'Op het middaguur heb ik hem zien wenken,
Een dood moment, op de grens
tussen wat gedaan is en wat te doen,
een naakte tak in het groen van de lente,
een slenterende stok die opgewekt
naar de bloemen slaat.
Maar nu mag ik niet aan hem denken
gewoon mijn stoel wat verplaatsen
uit het zicht van het raam,
mij volzuigen met wat is gedaan,
voortaan op dit uur verder werken,
doen of ik hem niet zie staan.