Niet

 Sylvia Hubers schreef deze ver reikende monoloog die eigenlijk een dialoog is met een zwijgende. Onder de titel 'U negeert me.'

"U staat hier ostentatief te ontkennen dat ik besta. Om er nog een schepje bovenop te doen, kijkt u consequent naar die andere dame daar ‑ die niet naar u kijkt.

Als ik hier dood neerval, zegt u: 'Kijk een ijsvogeltje'.

Ik zou met mijn sterke handen uw hoofd kunnen pakken en in mijn richting draaien.

Maar dan kijkt u dwars door mij heen.

Ik ben er niet, he.

Ik snap niet hoe u zelf die eenzaamheid kunt verdragen; er is wetenschappelijk onderzocht wat voor een mens erger is: het negeren of het genegeerd worden.

Allebei even erg.

Als u ook maar even de moeite zou nemen om mij aan te kijken.

En me te groeten, een klein 'hallo' is genoeg.

Kijk, daar komt de bus. Wij gaan daar nu instappen en allebei op een andere plek zitten. God weet hoe zeer wij de rest van ons leven dat ene 'hallo' zullen missen."

 Ik hou van niet. Dit niet-gesprek opent de wereld van wat niet doorging, niet gebeurde. De bus is een bus vol niet, die wegrijdt.

De man, ik dus, zal tot z'n laatste snik denken 'Toen, toen had ik..' Ik heb een hele zolder met dit soort momenten.

Tags: 

Hack

 Oef, net terug van de Kampersingel in Haarlem, met de PC waarop ik dit tik in een grote tas. De Kampersingel waar ik al jaren vaak bedrukt aankom en tomeloos opgelucht weer buiten sta. Omdat alle computerproblemen er eindigen in een lach.

 Gisteren kreeg ik klachten van Facebook vrienden dat ik een pornofilmpje verspreidde. Ik sta nu bekend als viespeuk. Een ontvangster, de digitaal onderlegde vriendin A. snelde te hulp. Maar zij strandde in wat heet 'extensies', ongevraagde. En niet verwijderbaar.

 Ik had in goed vertrouwen geklikt op iets van chroom. Stom! Was dit een coinhive? Zat iemand via mij zijn bitcoins op te laden? Ik was het spoor allang bijster.

 Vast staat dat mijn euvel zich verspreid had. Ik dacht aan Polanski's Fearless Vampire Killers: 'And from there the evil spread all over the world.' Er zijn nu zeker honderd viespeuken bij gekomen.

 Maar zelf kon ik dat filmpje niet zien!

 Dus vanochtend op naar de Kampersingel. De extensie bleek via google chroom gekomen, wat ik al vermoedde, van een site voor dys­lectici, genaamd EASYREAD!. Dat, vrienden, is dus het oppaswoord. 

 Ook de drie stippen waarmee je rotzooi kunt verwijderen, die zoek waren, zijn weergevonden..

 Herman en Marcel hebben een mooi vak. Hun advies: NIET KLIKKEN, nooit klikken op het onbekende

 Je weet bij hun hoe het eindigen zal. Met mijn vraag 'waar kwam het nou van?' En hun antwoord: 'Dat zullen we nooit weten.'

Daniil Charms

 De Russische schrijver Daniil Charms (1905-1942) geldt als een absurdist. In de Vorlesebühne droeg zijn bewonderaar  Bernhard Christiansen zaterdag nog werk van hem voor. Maar je hebt absurd en absurd, Charms leefde, schreef en stierf in de absurditeit van de Sovjetunie, wat iets anders is  dan die van Alfred Jarry, Tristan Tzara of Kurt Schwitters. Het is bij hem menens. Hij leed aan diepe depressies en werd opgenomen. In 1941 werd hij weer eens gearresteerd en verdween. Hier een verhaaltje uit de jaren 1934-1937, vertaald door Jan Paul Hinrichs:

 'Anton Antonovitsj had zijn baard afgeschoren en geen van zijn bekenden herkende hem nog.

'Hoe kan dat nou', zei Anton Antonovitsj, 'ik ben het toch, Anton Antonovitsj. Ik heb alleen mijn baard afgeschoren.'

'Ja, ja!' zeiden de bekenden. 'Anton Antonivitsj had een baard en u heeft er geen.'

'Ik zeg u toch dat ik ook een baard had maar ik heb die afgeschoren', zei Anton Antonovitsj.

'Er zijn er zo veel die vroeger een baard hadden!' zeiden de bekenden.

'Wat is dit nu allemaal', zei Anton Antonovitsj en werd boos, 'wie ben ik dan volgens u?'

'Dat weten we niet zeiden de bekenden, 'u bent alleen Anton Antonovitsj niet.'

Anton Antonovitsj raakte in verwarring en wist niet wat hij moest doen. Hij ging op bezoek bij de Naskakovs, maar die ontvingen hem met verbaasde gezichten en vroegen: 'Voor wie komt u?'

'Ik kom voor u, Maroesenka!' zei Anton Antonovitsj. 'Het kan toch niet zo zijn dat u me niet herkent!'

'Nee', zei Maroesja Naskakova nieuwsgierig. 'Maar wacht , heb ik u misschien bij Valentina Petrovna gezien?'

'Wat zegt u daar, Maroesja!' zei Anton Antonovitsj. 'Kijkt u nu eens goed naar me. Herkent u me?'

'Wacht, wacht... Nee, ik kan me niet herinneren wie u bent.'

'Maar ik ben Anton Antonovitsj! zei Anton Antonovitsj. 'Heeft u me niet herkend?'

'Nee', zei Maroesja, 'u houdt me voor de gek.'

Menschen en bergen

 Vandaag fietsen de wielrenners Luik-Bastenaken-Luik. Door de Ardennen, het van oudsher voor Hollanders meest nabije berglandschap. Waar schilders als Henri Bles al in de vroege renaissance heen trokken om een glimp van het heilige land op te vangen. 

 Ook de tachtigers kwamen veel en vaak naar de Ardennen. Als kind al keek ik ook in Dinant gefascineerd omhoog. Voor een Hollander blijft een berg iets buitenaards. En meteen is er de wil er op te klimmen. Rotstuintjes verrezen in stadstuinen. In de Tour de France vielen ze af, op de Limburger Jan Nolten na.

 Ik hoopte dat de wedstrijd weer langs het Hotel de la Grotte in Aywaille zou komen, waar ik eens logeerde toen F.B.Hotz er ook zat, maar het parcours was veranderd.

 Ook was ik in La Roche waar Van Deyssel in hoger sferen ra­akte, getuige zijn verslag van een zondag als men daar ter kerke gaat in 'Menschen en bergen'. Geschr­even in lyrisch tachtigersproza. Hij werd high van dat landsch­ap, kun je ook zeg­gen:

 'Het heele lichaam werd langzaam vooruit bewogen tusschen ontzachlijk zwijgende hooger en hoogere heuvels, die lief en alleen schenen en verre mooye luchten, waaronder, in den eersten warmen voorjaars‑Zondagavond, door lage ronde zwarte hoedjes zich verkantoorbediendehoofdende boeren hun stijve rust ommedwaalden, met hun zwart‑lakensche broeken dragende door rooye zonnestralen vergloeide en in een muggen­zwerming overstipte gram‑bruine gezichten, naast den weg begrommellommerende, donkerklompige, blokdommelende hoogrotsingen.'

Verhuizen

 'De muren komen op je af' is de uitdrukking als het wonen je steeds zwaarder valt. Huis en wonen zijn er alom in tijdschriften, op televi­sie en zelfs in literat­uur. Een krot opknappen in een ver land, je verliezen in dure, onbegrijpelijke de­sign. Waar is de uitweg? Men ruziet, voelt zich niet goed en verhuist. Van de Gentse Jana Arns vind ik dit gedicht in het Lieg­end Konijn met de nieuw­e poëzie-oogst van Jozef Deleu. 'Transplan­tatie':

 Het huis leeft in reserve.

Boven stoot een kamer af.

Naast de bel verbleken onze namen:

 

een grafschrift zonder jaartallen.

Hoe we daarover met dokters praten

en zij ons langer thuis schrijven dan wij elkaar verdragen.

 

We lopen de muren op,

rijden rond in lege verhuiswagens,

verbeelden ons in kleinere huizen.

 

We vechten over de verdeling van de nachten,

verversen het logeerbed met oude lakens.

 

Schilderen in afwachting van

een nieuwe laag over de laatste jaren.

Thorsten en Sponge Bob

 Striptekenaars en kunstenaars blijven uit elkaars buurt. Georges Rémi had schilder willen worden maar toen hij striptekenaar werd noemde hij zich veiligheidshalve Hergé. Nog pas kreeg Robert Crumb eindelijk een tentoonstelling in Boijmans. Maar eerder waren er Dis­ney, Herriman anderen die dieren en voorwer­pen tot levende karakters maakten.

 Van de Duitse kunstkant komt nu Thorsten Brinkmann, die schem­erlampen en broodtrommels beentjes geeft en schoenen aantrekt. En die de woordspelige titel 'Life is funny my deer' meegaf aan zijn expositie in het Haagse Gem. Kunst mag bij hem grappig zijn.

 Ik durf ook te wedden dat hij net als ik een liefhebber is van 'SpongeBob Squarepants'. De sprekende spons die op de oceaanbodem leeft. Een spons moet wel een vierkante broek dragen, dat spreekt. Ook verder gaat hij keurig gekleed. Hij werkt in een onderzees restaurant voor seafood en zijn beste vriend is een zeester.

 Disney heeft eens geprobeerd een echte kunstfilm te maken met zijn 'Fantasia'. Dat mislukte. Wanneer wordt zo'n fantasie kunst, wanneer niet? Toch waarschijnlijk wanneer de tragiek z'n intree doet. SponsBob is niet tragisch, Buster Keaton wel. Omdat hij zijn lot onverstoor­baar blijft ondergaan.

 Hij deed alle stuntwerk in z'n films zelf, las ik. Zijn lichaam was een slagveld van littekens.

Tags: 

Aankomst

 The enigma of arrival and the afternoon (1912) is de titel van een schilderij van De Chirico. V.S.Naipaul gebruikte de titel voor zijn 'The enigma of arrival', een lievelingsb­oek van Sarah Hart, die er over schreef in de bundel 'Het lievelingsboek als zelfportret.'

 Al jong kwam ik het raadsel tegen, bij Mulisch, die in zijn Stenen bruidsbed de Amerikaanse tandarts Corinth fysiek laat aankomen in Dresden, maar zijn geest komt niet meteen mee, want 'die komt na per zeilschip'.

 Naipaul komt na twintig jaar pas aan op het Engelse platteland, waar hij na Trinidad probeert zich een nieuw thuis te maken. Het verhaal van zijn leven. Sarah Hart beschrijft hoe ze na Engeland en Parijs tenslotte belandt in Leiden, een stadje dat haar vreemd blijft aankijken.

 Naipaul deed het in zijn huisje in Wiltshire anders: 'hij kijkt naar de bomen, de rivier, de uiterwaarden, maakt ze zich eigen, en zegt: "Ik zal hier mijn thuis van maken."'

 Op Chirico's schilderij zie je twee monnikachtigen in gepeins verzonken voor een muur waarachter een kapel verrijst.  

 Zelf woon ik al 56 jaar in Amsterdam maar ben er nooit aangekomen. De eerste Amsterdammer die ik ontmoette was de melkboer. Deze melkboer droeg een baard. In heel Den Haag zou je in die jaren geen melkboer met een baard hebben gevonden.

 Ik heb huizen gerestaureerd en mensen gesproken bij de vleet. Maar een Amsterdammer ben ik niet geworden. Sarah Hart geeft een recept om niet langer een vreemdeling in een vreemd land te zijn: 'blijven waar je bent, hoe vaak je ook de straat in kijkt en "a desperate lack" voelt.' Maar ik weet niet eens wat ik mis. Niet Den Haag, niet Eerbeek, niet Zutphen, waar ik zes jaar opgroeide.

Vervlogen geuren

 Geurschrijvers zijn zeldzaam. Zoals er weinig geurmensen zijn. Specialisten in wijn of parfum verdienen veel. Je kunt tegen aan ander, man of vrouw ook moeilijk zeggen 'mag ik eens aan je ruiken'. En op een afstandje vervliegt het bouquet.

 Toch lees ik dat partnerkeuze vaak uit geur voortkomt. Je kunt een geur alleen bij benadering beschrijven, door vergelijkingen. Een vleugje nootmuskaat, wat vanille, een pietsje fietsbinnenband.

 Het boek (en de ernaar gemaakte film) 'Het parfum' van Patrick Süskind vertelt hoe geur hele volksstammen kan brengen tot bezetenheid. Dat boek raakte mij doordat op mijn elfde jaar mijn amandelen 'geknipt' zijn. Pijnlijk. Maar het wonder dat daarna gebeurde vergeet ik nooit: ik rook opeens alles. En dat was lang niet altijd prettig. Kwam ik thuis uit school dan rook ik meteen dat er bezoek was en ook wie. Het onbeschrijflijke scala aan geuren dat een oude tante het huis binnenbracht! Als ik over straat ging was ik louter neus. Mijn oom Bob, die piloot was, parfumeerde zijn pochet met wat druppels vliegtuigbenzine en beweerde dat dat vrouwen aantrok.

 Steeds lees ik stukjes Colette uit 'De eerste keer dat ik mijn hoed verloor', zo mooi vertaald door Kiki Coumans. Dit uit 'Herinnering van een geur'. Waarin ze beschrijft hoe ze steeds terugkeert naar een braakliggend terrein in Passy, naar 'een heel precies, onzichtbaar punt waar die geur opsteeg... Eerst en beetje fruitig, en vervolgens kwam er reseda vrij die door het miniemste vleugje wind werd meegevoerd... Maar welke autoriteit kan het parfum van de reseda vastleggen, al was het maar op haar eigen bloem, op die karakterloze gele toefjes? Reseda was de geur van een tijdperk. Een ragfijn draadje verbond haar met het viooltje, en samen verloren ze hun zwakke geur, die onze moeders heel chic vonden…'. 

Generaals

  Zaterdag in de Utrechtse molen De Ster brengt de Vorlesebühne een voorstelling over De stem van het geweten. Met oa. Ingmar Heytze, Bernhard Christiansen, Sylvia Hubers en mij. Heb ik een geweten? Wat is een geweten? Schuldgevoel? En zoja is dat dan gerechtvaardigd? Dit kwam naar boven. Over mijn vader en mijn broer.

 Mijn vader heeft zijn halve leven in militair uniform gelopen. Hij werkte tenslotte bij de Militaire Academie. Wij kinderen waren zijn ondergeschikten. Toen hij gestorven was zat bij de begrafenis de aula vol generaals. Mannen met op hun achterhoofd zo'n deuk in hun haar.

 Hij was populair geweest op die Academie, in de mess. Joviaal, altijd goed voor een kwinkslag. Thuis, voor vrouw en kinderen was dat anders. We kregen een harde training in tafelmanieren. Mijn broer heeft eens een half jaar in de keuken moeten eten omdat hij met zijn lepel bleef eten wat met een vork moest. Later kreeg hij geen toestemming om in Delft te studeren, wat best gekund had. Mijn vader vond hem te dom.

 En nu lag de gevreesde man in die kist. Bij de dood van onze moeder had ik een toespraakje mogen houden, nu was de beurt aan mijn broer: 'Als pa gaat mag ik.'

 Mijn broer liep al vele jaren in therapie omdat hij geen bazen boven zich kon verdragen. En nu moest hij deze generaals toepreken. Hij, die niet gewend was het woord te voeren in het openbaar. Zijn eerste zin was onvergetelijk. Hij zei tegen de generaals, en de kist: 'Mijn vader was geen gemakkelijk mens.'

 Er klonk een kuchje door de zaal. De generaals gingen verzitten. Maar mijn broer wist niet van wijken.

 Toch weet ik zeker dat diep in hem de stem van zijn geweten sprak. En dat die zei: 'Eert uw vader en uw moeder.' 

Mussolini en d' Annunzio in 1923

Verplaatste kunst

 Het nieuwe nummer van Kunstschrift gaat over hoe kunst van plaats verandert. Hoe zaag je een fresco van Tiepolo los uit een villa bij Venetië en breng je hem naar je stadspaleis in Parijs? Hoe kwam het reusachtige oud-Griekse Pergamon altaar op het Berlijnse Museuminsel?

 Geld en goede sier bepalen waar kunst blijft. Hermann Göring was een kampioen kunstdief. Maar de mediamagnaat Wiliam Randolph Hearst (1863-1951) wist er ook van. In zijn 'Hearst Castle' aan de Californische kust vind je Spaanse plafonds, boogramen uit Franse kloosters en zo meer. Op Manhattan staan 'The cloisters', een door Rockefeller gecomponeerde collage van vijf authentieke Franse kloosters, in delen verscheept en daar herbouwd.

 Zelf kwam ik eens terecht in het Vittoriale, de monumentale villa van dichter Gabriele d'Annunzio aan het Gardameer. Ik mocht er rondneuzen. Hij had het altijd koud, zei men, de verwarming stond zomer en winter op 36 graden. In de badkamer vond ik ook de kleerkast van zijn echtgenote, vol zeer dunne, doorschijnende gewaden. Bontmantels in de badkamer, tapijten op de vloer!

 Buiten staat nog het vliegtuigje waarmee hij in 1919 boven Fiume pamfletten uitstrooide en zo de beginnende Mussolini aftroefde.

 Het Vittoriale bestaat uit stukken interieur die hij uit oude kerken en kloosters had laten zagen. Hij had dat overigens al eerder gedaan. Drie villa's gevuld met roofkunst tot hij weer eens failliet ging.

 Mussolini maakte een deal met hem. In ruil voor een editie van zijn verzameld werk, goud op snee en een royaal jaargeld heeft hij de Duce gesteund. 

Tags: 

Pagina's