How German is it? (2)

 'Wohin wir uns wenden im Gewitter der Rosen, ist die Nacht mit Dornen erhellt' heet het wandvullende (vier bij acht meter) schilderij van Anselm Kiefer uit 1998. Verf, prikkeldraad en gedroogde planten op doek.

 Waarheen je je ook keert in het onweer van de rozen, licht de nacht met doornen op. Het pièce de resistance in Boijmans zegt meteen onontkoombaar waar het om draait in de naoorlogse Duitse schilderkunst. Althans tot voor kort. 

 Er is een kentering. De verwerking van de oorlog, de Bewäl­tigung, inclusief de DDR en de grimmige tijden van de Rote Armee Frac­tion maakt plaats voor lichtere tonen, zelfs grapjes en ver­halen. Stripfiguren zoals de Donald Ducks van Markus Lüpertz en hier Walter Dahn, die met z'n 'Dial­og' (1981) de Duitse dis­cussiedrift hekelt, de tong van een orakelende debater krijgt oogjes en kijkt de spreker ver­bijsterd aan.

 De ouderen, meest in of voor de oorlog geboren, zijn en blij­ven ernstig. Hoe zouden ze anders? Begrijpelijk/onbegrij­pelijk de sym­boliek van Penck, de onderstebovens van Baselitz. Gek, Joseph Beuys, die er als eerste doorheen brak, ontbreekt. Maandag meer.

Tags: 

Lon Robbé (3)

 Morgen is ze te horen in de Avonden. In het atelier waar ze de gehate en beminde Alpenfotootjes uit haar moeders album digitaal verbrijzelde en een nieuw leven gaf als panoramische, digitale reuzen.

 'We kijken naar de bergen,' zegt ze, 'maar we kijken ook naar een foto. Een foto is ook een ding, net als een berg.' Digitale foto’s maken van analoge. Het digitale gebruiken om te laten zien wat het analoge met ons heeft gedaan.

 Zo zoekt ze uit hoe de werkelijkheid die we in een foto zien, een afspiegeling is van de fotografie. Zoals de werkelijkheid ook een afspie­geling van is de taal. als we erover schrijven, praten, denken. Vandaar haar behoefte aan bevrijding van al de staande interpretaties. Om opnieuw te kunnen kijken naar zoiets als de Alpen.

 Wat doet fotografie met ons? Wat doet taal met ons?

(foto: Marc Pluim, met dank aan het MMKA)

Tags: 

How German is it?

 Vanmiddag in Rotterdam in Boijmans oog in oog met vooral de eerste na-oor­logse Duitse schil­dersgeneratie.

 Wat delen ze? Het moet het lelijke zijn. Waar de Duitse liter­atuur faalde in het verwerken van de oorlog - W.G.Sebald overlaadde de schrijvers in zijn Luftkrieg und Literatur met verwijten - hadden de schild­ers een antwoo­rd. Sigmar Polke, Anselm Kiefer, Gerhard Richter, Markus Lüpertz, Immendorf, Penck en Baselitz vonden in het lelijke hun antwoo­rd op het onbeantwoordbare.

 Lelijk schilderen, de lelijkheid van een wereld van beton en beenderen, van ratten en meloenen (Lüpertz), van een reus die vliegtuigen uit de lucht maait (Dahn en Dokoupil) of een badkuip vol ja wat, gekookte ingewanden (Peter Feiler). En het dan op z'n kop hangen (Baselitz). 

 How German is it? Kijk naar het naoorlogse plaveisel in Saarbrücken of Essen en je weet waar je bent.

Joop Schafthuizen

 Wat rest Joop Schafthuizen, nu het Amsterdams Gerechtshof goedvindt dat het derde deel van de Reve-biografie van Nop Maas verschijnt?

 De Hoge Raad? Hij is er toe in staat. Het kan hoog lopen bij Joop. Toen ik met Reve zijn boek De Avonden opnam in verschillende Hilversumse studio's lukte het vijf opnamedagen lang Joop in Schiedam te houden. Niet makkelijk, gezien zijn jaloezie op alles wat Gerard buiten hem om deed.

 Maar de zesde dag kwamen ze getwee. De laatste verbeteringen werden vastgelegd en daarna zou ik Gerard interviewen over het boek en de radio-uitzending. Bij de eerste bandwissel was het raak. Joop had achter het glas bij de technicus - de door Gerard aanbeden Mark Meeuwis met de 'dierenogen' - toegeluisterd, nu stormde hij de studio binnen. Letterlijk stikkend van drift...

 'Jij, jij...' was al wat hij kon uitbrengen. En daarna 'ik gaat, ik gaat...'. En hij rende de deur uit. Gerard bleef even verslagen achter. Daarna rende ook hij de gang op. Tegen mij bezorgd mompelend 'die kleine, hij zal toch niet…'. Pas na een hele tijd keerde hij terug. Joop was onvindbaar. Van een interview kwam niets meer.

 

Tags: 

Liefde (2)

 Liefde is meestal niet hier maar ergens anders, eerder of later. Ze was er (was ze er?) of zal komen.

 Dat laatste zie je vreemd genoeg op deze tentoonstelling voorgesteld in de oude dag. Het 'samen oud worden' is in deze kunst uitgegroeid tot 'n hartewens. En dus zie je een menigte verschrompelde naakte stellen. Lucian Freud kent vele navolgers. 

 Het naakt en verrimpeld mekaars hand vasthouden moet wel een idee van jonge mensen zijn. Toen Paul McCartney When I'm sixty four schreef kon hij niet vermoeden hoe hij nu op podia zou staan.Ouderdom schijnt ook iets met wijsheid van doen te hebben, onuitroeibare vrome leugen.

 Ouderdom is iets voor jonge mensen.

 ps. bijschrift bij de GrootMoeder van Margreet Blaas:'Ze heeft me met haar er­varing, wijsheid en kracht helpen herinneren dat het leven zich beweegt naar vervulling.'

Liefde (1)

 Een onmogelijk onderwerp. Bedrog, zelfbedrog, illusie, dat zie je het meest uitgebeeld op de zg. ZomerExpo in het Haags Gemeen­temuseum. Maar hebben de makers het in de gaten?

 Dit in navolging van de Summer Exhibion van de Londense Royal Academy of Arts. Open inschrijving, gevestigde, niet geves­tigde en opkomende kunstenaars. Van de 1640 deelnemers bleven er 235 over.

 Liefde blijkt een vrouwenzaak. Maar één op de tien overblij­vers is man. En die richten zich bijna zonder uitzondering op eenzaamheid, teleurstelling, solitaire geilheid. Maar wat de vrouwen uithalen! Ze bestijgen alle bergen, dromen er op los, en projecteren hun fantasieën naar hartelust in wie er maar voorbijkomt, tot de duivel toe. Drama volgt op extase bij de gezonde ziekte die liefde heet.

 Mijn winnares is Merel Noorlander met haar film 'Il n’est point de bonheur sans toi sans ton amour'. Drie animatiefilms, gemaakt uit Franse jaren '30-ansichten, acryl en stof die eindi­gen in wreedheid. Zegt ze: 'Onder elke zoete tederheid van de liefde ligt een onuit­gesproken wreedheid die passie doet ontluiken'. Maar daaraan raakt het meeste niet. Dat gaat over relaties met wat tegenwoordig 'loved ones' heet. Au.

 Later, en morgen na 22.00 in de Avonden meer.

Louise Wimmer

 Zoals de film van Cyril Mennegun begint denk je zij is een slachtoffer, wonend in haar oude auto, zich wassend bij pomps­tations, haar post komt in 't cafe.

 Slachtoffer, nu nog zien van wat en wie. Haar gezicht verbergt, aan praten doet ze niet. Bijna vijftig is ze en kamermeisje, werkster. Ze heeft een al te zichtbare pukkel op haar rechterbovenlip die uitgroeit tot een merkteken. En dan pas, na een demonstratie van vernuftige overlevingstechnieken - eten pikken in wegrestaurants, geld winnen bij paardenraces, benzine hevelen uit de tank van een vrachtwagen - blijkt hoe het zit. Zij, zij heeft haar man afgedankt, hij wil helpen, maar ze wijst zijn hulp af, net als die van anderen.

 Louise wil niet geholpen worden. Leven kan ze alleen op haar eigen voorwaarden.

 Ik verdween in de film, tot m'n nek. Vereenzelvigde me zo met de trots van Louise dat ik me begon af te vragen of ik hier ooit nog uit zou komen. Maar de film bracht redding.

Lon Robbé (2)

 Vanmiddag op bezoek in het Amsterdamse atelier van Lon Robbé. Haar Alpen zijn steeds nog te zien in Arnhem, in het Museum voor Moderne Kunst.

 Haar Alpen. Ze liet me het fotoalbum uit 1953 zien met de Alpen van haar ouders. Fotopanorama's zoals ik ze zelf ook aan elkaar geplakt heb. De verdwenen wereld van ontwikkelen en afdrukken, van 'zijn ze gelukt'? Van diafragmas en sluitersn­elheden.

 En daarna wat ze ermee deed, hoe ze de Alpen terugveroverde. Met behulp van een krakkemikkig scanprogramma en digitale bewerking. Een nieuw en wonderlijk samenspel van geheugen en techniek, waarmee ze de Alpen heeft bevrijd uit de ketenen van foto-albums, wandelstokken, koekoeksklokken en al wat we aan ze gekleefd heb­ben.

 Berglands­chap­pen van vrijgevochten pixels. ‘Kijk,’zegt ze, ‘die Alpen zijn natuurlijk niet veranderd. Wij zijn veranderd.’

 Vrijdag as. is Lon Robbé te horen in de Avonden.

 

Tags: 

Cartografie

 Vanmiddag samen met K.Michel de Amster­damse waterkant verkend, achter het station. Lopend door de geschiedenis heen tot in de verre toekomst.

 Trapop, trapaf, onder het spoor door, naar de Klimmuur en Nemo. Met iedere stap het Buiten- en Binnen-Ij herin­rich­tend: damwanden, bouwputten en verre kerktorens. Wat een ruimte! Michel las oa. zijn gedicht De Kaartenmaker (over de legenda van morgen). Waaruit:

 een dikke lijn is nu / een stippellijn is later

 druppels zijn bronnen / vlammetjes reserves / groen is in ontwikkeling

 een hoorn duidt op overvloed / drie sterretjes op brokken

 de wolken zijn koffiedik / blauw is het ongewisse / groot wordt wat klein was / alle pijlen wijzen vooruit

(...)

 We zijn twee uur lang te horen in de Avonden van 3 augustus as.

Tags: 

Michael Kirkham

 Een van m’n lievelingsschilders, de Engelsman Michael Kirkham (1971) nam deel aan The-Solo-Project, tot drie dagen terug te zien in Basel.

 Stofuitdruking is zijn fort. Maar welke stoffen drukt hij nu eigenlijk uit? Menselijke huid is bij hem marsepein. Zitcomfort, banken, stoelen zijn van skai, dat als alle materie bij hem baadt in de matglans die in de verfwinkel satijnglans heet. Oostduitse kunststoffen die tezamen een onwezenlijke geilheid oproepen. En nu dit stilleven. Kirkham deed dat nog niet eerder. Nu ja, is een schilderij waar een mensenhand op voorkomt nog een stilleven?

 Wat ligt er onder de vingers? Een haarstukje? Het tasten begint bij de duim die de gelakte vingernagel wrijft, in een nerveuze beweging. Een vingerbeweging van het soort dat eindeloos wordt herhaald. Verder is veel onaf of onherkenbaar. Wat bevat de plastic tas? Waar komt die stroomdraad vandaan, waar gaat ie heen? Veel van deze troep blijft onduidbaar. Is dat groene een plastic tasje met make-up spullen?

 De schoen heeft net precies de valse kleur die past bij al deze ongedurigheid. Maar waarom ligt de schoen zo over de hand. Is ie gebruikt als slagwapen? Ja, dat is hier de vraag: is dit een levende, een slapende of dode hand?

Tags: 

Pagina's