Waar ook ter wereld (2)

 Op zaterdag 2 juni, bij het VPRO-festival in de Amster­damse Nes, verschijnt het boekje met Cd van de radio­gesprekken van Arnon Grunberg en mij. Op 11 februari 2008 belde Arnon met zijn moeder, oa. over 'Super Tuesday'. Een fragment:

 ''Ze was echt helemaal op de hand van Obama. Die had iets in haar losgemaakt. Als grapje vroeg ik haar toen: 'Mama zou jij president van Amerika willen worden?''

Hoe kwam je er bij om dat te vragen?

''Ik probeer soms lichtheid in de gesprekken met mijn moeder te brengen. En ik vond dit eigenlijk wel een leuke vraag. Het was dus meer bedoeld als een grapje. Ik dacht, misschien maak ik haar aan het lachen of iets dergelijks. Maar ik maakte haar helemaal niet aan het lachen, want ze ging er heel serieus op in. Ze zei 'nou, dat is me te veel verantwoordelijkheid. Ik heb soms al moeite genoeg om de verantwoordelijkheid te accepteren van mijn eigen huis en mijn eigen tuin.'. En daar­mee was het gesprek afgelopen.''

Tags: 

Staren in het duister

 Is de titel van het onvoltooide laatste boek. Ik lees een begooche­lend manuscript. Dat reikt naar achter het duister.

 Willem Brakman heeft de wereld altijd herschapen naar zijn even­beeld. In het gezicht van de dood, schiep hij zijn hiernamaals. De wereld als wil en voorstelling, in een kijkdoos. Wat hier gebeurt is niet af. Zoals Kafka's Amerika niet af is omdat het continent met elke stap van Karl Rossmann groter wordt.

 Zo heeft Willem van jongsaf de dood de buurt, het huis zien binnenkomen; zijn grootvader, een buurvrouw. Huizen, winkels, de Julianake­rk waar men tenslotte wordt uitgedragen. Het riekt er. En zeg nu zelf, de dood is overal, kijk om je heen. Of lees zijn roman Inferno. Een compleet ingericht en gestoffeerd hier­namaals, per bus berei­kbaar, zij het enkele reis.

 Een heilige vrees, tegelijk met de wil te doorgronden. Starend in het duister doet hij juist dat. Hij reikt en reikt. En daar ontstaat zijn andere wereld. Maar weet dan wel, dit boek is zonder eind, het kan nooit voltooid worden.

 

Tags: 

K.Michel

 Krijgt de Vlaamse Guido Gezelle-prijs. Mij hoor je niet. Over prijzen in de letterkunde wordt al zo veel gezegd.

 Zoveel dat het niet-krijgen van zo'n prijs veelzeggender wordt dan het krij­gen. Maar vooruit, een driejaarlijkse dan, in Brugge. Misschien is dat ver genoeg van huis.

 Zo legde hij me eens uit wat geen gedicht was. We keken uit zijn raam over het Oosterpark. En ik had gevraagd wat een gedicht was.

Hij zei 'ik kan je wel uitleggen wat géén gedicht is'. En vertelde hoe eens op een ochtend daar beneden uit de bos­sages van het park een witte kip de Oosterparkstraat was gaan oversteken. Consternatie. Lijn drie, die er net aankwam stopte met knar­sende remmen. Auto's en fietsen evenzo. En voor de ogen van een menigte ademloze toeschouwers stak een witte kip de Oos­ter­parkstraat over. Hier zweeg Michel. En dat deed hij zo welsprekend dat ik niet vroeg 'en toen?'

'Dat was dus geen gedicht.'

Tags: 

Secret Gardens (3)

 Al waar we van dromen. Dat herbergt de verborgen tuin. Het Freudiaanse onbewuste, de metamorfosen, het Paradijs.

 Ja dat toch het meest. Het is er prachtig maar onsterfelijk saai. Dan kruipt de Oude Slang naar Eva - die al die tijd al een sluimerend verlangen had, ze werd onrustig - en fluistert haar in dat een hapje appel genoeg is. Adam blijkt een koud kunstje, mannen kun je alles wijsmaken.

Op Secret Gardens neemt het verhaal vele gestalten aan. Johan Meijerink maakte Adam en Eva tot loden duo's die in een zandcirkel onbeweeglijk tegenover elkaar staan, als figuren in een Zentuin. En Edward Clydesdale Thompson hing schermen voor de ramen die licht doorlaten als een bladerdak. Dat laatste riep een in mijn leven onvergetelijke busreis op met de Gelderse Tramweg Maatschappij. Van Dieren naar Velp, onder het bladerdak van een eindeloze bomenlaan reed de bus. En ik bleef maar staren naar de lichtvlekjes door het open dak.

Samplekanon

 Is een nieuw Internettijdschrift. Het opent met het debuut van filosoof Caglar Köseoglu die in Amsterdam studeerde. Hij onder­zoekt de civiel‑militaire relaties in Turk­ije. Dit heet '34'. Het getal verwijst naar het aantal doden dat viel bij een aanval van het leger in het grensgebied van het zuidoostelijke Ulud­ere.

 Deze traditionele zoetigheid lijkt

de boel alleen maar op te hitsen.

De huishoudelijke klusjes,

het mediëren van geweld.

En hoe voordelig! De het?

Het ritme heeft het primaat. Roep

de familie bijeen en vertel het ze.

Help, de vorm! De wereld is dat

wat het geval is. Die avond vlogen

straaljagers over onze lichamen.

U ondergaat de woorden toch ook?

Liefste, ik hou van je. Want de natie is

een ondeelbaar geheel. Ik en wij!

Vertel ons ‑ bijvoorbeeld ‑

dat Mustafa niet bestaat. Kuch.

Met uitleg enzo. De en het!

Een begin is een woord is een bevel.

Mustafa? Dan het volgende,

narratieve restanten. Hmm.

Ah kom op, één drankje!

 

Op 1 mei is het nulnummer van Samplekanon online gegaan.

Bevrijding

 Zutfen, 1947. ik werd vier. De stad lag nog steeds in puin. Thuis werd nagepraat over de oorlog. Er werd verteld over een gebombar­deerde kolentrein, de spoordijk waar de mensen uit de straat met pannetjes en emmers heen waren getogen om kolen te rapen.

 Afgebrande huiz­en aan de overkant en op de hoek, een geweer, een pistool, kartonnen doosjes patronen. Mijn vader nam dienst bij de grensbewaking en hield zich oa. bezig met de ontluizing van Nederlanders die uit Duitse gevangenschap terugkeerden. Een foto van een militair met een zoontje in vermaakte kleren.

 'Wat wil je later worden?'

 'Soldaat.' Het gewone antwoord.

 Wat bleef was de notie dat er elk moment iets ergs kon gebeuren. Er was sprake van 'voor de oorlog', waarbij de zin hoorde: 'toen was jij er nog niet'. Wat ze vertelden van de bevrij­ding deed me denken aan de intocht van Sinterk­laas. Vast stond dat er na de oorlog in Nederland nooit meer iets van betekenis was gebeurd. Foto's werden bekeken: één lange optocht van mensen in zon­dagse kleren, gekamde haren en in een lach getrokken gezich­ten. Alleen een kind dat heeft bewogen verraadt wat er voor en na het nemen van zo'n foto gebeurde.

Tags: 

Secret Gardens (2)

 De tuin van de Finzi-Contini's is een van de mooiste geheime tuinen uit de literatuur. Waarom? Omdat het slecht afloopt met de rijke Joodse familie die het park bewoont.  Hoe kom je erin? Hoe kom je eruit? Dat is het met Geheime tuinen.

 Wouter Venema maakte een getekende animatiefilm in zwartwit van het leven van een cicade. Heel de levenscyclus van het insect zie je. Verkort, want de cicade brengt een lang leven door in de aarde, onbeweeglijk in een verstilde wereld, als 'ni­mf'. Een wel heel geheime tuin. Soms pas na 30 jaar komen ze bij duizenden tegelijk boven de grond, tevoorschijn uit spleten en holen. Enkele uren zijn er dan zwermen volwas­senen te zien die om het hardst tsjirpen. 

 Wim van Egmond laat je de geheime tuinen zien van micro-organismen, die in sloten leven. Filmde het raderdiertje Stephanoceras, de Poliepenluis en de Vorticella, het klokdiertje, dat eruitziet als een levende tulp op een steel. Zo onbegrijpelijk als ze eruitzien, zo bizar als ze bewegen, toch ken je ze menselijke eigenschappen toe. Om te beginnen zijn ze onbeschrijflijk sierlijk. Ze zitten mekaar na, ze bedrijven een onnavolgbaar soort seks. Of heeft Van Egmond ze daar op uitgezocht?

 Geheime tuinen gaat niet over de natuur maar over hoe we die vermenselijken.  Maandag na 22.00 in de Avonden meer

Tags: 

Secret Gardens (1)

 Waarom ziet het Paradijs eruit als een park? Wat gaat schuil in de verborgen tuinen uit de verhalen?

 In kunst huist waar we alleen naar kunnen raden. Daarover gaat de groepstentoonstelling Secret Gardens in TENT, in de Rotter­damse Witte de Withstraat. Daar merk je hoeveel manieren van niet-weten er zijn.

 Neem die van de Siciliaan Giuseppe Licari, die het plafond van de centrale ruimte met boomwortels vulde, en een mol van je maakt, je naar de onder­wereld verplaatst waarboven bomen groeien.

 Of de toverspiegel van Diederik Klompberg. Een meester in optiek. Zijn speciale spie­gel heeft hij neergezet tegeno­ver een rij lege bloempotten. En waarachtig, wie van een bepaalde afstand in zijn spiegel kijkt ziet hoe er wietplanten uit die potten groei­en. Hallucinerend. Ik werd er een pietsje stoned van, wilde het effect steeds weer zien. Ja, zijn boodschap is duidelijk: nooit waren er meer geheime tuinen in dit land dan nu. In kelders, op zolders, hele planta­ges.

Bersiaptijd

 Met de gruwelen die Hollanders en Indische Nederlanders in In­donesië zijn overkomen tussen oktober 1945 tot april 1946, in het machtsvacuüm na de Japanse tijd, weten we nog steeds geen raad.

 Er is nauwelijks over geschreven. In deze 'Bersiap-tijd' hebben fanatieke jonge Indonesiërs, de pemoeda's tegen de twintigduizend van hen vermoord, vaak met kapmessen en bamboesperen. 'Getjingtjangd', zoals het heette.

 Hans Vervoort - die in een Japans kamp zat en er zijn broer­tje verloor - schrijft erover in het juist verschenen derde nummer van het tijdschrift Extaze, dat voor een deel over 'oorlog' gaat. Waarom bleef deze episode verzwegen? De geschiedenis kan het niet plaatsen, denkt Hans. Wij Hollanders waren immers 300 jaar lang de koloniale onderdrukkers van een vreedzaam en dociel volk geweest. En dan zo'n orgie van geweld?

 Op 15 augustus as. komt er voor het eerst een documentaire - van Pia van der Molen - op tv.

Canadezenkastje

 Anderhalf jaar oud was ik toen de Canadezen gewapenderhand de stad Zutfen (toen nog zonder ph) innamen. Ik zat met mijn ouders en buren van wie het huis was afgebrand in de kelder aan de Heeckerenlaan in het zg. Deventerwegkwartier.

 Bovengronds werd in die buurt begin april ’45 zwaar gevochten. Van mijn moeder bezit ik de twee gedenkschriften, waar ze later aan­tekenin­gen bij heeft gemaakt. Ik schreef er eerder over. Mijn moeder kreeg die nacht dat Zutfen werd ingenomen in de kelder een miskraam ('geen dokter­shulp!'), maar daar was weinig aandacht voor: 'De mortieren stonden in de achtertuin om de binnenstad te beschieten - de Canadezen dronken bij ons hun meegebrachte koffie - chocola!'

 Ik herinner me niets. Er werd verteld dat ik als peuter zo geconditioneerd was op luchtalarm dat ik mijn armpjes uits­tak als ik het hoorde om meegevoerd te worden naar de kelder. Wat me rest is een vage foto van mijn broer en mij uit ’47 waarop staat wat 'het Cana­dezenkastje' heette, in april ’45 door een van de bevrij­ders getimmerd voor mijn speelgoed, in de adempauze na de inname van Zutfen. Op de foto links het dressoir dat bij ons thuis 'buffet' moest heten, rechts in het duister de ruwe schappen van het kastje.

Tags: 

Pagina's