedt aan het bewonderend publiek. Applaus. Einde.

 Vrijdag te horen in de Avonden.

Pagina's