Heupbroek voor Venus

 Nu iets anders. In het Nijmeegse Valkhof zag ik wat de Italiaanse kunstenares Anna Utopia Giordano uithaalde voor de ten­toonstel­ling 'Waarom godinnen zo mooi zijn'.

 De Venus van Botticelli - en nog een paar - bijgewerkt naar de schoonheidsidealen van nu. Spijtig dat ze de godinnen ook niet had aangekleed. Wat echt het verschil maakt is toch de spijkerbroek. Een heupbroek voor Venus.

 Wat Anna Giordano goed laat zien: bij Botticelli en Tit­iaan zijn het de heupen waar het lijf om draait, dat evenwicht is in onze tijd verstoord. De broek doet twee dingen. Hij geeft vorm aan de heupen en laat ruimte voor een welvaartsbuik. De kont is versmald, toegevoegd is een buiten­pro­por­tionele borstpar­tij. En dan het geheel. Het vrouwenlijf is een vreemd samens­telsel van delen geworden die samen geen eenheid meer vormen.  

ps. Zondag om 15.45 is er een film over Botticelli en het vrouwenlijf op ARTE.

De zinnebeelden van Hildo Krop

 Wat me bij Hildo Krop het meest verbaast zijn z'n titels.. Ik weet dat de 19de eeuw rijk was aan Vrouwen Justitia en andere zinnebeeldige figuren, maar dit.

 Hij zag veel in de Romaanse beelden die hij kende oa. uit Autun en Moissac. Maar hoe kwam hij van de kruisiging tot het verbeelden van zoiets als 'De geboorte van de daad', zoals te zien in de P.L.Takstraat. Of 'De menselijke energie', even verderop, op een andere school. Of 'Overvloed': een mannenfiguur die een enorme hoeveelheid fruit torst en onder zijn knieën drie slangen in bedwang houdt?

 En wat te denken van 'De onbevangenheid der mensen tegenover het leven' - een dertien meter hoge brugpijlerbekroning bij het Muzenplein. Een steigerend paard met tussen de voorbenen een klein meisje. Symbolisme. En tja, bezwijkt ze straks onder 't animale geweld? Las Krop Freud? 

Tags: 

De onbekende Hildo Krop

 Vanmiddag dan in Steenwijk, in de riante, parkomzoomde art deco-stad­svilla Rams Woerthe waar het Instituut Collectie Krop huist. Wat een huis!

 En de Kropsculpturen passen er. Los van Amster­damse huizen, scholen, bruggen. Eerst moest ik bedenken hoe ik sta tegenover gemeenschapskunst. De symbooloverladen stapelingen waar Gerard Reve zo'n hekel aan had. Logisch, Gerard wist waar de leer op uit was, het onderschikken van het individu.

 Maar er bleek zo veel te zijn. Van de kop van Lenin die in 1931 door Moskou werd aangekocht tot maskers voor theater. Zijn dieren kende ik van bruggen, de rare padden en zeemonsters, maar dat Krop ook geglazuurde gevelstenen maakte met matrozen en hoeren? Waar kreeg ooit een 'stadsbeeldhouwer' de vrijheid een halve stad naar z'n hand te zetten? Tijd voor een Krop-wandeling. Van het Scheep­vaarthuis naar de P.L.Takstraat.

Tags: 

Hildo Krop (1884‑1970)

 Hildo Krop, stadsbeeldhouwer van Amsterdam was geboren in Steenwijk, net als ik.

 Zijn beeldhouwwerken horen bij de Amsterdamse school. Het Instituut Collectie Krop in Steenwijk brengt nu een grote tentoonstelling van foto's van zijn werk en ik wil dat wel zien.

 Krop stamde uit een socialistisch bak­kersgezin en werd naar men zegt door Gerard Reve beschreven in De Avonden. Hij kwam wel bij de familie Van het Reve over de vloer. Krop kreeg ook een bakkersopleiding, vandaar Gerards omschrijving: ‘een communistische koekenbakker van geslachtsloze beelden’.

 Ook op de brug bij het ouderlijk huis van Frits van Egters, de P.L. Kramerbrug, brug 400, genoemd naar de architect die 220 Amsterdamse bruggen bouwde, zitten Krop-ornamenten. Noem de naam Hildo Krop en je zult van elke belezene Reve’s banvloek horen. Maar waar in de Avonden staat toch die passage? Ik heb het hele boek met Gerard opgenomen, maar kan het me niet herinneren.

ps. Wat Gerard Reve schreef over Hildo Krop staat in Moeder en zoon (1980). Op pagina 10 beschrijft hij zijn lagere school: ''de Rozenburgschool, was gelegen aan het Zuivelplein, en was de rechts buitenste van een zeer dreigend, in de art deco-stijl van de jaren '20 opgetrokken, vestingachtig complex van drie scholen, versierd, indien men het zo mag noemen , met de verschrikkelijke beelden van de communistische banketbakker, later 'stadsbeeldhower', Hildo Krop.''

Tags: 

Isaac Israels in Den Haag

 Het boek van Willemijn de Vlieger‑Moll dat zo heet schetst het mondaine Scheveningen van rond 1900. Waar de oude pier (het 'wandelhoofd') in 1901 door Prins Hendrik werd geopend.

 Op vijf plaatsen is nu Haags werk van Isaac te zien. Morgen zal ik kenster Mayken Jonkman spreken in Panorama Mesdag. Over Isaac en de meisjes, want die hangen daar. Hij was het tegendeel van de Haagse school. Net als zijn vriend Breitner schilderde hij geen koeien maar vrouwen.

 Al in 1903 had ie een atelier in Parijs. Maar gek genoeg deed hij - anders dan Van Dongen, Jan Sluyters of Mondriaan - niet mee aan de avant-gardestrijd die om hem heen woedde. In een brief uit 1923 staat: 'het cubisme, dadaïsme, m'en fichi­sme zijn misschien niets anders dan voorwendselen voor lieden die niets willen doen en toch geld willen verdienen en beroemd zijn'.

Geen abstractie, geen symbolisme, zelfs geen fotografie. Hij bleef manisch tekenen en schilderen wat hij zag, zo vluchtig als het was, jagen op 'het ijle van de schijn', vol ongeduld. Veel doeken zijn ook onaf. Maar gek genoeg gooide hij niets weg. Er cir­culeren hele series 'nederlagen', die nu veel geld opbrengen.

Tags: 

Isaac Israels leest

 Vader Jozef moest vaak in Parijs zijn, voor exposities. Het gezin ging dan mee. 

 Bij die - lange - treinreizen werden stapeltjes pagina's uit een meegenomen leesboek los­gescheurd en onder de familieleden verdeeld. Wie zijn deel uit had gaf het door. Hadden ze - vader, moeder, zijn zusje en hij - zo'n stuk uit dan verdween het uit het raam.

 In Vervlogen jaren, de memoires van zijn vriend Frans Erens (1938) staat dat Isaac zeer belezen was, Duits, Frans, I­tal­iaa­n­s, Spaans en Russisch sprak. Maar zijn bibliotheek was chaot­isch: 'boeken vlogen op goed geluk door zijn atelier. Eenigen trof het lot verschroeid te worden door een begin van brand, andere dienden als kussen voor het moede hoofd van een model uit de achterbuurten, of als onderstuk voor een bord met een warm gebakken biefstuk.'

 Isaac wilde geen bibliotheek. Wilde hij iets herlezen dan kocht hij het opnieuw. 'Voor bewaren en het zich bezwaren met aller­lei voorwerpen had hij een doodelijken schrik.' Als rusteloos beschrijft Erens hem. Hij kon midden in een etentje opstaan, zeggende 'Ik ga weg, het verveelt mij.'

 

Tags: 

Call it sleep (2)

 Hinke Schreuders werkt met klassiek vrouwelijk materiaal. Haar thema is ook 'vrouw'. Haar naald en draad-eroti­ek - geborduurd sperma - baarde opzien.

 Maar ditmaal brengt ze twee series over het verdwijnen van de vrouw. Lang was ze verslaafd aan de way of life van Libelle en M­agriet, en nog. Foto's uit die bladen bewerkte ze met draden. Daar hangt prinses Margaret, maar ze wordt overwoekerd door draden. Een volgende vrouw verdwijnt in de bloemen van haar eigen jurk of de ruitjes van haar eigen jas. De draden nemen het over. Heeft Hinke genoeg van ze?

 Een Libelle-model keek altijd opzij, zegt ze: 'wat overko­mt me'. Alsof ze overspoeld werd. Losse draad­jes suggereren een wervelwind. Zie haar kijken, altijd weer verontrust door iets wat op de achtergrond gebeurt maar dat wij niet kunnen zien. Mooi aangekleed voor een gelegenheid, maar altijd die verontrusting. Die blik die zegt let niet op mij. ik ben er eigen­lijk niet. Maar ondertus­sen, wat ben ik prach­tig aangekleed!

 Hinke is de enige die er kunst van maakt. Morgen na 22.00 in de Avonden meer

Call it sleep (1)

 Hinke Schreuders verdiepte zich in de slaap. In haar slapende zelf. Slaapstudies zijn het.

 Niets mooier dan iemand te zien slapen. Een lijf zich te zien terugtrekken uit de wereld. Het is een zesluik. Waarin ook het onbewuste zoeken naar slaaphoudingen. Op de rug, op de zij, terug naar de rug, de andere zij. Bijna hoor je haar slaapademhaling door de neus.

 Wat gebeurt er in je slaap? Het je afkeren, zoeken naar een way out in het matras. Dat is wat je ziet. Terwijl ze me toch heel precies vertelde hoe de serie gemaakt is. Ze heeft haar slaap nagespeeld. Zich van boven laten fotograferen en de opnamen gebruikt voor haar versie in wit-blauw-grijs-zwarte, minuscule kruissteekjes op schilderslinnen, waarin de voorstelling hier en daar overloopt. 

 Te zien in de Amsterdamse Wetering Galerie. Naast ander werk. .

Bewaarde taal

 NRC bracht gisteren het sensationele bericht dat de Neder­landse taal veel ouder is dan gedacht.

 De vroegst bewaarde woorden zijn dus niet 'olla vogala' uit de elfde eeuw maar zitten meeverpakt in een wetstekst van vijf eeuwen eer­der. Vrouw was 'fri', zodat je verloving verbreken ('verzeggen') 'frifrasagin' werd, moord was 'morther', vogel was 'focla' en vee was 'fe'. Ze werden gevonden in een Frankische wetstekst uit de zesde eeuw uit Noord-Frankrijk. Hoe? Als vreemde restwoor­den in een verder Romaanse tekst. Sommige Frankische (een Ger­maanse taal) woorden leefden zo voort. Soms werd zo'n vreemd (Grieks?) woord bij het overschrijven gelatiniseerd of gewoon weggelaten.

Het gesproken oud-Nederlands is dus nóg veel ouder. Hoe overleven woorden? Er was eens een Surinaams radioprogram­ma gesproken in het Sranantongo, met daartussendoor af en toe opeens 'interimbeheer' of 'bijstan­dsmoeder'. Nog langer gele­den hoorde ik in bed het betoverende 'Soci­alistisch Nieuws in Espera­n­to', waarin tussen het koeterwaals woorden als 'vaka­ntiebijslag' of 'bermt­oerisme' konden opklink­en. Woorden als verstekelingen.

Isaac Israels in Den Haag

 Vanaf zaterdag as. is in vier Haagse musea werk van Isaac Israels (1865‑1934) te zien.

 Dit als aanloopje naar de grote Amsterdamse expositie in het Stadsar­chief die half juni begint. Veel Haags stads‑ en uit­gaansleven, portretten en het zomerse strand met de oude pier. Er komen ook twee boeken uit, een Haags en een Amsterdams.

 Het strand trok Isaac. Om de meisjes, meidengek als hij was. Hij schilderde er vaak de actrice Jacqueline Sandberg en ook Sofie de Vries, van wie we nu weten dat ze een langdurige LAT-rel­atie met hem had, van 1916 tot ze - na een lang ziekbed, waar hij haar verzorgde - stierf in 1931. Samen reisden ze naar Italië waar Isaac de mondaine strandgangsters in Viareg­gio schilder­de. Met Suze Cramer was hij bijna verloofd, hoewel ze achttien jaar scheel­den. Haar ouders waren tegen. Bekend is dat Isaac z'n modellen vroeg aan het strand vooral wit te dragen.

 Aan Jacqueline schreef hij: 'wat was het mooi, die witte omhulsels van je laatst, het is wel geloof ik waar ik het meest van houd, wit en blank, maar je moet het niet oververtellen! ik weet wel, alles is mooi, een schooier een kruidenier maar het is toch heerlijk om je over te geven aan je instinctieve preferenties.' Instinctieve preferenties, kun je het verfijnder zeggen?

Tags: 

Pagina's